dinsdag 30 juni 2009

Uittocht uit kerkelijke gemeente

De laatste jaren hebben veel broers en zussen onze gemeente ingewisseld voor een andere gemeente (inmiddels zijn zo’n 120 – 130 mensen vertrokken). Ook nu weer staat er een uittocht van gemeenteleden voor de deur. Hoe komt dit toch? Wat kunnen wij als gemeente daaraan doen?

Grün geeft op deze vragen een antwoord. Hij schrijft in 'Spiritualiteit van beneden' dat daar waar er iets wringt, waar broers en zussen ontevreden zijn, waar zij mopperen, daar kunnen wij ontdekken welke blokkaden er zijn in de gemeenschap, maar ook welke krachten er werken. De mopperaars en ontevreden broers en zussen houden de gemeenschap steeds een spiegel voor.

In een organisme wordt altijd het meest zwakke lidmaat ziek. Maar die ziekte zegt iets over het hele organisme. Zo is het ook in een gemeenschap. Daarom is het juist belangrijk om in de kerk je bezig te houden met de ontevredenen en de mopperaars en het gesprek met hen aan te gaan. Om zo te reflecteren op jezelf als gemeenteschap.

Tot nu toe lijkt het er op, dat er weinig in de spiegel is gekeken. Waarom? Heeft men in de spiegel gekeken en is men direct daarna vergeten hoe men er uitzag? Of kijken we niet in de spiegel omdat we (denken) te weten dat het wel goed zit met ons uiterlijk? Een niet-volmaakte gemeente (en welke gemeente is dat niet) zal altijd elke keer weer opnieuw in de spiegel moeten kijken en de fouten en onvolmaaktheden onder ogen moeten zien. Om daarna de volgende wijze raad van Grün op te volgen: “Enkel het toegeven van een schuldig verleden kan ons naar een gezonde toekomst leiden.” Zonder een reflectie zal de uittocht doorgaan. God verhoede het.

vrijdag 26 juni 2009

Geestelijk leiderschap


Jan-Willem Grievink schrijft in Leadership over geestelijk leiderschap.[1] Hij betoogt dat bij geestelijke leiders er veelal gekeken wordt naar (natuurlijke) vaardigheden en talenten. Dat is ook goed volgens Grievink, “maar pas ná de veel en veel belangrijker geestelijke kenmerken!” Christenen kunnen leiding geven in een kerk, maar daarbij alleen maar gebruik maken van hun natuurlijke talenten. Gevolg: “Het verstaan van Gods stem is een kwestie van het hoofd (beredeneren) en niet van de geest. Gods Geest krijgt in feite geen ruimte in hun hart.”

Grievink spreekt uit eigen ervaring: “Ik zeg dit omdat ik ook in mijn eigen leven heb ervaren hoe gemakkelijk je als christen met je natuurlijke talenten aan het werk gaat. En hoe moeilijk het is om je te onderwerpen aan de leiding van de Heilige Geest, om in de leerschool van God te gaan staan.”

Of iemand zich onderworpen heeft aan de leiding van de Geest is door anderen moeilijk te beoordelen. De mens ziet vaak wat voor ogen is, terwijl de Heer het hart aanziet. Daar komt bij, dat wij volgens Grievink allemaal een sterke neiging hebben om geestelijk te acteren. “Dat willen we niet, maar de nestgeur (…) van kerken is zo groot dat we ons gemakkelijk gaan gedragen naar verwachtingen die ‘men’ ten aanzien van ons heeft.”

Daarom roept Grievink op christelijke leiders niet eerder in te zetten in de kerk dan wanneer je ‘overtuigd’ bent van hun geestelijke fundament. “We moeten hun primair leren dat gaven en talenten helemaal onderworpen moeten worden aan Gods Geest. Natuurlijk leiderschap, zonder écht geestelijk leven, is levensgevaarlijk in de kerk.” Waarom? Omdat het wel werkt en natuurlijk leiderschap voor het oog positieve effecten heeft.

[1] Leadership, 4e jg - nr 2 - De schaduwkant van natuurlijke talenten - Jan Willem Grievink

donderdag 18 juni 2009

Het is angst of liefde

Mijn broer stuurde mij ooit het volgende citaat. Ik moest er vandaag weer aan denken. “Elke handeling die door mensen wordt verricht, is gebaseerd op liefde of angst en dit geldt niet alleen voor die handelingen die met relaties te maken. Beslissingen betreffende het zakenleven, industrie, politiek, religie, de opvoeding van je kinderen, de sociale agenda van de naties, de economische doelstellingen van samenlevingen, keuzes aangaande oorlog, vrede, aanval, verdediging, onderwerping; besluiten om te begeren of weg te geven, te sparen of te delen, te verenigen of te scheiden …

Elke vrije keus die je ooit hebt gemaakt, komt voorts uit een van de twee reëel bestaande gedachten: die van liefde of die van angst. Angst is de energie die doet samentrekken, afsluiten, naar binnen trekken, wegrennen, verstoppen, hamsteren, schade berokkenen. Liefde is de energie die doet uitbreiden, openstellen, naar buiten zenden, onthullen, delen, genezen. Angst hult onze lichamen in kleding, liefde staat ons toe naakt te zijn. Angst houdt vast aan en grijpt naar alles wat we bezitten, liefde geeft alles wat we hebben weg. Angst reserveert, liefde respecteert, angst grijpt, liefde laat gaan. Angst knaagt, liefde sust. Angst valt aan, liefde verbetert. Elke persoonlijke gedachte, elk woord en elke daad is gebaseerd op één van deze twee emoties. Je kunt niets anders kiezen, er zijn immers geen andere keuzemogelijkheden. Maar je hebt wel de vrije keus welke van de twee je verkiest.” [1]

Is het angst of liefde wat je drijft? Angst is een teken van geestelijke armoede. Echte liefde is uit God. Het is menselijk om angstig te zijn. Wat is er toch veel angst. Heer, vervul ons met uw Geest. De Geest die angst uitdrijft en daarvoor in de plaats liefde geeft.

[1] Een ongewoon gesprek met God

maandag 15 juni 2009

Wij leiden aan doofheid!

In het al eerder genoemde interview met Theo Visser vertelt hij [1], dat hij voorafgaand aan zijn reis naar India worstelde met de vraag: “Waarom versta ik de stem van God zo slecht?” Tijdens zijn ontdekkingsreis naar India leerde hij de stem van God beter verstaan in zijn leven. Het goed horen van Gods stem is blijkbaar niet vanzelfsprekend. In ieder geval niet in het leven van Theo Visser. Maar is het in mijn/ons leven beter gesteld?

Tijdens de mannendag in Bunschoten dit jaar [2] ging het ook over het horen van de stem van God. De toespraken tijdens deze mannendag gingen vooral over de brieven (het boek) aan de zeven gemeente in Asia. Patrick Nullens gaf toen aan, dat al die brieven een vaste structuur kennen. Elke brief eindigt met een oproep tot overwinning: “Wie overwint zal….. .” Moet hoe overwinnen wij dan? Door te horen wat de Geest zegt. Het overwinnen is gekoppeld aan: “Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeente zegt.” Overwinnen begint met het luisteren naar de stem van God. Zou de zeven keer herhaalde oproep in de brieven iets onbelangrijks zijn? Een non-issue? Een mooi geformuleerd standaard slot van een brief? Nee, God zet hier als het ware zeven strepen onder: wie oren heeft die luistert naar de Geest! Blijkbaar is het nodig dat dit zo vet onderstreept wordt door onze Heer.

De sprekers tijdens de mannendag gaven aan, dat (geestelijke) doofheid nu juist ons grootste probleem is. God kan niet meer tot ons spreken. Al onze antennes zijn verdoofd door andere zaken. Henk Binnendijk zei, dat we in een tijd leven waarin er nog nooit zoveel geweest is wat ons van God wegtrekt. De duivel ziet kans om jaar in jaar uit met nieuwe communicatiemiddelen te komen zodat we zo doof worden als een kwartel. We worden vanaf alle kanten overschreeuwd. Horen naar de Geest betekent stil worden voor God en luisteren. Zo stil worden, dat je Gods stem hoort. Dat gaat verder als Bijbellezen of naar preken luisteren. Die dringen soms niet verder door dan onze fysieke ogen of onze fysieke oren. Het gaat om het met heel je leven afgestemd zijn op de Geest. Om een geestelijke houding. Om geestelijke ogen en oren.

[1] Zie mijn blog 'Tussen ideaal en werkelijkheid (2)'
[2] Mannendag Bunschoten - 2009. Thema: 'Wie overwint, hem zal ik geven.....'

vrijdag 12 juni 2009

Tussen ideaal en werkelijkheid (5)

Het spanningsveld tussen ideaal en werkelijkheid doet zich ook voor bij missionair-zijn, evangelisatie, gemeentegroei en kerkplanting. In het interview met Theo Visser zegt hij daarover het volgende: “Het beste evangelisatiemiddel is niet gelegen in allerlei activiteiten (…) maar in een leven dat vervuld is met Zijn Heilige Geest. We zijn door de Geest, Die Hij verwierf, verbonden met Jezus, als een rank aan de wijnstok. Dan zien anderen Jezus in ons. Dat zal, meer dan iets anders, mensen tonen Wie Hij is en hen Gods Koninkrijk binnenbrengen.”

“We dienen een God Die ernaar verlangt Zijn machtige arm uit te strekken. Maar als wij datgene wat Hij voor ons heeft klaarliggen, niet in geloof ontvangen en op basis daarvan handelen, blijven we onder de maat. En dan blijft deze wereld net zo duister als ze is.”

Het is dezelfde richting die ook ds. Klaas van den Geest wijst (zie mijn blog ‘Evangeliseren: moet dat echt?’). Het is de richting van Johannes 7: als je vervult bent met de Heilige Geest, dan vorm je zelf ook weer een bron van levend water (werk van de Heilige Geest) voor anderen. Het Bijbelse ideaal van missionair-zijn is te verwezenlijken door je te laten vervullen met de Geest.[1]

[1] Zie mijn blogs ‘Stromen van levend water (1)’ en
'Stromen van levend water (2)

woensdag 10 juni 2009

Tussen ideaal en werkelijkheid (4)

Maar waarom was Theo Visser eerst sceptisch over de grootsheid van het werk van de Geest? En zijn wij ook niet vaak sceptisch (bewust of onbewust) over de onvoorstelbare mogelijkheden waar de Geest toe in staat is?

Theo noemt een aantal oorzaken.
· “Wij Nederlanders filteren alles zozeer met ons verstand, dat de ontvankelijkheid voor het werk van de Geest daaronder kan lijden.”
· “Wij zien de excessen in extreem charismatische kringen (…) en denken: ‘Die kant willen we niet op!’ Uit angst voor uitwassen gaan we helemaal aan de andere kant van de boot hangen en gooien we met het badwater het kind weg.”
· “Daarnaast is het zo dat Nederlanders van controle houden. Iedereen snapt dat als je je overgeeft aan de Heilige Geest, je ook de controle over jezelf opgeeft.”
· “Misschien speelt ook een vorm van zelfvoldaanheid een rol. Een houding van: ‘We hebben toch een aardige kerk; het loopt toch niet verkeerd?’”

Zijn de door Theo Visser genoemde oorzaken niet herkenbaar?

maandag 8 juni 2009

Tussen ideaal en werkelijkheid (3)

En hoe is de spanning tussen ideaal een werkelijkheid bij Visser teruggebracht tot hanteerbare proporties? Hij kreeg meer zicht op de hoogte, diepte en breedte van het werk van de Geest. Hij kreeg een intenser geestelijk leven. En hij kreeg oog voor de noodzaak van geestelijke discipline en ging die discipline handen en voeten geven in zijn leven.

Dat zijn ook precies de punten waar ik (weer) oog voor kreeg via het boek van Henri Nouwen: ‘Nederigheid en dienstbaarheid – het neerwaartse pad van Christus’. Nouwen laat zien, dat het niet voldoende is om Jezus te volgen of om je te laten bezielen door de woorden en daden van Jezus Christus. Nee, je mag leven als de levende Christus, hier en nu, altijd en overal. Ja maar, kan een mens voor zo’n (geestelijk) leven kiezen? Is dat niet te hoog gegrepen? “Het is juist die goddelijke manier van leven die onze Heer ons wil aanreiken door zijn Geest.” Een geestelijk leven is het leven van de Geest van Christus in ons. Let op het werk van de Geest in je leven. Luister naar Hem. Loop de Geest niet voor de voeten, belemmer zijn werk in je leven niet. Een christen moet niet iets leren beheersen, maar zich juist laten beheersen door de Geest. De Geest moet het doen en wil het doen. Is dat ook niet de ontdekking van Theo Visser?

Het ideaal is niet door eigen kracht te bereiken, maar alleen door je toe te vertrouwen aan Christus en Zijn Geest. Het ideaal wordt verbonden met de werkelijkheid door Zijn Geest. In de werkelijkheid van alle dag zijn we helemaal aangewezen op God. Alleen de Geest is in staat om de weerbarstige werkelijkheid om te vormen richting het ideaal. En de Geest maakt daarbij gebruik van mensen. Hij schakelt je in. Op Christus en Zijn Geest moet de focus liggen en niet zo zeer op het verschil tussen ideaal en werkelijkheid.

De noodzakelijkheid van geestelijke discipline wordt ook door Nouwen in het genoemde boek uitgewerkt. Juist omdat je geestelijk wilt leven in een ongeestelijke (zondige) wereld, is geestelijke discipline nodig. Nouwen noemt in zijn boek de discipline van de kerk, de Bijbel en het hart (persoonlijk gebed).

zaterdag 6 juni 2009

Tussen ideaal en werkelijkheid (2)

Wat vormt het genoemde ‘ideaalbeeld’ van Theo Visser? Wat zijn voor Theo vooral de verschillen tussen werkelijkheid en ideaal? Hij wijst in dit verband op het Bijbelboek Handelingen. “Daarin lees je voortdurende over de onstuitbare kracht van de Geest, terwijl ik merkte dat ik die bij mijzelf in de kerk maar mondjesmaat zag.” Het gaat Theo dus om het werk van de Geest. Hij tekent in het interview daarbij aan, dat het hem niet zozeer ging om de ‘spectaculaire gaven’ van de Geest. Nee, hij worstelde vooral met de volgende vragen:
1. Waarom versta ik de stem van God zo slecht?
2. Waarom zie ik niet veel meer dat mensen van buiten de kerk door tekenen en wonderen overtuigd worden van de realiteit van Jezus (…)?
3. Waarom zie ik niet de kracht van de Geest van Pinksteren ook vandaag nog in de kerk (…)?
4. Waarom zie ik zoveel wat ménsen doen in de kerk, maar zo weinig wat Gód doet?

En hoe is Visser teruggekomen in Nederland na afloop van zijn reis naar India? Op welke manier is bij hem het spanningsveld tussen ideaal en werkelijkheid hanteer geworden? Hij vertelt dat het werk van de Geest zoveel intenser is geworden in zijn leven. De Geest is dichterbij gekomen. Hij leerde af om een sceptische houding te hebben over de grootsheid van het werk van de Geest. Hij leerde de stem van God verstaan in zijn leven. En hij leerde de noodzaak in te zien van geestelijke discipline. “Ik ben er meer dan ooit van doordrongen dat ik elke ochtend op mijn knieën moet gaan, om God te ontmoeten (…). Ik verlang iedere dag naar een levende ontmoeting met Degene Die mij redde en voor Wie ik leef.”

“Sinds deze reis besef ik nog veel grondiger wat een ongekende rijkdom de uitstorting van de Geest betekent voor Christus’ gemeente. Jezus zegt dat Hij gekomen is opdat Zijn schapen leven en overvloed hebben. Als Hij zegt dat uit het binnenste van de gelovigen rivieren van levend water zullen stromen, zijn wij dan tevreden met druppels?”

Met de laatste zin verwijst Visser naar Johannes 7. Daar schreef ik eerder de volgende blogs over: ‘stromen van levend water (1)’ en ‘stromen van levend water (2)’.

vrijdag 5 juni 2009

Tussen ideaal en werkelijkheid (1)

In de Visie van de EO (nr. 22; 30 mei t/m 5 juni 2009) staat een interview met Theo Visser: ‘Luisteren naar de lokgroep van Gods Geest’. Hij vertelt daarin over zijn reis naar India, die een geestelijke ontdekkingsreis werd. Maar waarom zo’n reis naar India? Visser geeft o.a. dit als antwoord: “Ik kon het voor mezelf niet langer verkroppen dat er zo’n wereld van verschil is tussen wat ik in de Bijbel lees – over de kracht van de Geest en de overwinningen van Gods Koninkrijk op het rijk van de duisternis – en de toestand van de kerk in Nederland.” Zeg maar het spanningsveld tussen het ‘ideaalbeeld’ zoals de Bijbel daarover spreekt en de weerbarstige werkelijkheid in de kerk.

Dit is ook precies het spanningsveld dat ik de afgelopen jaren in toenemende mate ben gaan ervaren. In toenemende mate omdat ik de afgelopen jaren meer zicht kreeg op de details van dat Bijbelse ideaalbeeld en daarnaast meer oog kreeg voor de menselijke kant van het kerk-zijn. Daardoor ben ik het verschil tussen ideaal en werkelijkheid als een steeds maar groter wordend verschil gaan ervaren. Dit verschil deed mij duizelen. Dat er spanning blijft bestaan tussen ideaal en werkelijkheid begrijp ik, maar hoe ga ik nu om met dit grote verschil? Hoe word het verschil hanteerbaar en voorkom ik dat ik er ziek van word?

Dat de werkelijkheid zo afwijkt van het ideaalbeeld kan ik zien als een falen. Een persoonlijk en gemeenschappelijk falen, dat de werkelijkheid niet beter in overeenstemming te brengen is met het ideaal. Maar falen leidt gemakkelijk tot zelfverwijt en dat haalt mij geestelijk onderuit, zodat ik bij de pakken ga neerzitten. Het verschil kunnen we ook weg bagatelliseren door bijvoorbeeld te zeggen, dat dit spanningsveld er altijd geweest is en er altijd zal zijn. Het verschil is ook te verdringen. Je schenkt er zo min mogelijk aandacht aan en leeft je (geloofs)leven. Falen, bagatelliseren en verdringen zijn volgens mij niet de juiste opties. Maar wat dan wel? In de volgende blog wil ik eerst schrijven over de antwoorden die Theo Visser vond. Waarover hij vertelt in het genoemde interview.

woensdag 3 juni 2009

Waarheid en liefde (2)

“Maar moeten we dan niet opkomen voor de waarheid, en waarschuwen voor wat afwijkt van Gods weg? Natuurlijk, maar daarover moeten we een gesprek voeren. Begrip voor elkaars beweegredenen ontstaat namelijk nooit door venijnige epistels waarin het ongelijk van onze tegenstanders wordt bewezen. Dat ontstaat alleen door elkaar in de ogen te kijken en elkaar gezamenlijk te herkennen in het horen bij Christus omdat we gered zijn door zijn bloed. Vanuit die herkenning en erkenning is het mogelijk om veel met elkaar te bespreken en ook om elkaar op dingen aan te spreken. Wel degelijk elkaar leren en terechtwijzen dus, maar het sleutelwoord daarbij is de liefde.”[1]

Ik vind 1 Korintiërs 13 in dit verband altijd weer ontdekkend. Al kun je alle talen in de wereld spreken, kun je profeteren, doorgrond je alle geheimen, bezit je alle kennis, heb je geloof waarmee je bergen kunt verzetten, als je de liefde niet heb, dan ben je helemaal niets. Je wordt dan vergeleken met een dreunende gong of een schellende cimbaal. Je kunt als schrijver 100% gaan voor de waarheid, maar als er geen liefde is, dan is het waardeloos! Ook als die waarheid betrekking heeft op de zaak van God. Worden schrijvers/ eindredacteuren door liefde gedreven of door de waarheid? Niet dat liefde en waarheid per definitie altijd een tegenstelling vormen, maar soms lijkt de waarheid de primaire drijfveer. Dan is ‘waarheid’ een soort zelfstandige grootheid geworden. Iets moet je uitgangspunt zijn: is dat de waarheid of de liefde tot de Heer?

Grün schrijft: “In onze stem komt tot uitdrukking of onze relatie met God klopt, of wij transparant zijn voor Hem, of alleen maar zelf aan het woord willen zijn.”[2] Zegt Grün daar niet mee, dat in de manier van ons spreken en schrijven, in de toonzetting die wij hanteren, dat daarin tot uitdrukking komt of onze relatie met God klopt? Of die relatie vooral geestelijk is of dat er sprake is van geestelijke armoede?

[1] De Reformatie, jaargang 84 - nr. 34 - 30 mei 2009 - Meegelezen van T. Groenveld
[2] Spiritualiteit van beneden – Anselm Grün en Meinrad Dufner, pagina 37.

dinsdag 2 juni 2009

Waarheid en liefde (1)

In het ND van 22 mei las ik, dat Wilschut geen eindredacteur meer is van het kerkelijke opinieblad Nader Bekeken. “Zowel binnen de redactie van Nader Bekeken als het bestuur van de Stichting Woord en Wereld was de mening naar voren gekomen, dat (…) een iets andere toonzetting (soms) gewenst is, schrijven bestuur en redactie.” In reactie hierop is Wilschut opgestapt als eindredacteur. In het ND van 28 mei lezen we: “Wel was de toonzetting in zijn artikel over Paas de katalysator van brede kritiek binnen redactie en bestuur van Nader Bekeken op de meestal door hem geschreven Kronieken. Die zouden, zo schrijft Wilschut, te kritisch zijn.” Blijkbaar gaat het dus vooral om de toonzetting en de negatiefkritische manier van schrijven. Ik moet ook eerlijk bekennen, dat ik om die reden (negatiefkritische toonzetting) al een poosje geleden afgehaakt ben en de artikelen van Wilschut in Nader Bekeken niet meer las.

In De Reformatie [1] staat ook een artikel over dit onderwerp. In dit artikel worden o.a. de volgende vragen gesteld. “Staan wij er in al ons heilig ijveren om ons gelijk wel eens bij stil dat de dingen die niet-christenen van ons te zien krijgen rechtstreeks horen bij wat Paulus noemt ‘de werken van het vlees’(die ingaan tegen die van de Geest!): ‘veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht en partijschappen (Gal. 5 : 20)? Wat voor beeld geven wij dan van de God die ons zijn Geest gegeven heeft? En hoe zou de Here God Zelf naar al dat geschrijf van zijn kinderen kijken. Zouden we ons echt niet hoeven schamen?”

[1] De Reformatie, jaargang 84 - nr. 34 - 30 mei 2009 - Meegelezen van T. Groenveld

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO