vrijdag 29 mei 2009

Leven in een nieuw verbond

“Belangrijk kenmerk van leven in het nieuwe verbond is dat de wet in je hart wordt geschreven.” Dat betekent o.m. dat Hij je ‘wil’ verandert. “God zelf zorgt er voor dat mensen in het nieuwe verbond Hem willen dienen. Dat mag je dan ook best laten doorklinken.” Het gaat om de navolging van Jezus, het geleid en vervuld zijn door de Geest.

“Als God de wet in het hart schrijft, valt er meer te zeggen dan ‘moeten’!” Sieds de Jong denk dan met name aan willen. “Je wilt God dienen. Daar zorgt God zelf voor. Als het gaat om het dienen van God en het leven naar zijn wet kunnen en mogen we niet volstaan met ‘moeten’ maar moeten meer toonsoorten klinken.” In dit verband noemt De Jong o.a. de volgende Bijbelteksten: Rom. 8 : 5, Gal. 5 : 16 en 1 Petr. 4 : 2.

Nadenken, bidden, in de Bijbel lezen over vervult worden met de Geest en het belemmeren van het werk van de Geest past m.i. bij het nieuwe verbond. Hameren op de regels van de wet is typisch iets wat vooral past bij het oude verbond. Het oude verbond was mooi, maar het nieuwe verbond zoveel mooier. ‘De luister van toen is niets in vergelijking met de overweldigende luister van nu.” (2 Kor. 3 : 10). Het is niet maar een verschilletje, nee het verschil is gigantisch (‘niets in vergelijking met’)! Het verschil is Christus die met Zijn Geest ons wil vervullen, zodat wij op die manier gaan lijken op Jezus. We worden weer zoals we oorspronkelijk bedoeld waren: evenbeeld van God.

Als het nieuwe verbond zoveel mooier is dan het oude, zouden we dan niet dit nieuwe verbond als uitgangspunt moeten nemen ook in preken over bijvoorbeeld de 10 geboden? Ik heb ook al eerder geschreven [1] over dat strijden tegen de zonden vooral moet zijn strijden voor het vervuld worden met Christus (de Heilige Geest). Laten we ons concentreren en focussen op Christus en laat het ons grootste verlangen zijn om vervuld te worden met Zijn Geest (het nieuwe verbond). En in het verhaal over de strijd van een homoseksueel zegt deze: “Hoe meer je je focust op je homoseksualiteit, hoe zwaarder dat gewicht wordt. Dan gaat het je leven bepalen. Maar naarmate je je meer op God richt, zul je merken dat je de problemen waarmee je worstelt in je leven kunt hanteren.”[2] Ook daarin zie ik de lijn terug van het nieuwe verbond. Richt je vooral op Christus en niet zozeer op het houden (en overtreden) van de wet.

N.a.v. De Reformatie, jaargang 84 – nr. 31 – 9 mei 2009: ‘Moetwil’ van ds. Sieds de Jong.
[1] Mijn blog ‘Stop met vechten tegen de zonden!
[2] Mijn blog ‘Verleidingen: richt je op God

donderdag 28 mei 2009

Het oude en nieuwe verbond

De predikant Sieds de Jong schreef over het oude en nieuwe verbond.[1] Hij zegt daar o.a. het volgende over: “Gereformeerden zijn er altijd als de kippen bij om de eenheid van het oude en nieuwe verbond te benadrukken. En terecht. Maar dat neemt niet weg dat er óók verschil is. Ik heb het idee dat dáár onder gereformeerden wat minder oog voor is.” Ik denk dat De Jong daarin gelijk heeft. Er wordt (te) weinig vanuit het nieuwe verbond gepreekt en gesproken. Anders gezegd, preken krijgen te veel een oudtestamentische (oude verbond) lading mee. Doen wij onszelf daar niet heel erg te kort mee?

De Jong schreef dat de Bijbel over het verschil tussen het oude en nieuwe verbond niet vaag of onduidelijk is. “Paulus karakteriseert zijn werk (…) als ‘een nieuw verbond dienen’. Dit wordt door hem uitgelegd met: ‘niet het verbond met een geschreven wet, maar dat van zijn Geest’. (2 Kor. 3 : 6). Ook de schrijver van de Hebreeënbrief maakt een duidelijk onderscheid: Hij heeft het over Jezus die ‘de middelaar is van een beter verbond, waarvan de rechtskracht op betere beloften berust.”(Hebr. 8 : 6). En toen de HEER sprak van een nieuw verbond (…) ‘heeft Hij daarmee het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.”(Hebr. 8 : 13). Er is onmiskenbaar verschil tussen het oude en het nieuwe verbond.”

[1] De Reformatie, jaargang 84 – nr. 31 – 9 mei 2009: ‘Moetwil’.

woensdag 27 mei 2009

Het “hijgerige” van meer en beter

Iemand schreef over “de hijgerige toon van als maar meer en als maar beter”. Hij ergerde zich aan een enorme gerichtheid op persoonlijke groei en 'spiritualiteit'. Het moet vooral niet gaan over 'groei', 'meer', 'gevolgen', 'effect', 'anders dan vroeger', etc.

Nu kan er een sfeer van ‘hijgerigheid’ meekomen bij het spreken over groei, veranderen en spiritualiteit (geestelijk leven), namelijk als we groei, veranderen, een geestelijk leven zien als een doel. Maar hebben we dan wel de Bijbelse boodschap goed begrepen?

Een geestelijk leven is het leven waarin de Geest van Christus ons gegeven wordt. De Geest die ons voor 100% wil laten deelnemen aan het goddelijk bestaan, een bestaan dat nieuwe mensen van ons maakt met een nieuwe geest. “In en door de Geest van Christus worden we Christussen voor anderen, overal en altijd. Discipelschap (leerling zijn) is dus het leven van de Geest in onszelf, waardoor we opgetild worden naar het goddelijke leven.” Nouwen schrijft, dat de weg van het kruis ons eigen pad wordt, niet omdat we proberen Jezus na te volgen, maar omdat we door onze verwantschap met zijn Geest veranderd zijn in levende Christussen.[1]

Met andere woorden: Jezus navolgen vanuit onszelf kunnen wij niet. Alleen als de Geest ruim baan krijgt in ons leven, dan volgen wij Jezus na, worden wij als Jezus (Christus). Alleen door de Geest ontstaat er ‘groei’, is er sprake van ‘meer’ (gaan wij meer en meer op Jezus lijken) en worden allerlei ‘effecten’ zichtbaar in ons leven (vruchten van de Geest die eigenschappen van God zelf zijn). Als wij de glorie van de Heer zien (die glorie heeft vooral een gezicht gekregen in Jezus Christus) gaan wij door de Geest meer en meer veranderd worden in Christussen. ‘Groei’, ‘meer’, ‘beter’, ‘veranderen’ zijn dus geen doel maar een gevolg van het werk van de Geest in ons. Dat heeft niets met ‘hijgerig’ te maken, maar alles met ‘geestelijk’. Zoals al eerder gezegd: Jezus volgen betekent niet dat je iets moet leren beheersen, maar dat je jezelf laat beheersen door de Geest.

[1] ‘Nederigheid en dienstbaarheid – het neerwaartse pad van Christus’ van Henri Nouwen

Lees over de vervulling met de Geest ook mijn blogs 'Stromen van levend water (1)' en 'Stromen van levend water (2)'.

maandag 25 mei 2009

Verleidingen en identiteit


Nouwen schrijft in het in mijn vorige blog genoemde boek dat onze honger om te willen opvallen, ons verlangen om belangrijk te zijn en macht uit te oefenen heel veel te maken heeft met de zoektocht naar onze eigen identiteit. Deze verleidingen zijn in feite een uiting van twijfel aan de volledige en onvoorwaardelijke manier waarop God ons aanvaardt.

Maar, hoe aanvaardt God ons? Wat mag bepalend zijn voor een christelijke identiteit? Nouwen schrijft, “dat God ons onbegrensd en grenzeloos aanvaardt als zijn geliefde kinderen, een aanvaarding zo volledig, zo allesomvattend, dat wij daardoor bevrijd worden van ons dwangmatig verlangen om te worden gezien, geprezen en bewonderd. We zijn zoals God ons in liefde heeft gemaakt: kinderen van het licht, kinderen van God.”

Volgens Nouwen vinden wij door God te dienen ons ware zelf (identiteit) en hebben wij niet langer bevestiging nodig van de wereld om ons heen. Het toegeven aan de verleidingen (opvallen, belangrijk zijn en macht) zijn pogingen om jezelf vast te klampen aan de illusies van het onware zelf. Alleen een leven van voortdurende innige verbondenheid met God kan ons eigen ware zelf laten zien. Er is dus een verband tussen het omgaan met verleidingen en je (christelijke) identiteit.

Nouwen hield ooit een indrukwekkende toespraak bij Hour of Power – “U bent geliefd

zaterdag 23 mei 2009

Nederigheid en dienstbaarheid


Ik las het boekje ‘Nederigheid en dienstbaarheid – het neerwaartse pad van Christus’ van Henri Nouwen. Een mooi boek dat gaat over het verband tussen ons geestelijk (spiritueel) leven en de oproep om dienstbaar te zijn. Dienstbaarheid en geestelijk leven zijn volgens Nouwen twee kanten van dezelfde medaille.

Dit onderwerp werkt hij uit door te schrijven over onze roeping om Christus te volgen op het pad van de nederigheid. Het neerwaartse pad van Christus (Filippenzen 2 : 6 – 8). Die roeping komt tot ons, die leven in de wereld en dat is nu juist de plaats waar de duivel huishoudt. Nouwen schrijft daarom ook over verleidingen waar wij keer op keer mee te maken krijgen. De verleiding ‘belangrijk te zijn’, ‘op te vallen’ en ‘macht’ te hebben. Anders gezegd: de wereld doet een indringend opwaarts gericht beroep op ons. Een drang om hogerop te komen, het te maken in deze wereld, om als overwinnaar te voorschijn te komen, om succesvol te zijn.

Er is een spanningsveld tussen roeping en verleiding en juist dit spanningsveld noodzaakt ons ertoe ons te vormen op spiritueel gebied. We worden met de vraag geconfronteerd: “Hoe brengen wij ons hoofd en ons hart in overeenstemming met de geest en het hart van de onbaatzuchtige Christus?” Nouwen stelt ons in dit verband voor de opdracht (discipline) te luisteren naar de kerk, de Bijbel en ons hart (persoonlijk gebed). We kunnen geen discipel zijn zonder discipline! “De discipline van een volgeling van Christus betekent niet dat hij actief iets moet leren beheersen, maar juist dat hij zich moet laten beheersen door de Geest.”

woensdag 20 mei 2009

Veranderen door te begrijpen


Keller schrijft in zijn boek ‘De vrijgevige God’ ook over veranderen. Maar waarom zouden we moeten veranderen? “Gewoontegetrouw en instinctief zoeken we onze rechtvaardiging, hoop, zin en zekerheid niet bij God en zijn genade, maar elders. We geloven het evangelie op een bepaald niveau, maar op diepere niveaus niet. Goedkeuring door mensen, succes in je werk, macht en invloed, familie en groepsidentiteit – ze wekken in ons hart een ‘functioneel vertrouwen’ en komen zo in de plaats van wat Christus heeft gedaan. Zulke dingen verander je niet door pure wilskracht, door Bijbelse principes te leren en te proberen die in praktijk te brengen.” Maar hoe dan wel?

Blijvend veranderen kunnen we alleen als we het evangelie dieper in ons verstand en in ons hart laten zinken. We moeten ons voeden met het evangelie door het via een soort geestelijke spijsvertering deel van onszelf te laten worden. Dat is de manier waarop we groeien.

Keller noemt twee voorbeeld uit Paulus brief aan de Korintiërs. De gulheid om geld te geven en de mate van trouw in het huwelijk. “De oplossing voor gierigheid is heroriëntatie op de gulheid van Christus in het evangelie, waar hij zijn rijkdom voor u uitstortte. De oplossing voor een slecht huwelijk is heroriëntatie op de radicale liefdestrouw van Christus in het evangelie. Een trouw of gul mens word je niet van een verdubbelde inspanning om morele regels te volgen. Alle verandering komt veeleer door een dieper verstaan van de redding door Christus (…).

Keller haalt daarbij de gelijkenis van de zaaier aan (Matteüs 13). “Drie groepen mensen ‘ontvangen’ het evangelie en nemen het aan, maar bij twee daarvan groeit geen veranderd leven op. De enige groep mensen bij wie een veranderd leven opkomt, heeft niet harder gewerkt of is niet gehoorzamer geweest; het ‘zijn zij die het woord horen en begrijpen’.” Dat zijn mensen die begrijpen hoe kostbaar de genade is. Hoe ernstig God de zonde neemt en dat hij ons er alleen van redden kon tegen oneindige kosten voor hemzelf.

maandag 18 mei 2009

De Vader en de ware oudste broer


Keller maakt ons opmerkzaam op het feit, dat de vader voor elk van beide zonen naar buiten komt en zijn liefde aan hen betuigt, om hen zo binnen te halen. De jongste zoon wordt niet overladen met verwijten, het tegendeel is het geval. Hij mag delen in een overvloed aan vaderlijke affectie. “Ook voor de boze, rancuneuze oudste zoon gaat de vader naar buiten en hij vraagt hem dringend ook naar het feest te komen. Het laat zien dat zelfs de meest gelovige en fatsoenlijke mensen deze openingszet van Gods genade nodig hebben (…). We zullen God nooit vinden tenzij hij eerst ons zoekt.”

“Jezus laat in dit verhaal geen ware oudste zoon optreden, die er alles voor overheeft om het verlorene te zoeken en te redden. Het is hartverscheurend. De jongste zoon krijgt als broer een Farizeeër. Maar wij niet. Jezus laat in dit verhaal een foute broer optreden, en stuurt zo bij ons aan op een voorstelling van, en het verlangen naar, een ware.” Onze ware oudste broer betaalde aan het kruis de schuld in onze plaats. “Er was voor de hemelse vader geen andere manier om ons binnen te halen dan op kosten van de oudste zoon.

“Hoe is de gang van zaken in ons hart te veranderen van een dynamiek van angst en woede naar een van liefde, vreugde en dankbaarheid? (…) je moet geraakt worden door een beeld van wat het heeft gekost om jou thuis te halen. We zullen altijd jongste of oudste zonen blijven zolang we niet onze nood erkennen, rust vinden in ons geloof, en in verwondering zien op het werk van onze ware oudste broer, Jezus Christus.”

zaterdag 16 mei 2009

De jongste zoon wordt gered

In zijn boek stelt Keller de vraag: “Waarom zet Jezus het verhaal zo in elkaar dat een van beiden gered wordt, weer in de juiste relatie tot zijn vader komt te staan, en de ander niet (het gebeurt althans niet voor het eind van het verhaal)?

Grün geeft een mooi en duidelijk antwoord op deze vraag.[1] “Daar waar wij aan het einde van onze mogelijkheden zijn, waar er niets meer voor ons opzit dan ons over te geven, daar kan onze relatie tot Christus groeien, daar krijgen wij een vermoeden hoe wij helemaal op Hem zijn aangewezen. Daar groeit het verlangen naar onze Verlosser en Heiland.”

“(…) waar de mens niets heeft, staat hij open voor de gave van de goddelijke genade. Jezus prijst de armen zalig, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, die treuren, die niet kunnen bouwen op zichzelf en op eigen kracht, maar die helemaal aangewezen zijn op Gods genade.”

De jongste zoon zat diep in de ellende en kwam toen tot bezinning en zijn hart ging uit naar zijn vader. De oudste zoon kende die nood niet. Hij deed trouw zijn werk. Conformeerde zich aan de morele regels en standaarden. Hij had het prima voor elkaar.

Dit verschil tussen de nood van de jongste en het prima voor elkaar hebben van de oudste wordt ook sterk uitvergroot in de gelijkenis van de Farizeeër (oudste zoon) en de tollenaar (jongste zoon) die samen bidden in de tempel (Lucas 18 : 9 – 14). De farizeeër bidt: “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.” Hij bleef daarbij trots rechtop staan. De tollenaar bidt: “God, wees mij zondaar genadig.” Hij sloeg zich daarbij op de borst en durfde zijn blik niet eens op de hemel te richten. En Jezus zegt dan: “Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet.”

Keller trekt daarom deze bijbelse les: “De mensen die erkennen dat ze niet bijzonder goed of ruimdenkend zijn, bewegen zich in Gods richting, (…). De mensen die denken dat het met hen best goed gaat, dank u, bewegen zich bij God vandaan.”

[1] Spiritualiteit van beneden – Anselm Grün en Meinrad Dufner, pagina 19 en 21

vrijdag 15 mei 2009

Oudste zoon


Dat de jongste zoon fout is, dat behoeft weinig betoog. Maar wat is dan de fout van de oudste? Oudste zonen zijn God niet gehoorzaam om God zelf te krijgen. Zij hebben in hun streven om alle geboden te onderhouden geen oog voor God, maar alleen voor zichzelf. Zij zijn er van overtuigd, dat zij uit eigen kracht Gods geboden kunnen vervullen. Het gaat hun minder om de ontmoeting met God dan om zelf rechtvaardig te zijn en de wet te vervullen. “Ook al willen ze alles voor God doen, toch hebben zij God niet nodig. Het voldoen aan de norm en het zelf gestelde ideaal geeft voor hen de doorslag.”[1] Zo is de oudste zoon (evenals de jongste zoon) zijn eigen Verlosser en Heer en heeft hij Christus niet nodig.

Het zijn twee soort van zelfverlossing. Toch zijn beide soort niet even gevaarlijk. De jongste zoon ziet in dat hij een heiloze weg is ingeslagen en keert op zijn schreden terug. “De oudste zoon is meer verblind voor wat er aan de hand is. en daarom is het oudstezoonschap of Farizeeërschap als geestelijke toestand uitzichtlozer. “Oudste zonen zullen God nooit om genezing smeken. Ze zien niet wat er mis met hen is. En dat kan fataal zijn.”

[1] Spiritualiteit van beneden – Anselm Grün en Meinrad Dufner, pagina 18 en 19

donderdag 14 mei 2009

Moreel conformisme - zelfontdekking


Keller schrijft, dat Jezus de twee zonen gebruikt als illustratie van de twee wegen waarlangs mensen geluk en vervulling najagen: de weg van moreel conformisme (oudste zoon) en de weg van zelfontdekking (jongste zoon). “Mensen die de weg van moreel conformisme gaan, zeggen: ‘Ik doe niet wat ik wil maar wat de traditie en de mensen willen dat ik doe.’ Wie de weg der zelfontdekking kiest, zegt: ‘Ik ben de enige die bepalen kan wat goed of slecht voor mij is. Ik leef zoals ik leven wil en vind op die manier mijn ware ik en mijn geluk.’”

Ben je of oudste zoon (moreel conformisme) of jongste zoon (zelfontdekking)? Keller geeft aan, dat mensen vanuit hun temperament kunnen neigen tot een leven van moreel conformisme of een leven van zelfontdekking. Er zijn ook mensen die heen en weer pendelen. “Velen hebben de denkvorm van het moreel conformisme beproefd, raakten erdoor vermorzeld, en maakten toen een dramatische stap naar een leven van zelfontdekking. Anderen maken een tegenovergestelde beweging.” Sommige mensen combineren de twee zienswijzen in één persoonlijkheid: zo zijn er oudste zonen die ook een verborgen jongstezoon-leven leiden.

“(…) bij alle variatie blijven het toch in principe twee manieren van leven. De boodschap van Jezus met zijn gelijkenis is dat beide manieren fout zijn.”

zaterdag 9 mei 2009

de Twee Verloren Zonen


Ik heb het boekje ‘De vrijgevige God – Recht naar het hart van het christelijke geloof’ van Tim Keller gelezen. In het boek gebruikt Keller de gelijkenis van de Verloren Zoon (Lucas 15 : 11 – 32) om de “essentie van de christelijke boodschap in beeld te brengen, het evangelie.” Nu is er al veel geschreven en gepreekt over deze gelijkenis, maar toch weet Keller op een verrassende manier de boodschap op papier te zetten. De boodschap van het evangelie op scherp te zetten.

Er is altijd veel aandacht gegeven aan de jongste zoon, maar Keller laat zien dat deze gelijkenis gaat over de jongste én de oudste zoon én over de vader. Met de jongste zoon doelt Jezus op de tollenaars en zondaars en met de oudste de Farizeeën en de schriftgeleerden. De vader in de gelijkenis staat voor de hemelse Vader.

Jezus’ vertelling van deze gelijkenis is een reactie op de houding van de Farizeeën en schriftgeleerden. De doelgroep van dit verhaal zijn dus niet de jongste maar de oudste zonen. Jezus doet met dit verhaal vooral een oproep uitgaan naar de oudste zonen. “Gelovige mensen die alles doen om de Bijbel te volgen. Hij wil hen wijzen op hun verblinding, bekrompenheid en eigenwaan, en wil laten zien hoe ze hiermee hun eigen ziel en het leven van de mensen om hen heen te gronde richten.”

Keller schrijft dat Jezus mikte op “doorbreking van onze categorieën”. In Jezus’ dagen, en bij ons is het vaak niet anders, dachten ze in twee categorieën: gelovigen tegenover ongelovigen. Henk Binnendijk noemde dit ook in zijn lezing.[1] Hij zegt: Wij denken vaak dat er twee soorten mensen zijn: gelovigen en ongelovigen. Maar er zijn niet twee maar drie soorten mensen: ongelovigen, gelovigen en dat-wat-er-op-lijkt. De oudste zoon in het verhaal van Jezus behoort tot die derde categorie, de categorie van ‘dat-wat-er-op-lijkt’. Mensen die zich houden aan de traditionele moraal waarmee ze zijn grootgebracht. Die uit de Bijbel lezen, trouw naar de kerk gaan en er een gebedsleven op nahouden. Maar er is geen liefde tot de Vader. Ze zijn vervreemd van het vaderhart.

Henk zegt in zijn lezing, dat die groep (dat-wat-er-op-lijkt) heel groot is. De groep van oudste zonen. De lezing ging vooral over Openbaring 2 en 3. In Openbaring 3 lezen we ook van deze drie categorieën: koud (ongelovigen), warm (gelovigen) en lauw (dat-wat-er-op-lijkt). Jezus zegt daar, dat hij de lauwe mensen zal uitspuwen. Hij walgt van deze categorie mensen. Dit alles roept de vraag op: Tot welke categorie behoor ik/jij? Nee, een jongste zoon ben ik niet, maar ben ik niet ‘stiekem’ een oudste zoon?

[1] Mannendag Bunschoten – 2009: Wie overwint, hem zal ik geven.
Zie ook verkorte voorpublicatie in het ND: 'Al jaren lang werk ik voor u...'

vrijdag 1 mei 2009

Onrust is nuttig en heilzaam


Ik dacht nog wat na over ‘onrust’ en herinnerde mij, dat Tomlin daar ook wat over geschreven heeft. [1]

Tomlin schrijft het volgende: “(…) de basis van christelijk leven en getuigen ligt in ontevredenheid met de bestaande situatie. Het gevoel dat ‘dit niet zo zou moeten zijn’ is het ware begin van wijsheid. Ontevredenheid over de dingen zoals ze zijn, vergezeld van de intuïtie dat het anders kan, is het startpunt voor iedereen die zich met de God van Jezus Christus wil verbinden.”

Ontevredenheid met de bestaande situatie en het gevoel hebben dat het anders kan, ligt m.i. heel dicht bij ‘onrust’. Onrust kan dus blijkbaar nuttig en heilzaam zijn, ja zelfs van wijsheid getuigen. Onrust uit de weg gaan, of bagatelliseren of in de kiem smoren is dan juist onwijs en voorkomt heilzame effecten.

Geloven heeft alles te maken met veranderen, met groeien. Met een steeds meer gaan lijken op Jezus. Daarmee is ook gezegd, dat een gezonde kerk een gemeenschap is die verandert.[2] Veranderingen kunnen nu eenmaal onrust met zich mee brengen. Als je doel is zoveel mogelijk onrust voorkomen, zal dat betekenen dat je zoveel mogelijk de zaken laat zoals ze zijn. Geen veranderingen doorvoert. Maar het gevolgd daarvan is, dat er een ongezonde kerk ontstaat. “Gezonde dingen groeien – dat is een van de basisregels van het leven in Gods wereld. En de kerk vormt op deze regel geen uitzondering.”[3] Een ander gevolg is, dat mensen die een heilzame ontevredenheid kennen, vertrekken en hun heil elders gaan zoeken. “Als we dit een halt willen toeroepen, is het van belang dat kerken de kwestie van veranderingen serieus nemen.”[4]

Laten we ons daarom ook richten op het serieus nemen van veranderingen en niet zo zeer op het voorkomen van onrust.

[1] Graham Tomlin, Een kerk die prikkelt, pagina 39 en 40.
[2] idem, pagina 118, 133

[3] idem, pagina 113
[4] idem, pagina 111

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO