vrijdag 27 februari 2009

Tim Keller: in alle redelijkheid (4)


Hier treffen jullie mijn samenvattingen aan van de volgende hoofdstukken uit In alle redelijkheid van Tim Keller:
• 8 – Aanwijzingen voor God;
• 9 – Kennis van God;
• 10 – Het probleem van de zonde.
In deze blog schrijf ik over de zonde (hoofdstuk 10). De blogger Volgeling inspireerde mij daartoe met zijn blog ‘Ken de aard van het kwaad in je hart’.

Volgeling vertaalt op zijn blog een deel van de blog van John Piper. Deze blog gaat over het kwaad, de zonde. Het gaat in essentie over: onze slechtheid, onze zonde ligt niet in het overtreden van geboden, maar in het verkiezen van iets anders boven God. De focus moet dus ook liggen in een verandering van ons hart.

Keller heeft een boeiend en verhelderend hoofdstuk geschreven over de zonde. Hij zegt o.a. het volgende: “Bij zonde denken de meeste mensen aan het “breken van goddelijke regels”, maar Kierkegaard weet dat het allereerste gebod van de Tien Geboden zegt: “Vereer naast mij geen andere goden.” “Volgens de Bijbel moet je zonde dus niet allereerst definiëren als het doen van slechte dingen, maar als het vergoddelijken van goede dingen. Zonde is de poging een identiteit te vestigen door iets anders dan je relatie met God centraal te stellen voor je betekenis, je zin, je doel en je geluk.” “Kierkegaard beweert dat mensen niet alleen geschapen zijn om slechts op de ene of andere algemene manier in God te geloven, maar om hem ultiem lief te hebben, om hem, boven al het andere, het centrum van je leven te laten zijn en om hun identiteit op hem te bouwen. Al het andere is zonde.”

Keller behandelt zonde vanuit je relatie met God en je identiteit. Hij schrijft dat een identiteit los van God inherent onstabiel is en onvermijdelijk leidt tot vormen van verslaving. Keller beschrijft niet alleen het probleem van de zonde en de persoonlijke, sociale en kosmische gevolgen van de zonde. Hij geeft ook een oplossing: de oplossing is niet een eenvoudige gedragsverandering, maar een heroriëntatie van ons hart en ons leven op God.

Zowel Piper als Keller komen dus bij dezelfde essentie van zonde en oplossing van dit probleem uit. De uitwerking van Keller doet ook sterk denken aan de passage uit de preek van Piper, zoals vermeld op mijn vorige blog: Wanneer Christus ophoudt de gloeiende, stralende, voldoening gevende schoonheid in het centrum van je leven te zijn, dan vliegen de planeten uit hun baan, dan loopt het uit de hand, en vroeg of laat botsen ze op elkaar en worden ze verwoest.

woensdag 25 februari 2009

Evangelie van Jezus Christus (5)

Wolter Rose koos voor zijn lezing ‘Verder met het evangelie van Jezus Christus’ (die is overgenomen in De Reformatie de nummers 18, 19 en 20) bijgaande afbeelding. Een keuze die geïnspireerd is door een passage uit een preek van de Amerikaanse predikant John Piper. Ik vind dat een heel mooie passage en daarom neem ik die hieronder in z’n geheel over.


“Ik heb een beeld in gedachten van de majesteit van Christus als de zon in het centrum van het zonnestelsel van jouw leven. De zon met zijn enorme massa, 333.000 keer het gewicht van de aarde, houdt alle planeten in hun baan, ook die kleine Pluto, 5,8 miljard kilometer verderop.

Zo gaat het als Christus in je leven overwicht heeft. Alle planeten van je leven - je sexualiteit en verlangens, de dingen waar je voor gaat en de dingen die je gelooft, je ambities en dromen, je uitgangspunten en overtuigingen, je gewoontes en discipline, je alleenzijn en je relaties, je werk en je vrije tijd, wat je denkt en wat je voelt - alle planeten van je leven worden in hun baan gehouden door de grootheid en zwaartekracht en stralende gloed van het overwicht van Jezus Christus.

Wanneer hij ophoudt de gloeiende, stralende, voldoening gevende schoonheid in het centrum van je leven te zijn, dan vliegen de planeten uit hun baan, dan loopt het uit de hand, en vroeg of laat botsen ze op elkaar en worden ze verwoest.”

De majesteit, glorie, heerlijkheid, luister van de Heer uitgedrukt in het beeld van de zon. Is het niet schitterend?

dinsdag 24 februari 2009

Evangelie van Jezus Christus (4)


Wolter Rose schrijft in zijn lezing ‘Verder met het evangelie van Jezus Christus’ (die is overgenomen in De Reformatie de nummers 18, 19 en 20) ook over ‘identiteit’.

Hij schrijft daar het volgende over: “Het Evangelie helpt ons ook verder wanneer we nadenken over identiteit. (…) Ik zou willen beweren dat het Evangelie een element in je leven brengt dat het meest bepalend is voor je identiteit. De God die als Hoogste Rechter je heeft vrijgesproken (AG: vrijspraak), is tegelijk degene die je een nieuwe identiteit geeft als lid van zijn huisgezin. Het belangrijkste in de identiteit van een christen is het gegeven dat je door God als kind bent aangenomen (AG: adoptie).”

Maar, hoe weet je nu of het wel goed zit met je identiteit? Of je identiteit evangelisch ingekleurd is? Rose zegt daar het volgende over: “Een goede graadmeter voor wat voor iemand belangrijke elementen in zijn of haar identiteit zijn is de manier waarop iemand omgaat met kritiek. (…) Het Evangelie kan je helpen om op een ontspannen manier met kritiek om te gaan, zelfs wanneer de manier waarop die kritiek geformuleerd is fout is. God heeft als Hoogste Rechter mij vrijgesproken, hij heeft als Vader mij aanvaard en hij heeft mij lief, terwijl hij nog veel meer reden heeft om kritiek te hebben op mijn geloof dan dat ene punt waarop ik op dat moment wordt aangesproken. Als je dat tot je door laat dringen, dan kun je ontspannen omgaan met kritiek, ook als het om iets gevoeligs gaat als jouw geloof. Misschien zit er wel iets in die kritiek, in ieder geval kun je er eens rustig om nadenken.”

“Sta ik open voor wat een ander zegt, ook als het kritisch is, of voel ik me meteen in de kern van mijn bestaan bedreigd wanneer iemand iets kritisch zegt over een onderwerp dat mij diep raakt? Als je beseft dat je identiteit vast ligt in wat God in jouw leven gedaan heeft en doet, dan kun je even een stapje terug doen en tegen jezelf zeggen: relax, je ziel en zaligheid hangt niet af van je geaardheid (AG: of iets anders).”

maandag 23 februari 2009

Evangelie van Jezus Christus (3)


Wolter Rose vat in zijn lezing ‘Verder met het evangelie van Jezus Christus’ (die is overgenomen in De Reformatie de nummers 18, 19 en 20) de kern van het Evangelie samen in vier woorden: vrijspraak, adoptie, glorie en transformatie.

Rose zegt daar nog het volgende over: “Vier woorden. En je hebt ze alle vier nodig, elke dag van je leven. Je hebt elk van de vier nodig. Je kunt het christelijke leven vergelijken met een vierwielaangedreven voertuig. Met alleen maar aandrijving op één wiel, dat van de vrijspraak, kom je niet ver: je blijft in een cirkeltje rondbewegen. Met aandrijving op twee wielen, vrijspraak en transformatie, kun je een eind komen, maar alleen zolang je je op de verharde weg bevindt. Als het terrein ruiger wordt, met hobbels en kuilen, hellingen, zand en modder kom je met tweewielaandrijving vroeg of laat vast te zitten.”

“Een mensenleven speelt zich meestal op ruig terrein af. Als je in die omstandigheden vooruit wilt komen, dan heb je de vierwielaandrijving van het Evangelie nodig: vrijspraak, adoptie, glorie en transformatie.”

Een mooi en begrijpelijk beeld schetst Rose zo. Het roept wel bij mij de vraag op in hoeverre deze vier woorden echt leven bij christenen en de christelijke kerk. Het woord ‘vrijspraak’ is in de GKv een bekend woord, maar geldt dat ook voor adoptie, glorie en transformatie?

vrijdag 20 februari 2009

Het voorlezen van de wet

De predikant Sieds de Jong schrijft in de Reformatie van 14 februari 2009 over het voorlezen van de wet (de Tien Geboden) in de kerk. Het gaat over de vraag of de wet in zijn oorspronkelijke tekst gelezen moeten worden of in nieuwtestamentisch perspectief. De Jong steekt zijn mening niet onder stoelen of banken: “ik vind dat de wet eigenlijk elke zondag in nieuwtestamentisch perspectief zou horen te worden gelezen.” Hij noemt daarbij een aantal argumenten.

Voor buitenstaander is veel van wat in de wet staat (Exodus 20 en Deuteronomium 5) onduidelijk en onbegrijpelijk. De Jong pleit er voor om als kerk begrijpelijk en verstaanbaar te zijn voor buitenstaanders. Maar zijn belangrijkste argument is, dat je als gemeente van Christus onder je niveau leeft als je mensen die leven in de nieuwtestamentische tijd nog de (oudtestamentische) wet voorhoudt. Dit betekent volgens De Jong, dat je de gemeente een leven voorhoudt ‘Onder Nieuwtestamentisch Peil’. Jezus zelf heeft in de Bergrede een verdieping aan de wet gegeven. “Als wij niet iets van díe diepte laten doorklinken, doen wij dan in feite niet precies het omgekeerde als wat Jezus zegt?” Ook wordt het verschil tussen de wet in het Oude Testament en de wet in het Nieuwe Testament gemaakt door de heilige Geest. “De Geest van God vernieuwt – van binnenuit – ons leven. Iets wat je ook qua formulering zou moeten laten doorklinken en kunnen horen.”

Leven wij niet vaak onder Nieuwtestamentisch Peil? In de kerk en daarbuiten?

woensdag 18 februari 2009

Evangelie van Jezus Christus (2)


Zoals gezegd in mijn vorige blog vat Wolter Rose in De Reformatie (nummer 18, 19 en20) de kern van het Evangelie samen in vier woorden: vrijspraak, adoptie, glorie en transformatie. Ik sta nu nog wat langer stil bij het woord ‘glorie’.

Vooral Jos Douma heeft in zijn eerste preek over 2 Korintiërs 3 : 18 mij bewust gemaakt van de glorie, de luister van Jezus Christus. Ook Rose komt nu op dit woord terug. Hij schrijft over mensen die in de tijd van het Oude Testament de glorie van God zien: het is een overweldigende ervaring. “Ze worden geraakt tot in de diepste vezels van hun bestaan.”

“Als je kijkt naar en je te goed doet aan de glorie van Christus, dan ga je op Christus lijken.” Transformatie dus. Het vierde woord is een verdere toepassing van het derde woord ‘glorie’. Rose schrijft dat mensen van nature de glorie van God niet meer zien. “Zonde is ten diepste het ‘missen’ van de glorie van God: mensen gaan achteloos aan de glorie van God voorbij.” Hoe dan? Door er een (sterk) gereduceerd godsbeeld op na te houden en/of godvervangers toe te laten in je leven. “Zonder ingrijpen van God zijn mensen blind voor zijn glorie.” God zegt: “doe je tegoed aan de glorie van Christus, laat die glorie een ander mens van je maken. De glorie van Christus heeft transformerende kracht: het is de kracht van de Geest van God, die duizend keer sterker is dan menselijke wilskracht.”

De glorie van God, zichtbaar geworden in Jezus Christus is iets om te onthouden, om je op te richten en je over te verwonderen. Levert het zien van die glorie ons ook een “overweldigende ervaring” op?

maandag 16 februari 2009

Evangelie van Jezus Christus (1)


In De Reformatie (nummer 18, 19 en 20) is een lezing opgenomen zoals Wolter Rose (hoofddocent Semitische Talen aan de Theologische Universiteit van Kampen) die ooit hield voor 'ContrariO', de vereniging voor homo's en lesbiennes. Een lezing over hoe we verder kunnen komen, homo's/lesbiennes en de (rest van de) gemeente van Christus. De lezing, 'Verder met het Evangelie van Jezus Christus', gaat o.a. over zijn zoektocht door de wereld van Gods genade. “En er ging een wereld voor me open. Ik heb hele mooie dingen ontdekt. De ontdekkingsreis gaat nog steeds verder. De grootste ontdekking is wel dat er veel meer in het Evangelie zit dan we vaak denken.”Vervolgens stelt hij de vraag: “Wat is het Evangelie? (…) Je hebt minimaal vier woorden nodig om het Evangelie uit te leggen: vrijspraak, adoptie, glorie en transformatie.”

Bij vrijspraak noemt Rose Romeinen 3 : 22 – 24. God zegt tegen je: ik spreek je vrij van strafvervolging. Een uitspraak van de Hoogste Rechter: een hoger beroep is niet meer mogelijk!

Bij adoptie ontmoeten we dezelfde God als Vader. Romeinen 8 : 15 – 17. Wij zijn aangenomen, geadopteerde kinderen van God. “Net als Jezus mogen wij ook Abba, Vader, tegen God zeggen. We horen bij de familie. Samen met Christus. Het lijden hoort onlosmakelijk bij Christus zijn, en zo hoort het lijden nu ook onlosmakelijk bij christen zijn. (…) “Wij zijn erfgenamen, samen met Christus: we delen in zijn lijden, om ook te delen in zijn glorie.”

“In 2 Korintiërs 4 gebruikt Paulus een opvallende omschrijving van het Evangelie. Hij vat het daar samen als ‘het evangelie van de glorie van Christus, die het beeld van God is.’ En een paar verzen verder wordt duidelijk dat die glorie van Christus ook beschreven kan worden als ‘de glorie van God op het gezicht van Christus’.” Rose schrijft dat het bij glorie (heerlijkheid, luister, grootheid, majesteit) gaat om een eigenschap of bijzonderheid waardoor iemand of iets een unieke uitstraling heeft. Of om het feit dat iemand die bijzondere uitstraling heeft. Over ‘glorie’ zal ik een aparte blog schrijven.

Het vierde woord is transformatie of verandering en Rose noemt daarbij 2 Korintiërs 3 : 18. “De glorie van Christus heeft uitstraling. Als je zijn glorie ziet en je eraan tegoed doet, dan doet dat iets met je.” Van deze tekst heeft Jos Douma drie preken gemaakt. Over dit tekstgedeelte en de preken van Jos heb ik al het nodige geschreven: zie het label 2 Korintiërs 3 : 18.

Wat mooi om zo de kern van het Evangelie samen te vatten in vier woorden. Woorden die uit het hoofd te leren zijn. Laten we de ware weg van het Evangelie bewandelen. Een weg waarvan de richting duidelijk is: vrijspraak, adoptie, glorie, transformatie.

woensdag 11 februari 2009

Ben ik echt een zondaar?

Afgelopen zondag hoorde ik een preek waarin wel vijftig keer het woord ‘zondaar’ voorkwam. Vijftig keer het woord ‘zondaar’ horen in een tijdsbestek van twintig minuten. Hoe komen mensen na zo’n preek de kerk uit? Waarschijnlijk als zondaar. Als je zou vragen: Wie ben je (identiteit)? Dan zou het antwoord zijn: Ik ben zondaar! Nu is er veel meer in de preek gezegd en het tekstgedeelte was ook Marcus 2 : 13 – 17 en de Heidelbergse Catechismus (vooral) vraag en antwoord 81. Daarin gaat het o.a. over zondigen en over zondaars. Maar toch.

Ds. Bas Luiten heeft in dit verband ooit het volgende geschreven: ‘Hoeveel mensen zeggen dat: ik ben niets in Gods ogen? Mijn denkkader is, dat God mij aanziet in Jezus Christus, die mij door zijn Geest deel geeft aan zijn weldaden. Dat is kort gezegd, maar omvat alles. Zo kijk ik ook naar de gemeente: zij is de bruid van Christus, op de meest innige wijze met Hem verbonden. In dat kader probeer ik alles ter sprake te brengen wat te maken heeft met gebrokenheid, met besef van zonde en ellende, met wedergeboorte, met kerk zijn in deze wereld, enz…… Ik verdien niets, dat is waar, maar zeg dat dan. Want wie ik ben, wie we samen mogen zijn? Geliefde kinderen en erfgenamen van God! Duur en gekocht en betaald met het bloed van Jezus Christus (zie alle avondmaalsformulieren), al is er nog veel in ons dat tegen ons getuigt.”

Het gaat mij hier niet om de vraag of wij al dan niet zondigen. Dat doen we zeker. Het gaat mij (en Luiten volgens mij ook) om de vraag: Wie ben je? Wat is je identiteit? Dat is een belangrijke vraag, omdat wie je bent doorwerkt o.a. in wat je doet (gedrag). Volgens mij zijn wij geen zondaars (meer), maar geadopteerde kinderen van God. Kinderen die het bewijs van vrijspraak op zak hebben. Kinderen die zeker nog wel zondigen, maar geen zondaar meer zijn. Hun positie (hoe God tegen ze aankijkt) is niet die van zondaar, maar van geliefd kind! Is dat geen wereld van verschil?

dinsdag 10 februari 2009

De Bruijne: liefhebben én gehoorzamen

Vrijdag 6 februari inaugureerde Ad de Bruijne als hoogleraar ethiek en spiritualiteit aan de Theologische Universiteit in Kampen (TUK). Verschillende bronnen berichten erover:
- het Nederlands Dagblad: De Bruijne verbindt tradities
- het Reformatorisch Dagblad: Ethiek en gevoel horen bij elkaar
- de website van de TUK zelf: Affect en Effect - Inauguratie prof. A.L.Th. de Bruijne

In zijn auguratie geeft De Bruijne aan, dat geloven vooral liefhebben is en daarnaast ook gehoorzamen. De Bruijne ziet zijn startpunt in het gevoel (de affecten). Verstand en wil hebben gevoel nodig. Kennis zonder gevoel is geen echte kennis. Wil zonder gevoel is onmogelijk. Ditzelfde geldt voor geloof: geloof is vooral affectief. “Alleen wie ook gevoelsmatig geraakt is door Christus, komt in beweging naar Christus en gaat lijken op Christus.” Alleen maar rationeel en objectief kijken naar de luister van de Heer, zonder onder de indruk te komen van die luister (zijn heerlijkheid), zal niet leiden tot een gaan lijken op Christus (naar 2 Korintiërs 3 : 18).

Maar, hoe zit het nu met gehoorzamen? De eerste stap bij gehoorzamen is een luisteren vol overgave en voor die overgave is geraakt zijn door God onmisbaar. Zo laat de Bruijne zien, dat gehoorzaamheid en affectie geen tegenpolen zijn, maar elkaar nodig hebben: voor echte gehoorzaamheid is een affectieve relatie tot God noodzakelijk.

In het leven van alledag hebben liefde en gehoorzaamheid elkaar nodig, want de “daadwerkelijke impact van Gods heerlijkheid spreekt niet vanzelf”. Er zijn perioden met sterke en perioden met zwakke geloofsaffecten. In zo’n ‘zwakke’ periode “kan een christen niet zonder een ethiek van luisteren en gehoorzaamheid, van bidden, en wachten op de tijd van meer genade”.

woensdag 4 februari 2009

Tim Keller: in alle redelijkheid (3)


Hier treffen jullie mijn samenvattingen aan van de hoofdstukken:
· 6 – De wetenschap heeft het christendom ontkracht;
· 7 – Je kunt de Bijbel niet letterlijk nemen;
· Onderbreking.
Er staan weer veel bijzondere zaken in de genoemde hoofdstukken. Eén daarvan heb ik gekozen om daarover te schrijven: wonderen (hoofdstuk 6).

Aan het begin van hoofdstuk 6 behandelt Keller de stelling, dat wonderen wetenschappelijk niet mogelijk zouden zijn. Aan het eind van genoemd hoofdstuk komt hij terug bij dit onderwerp. Hij toont begrip voor mensen die moeite hebben met wonderen. Het is ook moeilijk om in wonderen te geloven. In dat verband haalt hij Matteüs 28 aan hij spitst het toe op vers 17: “en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog.” Ook voor de apostelen was het blijkbaar moeilijk om in wonderen te geloven.

Het meest leerzame van deze tekst vindt Keller wat deze tekst zegt over de bedoeling van bijbelse wonderen. Jezus bedoeling met wonderen was het herstel van de natuurlijke orde. Met de wonderen bewijst Jezus niet alleen dat hij macht heeft, maar het zijn “ook schitterende aanwijzingen van wat hij met die macht gaat doen”.

“Ze leiden niet simpelweg tot cognitief geloof, maar tot aanbidding, tot ontzag en verwondering. (…) Jezus’ wonderen zijn niet alleen een uitdaging aan ons verstand, ze zijn een belofte aan ons hart dat de wereld die we allemaal willen eraan komt.”

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO