woensdag 30 december 2009

Oordeel niet

Ik heb de laatste tijd o.a. blogs geschreven over ‘communicatie’ en over ‘een gesprek van hart tot hart’. Hierover schrijft ook Ton Huttenga, studentenpredikant in Groningen, in de Reformatie: ‘Oordeel niet – aanvaardend pastoraat’.[1]

Huttenga begint zijn artikel met te zeggen, dat het belangrijk is dat je als predikant (maar het geldt m.i. ook breder) écht dichtbij de mensen bent. Daarmee bedoelt hij niet zozeer dat je fysiek, geografisch dichtbij iemand bent. Het gaat hem hier om wat ik zou willen noemen: een gesprek van hart tot hart. Hoe doet je dat nou? Huttenga geeft het volgende antwoord: “Één van de belangrijkste middelen om te bereiken dat je écht dichtbij bent, is dat je niet oordeelt.” Hij verwijst daarbij naar het verbod van Jezus: “Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt.”[2]

Het verbod (‘oordeel niet’) combineert Jezus met een waarschuwing: “opdat er niet over je geoordeeld wordt.” Vervolgens vult Jezus die waarschuwing concreet in: “Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden.” Volgens Marcus ging Jezus nog een stapje verder: “(…) en er zal je zelfs meer worden toebedeeld.” Met dat ‘meer’ wordt volgens Huttenga niet alleen het positieve, maar ook het negatieve bedoeld. Zijn conclusie is vervolgens: “Blijkbaar kent het goddelijk recht een dimensie, die boven het menselijke niveau uitgaat. God kan onvergelijkelijk goed zijn, maar ook verontwaardigd (…) op een manier waarop geen mens dat kan.”

Vervolgens stelt hij de vraag: “Hoe gaan wij met dit verbod om? Als ik het goed zie, staan deze woorden vaak in een spanningsveld.” Jezus verbiedt ons om te oordelen. En Jezus zegt: “Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer”. Wat is nu de bedoeling? “Als we naar Matteüs 7 kijken, blijkt die bedoeling te zijn dat we ons niet schuldig maken aan een verkeerd oordeel.” Vlak na het verbod ‘oordeel niet’ vertelt Jezus over de splinter en de balk in het oog van je broeder of zuster en in je eigen oog. Het gaat er hier om, dat Jezus van ons vraagt ons oordeel op te schorten. “Jezus leert ons in Matteüs 7 niet te ‘overtuigen’, maar om het overhaastige oordeel na te laten.”

“Opvallend, dat we bij dit bekende woord zo vaak afdwalen. Altijd weer bang om ‘te gemakkelijk’ te worden. Hoe komt dat? Het heeft te maken met de erfelijke belasting van een orthodoxe kerk. (…) De serieuze inslag ontaardt zo gauw in onverdraagzaamheid. En wat je dán niet aanvaardt is niet zonde tegen God, maar ‘zonde tegen jou.’ Oordeel niet. Je bent God niet!”

[1] De Reformatie jg 85 – nr 12 – 19 december 2009
[2] Matteüs 7 : 1, 2 - Lucas 6 : 37

woensdag 23 december 2009

Communicatie: met elkaar in gesprek gaan

In cv•koers (12/2009 – 1/2010) is een reportage opgenomen met de titel: 'De werkplaats van Waarom Jezus?' Deze reportage gaat over de EO’s internetcursus ‘Waarom Jezus?’. Een cursus die als doel heeft om mensen met interesse in God via het internet stapje voor stapje verder te helpen. Daarbij worden de cursisten ondersteund door een zgn. e-coach.

Bij de opzet van deze cursus is nagedacht over de manier waarop de boodschap optimaal overgebracht kan worden op de cursist. De mensen achter deze cursus zeggen daar o.a. het volgende over: “Christenen zijn vaak gewend om al snel met bijbelteksten te komen en te gaan preken, maar dat trekken mensen in de 21e eeuw niet meer.” “(…) dat is heel snel de reflex van ons als christenen. Ja, aanwijzen wat fout is. Terwijl het ermee begint dat je met iemand in gesprek gaat: wat beweegt iemand, waarom gelooft hij of zij in bepaalde zaken? Dan ontstaat er ook ruimte om te vertellen waar je zélf in geloofd.

Wat blijkt communicatie toch lastig en moeilijk te zijn. Wat een frustratie en energie kost het om verkeerde of gebrekkige communicatie achteraf weer ten goede te doen keren (voor zover dat mogelijk is). Verkeerde of slechte communicatie kan denk ik ook een vorm van ‘geestelijke armoede’ zijn. Als dat zo is, dan is het niet voldoende om alleen maar rekening te houden met spelregels voor een goede communicatie. Er zal dan ook gewerkt moet worden aan deze ‘geestelijke armoede’. Gelukkig wil de Geest daarbij helpen.

dinsdag 22 december 2009

Communicatie – nieuwe inzichten

In de laatste cv•koers (12/2009 – 1/2010) is een interview met Erik Borgman opgenomen: ‘Stop met presteren, leer ontvangen’. In dit interview doet hij een uitspraak die m.i. ook het onderwerp ‘communicatie’ raakt.

“(…) als mens is het wezenlijk dat je de ontmoeting met ‘het andere’ of ‘de ander’ aankunt, dat je in staat bent je tot nieuwe inzichten te laten verleiden. Wie dat niet kan of wil, zit onwrikbaar vast in zijn eigen gelijk. Dat strijdt bovendien met het hart van het christelijk geloof, vindt Borgman: God is altijd groter dan wij, groter dan onze voorstellingen en ‘waarheden’.”

Als iemand onwrikbaar vast zit in zijn eigen gelijk, dan is communicatie nauwelijks zinvol te noemen. Dan blijft het bij het uitwisselen van standpunten. Dit is een vorm van communicatie die m.i. geen echt gesprek genoemd kan worden.

maandag 21 december 2009

Goede communicatie - feedback

Dit weekend gebruikte ik o.a. om de nieuwe cv•koers (12/2009 – 1/2010) te lezen. Vooral de onderdelen die gaan over ‘communicatie’ vielen mij op. Reden daarvoor is, dat ik de afgelopen tijd bij herhaling m.i. verkeerde of gebrekkige vormen van communicatie meemaakte. Dus niet zozeer inhoudelijk maar kwa vorm, wat betreft de spelregels die van toepassing zijn op goede communicatie.

In cv•koers schrijft Tjeerd Boersma over feedback. Feedback betekent volgens het artikel “terugkoppelen”. “De ander attent maken van zijn of haar gedrag en het effect daarvan op jezelf.

Bij feedback gaat het dus om gedrag en niet om de persoon die het gedrag vertoond. Dat wordt m.i. vaak vergeten. Mensen voelen zich soms verrassend snel persoonlijk geraakt door een vraag of een opmerking over hun gedrag of over wat ze zeiden of schreven. Het blijkt moeilijk te zijn om gedrag en persoon (identiteit) te scheiden. Ik denk, dat iemand van wie de identiteit stevig geworteld is in Christus gemakkelijker persoon en gedrag kan scheiden. Hij (of zij) zal eerder op de juiste manier met feedback om kunnen gaan. Immers, wat er ook over zijn gedrag, gesproken of geschreven woorden gezegd wordt, zijn positie (identiteit) is daarvan niet afhankelijk.

zaterdag 19 december 2009

Onze liefdestrouw en die van Christus

Onze liefdestrouw in het huwelijk wordt in de Bijbel vergeleken, gelijkgesteld, gespiegeld aan de liefdestrouw van Christus. Is onze liefdestrouw zoals de trouw van Christus? Een trouw tot in de dood? Trouw beloof je aan God en zo aan elkaar. Ware trouw is niet afhankelijk van het humeur, de zwakheden of zelfs de zonden van de ander. Zijn wij als Jezus naar elkaar toe? Verstaan wij de diepte, hoogte en breedte van de redding van Christus voor ons? Ons gedrag laten wij wel vaak afhangen van het gedrag van anderen. Dat past echter niet bij een zijn als Jezus.

“’Hoofd’ en ‘hulp’ dragen beiden het beeld van God. Hoofd ben je niet voor jezelf, hulp ook niet. Maar je geeft je leven voor het welzijn en het behoud van de ander. Dat beloof je aan God en zo aan elkaar. Die belofte duurt je leven lang. Een echtscheiding, hoe ingrijpend ook, doet haar niet verdwijnen. Weet aan Wie je hebt beloofd! Zelfs in geval van overspel, hoe ontluisterend ook, zul je toch vooral denken aan het behoud van de ander. Hoe kun je dat? Door te knielen bij het kruis, bij Hem die zich overgaf voor plegers van overspel, voor dieven, voor leugenaars en dat soort mensen.” Bij Christus begint jouw trouw. “In zijn vernedering leer jij dienen. In zijn overgave leer jij er altijd te zijn voor je man, je vrouw.” Als je werkelijk de trouwe liefde van Christus kent en begrijpt, zul je door de kracht van de Geest er echt kunnen zijn voor je man of vrouw.

De Reformatie, jg 85 – nr 5 – 31 oktober 2009: Trouw ben je niet zomaar.

woensdag 16 december 2009

Heroriëntatie op liefdestrouw van Christus

Het gaat dus volgens Keller om een heroriëntatie op de radicale liefdestrouw van Christus. Maar, wat houdt die liefdestrouw van Christus nu in? Waar gaat het dan om?

Jezus Christus werd zeer onrechtvaardig behandeld. “Voortdurend werden zijn woorden verdraaid. Mensen wilden niet luisteren, ze wilde niet door Hem worden verlost. Ze daagden hem voortdurend uit. Hij werd geslagen, terwijl Hij geen kwaad had gedaan. Hij werd op gruwelijke wijze vermoord, terwijl Hij zich over velen had ontfermd.”

“Intussen had Hij de macht om op ieder moment legioenen engelen te ontbieden. Hij had zichzelf kunnen bevrijden en al zijn vijanden ter plekke kunnen verteren.”[1] Christus had veel redenen om af te haken en tegen zijn Vader te zeggen: Vader, de mensen zoeken het maar uit. Ze willen mij niet. Ze verdienen het niet. Ik stop ermee! Maar Hij ging toch door tot de dood aan het kruis. Hij was trouw aan God en aan mensen. “Onze Heiland was daarin niet afhankelijk van hoe mensen zich gedroegen.” Een zin om te herhalen en te overdenken: Jezus’ trouw was niet afhankelijk van het gedrag van mensen! Als dat wel zo was geweest, dan had hij het bijltje er vast heel snel bij neergegooid. Jezus’ trouw leidde uiteindelijk tot zijn afschuwelijke dood. Als dat geen radicale liefdestrouw is, wat dan wel?

[1] De Reformatie, jg 85 – nr 5 – 31 oktober 2009: Trouw ben je niet zomaar.

maandag 14 december 2009

Huwelijksmoeiten en Christus

Wat doe je als er bij mensen sprake is van huwelijksproblemen? Moet je ze het zevende gebod voorhouden? Bij het lezen van ‘De vrijgevige God’ van Keller viel mij op, dat hij een andere insteek kiest. Hij schrijft o.a. dit: “De oplossing voor een slecht huwelijk is heroriëntatie op de radicale liefdestrouw van Christus in het evangelie. ‘Gij zult niet echtbreken’ krijgt betekenis in de context van deze liefde van Christus, vooral aan het kruis, waar hij u volledige trouw bewees. Alleen wanneer je de trouwe liefde van Christus kent, zul je werkelijk stand houden tegen wellust. Zijn liefde geeft vervulling – hetgeen voorkomt dat u van seksualiteit dingen verwacht die alleen Jezus kan geven.”[1]

Hij gaat dan zo verder: “Waar gaat het dus om? Een trouw (…) mens word je niet van een verdubbelde inspanning om morele regels te volgen. Alle verandering komt veeleer door een dieper verstaan van de redding door Christus, en door een leven vanuit de veranderingen die dit verstaan in uw hart bewerkt.”

Keller noemt in dit verband Efeziërs 5. “In Efeziërs 5 spreekt Paulus de gehuwden toe, maar speciaal de mannen. Veel van zijn brieflezers hadden vanuit hun heidense achtergrond nog een kwalijke kijk op het huwelijk.” Het is geen dreigen of puur vermanen wat Paulus doet in Efeziërs 5. Nee, hij houdt de brieflezers de redding door Jezus voor. Jezus aanvaardde de verantwoordelijkheid voor zijn bruid (AG: de kerk). Hij gaf zich over om haar te beschermen. Hij gaf zijn leven prijs om haar te behouden. Die redding verbindt Paulus met de liefde van een man voor zijn vrouw. De liefdestrouw in een huwelijk dient een afspiegeling te zijn van de redding door, de liefdestrouw van Jezus.

[1] De vrijgevige God – Tim Keller, pagina 94.

donderdag 10 december 2009

Onze hardleersheid en halsstarrigheid

Afgelopen tijd las ik het evangelie volgens Marcus door. Wat mij o.a. opviel is hoe moeizaam Jezus zijn boodschap over de bühne kon krijgen bij zijn discipelen.

Jezus verwijt de discipelen regelmatig hardleersheid en halsstarrigheid. Regelmatig lees je vragen van Jezus aan zijn discipelen zoals: Jullie hebben oren, maar horen niet? Jullie hebben ogen, maar zien niet? Geloven jullie nog steeds niet? Begrijpen jullie het dan nog niet? Ontbreekt het jullie aan inzicht? Het teken van de vermenigvuldiging van de broden en de vissen vindt zelfs twee keer plaats en toch begrepen de discipelen toen nog niet dat Jezus tot alles in staat was.

Moet je voorstellen, de discipelen volgden Jezus dag en nacht en zagen de meest bijzondere wonderen en tekenen. De discipelen hoorden de meest goede, aansprekende, bijbelgetrouwe preken die ze zich maar wensen konden. De ‘predikant’ was de meest volmaakte die er op aarde heeft rondgelopen. Een meer authentieke prediker is er voor en na Jezus niet meer geweest. En toch die verwijten van Jezus aan de discipelen tot in het laatste hoofdstuk van Marcus aan toe. En toch die hardleersheid en halsstarrigheid.

Hoe kijkt Jezus naar de huidige discipelen, de navolgers van Christus van nu? Doen wij het veel beter dan de discipelen van toen of zou Jezus ons ook regelmatig hardleersheid en halsstarrigheid verwijten? Ik zou niet weten waarom wij nu anders handelen dan de discipelen van toen. Ook mij en ons valt regelmatig hardleersheid en halsstarrigheid te verwijten. Als ik hierover nadenk, dan maakt dat mij bescheiden. Dan wil ik niet te snel ‘grote woorden’ spreken. Dan wil ik begrip opbrengen voor andere broers en zussen die ook last hebben van hardleersheid en halsstarrigheid, omdat ik geen haar beter of anders ben dan zij.

Moeten we daarom de problemen in de kerk en in ons leven maar bagatelliseren? Dat zou wel een begrijpelijke reactie zijn: het is altijd al zo geweest, dus laten we er ons maar bij neerleggen, het is niet anders. De volmaaktheid zullen we hier nooit bereiken. Dat zal een ‘realist’ ons voorhouden. Nee, ik denk dat dat te gemakkelijk is. Jezus maakt toch niet voor niets de discipelen (en ons) verwijten? Ik zie maar één oplossing voor mijzelf en anderen: we moeten ons tot in het diepst van onze ziel laten aanraken door de Geest van Jezus. De Geest die ons doet focussen en fixeren op Jezus! Alleen zo worden wij vernieuwd, veranderd, kunnen wij stap voor stap over onze hardleersheid heen groeien. Dat is toch geen idealisme? Denk niet te klein over het werk van de Geest!

zaterdag 5 december 2009

Vernieuwing van identiteit: als Jezus zijn

Bas Luiten schrijft in de Reformatie van 14 november 2009 over het ‘Met Christus omkleed’ zijn. Dit naar aanleiding van Galaten 3 : 27. “U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed.

Luiten zegt daar o.a. het volgende over. ‘Wie je bent, blijft bestaan, en toch komt er iemand over je die meer is dan jij. Er ontstaat een gezamenlijk bestaan, een twee-eenheid, tussen Christus en ieder die in Hem wordt ondergedompeld in de doop. Je doet dus nooit meer iets alleen. En andersom, Jezus doet het samen met jou. (…) Het is de bedoeling als mensen naar mij kijken dat ze meer van Hem zien en minder van mij.’

Luiten wijst op de actieve vorm waarin deze tekst is geformuleerd; ik heb mij met Christus omkleed. Maar doe ik dit zelf? Kan ik mezelf met Christus omkleden? ‘God is in de doop de handelende persoon. Hij is de enige die een mens in Christus kan begraven en vervolgens kan laten opstaan (Rom. 6). (…). Maar gelovig daarvoor kiezen doe je wel zelf. (Let wel: niet uit jezelf, maar wel zelf). Het kleed impliceert de eigen verantwoordelijkheid die we houden. Onze identiteit wordt nieuw, we worden er niet van beroofd. Het is een complete wedergeboorte.’

Vervolgens is het ook de kunst om voortaan elkaar zo te zien. ‘(…) eerst Christus zien, en pas dan en zo die ander.’ In Christus verdwijnen de verschillen (Jood of Griek, slaaf of vrije, man of vrouw: Galaten 3 : 28). “(…) het is nog steeds een kwestie van op de juiste wijze kijken naar elkaar, eerst Christus ontdekken in elkaar.’

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO