maandag 30 maart 2009

Sterken en zwakken

Ds. Bas Luiten schrijft in de Reformatie over onrust in de kerken: Met liefde kun je niet alles bedekken. Hij gaat in dat artikel o.a. in op het gebruik van Romeinen 14: over het al dan niet eten van vlees dat aan de goden was geofferd. Hij reageert hiermee op een artikel van ds. A. van der Sloot in het ND: Onrust in de kerk houdt verband met hoeveelheid liefde.

Luiten schrijft dat van het gebruik van dit tekstgedeelte de suggestie uit gaat, dat de ‘onrust’ in de kerken wordt veroorzaakt door zaken die er niet toe doen. “Door ‘nieuwigheden’ die je net zo goed kunt nalaten. Waardoor je niet meer of minder bent.” Immers, het offervlees kon je eten maar ook laten staan. Beide alternatieven (wel en niet eten van offervlees) waren op zich voor God acceptabel. Ook ging het hier om een zgn. binnenkerkelijk gebeuren: over de omgang van gemeenteleden onderling.

Luitens’ analyse is: “In heel veel hedendaagse beweging zoeken gelovigen mensen naar de manier om kerk te zijn vandaag. De samenleving is in een versnelling geraakt, hoe houden we contact met haar? Mensen om ons heen zijn vervreemd, ontworteld. In korte tijd is de afstand zo groot geworden dat de christelijke boodschap niet eens meer wordt verstaan. Hoe laat je je licht schijnen voor de mensen? Hoe bereik je ze eigenlijk nog?”

“Als de wereld in een hoog tempo verandert, zal de kerk er niet aan ontkomen zich op die veranderingen in te stellen. Omdat ze vandaag het woord voor déze wereld heeft. Ze zal transparant moeten zijn in haar presentatie, duidelijk en actueel in haar spreken in haar zingen, begrijpelijk, in taal van nu. Dat is geen middelmatige zaak, die je kunt doen of laten, dit is onze goddelijke roeping. Dat alles vraagt om bezinning, om vernieuwing van taal en vormen, om de bereidheid er alles aan te doen om anderen in waarheid te bereiken.” Daarmee is het niet alleen een binnenkerkelijk gebeuren (het raakt bijvoorbeeld de jeugd van de kerk), maar zeker ook een buitenkerkelijk. “In de ‘nieuwe dingen’ gaat het meer dan eens over de meest basale waarden van de kerk.”

Dan is het niet terecht je te beroepen op je ‘zwak’ geloof en te vragen aan de ‘sterken’ nog wat geduld te hebben. Een goddelijke roeping is er voor de ‘sterken’ én de ‘zwakken’. Laten de ‘zwakken’ niet te snel grijpen naar Romeinen 14 om zo veranderingen buiten de kerkdeuren te houden. En van zowel de ‘sterken’ als de ‘zwakken’ vraagt Romeinen 14 te handelen (of juist na te laten) tot eer van God. Bij het buiten de deur houden van veranderingen, maar ook bij het doorvoeren van veranderingen kan het zomaar gaan om de eigen eer en daarmee dus niet Gods eer. Zoals we al eerder hebben gezien is dat zonde: ik-gerichtheid in plaats van God-gerichtheid. Zullen we ons door de Geest laten ontdekken aan onze motieven?

vrijdag 27 maart 2009

Vroeger was alles beter

De laatste tijd is er een aantal artikelen verschenen in de Reformatie over onrust in de GKv. Zo schreef Ad de Bruijne het artikel ‘Versimpeling en vertrouwen’. Daarin schrijft hij o.a. over het haast romantische, ideaalbeeld dat sommigen schetsen van het vrijgemaakte verleden.

Als voorbeeld noemt hij dan artikelen zoals geschreven door Durk Jan Bolt. De man achter de website eeninwaarheid.nl. De Bruijne schrijft: “Wie Bolts artikelen leest, stuit daarin op een haast romantische tekening van zijn vrijgemaakte verleden. Hij heeft het over een tijd waarin ‘we lange jaren heerlijk hebben samengeleefd’. ‘Er was liefde tot de Here. Een tere omgang met Hem en een zorgvuldige eerbiediging van zijn Woord… Broeders en zusters met wie je je diep verbonden wist… Uit die liefde tot de Here en zijn kerk bloeide ook het verdere leven op… Zo ontstond het rijke gereformeerde leven in tientallen jaren na de Vrijmaking…’.” De Bruijne concludeert dan: “Als je het verleden zo idealiseert, kan het niet anders of veel zaken vandaag doen pijn en veroorzaken een vertrouwensbreuk.”

Is dat niet één van de (wellicht onbewuste) drijfveren van verontruste broers en zussen in de kerk? Dat ze denken dat de GKv het prima voor elkaar had? Maar kijk dan eens eerlijk naar het verleden! Er is veel aan te wijzen wat niet goed of niet optimaal was. Soms historisch verklaarbaar en begrijpelijk, maar niet goed. Onze ouders hebben met veelal goede intenties de kerk van hun tijd vorm gegeven. Maar die ‘oude’ kerk is voor ons, bouwers van de ‘nieuwe’ kerk zeker geen maatstaf. Geen ideaal. Wij moeten en mogen in onze tijd de kerk proberen vorm te geven. Alleen al vanwege het feit dat het nu een heel andere tijd is, zal die kerkvorm op allerlei onderdelen anders moeten zijn. Niet als een doel op zich, maar meer als een logisch gevolg van de tijd waarin wij nu leven. Met het inzicht van vandaag zien we ook de fouten uit het verleden en die vragen om correctie. Er is geen reden om verkrampt vast te houden aan het verleden. Er is ook geen reden om alles uit het verleden zomaar over boord te zetten.

woensdag 25 maart 2009

Tim Keller: In alle redelijkheid (7)


Hier treffen jullie mijn samenvattingen aan van de laatste twee hoofdstukken:
· 14 – De dans van God;
· Epiloog – Hoe nu verder?.
In deze blog schrijf ik over De dans van God (hoofdstuk 14).

In hoofdstuk 14 schrijft Keller over God die drie-enig is (ook wel de leer van de triniteit genoemd). Ik denk dat ik dit het mooiste hoofdstuk van het boek vind. Keller schrijft wondermooie dingen over de unieke God die één wezen is en bestaat uit drie personen: Vader, Zoon en Heilige Geest. In deze blog laat ik vooral Keller aan het woord om zo de wondermooi woorden die Keller gebruikt om God drie-enig te beschrijven, door te geven.

“Het leven van de Triniteit kenmerkt zich niet door zelfgerichtheid, maar door wederzijdse, zelfgevende liefde. Elke goddelijke persoon maakt de andere personen tot zijn centrum. Elke persoon van de Triniteit bemint, vereert, eerbiedigt en verheugt zich in de andere personen. Dat schept een dynamische, pulserende dans van vreugde en liefde.”

“Hij (AG: de mens) verkrijgt zijn oneindige geluk niet door zelfgerichtheid, maar door zelfovergave, door liefde die op de ander is gericht. En de enige manier waarop wij, mensen die naar zijn (AG: God) evenbeeld zijn geschapen, datzelfde geluk en diezelfde vreugde kunnen verkrijgen, is door hem (AG: God) in het centrum van ons leven te plaatsen in plaats van onszelf.” Godgericht in plaats van ik-gericht. Dat doet mij weer terugdenken aan het plaatje over het zonnestelsel: de zon (Christus) is het middelpunt, het centrum in je leven.

Het ultieme doel van de schepping is de liefdevolle vereniging van God en zijn liefdevolle schepselen. “Wij zijn geschapen om mee te dansen. Wij zijn geschapen om ons leven rondom hem te bouwen, om van het kennen van God, het dienen van God, het verheugen van God en het lijken op God ons levensdoel en onze hartstocht te maken.”


“Als je geraakt ben door de schoonheid van wat Jezus heeft gedaan, is dat de eerste stap uit je zelfgerichtheid en angst naar een vertrouwensrelatie met hem. Toen Jezus voor jou stierf, nodigde hij jou als het ware de dans binnen. Hij nodigt je uit om hem tot het middelpunt van heel je leven te maken, net zoals hij zichzelf voor jou gegeven heeft. Als je hem beantwoordt, zullen al je relaties beginnen te helen.” Geraakt worden door de schoonheid van Jezus. Niet alleen weten, maar het ervaren, er emotioneel door geraakt zijn. Onder de indruk komen van de glorie van God die in Jezus een gezicht heeft gekregen, zoals Wolter Rose het zei.

Dat is volgens Keller het unieke van het christendom: het is de enige godsdienst met een drie-enig God.

maandag 23 maart 2009

Persoonlijke getuigenis in kerkdienst (3)

Aandacht voor gevoel en beleving in eredienst
Hiervoor zei ik het al, Gunnink vraagt zich in ‘Thuis in Gods huis’ af en hij vraagt het op die manier ook aan ons: “Hoe komt het, dat heel wat volwassenen en nog meer jongeren vertrekken naar gemeenten waar de beleving meer de ruimte krijgt? Is dat niet gewoon, omdat we te weinig de emotie een plaats durven geven?” De vraag is des te indringender als we bedenken dat eredienst en prediking die de geheimen van het hart bereiken, die verder gaan dan het verstandelijke en rationele, dat die eredienst en prediking als het ware een bovennatuurlijk kenmerk hebben.[1] Ze brengen het gevoel van de aanwezigheid van God. Gevoel en beleving zijn belangrijk om de blijde boodschap te laten landen in de harten van mensen en om de aanwezigheid van God te ervaren. Alleen het (verstandelijk) weten dat God aanwezig is, is niet genoeg.

Is dat ook niet wat De Bruijne zei tijdens zijn inauguratie als hoogleraar? Verstand en wil hebben gevoel nodig. Kennis zonder gevoel is geen echte kennis. Wil zonder gevoel is onmogelijk. Ditzelfde geldt voor geloof: geloof is vooral affectief. “Alleen wie ook gevoelsmatig geraakt is door Christus, komt in beweging naar Christus en gaat lijken op Christus.” Alleen maar rationeel en objectief kijken naar de luister van de Heer, zonder onder de indruk te komen van die luister (zijn heerlijkheid), zal niet leiden tot een gaan lijken op Christus (naar 2 Korintiërs 3 : 18).[2] Een persoonlijke geloofsgetuigenis kan er aan bijdrage, dat de hoorder gevoelsmatig geraakt wordt. Gunnink vraagt hoe wij het heilzame van de leer kunnen overbrengen naar mensen van vandaag. In lijn met het voorgaande is een deel van het antwoord: door meer dan wij nu doen gevoel een plaats te geven in de eredienst.

[1] Een kerk die prikkelt – Graham Tomlin – pagina 139.
[2] Het Nederlands Dagblad – De Bruijne verbindt tradities – 6 februari 2009

vrijdag 20 maart 2009

Persoonlijke getuigenis in kerkdienst (2)

Eredienst is Woordverkondiging
Een bekend argument tegen geloofsgetuigenissen in de eredienst is, dat het Woord centraal moet staan. De eredienst is vooral Woordverkondiging en God staat dan centraal. Bij een geloofsgetuigenis zou een mens in het middelpunt van de belangstelling gezet worden. Maar is dat wel zo? Emeritushoogleraar dr. W. Verboom zegt ergens over de eredienst, dat „God naar ons toe komt, en wij antwoord geven. Dit laatste gebeurt traditioneel door een lied, gebed en collecte.” Maar waarom geen getuigenis? Als het gedoseerd plaatsvindt, en geredigeerd wordt door de kerkenraad kan het heel goed zijn als bijvoorbeeld iemand bij een belijdenisdienst getuigenis geeft van Gods daden in zijn leven. Ook dat is een antwoord, een reactie op het spreken van God.

Geloofsgetuigenis tot eer van God
Het moet natuurlijk ook niet zo zijn, dat bij een geloofsgetuigenis een mens in het middelpunt van de belangstelling gezet wordt. Een geloofsgetuigenis moet tot eer van God zijn. Als een getuigenis die insteek heeft, kan er m.i. niets op tegen zijn. Een christen mag in zijn leven een stukje (een begin) van de glorie, de luister van de Heer weerspiegelen.[1] Die glorie, daarvan mag een christen vertellen en daarbij wijzen op de Gever van die glorie.

Eredienst en cultuur
Onze eredienst is meer dan wij soms denken cultureel bepaald. Als we naar Bijbelgedeelten als 1 Korintiërs 14 : 23 – 26 of Handelingen 20 kijken, dan zien we meer dan in onze erediensten interactie tussen preker en hoorders. Paulus toespraak (Handelingen 20) is meer een dis­cus­sie, een dialoog. “Het lijkt erop dat Paulus niet tot hen sprak, maar met hen, hij beant­woord­de vragen en verwachtte interactie.”[2] In de juiste context en bij de juiste gelegenheid is het het proberen waard om preken te houden met tijd voor vragen, of de gelegenheid voor discussie of reactie of illustratie in de vorm van een persoonlijke geloofsgetuigenis. De liturgie in de eredienst behoeft niet in beton gegoten te zijn, maar mag variëren. Een persoonlijke geloofsgetuigenis mag er een plaats in hebben.

[1] 2 Korintiërs 3 : 18; Dr. Jos Douma heeft over deze tekst drie mooie preken geschreven.
[2] Een kerk die prikkelt – Graham Tomlin – pagina 142.

woensdag 18 maart 2009

Persoonlijke getuigenis in kerkdienst (1)

Thuis in Gods huis
Dominee Gunnink noemt getuigenissen in zijn boekje ‘Thuis in Gods huis’. Hij stelt de vraag: “Waarom zijn we zo bang, om een voorbeeld te noemen, voor een persoonlijk geloofsgetuigenis in de kerk?” Die vraag wordt gesteld in dit verband: “Maar laten we dan tegelijkertijd veel tijd investeren in de vraag hoe je het heilzame van de leer kunt overbrengen naar mensen van vandaag. Hoe komt het, dat heel wat volwassenen en nog meer jongeren vertrekken naar gemeenten waar de beleving meer de ruimte krijgt? Is dat niet gewoon, omdat we te weinig de emotie een plaats durven geven? Zijn we niet gewoon bang?”[1]

Subjectivisme
De angst om emoties een plaats te geven in de GKv is historisch gezien verklaarbaar. Er is van oudsher een huiver voor geloofservaring. “Er heeste – en heerst soms nog steeds – een grote angst voor wat men noemt subjectivisme. Op z’n slechtst gaat het dan alleen nog maar over wat ík voel, wat ík vind, wat ík hoogstpersoonlijk beleef. Dat wijst men af, omdat dan de objectieve kant van het geloof helemaal verdwijnt: het bijbels genormeerd geloof, dat gebonden is aan het Woord van God.” De predikant Burger heeft hiervoor aandacht gevraagd in zijn dissertatie “Zijn in Christus”. Hij zegt daar o.a. nog het volgende over: “Ik zou graag in mijn kerkelijke kring meer aandacht zien voor de persoonlijke geloofsdimensie. De mens en zijn ervaring zijn te vaak buiten beeld. Dat is een tekort, omdat naar mijn stellige overtuiging de ‘inwoning van Christus’ een concrete werkelijkheid is. Christus woont werkelijk in de gelovigen. Als dat zo is, moet je daar ook over praten en preken."[2]

Zijn er dan geen risico’s aan het meer aandacht geven in de kerk aan de persoonlijke geloofsdimensie en subjectieve prediking? Zeker wel. Het gaat mis als het alleen nog maar gaat over wat ík voel, wat ík fijn vind, wat ík hoogstpersoonlijk beleef. Het gaat mis als de eigen beleving als uitgangspunt wordt genomen. Maar, het is m.i. niet terecht als vanwege dit soort risico’s geen ruimte is voor de persoonlijke geloofsdimensie (in de vorm van getuigenissen) en subjectieve prediking.

[1] Thuis in Gods huis – pagina 54.
[2] CV•Koers – januari 2009 – Meer dan Verlosser

maandag 16 maart 2009

Bezoek je je eigen kerkdiensten?


Zoals gezegd startte onze gemeente met het gemeenteproject ‘Thuis in Gods huis’. Dag 6 uit het boekje gaat over de kerkdienst. “Zie Christus in het midden staan, dan ben je beter voorgesorteerd om een kerkdienst te beleven zoals God die bedoelt.” In de eredienst trekt Christus je bij je in-je-zelf-gekeerdheid vandaan naar zijn confronterende liefde.

Het thema van dag 6 (eredienst, prediking) houdt mij bezig. Broers en zussen uit onze gemeente gaan met een zeker regelmatig naar andere erediensten en verzuimen daarmee hun eigen kerkdiensten. Ik weet wel, dat ook in die andere erediensten het heel goed mogelijk is dat ze voluit het Evangelie horen. Maar ik (en anderen) mis ze op dat moment wel in de zin van dat onderlinge verbondenheid dan niet handen en voeten gegeven kan worden. Broers en zussen hebben dit ‘geestelijk bijtanken’ blijkbaar nodig, omdat ze iets missen in de prediking in onze gemeente. Het zijn broers en zussen die hongeren naar de rijkdom van het Evangelie en de liefde van Christus en die blijkbaar niet (altijd) aantreffen in hun eigen gemeente. Kinderen worden zo helaas al vroeg bijgebracht dat het blijkbaar niet zo veel uitmaakt waar je welke erediensten bijwoont.

Hoe gaan we dit ooit oplossen? Ze een norm voorhouden (je wordt geacht twee keer per zondag de eigen kerkdiensten te bezoeken)? Het kan zo hopeloos eenzijdig zijn en leiden tot wetticisme om zo te reageren op ‘shopgedrag’. Waarom kruipen we niet in de huid van de ander en proberen we te begrijpen wat hem of haar drijft? Waarom, waarom is er geen gesprek van hart tot hart mogelijk? Zo’n gesprek kan corrigerend naar twee kanten uitwerken. Vanzelfsprekend moeten beiden zich dan wel willen laten corrigeren. Er zijn soms wel gesprekken, maar veelal niet vanuit de huid van die ander en van hart tot hart. Gesprekken waarin we elkaar (beleefd) aanhoren, ieder licht zijn/haar mening toe en daarna gaan we over tot de orde van de (zon)dag. Waarom PRATEN we over dit soort zaken zo weinig met elkaar en trekken we gewoon ons spoor alsof er niets aan de hand is? WAAROM? Het is toch zeker iets wat je van geestelijke leidslieden in de kerk mag verwachten, dat daar het gesprek over gevoerd wordt? En we mogen het toch ook verwachten van (mondige) gemeenteleden?

vrijdag 13 maart 2009

Tim Keller: In alle redelijkheid (6)


Hier treffen jullie mijn samenvattingen aan van de hoofdstukken:
· 12 – Het (ware) verhaal van het kruis;
· 13 – De realiteit van de opstanding.
In deze blog schrijf ik over Het verhaal van het Kruis (hoofdstuk 12).

Hoofdstuk 12 opende mij ogen vooral voor het volgende: het sterven van Jezus is nodig voor vergeving van zonden (resultaat van het Kruis) én om wat de wereld belangrijk vindt om te keren, op zijn kop te zetten (patroon van het Kruis).

Wat bedoelt Keller daarmee? “Aan het Kruis wint Christus door te verliezen, triomfeert hij door de nederlaag, verkrijgt hij macht door zwakheid en dienstbaarheid, en rijkdom door alles weg te geven.” Winnen door te verliezen. Triomf door nederlaag. Macht door zwakheid en dienstbaarheid. Rijkdom door alles weg te geven. Wereldse waarden zoals winnen, triomf en macht keert Jezus om in verliezen, nederlaag, zwakheid en dienstbaarheid.

Keller vervolgt dan: “Deze omkering is zo in tegenspraak met het denken en doen van de wereld dat het een “alternatief koninkrijk” schept, een alternatieve werkelijkheid, een tegencultuur van mensen die erdoor veranderd zijn.” Die veranderde christenen zien geld als iets om weg te geven en macht als iets om mee te dienen. Die christenen hebben geen behoefte meer aan zelfrechtvaardiging (door geld, status, carrière, etc.). Anders gezegd: ze gaan meer en meer op Jezus lijken (2 Korintiërs 3 : 18). Als Jezus de waarden van deze wereld op zijn kop zette (en dat deed hij), dan geldt dat ook voor zijn volgelingen!

Wat een rust, bevrijding geeft dat! Je hoeft jezelf niet te bewijzen voor andere mensen. Je leeft niet voor de goedkeuring vanuit je omgeving. Je leven wordt niet beheerst door wat mensen van je vinden. Allemaal waarden van deze wereld, die geen waarde hebben in het Koninkrijk van Koning Jezus. Allemaal waarden die juist een belemmering (bedekking) vormen in het geestelijk veranderingsproces. Wie zou geen onderdaan willen zijn in zo’n Koninkrijk? Laat uw Koninkrijk komen!

woensdag 11 maart 2009

De gelovige ‘ik’


Onze gemeente is gestart met een gemeenteproject ‘Thuis in Gods huis’. Dit aan de hand van het gelijknamige boekje van de predikant Gerrit Gunnink.

Week 1 uit het boekje gaat over de ‘ik’ in de kerk. Gunnink schetst de ontwikkeling dat het ‘ik’ van de kerkganger veel belangrijker geworden is. Hij zegt dat die ontwikkeling goede kanten heeft én dat er risico’s aan vast zitten. “Dit risico: dat je als christen bescheidenheid afleert en meer met jezelf bezig bent dan met God. Het gaat toch om jou? ‘Ik wil geraakt worden!’” Hij schrijft dat onze cultuur stimuleert “dat wij ons eigen ‘ik’ in het centrum van alle dingen plaatsen. Het speelt ook in op onze ‘natuurlijke’ zelfzucht, een wortelzonde.” Daarmee zijn we weer aangeland bij hoofdstuk 11 van het boek van Tim Keller – In alle redelijkheid: Religie en het evangelie. De ik-gerichtheid van religie en het God-gericht zijn van het Evangelie. Het Evangelie van redding door Jezus Christus.

Gunnink schrijft dat juist omdat de gelovige ‘ik’ in de kerk veel belangrijker geworden is, het superbelangrijk is om naar God te luisteren. “Hij zegt: trek nu eens je aandacht bij jezelf vandaan (wat vind ik, voel ik, geloof ik en is het wel goed genoeg?) en wees radicaal op Mij gericht. Wees niet zo met jezelf bezig, vol zelfverwijt, of zelfingenomen, maar met MIJ!”

Dit doet mij ook denken aan de uitspraak in het boek In alle redelijkheid: zonde is allereerst het vergoddelijken van goede dingen. Goede dingen op de eerste plaats zetten, terwijl alleen God recht heeft op die eerste plaats in ons leven. Ook in de goede dingen kunnen we zo met onszelf bezig zijn, zo op onszelf gericht zijn. Iets om angstig voor te worden? Nee, maar het is wel belangrijk om de risico’s te onderkennen en er alert op te zijn.

maandag 9 maart 2009

Theo Visser’s trip naar India


In het ND van vandaag (9 maart) staat een artikel waarin Theo Visser aan het woord komt: Een scherpe neus voor kerkplanting. In het artikel spreekt Theo Visser over zaken die op mijn weblog al eerder zijn genoemd. Zeg maar een illustratie (met woorden!) bij andere blogs.

Theo Visser gaat met zijn gezin voor een soort sabbatical naar India, Nepal en Bhutan. In die periode heeft hij ontdekt: “Ik merkte dat ik in mijn geestelijk leven een te rationele bril op had. Ik kwam niet los van onze verstandelijke cultuur. (…) In India doen christenen meer op gevoel en zijn ze ontvankelijker voor het werk van de Heilige Geest.” Je mag het verstand (rationele bril) niet uitspelen tegen het gevoel. Toch is wat Visser zegt m.i. zeer herkenbaar. Het rationele, het objectieve is er zo ingeslopen, deels vanuit de cultuur en deels vanuit angst voor subjectivisme.

Visser vervolgt: “Ik leerde in de praktijk dat het geloof draait om leven in de tegenwoordigheid van God. Christus leeft in mij, mensen kunnen door mij heen Jezus zien. Daar zorgt Hij zelf voor. Zo trekt God ook mensen een nieuwe kerk binnen.”

Het artikel vervolgt: “De kerkplanter (AG: Visser) zegt sinds zijn trip naar India meer te vertrouwen op wat de Geest tegen hem zegt. (…) Uit India heb ik meegenomen dat ik elke dag de tijd moet nemen om God te ontmoeten door in mijn bijbeltje te lezen en te bidden. Daar laat ik niets meer tussen komen.”

Willen wij leren van de ervaringen en ontdekking van Theo Visser?

vrijdag 6 maart 2009

Tim Keller: in alle redelijkheid (5)

In hoofdstuk 11 schrijft Keller over: Religie en het evangelie. De term ‘religie’ staat bij Keller voor redding door morele inspanning en ‘evangelie’ voor redding door genade.

In CV•Koers - september 2006 staat een interview met Tim Keller waarin hetzelfde onderwerp ter sprake komt: Tegenover religie het Evangelie. Hij geeft aan, dat elk mens (dus ook christenen) in beginsel religieus is: de zonde leeft in ieders hart. Religie is ook veel ‘natuurlijker’ voor ons als het Evangelie. Religie is ten diepste ik-gericht en gericht op zelfverlossing, terwijl het Evangelie God-gericht is met verlossing door Christus. Voor de zondeval was de mens van nature God-gericht en na de zondeval ik-gericht. Ook goede daden van christenen kunnen beïnvloed worden door ik-gerichtheid. Daarom is het belangrijk, dat je je motieven tegen het licht houdt. Keller geeft aan, dat zuivere en zelfzuchtige motieven vaak door elkaar lopen en dat het daarom belangrijk is dat je het gevaar (van ik-gerichtheid en zelfzucht) onderkent.

En regels dan? Alle regels maar overboord? “Ik maak hun (AG: gelovigen) in de eerste plaats duidelijk dat ze op het Evangelie moeten vertrouwen. Pas als je hart smelt vanwege Christus’ offer en pas als je beseft dat Hij in jouw plaats de hele wet heeft vervuld, ga je ernaar verlangen in denken en doen op Hem te lijken.” Regels gaan zo maar tussen jou en Christus in staan. Alleen vanuit een liefdesrelatie met Christus zijn regels heilzaam en komen ze tot hun bedoeling.

Keller demonstreert zelf (onbedoeld) aan het eind van het interview nog het verschil tussen een moralist en een christen. “In New York zie ik (AG: Keller) dat God in pinkster-gemeenten werkt. Maar daarom ben ik het in zaken als ziekte en genezing nog niet met hen eens. (…) Pinkstergelovigen laten mij vaak beschaamd staan. Ze hebben een groot geloof. Ik besef dat Gods genade zich niet exclusief in mijn kerkelijke denominatie bevindt. Ik hoor dat God opwekkingen geeft aan reformatorische gelovigen in Zuid-Korea, maar evengoed aan anglicanen in Afrika en pinkstergelovigen in Latijns-Amerika. Alleen al daarom zal ik me ervoor hoeden andere gelovigen te veroordelen. Tegelijk wil ik niet dat hun zwakke punten vaste voet krijgen in Redeemer (AG: Keller is voorgang in de Redeemer Prebyterian Church in New York).” Een moralist, wetticist, farizeeër voelt zich superieur en is overtuigd van zijn eigen goedheid. Het Evangelie maakt het echter mogelijk om te ontsnappen aan overgevoeligheid, een verdedigende houding en de behoefte om andere te bekritiseren.

maandag 2 maart 2009

Een kerk die prikkelt


Ik heb op mijn blog al eerder aandacht gevraagd voor het boek ‘Een kerk die prikkelt’ van Graham Tomlin. In de weekendbijlage (20 februari 2009) van het ND staat een boekbespreking door Jan van Langevelde afgedrukt: ‘Laat de kerk gewoon zichzelf zijn’.

Het boek geeft een antwoord op hoe wij evangelisatie het best handen en voeten kunnen geven en waarom wij aandacht zouden moeten schenken aan evangelisatie. Tomlin laat zien dat er een (belangrijk) verband is tussen het koninkrijk van God en evangelisatie en werkt uit hoe de kerk zich verhoudt tot dat koninkrijk. Tomlin schrijft over bekering, wedergeboorte en verandering. Dat spirituele groei en evangelisatie alles met elkaar te maken hebben. En over hoe kerken veranderende gemeenschappen kunnen worden. Een evangeliserende kerk vraagt ook om leiderschap. Leiderschap dat voorwaarden schept voor groei en niet denkt dat je de groei kunt genereren.

Langevelde schrijft in zijn recensie, dat hij het boek met veel plezier heeft gelezen. “Tomlin is scherp in zijn analyses, maar tegelijk ook heel ontwapenend en uitnodigend in de manier waarop hij de remedie aanreikt. Zijn beoordeling van de kerk die niet relevant is doet pijn omdat het zo herkenbaar is.”

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO