dinsdag 28 april 2009

Ongerustheid over mogelijke onrust

Er zijn kerkenraden die bewust niet de gemeente betrekken bij het maken van keuzes. Als reden wordt dan genoemd, dat het onrust zou veroorzaken in de gemeente. De kerkenraad beslist en deelt vervolgens het besluit mee aan de gemeente. Is dat een goede aanpak? Zou het meedelen van zo’n besluit (als voldongen feit) geen onrust veroorzaken? Of doet de raad om die reden maar helemaal geen mededeling van het besluit aan de gemeente? Maar dat is toch regeren vanuit een ivoren toren? Dit verdient toch niet het predicaat geestelijk leidinggeven?

Luiten schrijft [1] over hoe mensen in de kerk hun liefde uiten op een verschillende manier, in een andere (liefdes)taal. Hij zegt verder: “Een kerkenraad die wijs is, laat zich door al die talen niet in verwarring brengen. Hij laat zich ook niet door een of twee talen gezeggen. Integendeel, hij zal alles eraan doen om aan spraakverwarring in de gemeente een einde te maken.”

Hoe? “Door mensen van verschillende talen met elkaar in contact te brengen. Door hen samen aan het werk te zetten. Door hen te leren luisteren naar elkaar. Dat is de manier om boven miskenning, wantrouwen en groepsvorming uit te komen. Zij die geroepen zijn om leiding te geven, moeten nu doen waartoe ze geroepen zijn. En daarbij allereerst toezien op zichzelf. Om niet toe te geven aan hun neiging om vooral hun eigen taal te versterken.” Wat is het belangrijk dat er met elkaar gesproken en naar elkaar geluisterd wordt!

Een kerkenraad die het gesprek met de gemeente uit de weg gaat en niet stimuleert dat er in de gemeente over allerlei zaken gesproken wordt, geeft geen leiding laat staan geestelijke leiding. Het lijkt eerder op angst, angst voor mogelijke onrust. In het ergste geval kan dit leiden tot een vertrouwenscrisis tussen raad en gemeente. Wat is kerkenraadswerk soms toch vooral mensenwerk. Wat zien we soms weinig het werk van de Geest erin terug. Ik bid om een wijze kerkenraad. Om een gemeente en een kerkenraad waar de Geest onbelemmerd zijn werk kan doen.

[1] De Reformatie, jaargang 84 – nummer 24 en 25: ‘Met liefde kun je niet alles bedekken’ en: ‘Talen van liefde’.

vrijdag 24 april 2009

Stromen van levend water (2)

Bij belemmeringen kunnen we denken aan: onkunde, angst voor God, ongehoorzaamheid aan God, trots, een overmatig kritische houding, gebrek aan vergevingsgezindheid, wrok, jaloezie, zonden waar wij willens en weten aan vasthouden. [1] Jos Douma schrijft ook over belemmeringen, over een sluier, een bedekking. [2] Die sluier kunnen onbeleden zonden zijn. Of wonden: wij zijn gewonde mensen. Pijnlijke herinneringen of bitterheid hebben ons doen ‘kiezen’ voor onkwetsbaarheid, hardheid, ontoegankelijkheid. Of bonden: onbijbelse gedachtepatronen zoals ‘Ik ben het niet waard om gezien te worden’ of ‘Ik ben een looser’.

Maar, hoe zorgen wij ervoor, dat die belemmeringen verdwijnen uit ons leven? Ga ermee naar Jezus. Vraag Hem om vergeving. Vraag Hem om je hart aan te raken. Alleen door zijn vergevende, genezende en bevrijdende genade zullen wij stromen van levend water voortbrengen en steeds meer naar het beeld van Jezus verandert worden.

[1] L.M. Vreugdenhil – Vriendschap met God – pagina 31
[2] Jos Douma, zijn tweede preek over 2 Korintiërs 3 : 18

Jos Douma schrijft over vergeving voor zondige mensen, genezing voor gewonde mensen en bevrijding voor gebonden mensen in zijn boekje: Genade ervaren – Het verlossende werk van Jezus in je leven.

woensdag 22 april 2009

Stromen van levend water (1)

In mijn vorige blog haalde ik ds. Klaas van den Geest aan die o.a. dit schrijft: “Die bekering komt er alleen als wij zelf ons overspoeld voelen met de kracht van de Geest van Christus.” Dat doet mij denken aan de tekst uit Johannes 7: 37 en 38: Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ In vers 39 staat dan, dat Jezus hier doelt op de vervulling met de Heilige Geest. Wij mogen bij Jezus onze geestelijke dorst lessen. En als wij dat doen, dat heeft dat tot gevolg dat wij ook een bron van levend water voor anderen worden. Levend water als beeld voor het werk van de Heilige Geest.

Het gaat hier niet om een stroompje, maar om stromen. Geen marginaal stroompje, maar overvloed. Overspoeld worden door Geest. Ik mis die overvloed wel eens in de kerk en bij sommige broers en zussen. Overvloed moet wel zichtbaar worden in het leven van mensen. Dat kun je niet achter de voordeur verborgen houden. Hoe komt het, dat er soms weinig te merken is van deze overvloed van de Geest?

Zou het niet komen, doordat wij de vervulling met de Geest (bewust en onbewust) belemmeren? Als wij Jezus niet toelaten op sommige terreinen van ons leven, zal hij zijn Geest niet in al zijn volheid kunnen geven. Dan zijn er belemmeringen, die ons verlangen (dorst) in de weg staan. In dezelfde mate als wij ons voor Hem openstellen, zal God ons vervullen met zijn Geest.

maandag 20 april 2009

Evangeliseren: moet dat echt?

Ds. Klaas van den Geest schrijft hierover. [1] Hij zegt o.a. dit: “We moeten ons bekeren van onze binnenkerkelijkheid: onze manier van geloven, die vaak zo op ons eigen welbevinden is gericht, onze erediensten, die zo vaak de exclusieve taal spreken van onze vertrouwde kerkcultuur. Die bekering komt er niet door maar te hameren op die opdracht. Die bekering komt er alleen als wij zelf ons overspoeld voelen met de kracht van de Geest van Christus.

Anders gezegd: hameren op het ‘moeten’ biedt geen soelaas. Die verandering, bekering komt voort uit de overvloed van genade die de Geest van Christus in de zijnen uitgiet. Zoals al eerder gezegd: veranderingen ontstaan door een spiritueel leven met Christus (zie mijn blog ‘Verandering van structuur of van het hart?').

Bij overvloed kun je niet anders meer dan meegaan met de stroom, de stroom van hemelse kracht. Als dat tot je doordringt en die kracht je meesleept, zal het getuigen van onze Heer de Koning die overwon onze tweede natuur zijn. Het vloeit gewoon voort uit je geloof, ons kerk zijn: je gelooft in Jezus’ koningschap. Je bent kerk met het oog op Gods koninkrijk.

[1] De Reformatie, jaargang 84 – nummer 28 – 18 april 2009

vrijdag 17 april 2009

Verandering van structuur of van het hart?

Ik las dit: “Ik moet denken aan het boek Le petit prince. Schrijver Antoine de Saint-Exupéry betoogt daarin dat als je een schip wilt bouwen, geen mensen bij elkaar moet brengen om hout aan te slepen, werktekeningen te maken en taken te verdelen. Leer ze te verlangen naar de zee, dan komt het schip vanzelf. Dat is onze opdracht als kerk: verlangen oproepen om in de nabijheid van de Here God te zijn.[1]

Jos Douma schrijft op zijn weblog over ‘spirituele gemeenteopbouw’. Het zegt daar o.a. dit: “Dan wordt duidelijk dat het uiteindelijk niet gaat om visievorming en nieuwe structuren, maar om verandering van mensen. Maar hoe veranderen mensen? Hoe kunnen mensen groeien in Christus? Hoe wordt de gemeente echt een vindplaats van liefde en spiritualiteit? Hoe kan een predikant inhoud geven aan een prediking die transformerende kracht heeft?

Beide citaten zeggen m.i. hetzelfde: het gaat niet zozeer om nieuwe, veranderde structuren (hout, werktekeningen, taken verdelen), maar om een verlangen, om verandering, groei van mensen. Veranderen van structuren kan wel een randvoorwaarde zijn, maar deze verandering leidt niet (automatisch) tot veranderende mensen. Dat roept dan de vraag op die Jos ook stelt: hoe veranderen mensen dan wel? Veranderingen ontstaan door een spiritueel leven met Christus.

Om die laatste zin nog wat duidelijker te maken, volgen hier twee definities of verklaringen van het begrip christelijke spiritualiteit:
· Christelijke spiritualiteit oriënteert zich op de geest van Jezus Christus. Ze grijpt in de ontplooiing van het geestelijk leven steeds weer terug op de woorden en daden van Jezus, op zijn leer en op zijn verlossend en bevrijdend handelen. [2]
· Met spiritualiteit bedoel ik de wederzijdse betrekking tussen God en ons, waarbinnen we door de heilige Geest gaandeweg steeds meer worden omgevormd tot mensen die het beeld van Christus vertonen, zodat onze verbondenheid met God ook aan de buitenkant zichtbaar wordt in de praktijk van ons leven. [3]

[1] Artikel uit het ND van 10 april: Kerkleiders moeten vrij kunnen praten.
[2] Anselm Grün – De bronnen van spiritualiteit, pagina 8 – 10
[3] Philip Troost – Christus ontvangen – gereformeerd en charismatisch: leren van elkaar, pagina 10, 11

woensdag 15 april 2009

‘Moeten’ moet?

Ad de Bruijne schreef over ‘Moeten’ moet in het ND. Hij geeft aan, dat er in de kerk soms sprake is van allergie voor ‘moeten’. ‘Wij moeten niet, wij mogen’. Hij waarschuwt ons voor de dwaling, dat plichten en geboden gelden als iets oudtestamentisch en wettisch. En dat we in het Nieuwe Verbond vrij zouden zijn van de wet en we leven door de Geest.

De Bruijne stipt veel zaken aan rond de wet, zonder ze uitvoerig te behandelen. Dat kan ook niet anders in een kort artikel. Maar De Bruijne loopt zo wel het risico met zevenmijlslaarzen aan zijn punt te maken. Hij schrijft over verhullend spreken over plichten. Over allergie voor ‘moeten’ en dat de samenleving ons daarin is voorgegaan. Over eigen versies van de wet van God voor gebruik in de kerkdienst. En over de dwaling zoals genoemd in de eerste alinea van deze blog.

Er is in het verleden te veel misgegaan met het gebruik van de wet van God om er nu zo kort over te schrijven. Ook zit het ons in de genen om ons te houden aan regels zonder dat ons hart erbij betrokken is (wetticisme). Een buitenkant zonder binnenkant. Hoe het ook zei, de volgende zinnen in het artikel vormen voor mij het belangrijkste onderdeel: “Verbonden aan Christus mogen we die positie (AG: onze positie als mensen ten opzichte van God) hervinden. Bij die relatie past een grote variatie aan woorden: liefde, creativiteit, vrijheid, zelfstandigheid. God is Vader, Bruidegom, Vriend. Maar hij is ook Heer. Dus blijft ook het woordje ‘moeten’ in die relatie volstrekt op zijn plaats.” Ja, in de relatie met God is het woordje ‘moeten’ op z’n plaats! Het christelijk leven bestaat niet uit wetten en regels, maar uit vertrouwen en liefde. Binnen de context van die relatie, die liefde geeft de wet van God aan hoe we mogen liefhebben. God liefhebben en zijn geboden houden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Er is nog iets waaraan ik moest denken bij het lezen van het artikel van De Bruijne. Dr. A.J. de Visser hield ooit een toesprak met als titel: Christus als Heer in het leven van de gelovige. Daarin ging het over de positie van de wet o.a. in relatie tot de plaats van Jezus Christus in het leven van de gelovigen. Hij waarschuwt in dat artikel voor het te veel nadruk leggen op de gehoorzaamheid van de wet (op het ‘moeten’). Hij zegt: “Leg nadruk op het bijbelse gegeven dat Christus Heer is en wil zijn in het leven van iedere christen. Dat plaatst de gelovige voor het aangezicht van zijn verlosser Jezus Christus, die redding en rechtvaardiging geeft en oproept tot gehoorzaamheid. De gelovige wordt er zo aan herinnerd dat hij geroepen is tot gehoorzaamheid, niet aan een wetboek of aan kerkelijke regels of inzettingen, maar aan de Meester Jezus Christus. Die gehoorzaamheid heeft een persoonlijke dimensie.” Aandacht vragen voor ‘moeten’ is denk ik op zich niet verkeerd, als het maar niet leidt tot te veel nadruk op gehoorzaamheid.

Jos Douma heeft over hetzelfde artikel van De Bruijne een blog geschreven: ‘Moeten’ moet niet. Lees die eens door!

maandag 13 april 2009

Zijn dorst – onze dorst

Ik heb in de week voor Pasen nagedacht, gemediteerd over de kruiswoorden van Jezus en daarbij dankbaar gebruik gemaakt van de uitwerking van deze woorden op de weblog van Jos Douma. Mooi om zo toe te werken naar Goede Vrijdag en Pasen.

Vooral het kruiswoord ‘Ik heb dorst’ (Johannes 19 : 28) is in mijn gedachten blijven haken. Door de uitwerking die Jos eraan geeft. De dorst van Jezus was zowel een fysieke dorst als een geestelijke dorst. Mooi om die geestelijke dorst in te kleuren vanuit Psalm 63. Het boek der Psalmen is hét Bijbelboek waar emoties en diepe gevoelens onder woorden wordt gebracht. De uitroep van Jezus ‘Ik heb dorst’ was een uitroep vol emotie en gevoel.

Keller zegt over zichzelf: “(…) maar ik veranderde pas toen ik besefte dat ikzelf in Jezus’ verhaal voorkom (en hij in het mijne). Daarbij doelt hij op het verhaal van het kruis. Wij kijken niet van een afstandje naar de gebeurtenissen op Golgotha, maar die geschiedenis is onze geschiedenis. Omdat Jezus dorst had aan het kruis, behoef ik nooit meer dorst te hebben. ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken!’ zegt Jezus in Johannes 7 : 37.

Dominee L.M. Vreugdenhil gebruikt Johannes 7 : 37 om in zijn boek ‘Vriendschap met God’ uit te leggen hoe je de vervulling met de Heilige Geest kunt ontvangen. Dorst hebben: met dorst wordt verlangen aangeduid. Komen: Je moet voor het lessen van je dorst bij Jezus komen. We moeten bij Jezus zijn voor de kracht van de Heilige Geest. Drinken: met ‘drinken’ bedoelt Jezus geloven. Als wij verlangen naar de vervulling met de Heilige Geest, als wij er om bidden, dan mogen we ook geloven dat God ons gebed verhoort.

vrijdag 10 april 2009

Gewoonte en waarheid

De predikant Bas Luiten schrijft nog meer behartigenswaardige woorden in het al eerder genoemde artikel ‘Met liefde kun je niet alles bedekken’ (de Reformatie – jaargang 84 – nr. 24).

“Wij belijden en beloven dat wij ‘de gewoonte niet op één lijn stellen met de waarheid’ (NGB art. 7), maar in de praktijk schenden wij die belofte aan de lopende band. Eén op de drie jongeren vertrekt, lang niet altijd omdat de liefde tot God wordt opgezegd, maar omdat ze met die liefde in de kerk zo weinig mogen. Omdat kerkenraden geen ruimte voor hen maken. Omdat alles al geregeld is. Omdat we vooral niet willen veranderen. Omdat het nieuwe niet past. Omdat we geen ‘onrust’ willen.”

Hoe is dat in onze gemeente (GKv)? Is bij ons ook niet de (menselijke) neiging om zoveel mogelijk bij het oude te laten? Is hier niet zomaar sprake van ‘gewoontes’ die een sterkere zeggingskracht toebedeeld krijgen dan de Waarheid? Waarheid is meer dan het herhalen van vrome clichés. Op een gereformeerde manier omgaan met de Waarheid betekent: elke keer weer terug naar de Bijbel en dus niet het (eindeloos) herhalen van oude waarheden. Hoe gereformeerd zijn wij eigenlijk?

donderdag 9 april 2009

Tegenstellingen

Bas Luiten schrijft in het al eerder genoemde artikel ‘Met liefde kun je niet alles bedekken’ (de Reformatie – jaargang 84 – nr. 24) ook over zelfbedachte tegenstellingen. Hij reageert met zijn artikel op andere schrijvers die schreven over vernieuwers die onrust zouden stoken in de kerk en over ruimdenkende en verontruste kerkleden.

Luiten vraagt in zijn artikel: “Wat moeten we dan nog doen om elkaar te verstaan? Naar mijn vaste overtuiging kan dat alleen als we iedere zelfbedachte tegenstelling uitbannen.” In dat verband noemt hij oud tegenover nieuw en ouderen tegenover jongeren. Hieraan zijn nog vele toe te voegen: vernieuwers tegenover mensen die behoudend zijn, ruimdenkende tegenover verontruste kerkleden, etc.

Niet alleen wat mensen betreft zijn we snel geneigd om in tegenstelling te denken. We denken in de kerk ook op andere gebieden zomaar in tegenstellingen, dilemma’s, in zwart-wit schema’s. Iets is goed of fout. Waarheid of onwaarheid. Gereformeerd of evangelisch. God (centraal) of mensen. Terwijl het gewone leven en zeker ook het geloofsleven (leven in de kerk) eindeloos gevarieerd mag zijn en de werkelijkheid veel genuanceerd is dan wij vaak denken. Het denken en spreken in (zelfbedachte, valse) tegenstellingen werkt scheidingmakend en dient de eenheid niet. Weg ermee dus! Laat het geen plaats hebben in ons leven en in ons spreken en handelen.

woensdag 8 april 2009

Jezus is het doel

Het gaat erom dat wij ons richten op Jezus. Het gaat om Jezus zelf, om het ontmoeten van Jezus, om het omhelzen van Jezus. Dat is het doel! Al het andere is een middel: Bijbellezen, bidden, kerkvormen, kerkgang, ja zelfs het geloof. Niet dat middelen niet belangrijk zijn, maar ze dienen het doel. Middelen brengen je bij het doel. Als middelen (zoals kerkvormen) niet meer of beperkt dienstbaar zijn aan dat doel, dan moeten ze veranderen. Wij lopen het risico zoveel gewicht te geven aan een middel, dat het wel een doel op zich lijkt. Dat is verwarrend, dat blokkeert zo maar het zicht op het ene doel: een gericht zijn op Jezus.

maandag 6 april 2009

Het gaat om mensen

Ik lees met een zeker regelmaat artikelen die mij (emotioneel) raken. Zo’n artikel is de toespraak van Jos Douma zoals hij die gehouden heeft op het symposium “Pionieren voor het koninkrijk’. Jos bericht daarover op zijn weblog en in het ND zijn er twee artikelen over geschreven: Eten, praten en samen op de knieën en Een kerk van tuig.

De toespraak van Jos kun je nalezen: Pionieren voor het koninkrijk, De koning, de leeuw en het lam. Ik vind het een bijzondere toespraak. Jos vroeg zichzelf af, waarom hij niet een “doorwrochte studie over The sinking church and the emerging church” zou schrijven, maar in plaats daarvan een meditatief boek over het koninkrijk. Zijn antwoord is: “Hoe meer ik me richt op Jezus en hoe meer ik me verdiep in het koninkrijk hoe helderder het voor mij wordt waar het in de kern om gaat. Wat is die kern? Dat het er om gaat dat mensen op Jezus gaan lijken, dat er spirituele vorming in Christus plaats vindt, (…).” Mensen die op Jezus gaan lijken. Deze zin roept als vanzelf 2 Korintiërs 3 : 18 in gedachten. Door een gericht zijn op Jezus, gaan we (door de kracht van de Geest) steeds meer op Jezus lijken.

Vervolg 7 april: De toespraak van Jos heeft tot de nodige reacties (vooral op weblogs) geleid. Jos heeft daarop weer gereageerd en uit zijn reactie blijkt heel duidelijk wat hij in zijn toespraak vooral heeft willen zeggen. Ik citeer:
- Laten we samen erover nadenken hoe we binnen en buiten de context van de gevestigde kerken bezig kunnen zijn met ‘leerlingen maken’ (Matteüs 28:18-20) of in termen waar ik zelf van houd: hoe we concreet bezig kunnen zijn met ‘spirituele vorming in Christus’. Als dat de focus is, zijn de manieren niet interessant. Of anders gezegd: dan zal blijken dat er veel verschillende manieren zijn waarop er leerlingen worden gemaakt en mensen nieuw worden.- Laten we er allemaal open voor blijven staan dat er - ondanks veel negatieve en bittere ervaringen, die ik niet wil ontkennen - ook in de gevestigde kerken nog heel veel goede en mooie dingen gebeuren die het verdienen te worden aangeduid als: LEVEN in het koninkrijk.

Het gaat Jos niet om nieuwe kerkvormen maar om nieuwe mensen. Om vernieuwde mensen. En om de vraag hoe mensen vernieuwd worden of met andere woorden steeds meer op Jezus gaan lijken. Ditzelfde vind je terug bij Jos als hij schrijft over spirituele gemeenteopbouw. Uiteindelijk gaat het om verandering van mensen.

vrijdag 3 april 2009

Persoonlijk getuigenis: God én mensen

Afgelopen week sprak ik iemand over het onderwerp ‘persoonlijke getuigenissen in de kerk’. Hij gebruikte het veel gehoorde tegenargument: in de eredienst staat God centraal.

Wat zouden mensen nu bedoelen met dat argument? Ik denk dat in de discussie over het wel of niet toelaten van persoonlijke getuigenissen in een kerkdienst het argument zoiets betekent als: God staat centraal en (dus) niet de mens. Daarom geen menselijke, persoonlijke getuigenissen, maar vooral Woordverkondiging.

Maar is dat wel een terechte bewering: God staat centraal en niet de mens? Zo wordt er toch een tegenstelling gemaakt tussen God en mensen? God wel centraal en de mens niet? Bas Luiten schreef daar al eerder over: dat eredienst meer is dan Woordbediening, hoe centraal die bediening ook is. “Eredienst is ontmoeting, vernieuwing van het verbond! God is daarin de Eerste, toch komt ook de mens in beeld, groot en klein.” Het is het werk van de Geest die mensen brengt tot hun antwoord en hun overgave.

Ja, een kerkdienst is ontmoeting tussen God en mensen. Een ontmoeting die bestaat uit actie en reactie. Zo is ook de liturgie opgebouwd. Zowel God als mensen zijn aan het woord in de kerk. Het argument ‘in de eredienst staat God centraal’ kan zomaar een vroom cliché worden, zonder daarbij jezelf de vraag te stellen: maar doet deze bewering wel recht aan hoe de Bijbel spreekt over het geloof als een relatie (verbond) tussen God én mensen?

Het is wel zo, dat Gods eer centraal staat in de kerk. Maar daar heb ik in een vorige blog al over geschreven, dat een persoonlijk getuigenis heel goed tot eer van God kan zijn. Dat is zeker ook een voorwaarde die gesteld zal moeten worden aan persoonlijke getuigenissen. Niet mensen vertellen over hoe groots ze zijn, maar ze vertellen hoe de grootsheid en glorie van God zichtbaar is geworden in hun leven, tot eer van God en tot opbouw van de luisteraar.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO