zaterdag 11 juli 2009

Dialoog met andersdenkenden

Ik wil graag wat citeren van Anselm Grün uit zijn boek Paulus – Ervaring als kern van het christelijk geloof. Hij schrijft daarin het volgende: “Van Paulus zouden we kunnen leren om met eerbied de mensen van andere religies tegemoet te treden en moeite te doen om hen in hun geloof en hun doen en laten werkelijk te begrijpen en hun ervaringen, die zij op hun spirituele weg opdoen, serieus te nemen.”

“Pas dan kunnen we spreken over ons eigen geloof. Dan zullen we er niet als vanzelfsprekend van uitgaan dat alleen wij gelijk hebben. We moeten juist eerder, met Paulus, kritisch blijven letten op onze eigen weg. Zo heeft Paulus immers zijn eigen weg als farizeeër, die hij aanvankelijk met het grootste enthousiasme was ingeslagen, steeds kritischer bekeken en ingezien hoeveel projectie van menselijke behoeften wel in die weg staken.”

“De dialoog met andere religies dwingt ons om het eigen geloof te louteren en het wezen van ons geloof te ontdekken. We zullen ons geloof dan niet betweterig verkondigen. Dan zullen we ons als christen niet boven de anderen verheffen en ons niet gedragen als mensen die precies weten wat goed is voor de ander.”

Grün schrijft dit over mensen die andere religies aanhangen. Ik denk dat al deze woorden ook toegepast kunnen worden op andersdenkenden in dezelfde kerkelijke gemeente. Als deze woorden al gelden voor mensen van andere religies, dan zijn ze toch zeker van toepassing op broers en zussen uit dezelfde gemeente? Wat blijkt het vaak moeilijk te zijn om “moeite te doen om hen in hun geloof en hun doen en laten werkelijk te begrijpen (…).” Wat blijkt het vaak moeilijk te zijn om eerst heel goed te luisteren en niet gelijk massief je eigen geloofswaarheden in stelling te brengen. Soms lijkt het erop, dat het niet nodig gevonden wordt om “het eigen geloof te louteren en het wezen van ons geloof te ontdekken”. Omdat alles al ontdekt lijkt te zijn. Is er wel voldoende een “kritisch blijven letten op onze eigen weg”?

Dit is voorlopig mijn laatste blog. Ik hoop D.V. vanaf 1 september de pen weer op te pakken. Tot dan.

vrijdag 10 juli 2009

Onderlinge omgang

Bas Luiten schrijft over gemeenschap in de zin van verbondenheid.[1] Verbondenheid met mensen is lastiger dan met God. “Want God is goed, maar mensen kunnen zo beperkt zijn en zich vreemd gedragen. Soms hebben ze ook bizarre standpunten. Dan krijg je als vanzelf de neiging, je ‘ik’ terug te trekken uit ‘wij’.” Is dat herkenbaar? Ik vind van wel, allereerst bij mijzelf.

“Soms heb ik het idee dat hier iets helemaal door elkaar loopt. Mensen die eerbiedig met God omgaan (…) kunnen naar medegelovigen precies het omgekeerde doen. Zij bekijken en beoordelen hen vanuit zichzelf en vanuit hun eigen gevoel voor stijl, muziek, traditie, enz., en weten dan al gauw respectloze dingen over hen te zeggen.”

“Zo werkt het dus niet. Binnen het grote ‘wij’ behoudt ieder zijn eigen ‘ik’, van God ontvangen. Het is niet de bedoeling dat dat vervaagt, juist niet. Dus kun je zelf nooit de maatstaf voor een ander zijn. Hoe dan wel?”

Leer elkaar kennen in de Heer! Onze gemeenschap met elkaar is in Hem en niet anders. Dus is het zaak dat je de moeite neemt elkaar zo te leren kennen, dat je de Heer in elkaar herkent.” Als je dat niet doet (bewust of onbewust) dan weiger je de Heer te zien en te aanvaarden zoals Hij door zijn Geest woont in het hart van die broeder of zuster. “De Heer vraagt geloof óók in de onderlinge omgang.”

[1] De Reformatie, jg 84 – nr 39 – 4 juli 2009, Gemeenschap.

maandag 6 juli 2009

Drie wegen: hart - genade

Klapwijk pleit voor een driewegen model. Daarbij heeft hij zich laten inspireren door een preek van Tim Keller over de gelijkenis van de verloren zoon. Die preek heeft Keller verder uitgewerkt in zijn boek ‘De Vrijgevige God’. Keller benadrukt daarin sterk, dat er geen twee maar drie wegen onderscheiden moeten worden. Er zijn drie mogelijkheden:
a.) je bent een zondaar ver van huis (jongste zoon na vertrek uit ouderlijk huis);
b.) je bent tot inkeer gekomen en hebt de genade leren kennen (jongste zoon na thuiskomst);
c.) je bent een meelevend kerklid maar niet echt geraakt door de genade (oudste zoon).

Waarom pleit Klapwijk in navolging op Keller voor het driewegen model? “Allereerst is het niet genoeg om alleen naar het gedrag te kijken (…).” Het gaat vooral en allereerst om de vraag hoe het met je ziel, je hart, je innerlijk is gesteld. “De kern is: heeft de genade je hart geraakt of niet? In de praktijk betekent dat dat je het eerst maar niet moet hebben over het afwijkende gedrag, want het zou zomaar over kunnen komen als een ‘oudste zoon reactie’. Praat eerst samen over de genade. Dat zet je ook naast elkaar, want alleen wie zich echt zondaar weet kan genade ervaren.” De kern van het driewegen model is dus: het is gericht op het hart van de ander, je staat naast die ander, je wilt die ander winnen en je vertoont het beeld van de vader (uit de genoemde gelijkenis). Klapwijk merkt op dat het driewegen model toe te passen is op alle terreinen van het leven. Hij werkt dat verder uit voor: Godsbeeld, liefde in relaties, geven voor de kerk, lijden, waarom goede werken doen?, evangelisatie en omgaan met andere culturen.

Zullen we vanaf nu het driewegen model hanteren in onze onderlinge contacten en in de kerk? Wat verwoestend is het hanteren van het tweewegen model (bewust of onbewust). Relaties komen onder druk te staan, in de kerk ontstaan allerlei spanning, etc. Gelukkig kijkt God naar het hart en ziet Hij ons aan in Christus (genade!). Zullen we op Jezus gaan lijken, door zijn Heilige Geest?

vrijdag 3 juli 2009

Drie wegen: buitenkant - afwijkend gedrag

De laatste tijd constateerde ik bij herhaling, dat christenen op basis van de buitenkant of afwijkend gedrag hun oordeel over andere christenen vormen en tot de conclusie komen: je bent een probleemgeval, je bent een grens gepasseerd. Jasper Klapwijk schrijft over dit onderwerp in het blad Dienst [1]: Drie wegen in plaats van twee.

Klapwijk begint zijn artikel met te zeggen dat hij vermoedt, dat het denken in twee wegen veel kwaad heeft gedaan en nog steeds doet. Het twee wegen model is gebaseerd op het bekende verhaal uit de Bijbel over de brede en de smalle weg. De brede weg staat voor allerlei werelds vermaak en langs de smalle weg vinden we de kerkgebouwen. Iedereen wordt ingedeeld in de categorieën ‘brede weg’ of ‘smalle weg’. Hoe weet je nu of iemand tot de brede of smalle weg behoort? Die zie je aan iemands gedrag.

Het probleem van dit model is, dat je te makkelijk een tweedeling creëert: zij met wie het (uiterlijk) wel goed lijkt te zitten en de probleemgevallen. Vervolgens praat je met de probleemgevallen vooral over de buitenkant, over het afwijkend gedrag. Het tweewegen model is te typeren als: gedragsgericht, je staat gauw tegenover die ander, “probleemgevallen” verwijten smalle-weggers hypocrisie.

Zie mijn volgende blog voor het vervolg.
[1] 57e jaargang, nummer 1 – maart 2009

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO