zaterdag 31 januari 2009

Ad de Bruijne is ‘in Christus’


Ik schreef al eerder in een blog, dat ik het bijzonder vind om een interview te lezen met een persoon. In de weekendbijlage van het ND van vandaag is Ad de Bruijne aan de beurt: De vrijheid van Ad de Bruijne. Het interview trekt al met de eerste zin mijn aandacht: “Hij (AG: De Bruijne) is ‘in Christus’ (…)”. ‘In Christus zijn‘ klinkt bekend, dat is recentelijk vooral door Hans Burger ons onder de aandacht gebracht. Ik vind het een meer dan boeiend onderwerp, omdat het gaat over de fundamenten van het christelijk geloof. Hoe zou dat nu werken bij De Bruijne, dat ‘in Christus’ zijn?

We lezen verder: “Ik (AG: De Bruijne) ontdekte dat ook de heiliging van mijn leven ‘in Christus’ gebeurt. Niet: Hij verlost je van je zonden, en nu moet jij met behulp van de Geest dankbaar gaan leven. Nee, ook de heiliging is Christus’ zaak. Het nieuwe leven ís er al, en het is van mij.” De Bruijne vertelt in het interview dat Christus een persoon werd voor hem. Iemand met wie je een relatie kunt hebben. Het stempelt zijn leven en zijn denken.

“Ik heb mijn anker in Christus. Niet in de dogmatiek, niet in de gereformeerde subcultuur. Ik ontmoet mensen die zo zitten vastgeklonken aan wat zich rond de kern van het geloof aan traditie heeft gevormd, dat ze hun hele identiteit erin zoeken. Veranderen de vormen, dan raken ze helemaal los.”

“Ik ben een instabiel mens in mijzelf, en Christus is geen ‘rustend bezit’. Als ik mijn anker in Hem heb, wankel ik wel – en soms ga ik hard heen en weer – maar kan ik ook nee zeggen als mensen te ver gaan. In Christus ben je vrij van dwang en van machten die allerlei kanten opgaan.”

De Bruijne heeft nogal wat kritiek vanuit het kerkverband (GKV) over zich heen gekregen. Als het gesprek tijdens het interview daarop komt, zegt hij o.a. het volgende: “Ik besta in Christus. Ik geloof vast dat als iets niet goed is, Hij het mij wel duidelijk zal maken. Ja echt, daar wil ik open voor staan. Als ik op een verkeerd spoor zit, wil ik gecorrigeerd worden. Tegelijk heb ik gedacht: als het wel goed was wat ik schreef, dan weet ik mij in Christus ook vrij om het vol te houden.”

Op die manier werkt het ‘in Christus zijn’ dus uit in het leven van Ad de Bruijne. Mooi zo’n getuigenis van een broer in Christus. Leerzaam om elkaars getuigenissen te horen en daarover na te denken. Wie volgt?

maandag 26 januari 2009

Evangeliseren en veranderen

Mijn vorige blog ging over geloofsgroei, (gedrags)veranderingen, het lijken op Christus. En over de vraag of de kerk op deze punten wel voldoende gefocust is. O.a. Graham Tomlin (Een kerk die prikkelt) geeft een antwoord op die vraag. Volgens hem is het probleem van veel kerken dat er weinig aandacht wordt geschonken aan het voortdurende proces van verandering (groei). In zijn boek legt hij allerlei verbanden tussen evangeliseren en veranderen.

Zo werkt hij uit, dat evangelisatie tot verandering leidt. Kerken die evangeliseren, moeten veranderde mensen voort brengen, levenslange leerlingen van Jezus Christus als het gaat om het goede leven. Maar verandering leidt op haar beurt ook weer tot evangelisatie. Tomlin schrijft dat wanneer de kerk de spirituele en persoonlijke groei van christenen hoog op de agenda heeft staan, ze ook efficiënter evangeliseert. “Waar christenen kunnen ervaren wat het betekent om het leven volledig onder Gods bestuur te brengen, zullen ze automatisch anderen willen meenemen om diezelfde werkelijkheid te ervaren. Een veranderende kerk is een evangeliserende kerk.”

Tomlin concludeert daarom ook dat het scheiden van evangelisatie en spirituele groei een “fatale fout” is. Deze twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk. Een kerk, als ze effectief evangelistisch wil zijn, kan beter niet met evangelisatie beginnen. Maar, waar moet de kerk dan wel beginnen? De kerk moet beginnen een veranderende gemeenschap te zijn. Een gemeenschap van mensen die langzaamaan door Gods Heilige Geest weer heel worden. God wil herstel van zijn beeld in ons. Wij mogen meer en meer op Jezus gaan lijken.

maandag 19 januari 2009

Tim Keller: In alle redelijkheid (2)


Ik vind het best lastig om te bepalen wat mij het meest aanspreekt in de hoofdstukken:
• 3 – Het christendom is een dwangbuis;
• 4 – De kerk is verantwoordelijk voor heel veel onrecht;
• 5 – Hoe kan een God van liefde mensen naar de hel sturen?
Er staan veel bijzondere zaken in de genoemde hoofdstukken. In ieder geval een vraag uit hoofdstuk 4 houdt mij bezig: “Als het christendom is wat het beweert te zijn, zouden christenen dan geen betere mensen moeten zijn dan de rest?” Ik ben geneigd om die vraag met ‘ja’ te beantwoorden, maar wat is het antwoord van Keller?

Keller zegt daarover dat deze veronderstelling is gebaseerd op een verkeerd begrip van wat het christendom zelf leert. Hij noemt daarbij o.a. de volgende argumenten:
1. Iedere goede daad is van God, onafhankelijk van wie die daad uitvoert. Dus ongeacht godsdienstige overtuigingen.
2. De christelijke theologie spreekt over het “diepgeschonden karakter van echte christenen”.
3. Karaktergroei en gedragsverandering vinden plaats in een geleidelijk proces.
Zijn conclusie is dan ook: “(…) de kerk vol zit met onvolwassen en gebroken mensen die emotioneel, moreel en geestelijk nog een lange weg hebben te gaan.”

De vraag of christenen geen betere mensen moeten zijn dan niet-christen kan dus wat Keller betreft niet met ‘ja’ beantwoord worden. Dit antwoord geeft hij tegen de achtergrond van zijn hoofdvraag: ondermijnt het gedrag van christenen de plausibiliteit van het christendom? Een niet-christen kan beter gedrag vertonen dan een christen, maar ook dat ‘betere’ gedrag is van God. Ook is een goed karakter afhankelijk van een (al dan niet) goed sociaal milieu waarin iemand opgroeit. Deze voorwaarde heb je niet in de hand. Al met al wordt de geloofwaardigheid van het christendom niet bepaald door het karakter van een christen of door de mate waarin christenen leven naar hun eigen (hoge) maatstaven.

Toch blijf ik wel worstelen met de vraag. Een christen is inderdaad niet per definitie een beter mens dan een niet-christen en de geloofwaardigheid van het christendom hangt daar niet van af. Maar juist christenen mogen toch meer en meer gaan lijken op Christus? Vernieuwd worden naar het beeld van hun schepper? Ik ervaar soms een groot verschil tussen de harde werkelijkheid en de werkelijkheid die de Bijbel beschrijft. Zou de kerk van geloofsgroei en gedragsverandering niet een belangrijker aandachtspunt moeten maken?

vrijdag 16 januari 2009

Geloofsoverdracht én geloofservaring

In het interview met Hans Burger (zie mijn vorige blog Christus: meer dan Verlosser) gaat het o.a. over ‘mystagogie’ en ‘geloofservaring’. In het ND van 14 januari komen deze onderwerpen ook aan bod: De mystiek van alledaagse, kleine momenten. Dit naar aanleiding van een interview met Annemiek de Jong-van Campen. Zij promoveert deze week op een onderzoek naar mystagogie.

Mystagogie is de inwijding van mensen in de geheimen van het bestaan en het geloof. Het gaat daarbij om het begeleiden van mensen op de weg naar Christus. Het gaat erom hoe geloof iets van jezelf wordt. De Jong-van Campen ziet voor een kerk die mensen wil helpen bij de inwijding in, of toe-eigening van het geloof drie taken:
- het aanleren van een christelijke werkelijkheidsvisie (geloofstaal, vertrouwdheid met de Bijbel);
- het wekken, ‘aanleren’ van spirituele ervaringen;
- het duiden, het ontdekken van de betekenis van zulke geloofservaringen.

“Je kunt met het geloof zijn opgegroeid of niet, maar hoe maak je het je eigen?” De Jong-van Campen geeft aan, dat als je daarbij wilt helpen (als kerk, als ouders) je momenten moet creëren waarop kinderen iets van God kunnen ervaren. Help elkaar om ervaringen te zien als aanwezigheid van God. Daarbij gaat het zeker niet alleen en in de eerste plaats om buitengewone ervaringen. “Ervaringen van het heilige zit in heel concrete, alledaagse dingen. (... ) De hele werkelijkheid is vol betekenis.”

Haar analyse is, dat de catechese bij protestanten vooral kennisoverdracht is, met weinig aandacht voor de ervaringskant. Maar kennis én geloofservaring zijn allebei van wezenlijk belang in de inwijding. Haar analyse stemt overeen met die van Burger.

woensdag 14 januari 2009

Christus: meer dan Verlosser

In cv•koers van januari 2009 staat een interview met Hans Burger: Meer dan Verlosser. Een interview naar aanleiding van zijn promotie over het ‘in Christus’ zijn. Ik heb al eerder over deze promotie geschreven. Fantastisch dat in de GKv zo “een theologische en bijbelse doordenking” beschikbaar komt over dé Persoon die in het christelijk geloof centraal staat: Jezus Christus.

De zaken uit het interview blijven mij verbazen. Wat te denken van zinnen als:
· (…) “dat het geloof in Christus problematisch is geworden in grote delen van de Nederlandse kerken.”
· (…) “de persoon van Christus als iemand met wie je als gelovige een daadwerkelijke relatie hebt, verdween uit beeld.”
· (…) “wat het betekent om ‘in Christus’ te zijn, is voor veel kerkgangers onhelder geworden.”Als ik dit lees, denk ik (opnieuw): zullen we in de kerk maar even alles aan de kant leggen en ons eerst eens gaan verbazen en verwonderen over wie Jezus Christus nu werkelijk is? Als we onvoldoende weten wie Jezus is, hoe zouden wij dan op hem kunnen gaan lijken? Als we navolgers willen zijn, moet ons toch klip en klaar voor ogen staan wie Diegene is die wij navolgen?

In het interview zegt Burger dat in de klassieke gereformeerde theologie vooral de rechtvaardiging door het geloof centraal staat. “Maar wat vaak buiten beeld bleef, was het effect daarvan.” Ton de Ruiter bracht dit ons ook al onder de aandacht. Burger stelt de vraag: Verandert het feit dat God je tot zijn kind aanneemt, ook daadwerkelijk je leven? Een confronterende vraag. Een vraag die wij elkaar zouden moeten stellen.

Ook vraagt Burger meer aandacht voor de persoonlijke geloofsdimensie in de GKv. “De mens en zijn ervaringen zijn te vaak buiten beeld.” Burger geeft een argument voor deze ‘stelling’: “Christus woont werkelijk in de gelovigen. Als dat zo is, moet je daar ook over praten en preken.” Het onvoldoende kennen van Jezus Christus heeft m.i. te maken met mate van veranderingen (effect) en de mate van geloofservaringen in het leven van een christen.

maandag 12 januari 2009

Overtuigen van christelijk geloof?

Stefan Paas schrijft in cv•koers van januari 2009 – ‘geloven en willen geloven’ over de vraag: Kunnen wij mensen overtuigen van de waarheid van het christelijk geloof? De vraag raakt mij vooral nu ik het boek ‘In alle redelijkheid’ van Tim Keller gelezen heb. Paas geeft ook een antwoord: (…) “als je in gesprek bent met overtuigde tegenstanders van de visie die je zelf aanhangt, helpen argumenten meestal niets.” Dit geldt niet alleen bij geloof volgens Paas, maar ook bij bijvoorbeeld de politiek. Daarom concludeert Paas aan het eind van zijn artikel, dat de eerste vraag niet is hoe wij mensen kunnen overtuigen van de waarheid van het christelijk geloof. “De vraag is: hoe kunnen we mensen laten verlangen dat het christelijk geloof waar is?” Het gaat dus niet om overtuigen maar om het opwekken van verlangen. Dit schrijft ook Graham Tomlin in zijn boek ‘Een kerk die prikkelt’: voordat we de stap naar uitleg of overtuiging nemen, moet in mensen een verlangen, een vraag om God te vinden, honger naar meer, groeien.

En Tim Keller met zijn boek ‘In alle redelijkheid’ dan? Probeert hij niet mensen te overtuigen van de waarheid? Door het hele boek heen zijn korte fragmenten van gesprekken tussen Keller en sceptici (atheïsten) beschreven. Wat mij opvalt aan deze gesprekken is, dat Keller niet tegenover een atheistische stelling een christelijke stelling zet. Nee, hij bevraagt (letterlijk!) de sceptici over hun ingenomen stelling. Zijn bedoeling is, om ze een groeiend inzicht te geven in de aard van hun twijfels over het christelijk geloof. Hij prikkelt ze als het ware om goed na te denken over hun twijfels en stellingname. Het is heel dubbel en onredelijk om het christelijk geloof ter discussie te stellen en je eigen ongeloof boven alle twijfels te verheffen. Dat is de weg die Tim Keller voorstelt in zijn boek. De weg die door zowel de ongelovigen (sceptici) als door de gelovigen afgelegd zal moeten worden. Alleen zo kan er een zinvol gesprek ontstaan tussen een scepticus en een christen. Immers, hoe kan een christen een gesprek hebben over de vragen van een scepticus als hij/zij niet zelf over die vragen heeft nagedacht? Gelukkig helpt Keller bij dit nadenken over deze vragen.

vrijdag 9 januari 2009

Tim Keller: In alle redelijkheid (1)


Ik heb de vrije dagen aan het eind van het jaar gebruikt om het boek ‘In alle redelijkheid – Christelijk geloof voor welwillende sceptici’ van Tim Keller door te werken. Een bijzonder boek! Bijzonder om te lezen hoe sterk de fundamenten van het christelijk geloof zijn.

In de eerste helft van het boek behandelt Keller de meest gehoorde bezwaren die ongelovigen (sceptici) aanvoeren tegen het christelijk geloof. In de tweede helft werkt hij de redenen uit die onder het christelijk geloof liggen. Ik moet zeggen, dat de tweede helft mij het meest aanspreekt. Daarin werkt Keller op een heel mooie manier o.a. het ‘probleem’ van de zonde uit of het belang dat God een drie-enig God is. Niet dat de eerste helft van het boek niet mooi is. Ik denk dat ik moet ‘wennen’ aan de filosofische, logische manier van redeneren en doorredeneren.

Wat mij opviel tijdens het lezen was, dat Keller de volgende oproep doet: Gelovigen moeten erkennen dat ze twijfels hebben, ze moeten er ook mee worstelen. Ze moeten op zoek naar de redenen achter hun geloof. Daarbij zijn niet alleen je eigen twijfels belangrijk, maar ook die van je vrienden, je buren, je collega’s, etc. Dat roept bij mij de vraag op: Heb ik geloofstwijfels? Ik vind dat best een lastige vraag. Frits de Lange zegt in een interview ‘Varen met Frits de Lange’ op de vraag of hij twijfel kent het zo: “Onzekerheid is er constant. Die heeft te maken met de onwil om me vast te leggen. Ik wil een open blik houden voor wat er gebeurt. Zodra je jezelf niet meer kunt herzien, sta je niet meer open voor het nieuwe.” Nu opnieuw de vraag of ik geloofstwijfels heb? Ja, ik denk van wel. Ik ben opzoek naar de redenen achter mij geloof. Ik realiseer mij wel, dat ik mij meer zal moeten verdiepen in de twijfels van mijn buren, collega’s, etc.

Ik maakte van de introductie en hoofdstuk 1 - Het kan niet waar zijn dat er maar een ware godsdienst is en hoofdstuk 2 - Hoe kan een goede God lijden toestaan? een samenvatting. Ik heb mij voorgenomen dat ook voor de andere hoofdstukken te doen en dan tegelijk er een blog over te schrijven.

woensdag 7 januari 2009

Doorvertaling van het evangelie bij Keller en De Lange

Ik vind het altijd bijzonder om een interview te lezen, waarin een persoon als het ware een kijkje geeft in zijn of haar leven. In dit geval gaat het over het interview met Tim Keller (ND 27 december 2008: De publieke theologie van Tim Keller) en met Frits de Lange (ND 2 januari 2009: Bootjevaren met Frits de Lange). Beide staan stil bij het doorvertalen van het evangelie naar de hoorder. Dat maakt het extra boeiend. Twee willekeurige personen, vele kilometers van elkaar verwijderd, vragen aandacht voor hetzelfde onderwerp.

De Lange zegt het zo: “Niet ik, maar Christus leeft in mij, zoals Paulus zegt, of met Calvijn: wij zijn niet van onszelf. Dat zijn allemaal woorden die ik niet kan missen, maar het is traditionele geloofstaal, waarmee ik slechts verstaanbaar ben in de kerk. Ik wil publieke theologie bedrijven. Veel mensen zijn de band met de traditie kwijt. Ik wil de weggetjes daarnaartoe weer toegankelijk maken, met hen zoeken naar bronnen van zingeving en inspiratie.” Verderop in het interview geeft De Lange een korte omschrijving van het begrip ‘publieke theologie’: “vertalen waar het in het christelijk geloof om gaat.”

Ook Keller vraagt in het genoemde interview de aandacht voor publieke theologie. Het omschrijft het begrip zo: “Een goede publieke theologie geeft antwoorden op de vraag welke rol het geloof speelt voor gemeenteleden in het publieke domein, in de samenleving en in de politiek.”

Keller betrekt publieke theologie op gemeenteleden, terwijl De Lange het koppelt aan niet-kerkgangers. Maar, de belangrijkste overeenkomst is, dat beiden een pleidooi voeren voor het doorvertalen van het evangelie naar het leven van alle dag. We mogen er m.i. niet van uit gaan, dat hoorders (gemeenteleden én niet-gelovigen) die vertaling zelf wel kunnen maken. De predikant zal die vertaling moeten aanreiken. Zonder die doorvertaling wordt het geloof zomaar iets alleen voor de zondag, iets wat los staat van de doordeweeks werkelijkheid. Zo is het niet bedoeld! Het geloof is iets voor 7 * 24 uur per week.

maandag 5 januari 2009

Tim Keller: betekenis evangelie voor nu


In het ND van 27 december 2008 is een interview geplaatst met ‘kerkplanter’ en predikant Tim Keller: De publieke theologie van Tim Keller. In het interview kun je kennis maken met de persoon Tim Keller. Ook vestigt Tim Keller in het interview de aandacht op een aantal m.i. belangrijke zaken.

Betekenis van het evangelie voor nu
In mijn blog over Een kerk die prikkelt en ‘in Christus zijn’ haalde ik Hans Burger aan: “De betekenis van het evangelie voor het heden krijgt niet voldoende aandacht in de vrijgemaakte traditie.” Tim Keller doet zo’n soortgelijke uitspraak in het interview: “Hij (AG: Richard Lovelace) leerde ons dat de opwekkingen plaatsvonden toen predikers mensen tot het inzicht brachten, dat het grootste deel van hun leven zelfrechtvaardiging was. Veel christenen aanvaarden wel dat ze gered zijn door genade en niet door werken, maar weten niet hoe het uitwerkt in hun leven. Op het moment dat christenen er echter achter komen wat de gevolgen zijn van het nieuwe leven, is dat heel bevrijdend en resulteert dat in een moment van vernieuwing.” Met andere woorden: welke betekenis heeft het evangelie van genade nu, voor het leven van nu!

Contextualisering
De betekenis van het evangelie voor het heden, heeft m.i. ook alles te maken met het begrip ‘contextualisering’. De betekenis van contextualisering komt in het interview met Tim Keller ook aan de orde. Keller zegt daarover: “Contextualisering is die dingen uit het christelijk geloof kiezen die goed aansluiten bij je cultuur en dat brengen op een manier die mensen raakt. Je begint met dingen die mensen graag willen horen, en daarna zeg je: als je consequent wilt zijn, dan moet je ook dingen accepteren die je niet graag hoort. (…) Voor mij zijn contextualisering en apologetiek nauw verwant. Je moet de cultuur binnengaan, want als je mensen alleen confronteert zonder dat je hun cultuur kent, zullen ze niet luisteren.”

Wat is het belangrijk, dat predikanten niet alleen het evangelie vertellen, maar het ook doorvertalen naar het leven van nu van de hoorders in de kerk. Zonder doorvertaling zullen veel hoorders niet geraakt worden met de blijde boodschap van het evangelie. Zonder doorvertaling zullen veel hoorders niet daadwerkelijk veranderen, vernieuwen, groeien in het geloof.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO