woensdag 30 september 2009

Goedkope genade: een halve waarheid ….

Ik schreef in mijn blog ‘Goedkope óf kostbare genade’ over hoe fel Bonhoeffer is op goedkope genade. Ook Packer reageert zo fel in zijn boek ‘Gods plannen voor jou’ als het over deze zaak gaat. Hij zegt daar het volgende over: “Een halve waarheid die als een hele behandeld wordt, wordt al snel een hele leugen; daarom moeten wij die het goede nieuws van Gods genade verkondigen geen genoegen nemen met alleen maar het halve verhaal. Maar dat doen we wel!

Zo begint hoofdstuk 9: met recht een forse binnenkomer en een vliegende start van een nieuw hoofdstuk. Packer legt het vervolgens zo uit: “Terwijl we de relationele verandering bejubelen die Christus teweegbrengt (…) zien we de echte verandering over het hoofd, de verandering van zienswijze en karakter, die genade zou moeten veroorzaken.” Met de “relationele verandering” bedoelt Packer de rechtvaardiging en vergeving van onze zonden. Met de “verandering van zienswijze en karakter” bedoelt hij het gaan lijken op Jezus. Dat Christus gestalte in ons krijgt.

Hier zie je weer het onderscheid tussen goedkope en kostbare genade terugkomen. Als we de genade alleen omarmen om gerechtvaardigd te zijn voor God, dan is dat op een goedkope wijze omgaan met genade. Als we werkelijk beseffen hoe kostbaar genade is, dan leidt dat tot navolging van Christus. Op het gaan lijken op Jezus. Kostbare genade betekent vergeving én vernieuwing (verandering).

zaterdag 26 september 2009

Het juk van Jezus


In de Reformatie [1] staat een artikel van ds. Mark van Leeuwen over rust. In dit artikel staat hij stil bij de bekende tekst uit Matteüs 11 : 28 - 30: “ (28)’Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. (29) Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, (30) want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

In dit Bijbelgedeelte wordt het menselijk juk gezet tegenover het juk van Jezus. Het menselijk juk kan zijn: onrust over het komende oordeel van God (vers 20 – 24), gevoel van tekort schieten, falen. Het gevoel je te moeten bewijzen, persoonlijk, in het geloof of in de kerk. Of geestelijke dwang: in Jezus’ tijd eisten de geestelijke leiders van het volk, dat ze de wet en nog 613 andere geboden moesten houden, anders stond je plek, je positie bij God ter discussie. Of je bent verslaafd aan iets slechts of aan iets goeds. “Je werk, waardering, je relatie, zelfs je gehoorzaamheid aan God kan het zijn.”

Jezus brengt zijn rust ons leven binnen. Hoe? Door zijn juk op je te nemen. Dat lijkt nogal tegenstrijdig. Rust door iets te doen voor Jezus. Ontspanning door inspanning. Het juk van Jezus op je nemen, betekent dat je naast hem gaat lopen. Jezus (na)volgt. Daarbij mag die inspanning ook "ontspannend" zijn doordat je altijd mag terugvallen op werk dat af is (door Jezus). “De rust, dat je in je geloof mag bouwen op Jezus die het niveau heeft gehaald dat jij had moeten halen. Op Jezus, die alles heeft gedaan wat jij had moeten doen. Op Jezus, die al het ‘moeten’ uit je leven haalt.” Daarnaast stimuleert en helpt God je om Jezus (na) te volgen door het werk van de Heilige Geest. De Geest wil dolgraag ons maken tot trouwe (na)volgers van Jezus.

[1] De Reformatie, jg 84 – nr 46 – 12 september 2009, pagina 773 – 774.

zaterdag 19 september 2009

Geloofsgroei

Hoe kijk ik, kijken wij aan tegen geloofsgroei? Wat is geloofsgroei eigenlijk? Is het wel nodig om na te denken over geloofsgroei? Van den Belt zegt dat het nuttig is voor een christen om zich af te vragen of hij groeit.[1] Maar dat kan zomaar de reactie oproepen: Nou moet ik ook nog groeien in het geloof en ik moet al zoveel. Een oproep die ook gevoed kan worden door onze allergie voor alles wat met ‘moeten’ te maken heeft.

Maar wat is geestelijke groei of geloofsgroei eigenlijk? “Geestelijke groei kenmerkt zich door het vergeten van het eigenbelang in het belang van het koninkrijk van God.” Groeien in het geloof betekent niet dat ik steeds groter moet worden, maar dat Christus steeds groter wordt in mijn leven. De verantwoordelijkheid om geestelijk te groeien is vooral een oproep om het werk van de Heilige Geest niet te belemmeren.

Bij geloofsgroei gaat het er dus om, dat niet ik maar Christus op de eerste plaats staat in mijn leven. Niet ik moet allerlei acties ondernemen, groeien, veranderen, maar de Heilige Geest wil graag de ruimte krijgen in mijn leven. Niet ik, maar de Geest. Ik kan het ook niet (onmacht), maar de Geest is tot grootste dingen in staat. Hij wil de volheid van Christus in mijn leven tot uitdrukking brengen. De volheid van Christus in mijn leven! Ja, ik mag op Christus gaan lijken.

“De mens wordt niet vastgelegd op zijn onmacht het goede te doen, maar krijgt zijn verantwoordelijkheid op zo’n manier aangewezen, dat hij uitgenodigd wordt zich aan het vernieuwende werken van Gods Geest toe te vertrouwen.” Bij het nadenken over geloofsgroei zal de vraag dus ook altijd moeten zijn: Geef ik de Geest wel voldoende de ruimte in mijn leven? Belemmer ik het werk van de Geest in mijn leven? Vertrouw ik mijn leven wel voldoende toe aan de Geest of ben ik toch weer zelf heel druk met mijn geloofsgroei bezig? Dat laatste (ik ben bezig) is eindeloos vermoeiend. Het eerste (geef de Geest de ruimte) is mateloos bevrijdend.

[1] In het katern van het ND van vrijdag 11 september staat een recensie van het boek ‘Bloeien, snoeien en groeien’ van H. van den Belt. De titel van deze recensie is: ‘Richting geven aan geloofsgroei’.

Lees over de vervulling met de Geest ook mijn blogs 'Stromen van levend water (1)' en 'Stromen van levend water (2)'.

woensdag 16 september 2009

Begrijpen wij genade?

Ik eindigde m’n vorige blog met de vraag: Hebben wij echt begrepen hoe kostbaar genade is? Het lijkt mij geen overbodige vraag. Bonhoeffer en Arie de Rover laten zien hoe vlak onze beleving van genade kan zijn. Hoe theoretisch en oppervlakkig. Ook zal de mens van nature (!) gaan voor goedkope genade en dus niet voor kostbare genade. Begrijp ik, begrijpen wij werkelijk wat genade betekent?

Ik moest hieraan ook denken toen ik Kolossenzen 1 las: “Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij u, vanaf de dag dat u over Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep.” Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep. Niet alleen horen over genade maar ook de echte betekenis begrijpen. Alleen door horen én begrijpen ontstaat vruchten van het geloof en groei. Ontstaan veranderingen in je (geloofs)leven.

Ook las ik nog eens terug wat ik op mijn blog ‘Veranderen door te begrijpen’ schreef. Ik schrijf daar dat Keller de gelijkenis van de zaaier (Matteüs 13) aanhaalt in zijn boek ‘De vrijgevige God’: “Drie groepen mensen ‘ontvangen’ het evangelie en nemen het aan, maar bij twee daarvan groeit geen veranderd leven op. De enige groep mensen bij wie een veranderd leven opkomt, heeft niet harder gewerkt of is niet gehoorzamer geweest; het ‘zijn zij die het woord horen en begrijpen’.” Dat zijn mensen die begrijpen hoe kostbaar de genade is. Hoe ernstig God de zonde neemt en dat hij ons er alleen van redden kon tegen oneindige kosten voor hemzelf. Een veranderend leven heeft alles te maken met horen én de echte betekenis begrijpen. Begrijp ik, begrijpen wij echt wat genade is?

zaterdag 12 september 2009

Goedkope óf kostbare genade

In het artikel ‘Oeverloze morele discussies? Wedergeboorte!’ van Arie de Rover komen de begrippen goedkope genade en kostbare genade voor. Hij leent deze begrippen of omschrijvingen van Dietrich Bonhoeffer (uit het boek Navolging). Kostbare genade vormt daarbij een tegenstelling met goedkope genade. Arie de Rover verklaart ‘kostbare genade’ met omschrijvingen als het diep geraakt zijn door de genade, de doorleving van genade.

Bonhoeffer legt in hoofdstuk 1 van zijn boek ook uit wat goedkope en wat kostbare genade is. Hij zegt daar o.a. het volgende over: “Goedkope genade betekent genade als leer, als principe, als systeem; (…). Goedkope genade betekent rechtvaardiging van de zonde en niet van de zondaar. Goedkope genade is genade zonder navolging, genade zonder kruis, genade zonder de levende, mensgeworden Jezus Christus. Kostbaar is de genade bovenal daarom, omdat ze God veel gekost heeft, omdat ze God het leven van zijn Zoon gekost heeft (…) en omdat voor ons niet goedkoop kan zijn, wat voor God duur is. Genade is zij vóór alles daarom, dat God zijn Zoon niet te kostbaar achtte voor ons leven, maar Hem overgaf voor ons. Kostbare genade is menswording van God.”

Het valt mij op dat Bonhoeffer zo fel is op goedkope genade. “Goedkope genade is de doodsvijand van onze kerk. Is de prijs die wij heden ten dage moeten betalen met de ineenstorting van de georganiseerde kerken, iets anders dan een noodzakelijke consequentie van de te goedkoop verworven genade? Onbarmhartig is de goedkope genade zeker ook voor de meesten van ons persoonlijk geweest. Ze heeft ons de weg tot Christus niet geopend, maar afgesloten. Ze heeft ons niet opgeroepen tot de navolging, maar verhard in de ongehoorzaamheid. Het woord van de goedkope genade heeft meer christenen te gronde gericht als welk gebod van de werken ook.”

Nu schreef Bonhoeffer in een heel andere tijd dan die van ons, maar ik kan de vraag toch niet van mij afzetten: Wat betekent genade voor mij, voor ons? En hoe gaan wij om in de kerk met genade? Hebben wij echt begrepen hoe kostbaar genade is? Daar de volgende keer meer over.

woensdag 9 september 2009

Het nieuwe leven

In het artikel ‘Morele discussies? Wedergeboorte!‘ van Arie de Rover gaat het dus over morele discussies (ethiek) en wedergeboorte (nieuwe leven). Vooral over hoe die twee zich ten opzichte van elkaar verhouden. Rolle Barth heeft daar ooit een mooi artikel over geschreven: ‘Het nieuwe leven van zwerfkind José’. Barth gebruikt het verhaal van zwerfkind José om het uit te leggen.

Christen zijn betekent voor Barth leven in een persoonlijke relatie met God. Vanuit deze relatie, deze verbondenheid wordt je leven vernieuwd met als doel dat je op Jezus gaat lijken. Een basiskenmerk voor dit nieuwe leven is onze liefde voor de Vader en het diepe verlangen om te lijken op Jezus Christus. Maar, hoe gaat zoiets dan? “God zelf stimuleert deze liefde door het werk van de Heilige Geest (…). De Heilige Geest is als het ware de verbindende schakel naar de christelijke ethiek.” Een christelijke levenswandel is vrucht van het kind-aan-huis-zijn bij God en geen voorwaarde om thuis te komen.

Met andere woorden, een christelijke levenswandel, het leven volgens de huisregels van God is het gevolg (resultaat) van een liefdesband met God. “In de christelijke ethiek gaat het vóór alles om de relatie. Alleen de verbondenheid met Jezus Christus brengt ons tot navolging in vrijheid. De vernieuwing van ons leven, waarover Jezus spreekt, is een beweging van binnenuit naar buiten toe. Vernieuwing van ons hart leidt tot verandering van onze daden en gewoontes. Vernieuwing van het hart is een groeiproces door omgang met de opgestane Heer (…).”Het is een groeiproces waarbij de Heilige Geest een belangrijke rol speelt (wedergeboorte).

De aandacht zal dus vooral gericht moeten zijn op de binnenkant, ons hart. Het praten over de buitenkant heeft alleen zin als er sprake is van een doorleefde liefdesband met God. Een relatie die mogelijk is geworden door genade en verzoening. Als die liefdesband ontbreekt of onder druk staat, dan zal daar het gesprek over moeten gaan en niet over de buitenkant (gedrag, houden van regels). Volgens mij is dat wat Arie de Rover ons duidelijk heeft gemaakt in genoemd artikel.

zaterdag 5 september 2009

Moreel gesprek “ergerniswekkend”


Arie de Rover noemt in zijn artikel ‘Morele discussies? Wedergeboorte!‘ het “spreken over moreel juist of onjuist gedrag zinloos, theoretisch en ergerniswekkend” als de kostbare of doorleefde genade ontbreekt.

Vanuit het beeld van de oudste zoon uit de gelijkenis van de verloren zoon begrijp ik die uitspraak beter. Ik stel mij voor, dat de oudste zoon iemand aanspreekt over onjuist gedrag en het houden van regels. De oudste zoon leeft naar de regel van de wet. Hij lijkt dus zeker recht van spreken te hebben. Toch heeft hij de bedoeling van de wetten en leefregels niet begrepen. Het gaat God niet allereerst om het houden van regels, maar om het hart. God wil graag dat wij hem dienen uit liefde. Hij wil graag dat wij op Jezus Christus gaan lijken. Dat had de oudste zoon niet begrepen. Ja, als oudste zonen gaan spreken over regels en gedrag, dan wekt dat ergernis op, is het theoretisch en daarmee zinloos. Ze spreken over iets (wetten, leefregels) dat ze zelf niet begrepen hebben.

woensdag 2 september 2009

Spreken over goed of fout gedrag


De Rover stelt in zijn artikel ‘Morele discussies? Wedergeboorte!’ de vraag: “Is spreken over goed of fout gedrag daarmee achterhaald en overbodig?” “Ja, als je het gesprek beperkt tot het gedrag of de gedragsregels alleen.” Nee, als je het gedrag ziet als een symptoom en niet meer dan dat.

Gedrag moet je dus gebruiken als een handvat om op zoek te gaan naar de diepere werkelijkheid achter het gedrag. “Dus niet conclusies trekken op basis van het gedrag, of nog erger oordelen of veroordelen, maar dieper doorvragen naar de motieven en drijfveren achter het gedrag.” Alleen zo kun je ontdekken of iemand van kostbare genade leeft, of iemand wedergeboren is.

In mijn blog ‘Drie wegen: hart – genade’ opent Jasper Klapwijk ook al onze ogen voor dezelfde problematiek. Het gaat vooral en allereerst om de vraag hoe het met je ziel, je hart, je innerlijk is gesteld. “De kern is: heeft de genade je hart geraakt of niet?” Klapwijk betrekt het daar op de gelijkenis van de verloren zoon. De oudste zoon had een voorbeeldig gedrag. Wat het houden van wetten en leefregels betreft, was er niets mis. Maar deze zoon leefde niet van kostbare genade. Zowel bij “afwijkend” gedrag als bij voorbeeldig gedrag zal er doorgevraagd moeten worden naar de motieven en drijfveren. De motieven, drijfveren geven aan of er sprake is van geestelijk gedrag of ongeestelijk gedrag.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO