woensdag 28 oktober 2009

Vriendschap en identiteit (2)

In mijn vorige blog schreef ik dat als ik zou moeten kiezen tussen de identiteit van een zondaar en die van een vriend van God, ik zou kiezen voor die van een vriend van God. Wim reageert op deze blog (zie zijn reactie onderaan de blog) en noemt dit het kiezen tussen twee karikaturen. Maar zijn dit wel twee karikaturen? Een karikatuur is een overdreven voorstelling van een zaak of persoon. De door mij geschetste voorstelling komt toch naar voren in het interview met Selma Noort? Selma heeft als tienjarig meisje een beeld van zichzelf als vriend van God. Bij het horen van de woorden ‘gij zijt allen zondaars’ wordt ze heel kwaad. Waarom? Ik denk omdat ze haar identiteit, haar zelfbeeld in duigen ziet vallen. Ze heeft denk ik het gevoel dat ze haar identiteit als vriend van God moet inwisselen voor die als zondaar.

Het gaat mij in mijn vorige blog niet om de verhouding tussen zonden en genade. Het gaat mij om de verhouding tussen identiteit en gedrag. Dat was vooral ook aan de orde in de lezing van Arie de Rover tijdens het mannenweekend. Ik ben het helemaal eens met de stelling dat ons gedrag zondig is en tot de jongste dag zal blijven. Maar hoe zit het met onze identiteit? Is onze identiteit die van een zondaar of wordt onze identiteit ten diepste bepaald door wie wij zijn in Christus? Ben ik een zondaar (identiteit) of een aangenomen kind van God (identiteit) die zondigt (gedrag)? Die vraag meen ik te lezen in het interview met Selma Noort.

Ik denk dat die vraag belangrijker is, dan wij ons vaak realiseren. Arie hield ons voor dat er een relatie bestaat tussen identiteit en gedrag. Je identiteit werkt door in je gedrag (en niet andersom). Als iemand (bewust of onbewust) de identiteit van een zondaar ‘aanneemt’ zal dat dus zijn gedrag beïnvloeden. De zondaar (identiteit) zal eerder geneigd zijn zondig gedrag laten zien dan iemand die begrijpt wat het is om kind, vriend van God te zijn. Iemand die als Jezus is (op Jezus lijkt), zal ook (met vallen en opstaan) het gedrag van Jezus vertonen. Dat kan niet anders.

Wim zegt een tegenstelling te lezen in mijn blogs tussen zonde en genade. Maar leest hij het als een tegenstelling of maak ik er ook echt een tegenstelling van? Het gaat mij er om, dat er juist zorgvuldig omgesprongen wordt met begrippen als zonde en genade. Daarom spreekt het onderscheid goedkope en kostbare genade mij zo aan. Daarom ben ik soms beducht op een teveel benadrukken van de zonde. Daarom denk ik ook dat we een onderscheid moeten maken tussen identiteit en gedrag. Op Jezus gaan lijken is toch niet allereerst iets dat betrekking heeft op gedrag, maar op je identiteit (die vervolgens weer doorwerkt op je gedrag)? Daarmee wordt genade niet goedkoop. Kind van God zijn is alleen mogelijk door genade. Door de oneindig hoge prijs die Jezus voor mij betaald heeft.

maandag 26 oktober 2009

Vriendschap en identiteit (1)

Ik las afgelopen weekend in de ZoZ-bijlage van het ND een interview met Selma Noort: ‘Met alle tanden bloot’. In het interview las ik dit: “Ik weet nog dat de dominee van de kansel riep ‘gij zijt allen zondaars!’. Ik werd zo kwaad. Ik was een jaar of tien en God was mijn grote, glimlachende vriend in de hemel. Hij was nou juist degene die niet zei ‘jij bent lang en stom’. Nee, voor mij had Hij de bloemen gemaakt, het gras en de bomen. Allemaal voor mij. Hij was mijn vriend.

Ik vind het een mooie illustratie bij mijn vorige blog ‘God als je vriend’. Heeft de dominee vertelt in zijn preek dat zonde staat in de context van Gods vriendschap met Selma? Zonde werd en wordt zovaak als een losstaande ‘grootheid’ gepresenteerd, met alle risico’s van dien. Selma is nu bijna vijftig jaar oud en ze heeft haar vriendschap met God verloren.

Ik denk ook dat het een mooie illustratie is bij het mannenweekend van afgelopen vrijdag en zaterdag. Vrijdagavond hield Arie de Rover een lezing over ‘christelijke identiteit’. Selma dacht als tienjarig kind aan God als haar vriend. God was haar vriend en zij mocht Zijn vriend zijn. God was een vriend die haar accepteerde en respecteerde zoals ze was. Dat was haar identiteit in haar ogen. De dominee daarentegen bracht haar iets anders bij: je bent een zondaar. Jouw identiteit is de identiteit van een zondaar. Als ik zou moeten kiezen tussen het geloof van de dominee of dat van (de tienjarige) Selma, dan wist ik wel wat ik zou kiezen. Wie zou niet willen geloven als een kind?

woensdag 21 oktober 2009

God als je vriend

In de ZoZ-bijlage van het ND van zaterdag 10 oktober las ik een interview met Willem Jan van Asselt. In het interview geeft Van Asselt aan dat één thema hem al dertig jaar boeit: vriendschap met God. ‘Het verbond van vriendschap, dat God helemaal uit zichzelf met mensen sluit, moet de kern van de theologie zijn, (…).’ “God verkiest zichzelf te openbaren als een God van vriendschap. Dat is overweldigend. Niet: mag Ik jouw vriendje zijn? Het is niet klef. Maar: Ik ben jouw vriend! Ik noem jullie geen slaven meer, zegt Jezus, maar vrienden.”

Van Asselt geeft ook aan, waarom dit perspectief belangrijk is. “Voor wie denkt vanuit Gods vriendschap zijn zonde en genade geen onderdeel van een statisch systeem, maar van een relatie. Gods toorn is de woede van een vriend. Je gaat ook anders met elkaar om. Het wonder van Gods vriendschap kweekt een bepaalde spirituele luisterhouding. (…) Wat mensen nodig hebben in deze tijden van eenzaamheid, is dat ze weten dat ze gekend en bemind zijn. Wanneer Gods liefde en vriendschap je overweldigt, word je er juist door in beweging gezet.“

Dat is misschien wel de grootste ontdekking die ik in mijn geloofsleven heb gedaan (tot nu toe): het geloof is allereerst en bovenal een relatie tussen God en mensen. God wil een vriendschap­pelijke relatie met mij hebben! God is geen abstracte grootheid, maar een Iemand die echt om mij geeft. Die liefdevol met mij wil omgaan. De woorden van Van Asselt zijn mij uit het hart gegrepen.

zaterdag 17 oktober 2009

De relatie kerk – levensvernieuwing (2)

In mijn vorige blog schreef ik over de relatie tussen het leeglopen van kerken en het niet komen tot een werkelijke vernieuwing van het leven. Dit leeglopen kan te maken hebben met zowel het vertrek van kerkgangers als ook met te weinig of geen aanwas van nieuwe kerkleden. Ook voor deze laatste categorie gaat de hiervoor genoemde relatie tussen leegloop en tekort aan vernieuwing op. Anders gezegd: een tekort aan vernieuwing doet bestaande kerkgangers afhaken én zorgt ervoor, dat er geen nieuwe leden bijkomen.

Ook hierover zegt Graham Tomlin wetenswaardige zaken.[1] “Als een christen leert zijn leven onder de regering van Jezus Christus te leiden, als hij leert zijn perspectief van geld, seks, macht, tijd en eeuwigheid te verleggen, dan zal hij een persoon worden die vragen oproept bij zijn 21e-eeuwse niet-christelijke buren. Een gemeenschap die sterk door diepe en toegewijde sympathie wordt gekenmerkt, door liefde, meeleven en nederigheid, is zeer aantrekkelijk. Ook dit roept vragen op, die leiden tot een gelegenheid om te verklaren waarom het zo gaat. Hoe dan ook, het idee is dat degene buiten de kerk gedrag moeten zien dat opvallend en onverwacht is.”

Ook is er nog een ander verband: “Kerken waar de leden geen geleidelijke verandering verwachten die tot een meer volwassen leven leidt (AG: geestelijke vernieuwing van het leven) en tot geïntegreerde, authentieke levens, evangeliseren niet, hoezeer de top dat ook opdraagt. Als kerkleden weinig in de kerk vinden wat hun leven van maandag tot zaterdag vervult, dan is het niet aannemelijk dat ze anderen meebrengen om daaraan deel te nemen.” Dus de kerkganger spant zich niet in om nieuwe kerkleden te werven.

Op die manier is er sprake van een drievoudig effect als er geen werkelijke (geestelijke) vernieuwing van het leven is: bestaande kerkgangers haken af, er komen geen nieuwe kerkgangers bij en van de kerkgangers die blijven, gaat geen wervingskracht uit naar nieuwe kerkgangers. Hoe belangrijk is het om als kerkganger en als kerk langzaamaan door Gods Heilige Geest weer heel te worden, op Jezus te gaan lijken.

[1] Een kerk die prikkelt – Graham Tomlin

woensdag 14 oktober 2009

De relatie kerk - levensvernieuwing (1)

Taizébroeder Frank zei in het al eerder door mij genoemde interview ook nog iets anders wat mijn aandacht trok: “Ik begrijp Nederland niet meer zo goed. Mensen zijn analyserend en polemiserend en leven niet meditatief. Aan de ene kant klagen over het leeglopen van kerken, aan de andere kant niet tot werkelijke vernieuwing van het leven komen.” Deze broeder legt zo een verband, een relatie tussen het leeglopen van kerken en het niet komen tot een werkelijke vernieuwing van het leven. Een geestelijk leven, een leven waarin van geestelijke groei sprake is, een leven waarin de glorie van de Heer zichtbaar wordt, een op Jezus lijkend leven.

Iemand die zich ook bezig heeft gehouden met de relatie kerk – levensvernieuwing is Graham Tomlin.[1] Hij noemt een reden waarom kerken niet aanspreken (en dus leeglopen): “Er is niet zozeer gebrek aan waarheid – (…) – maar er mist een link tussen de woorden die geuit worden en de levensstijl die daaruit voortkomt: er is gebrek aan authenticiteit, aan diepgang, aan verbinding tussen woord, beeld en werkelijkheid. Botweg gezegd lijkt kerkbezoek soms geen verandering te brengen in de levensstijl van mensen.”

Tomlin geeft ook aan, waarom de relatie kerk – levensvernieuwing een logische relatie is. De kerk moet op Jezus lijken. “Niet alleen de individuele christenen – (…) – maar de kerk als geheel is altijd bedoeld om mensen aan Jezus te doen denken, om de wereld tot haar ware bestemming te roepen, om haar aan de ware koning te herinneren, en om haar een beeld van menselijk leven te schetsen, zoals dat van oorsprong was bedoeld.” De kerk moet dus op Jezus lijken én de kerkganger moet op Jezus lijken. Hoe zal de kerk op Jezus lijken, als er bij kerkgangers weinig werkelijke vernieuwing van het leven zichtbaar wordt? Daarom is levensheiliging, spiritualiteit, een geestelijk leven, geestelijke groei zulke essentiële thema’s voor kerken. Broeder Frank houdt ons de spiegel voor. Hoe is het bij ons gesteld met de kerk en met de kerkganger? Ik stel voor dat wij bij het beantwoorden van deze vraag beginnen met de kerkganger.

[1] Een kerk die prikkelt – Graham Tomlin

zaterdag 10 oktober 2009

Zonde en genade

Taizébroeder Frank zei in het in mijn vorige blog genoemde interview dit: “Natuurlijk zijn mensen tot het verkeerde geneigd, maar in de protestantse traditie hebben we dat wel een beetje te veel benadrukt. Ik bén een zondaar, daarom is de Heer mijn Heer. Maar Hij heeft ons iets heel moois gegeven. Hij geeft ons kansen om goed te doen. Dan moeten we ons niet te veel zorgen maken over wat we niet goed doen. Gisteren ligt al begraven in Gods vergeving, wij mogen vandaag ontvangen als een nieuw cadeau. Vier dat, ondanks de donkere zijde die ook zichtbaar wordt.

Dit doet mij denken aan wat Peterson schrijft in ‘David en God – aardse spiritualiteit voor gewone gelovigen’ over de zonde van David en Batseba. Hij zegt in dat verband het volgende: “Davids zonde, (…), wordt met grote voorsprong overwonnen door Gods genade. David zonde mag en moet niet vergoelijkt worden, maar ze is minuscuul, vergeleken met Gods redding. Het is altijd verkeerd teveel aandacht aan onze zonde te geven; (…). Onze schuld is niet interessant; Gods werk is interessant. Zonde maakt je kleiner, minder menselijk en is al gauw vervelend. Nadat ze erkend en beleden is, kunnen we er het best zo weinig mogelijk woorden meer aan vuil maken.” Wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen!

Peterson schrijft dat de plaats van de zonde niet de plaats van beschuldiging of veroordeling, maar van redding is. “Het evangelie komt hier in zicht, niet als beschuldiging, maar als erkenning en uitnodiging. Erkenning: ik ben degene wiens schuldgevoel een besef van God oproept. Uitnodiging: Jezus is degene die God aan me voorstelt; ik wist niet, dat God zo dichtbij was, zo vriendelijk, zo uitnodigend! En Hij brengt me in een persoonlijke relatie met Hem in liefde en verlossing.”

Toevoeging 19 oktober: Broeder Frank heeft het over een teveel benadrukken van de zondige aard van de mens. Het deel dat ik van Peterson citeer gaat ook over een teveel aandacht geven aan (onze) zonden. Dat was de relatie die ik meende te zien tussen broer Frank en Peterson. Daarmee ontken ik niet dat Peterson nog veel meer ook heel belangrijke zaken geschreven heeft over zonden (en andere onderwerpen). Ik zoomde in deze weblog alleen in op het teveel benadrukken van, aandacht geven aan de zonden. Allerlei andere aspecten laat ik daarbij buiten beschouwing, maar zijn niet minder relevant.

woensdag 7 oktober 2009

Taizébroeder Frank

In het ND van zaterdag 3 oktober staat een interview (ZoZ portret) met Taizébroeder Frank: Moslims naar Allah leiden – en wachten. Boeiend om zijn verhaal te lezen. Wat mij opvalt in het interview is, de wijze waarop broeder Frank bepaalde zaken onder woorden brengt. Die woorden getuigen voor mij van diepe wijsheid. Hieronder heb ik enkele van zijn uitspraken op een rijtje gezet. Uitspraken die mij raakte, opvielen bij het lezen van het interview

“We zingen een psalm en houden een korte lezing, het liefst een refreintekst, die je makkelijk in gedachten houdt. Zoals: Verblijd u in de Heer altijd, verblijd u, zeg ik u. Niet om ons op te peppen, daar zijn Bijbelteksten niet voor, wel om met vreugde en vertrouwen te kunnen leven.”

“Geestelijk leven met de Heer leer je door met Hem samen te zijn. Hij is een mysterie en een vriend. Hij is God die alles te boven gaat en dichtbij is: Frank ik ken je precies, je zwakten, je goede kanten – ver-trouw-op-mij.”

“Op mooie en minder mooie dagen kun je zijn aanwezigheid opmerken in alledaagse gebeurtenissen, terwijl je Hem zoekt in grote wonderen.”

“Een mens moet eerst zichzelf worden, voordat hij zich kan geven.”

“Ik ken donker en licht in mijn eigen leven en ben er altijd mee bezig de Heer de kans te geven het licht te versterken.”

Er zijn nog twee uitspraken van broeder Frank die mij opvielen, maar daar wil ik in aparte blogs nog bij stilstaan.

zaterdag 3 oktober 2009

Balans


Ik las afgelopen weekend het boek ‘Gods plannen voor jou’ van J.I. Packer over ‘balans’. Balans is volgens Packer één de geheimen van het christelijke leven. Packer schrijft dat op elk gebied we twee extremen van eenzijdigheden moeten zien te vermijden. “Wij christenen zijn in feite hopeloos slecht in het vermijden van extremen. Wij zijn als de slinger van een klok, constant van het ene extreme naar het andere zwaaiend. Het is de kracht van reactie, misschien wel de sterkste negatieve kracht in een mensenleven, die deze zwaaiing veroorzaakt.”

Hij beschrijft ook hoe dat in zijn werk gaat: “we zien iets wat we niet leuk vinden, of denken dat we dat zien en we nemen er afstand van zoals van een slang in het gras. We blijven ernaar kijken, terwijl we zo veel mogelijk afstand proberen te scheppen. Door op deze manier naar achteren te lopen, bereiken we al snel een extreem tegengestelde van hetgeen waarvoor we op de vlucht sloegen, hoewel we de extreme aard ervan waarschijnlijk niet eens zien, omdat we volledig in beslag genomen worden door hetgeen waarbij we uit de buurt proberen te blijven. Dus een bepaalde vorm van eenzijdigheid leidt tot een tegengestelde eenzijdigheid. Er wordt niet gezocht naar balans en die wordt dus ook niet gevonden.”

Ik denk dat dit een belangrijke boodschap voor ons is. Een boodschap die niet alleen bestemd is voor de ‘vernieuwers’ onder ons, maar ook voor de mensen die alles zoveel mogelijk bij het oude willen laten. Beide groepen lopen het risico om een extreme positie in te nemen. Daarbij moeten we ons realiseren dat iets wat oud en vertrouwd is ook eenzijdig kan zijn. Laten we in de Geest van Jezus oude en nieuwe zaken onderzoeken op eenzijdigheden. Trouwens, als je leeft in de Geest van Jezus verval je zo wie zo minder snel in eenzijdigheden. Ook krijg je meer oog voor eenzijdigheden. Heer, vervul ons met de Geest van Jezus.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO