maandag 27 december 2010

De geestelijke en menselijke kant van de kerk

Ook bij David Heek kom je in zijn blog ‘Interview 2’ twee kanten van eenzelfde mediale (de kerk) tegen. Op de vraag ‘Houd je eigenlijk wel van de kerk?’ antwoord David: “‘Absoluut, maar dan bedoel ik de geestelijke kant: het lichaam van Christus. Maar die andere, menselijke kant, dat systeem, die vaak opgelegde manier van doen, die haat ik! Daar ben ik uiterst kritisch op, juist omdat het het lichaam van Christus is.

De kerk heeft een geestelijke kant en een menselijke kant. Die geestelijke kant vormt principieel gezien geen tegenstelling met de menselijke kant. Over die menselijke kant mag en moet je wel kritisch zijn, omdat het risico bestaat dat de gerichtheid op Christus ontbreekt. Maar laten we oppassen om de geestelijke kant en de menselijke kant (standaard) als tegenpolen van elkaar te zien. In de (zondige) praktijk kunnen die twee kanten wel zomaar tegenpolen van elkaar worden. En ja, in de kerk komt het helaas voor dat de geestelijke kant en de menselijke kant een tegenstelling vormen. Wij niet de Heer van de kerk dienen, maar (namaak)goden. Dat David (e.a.) daar aandacht voor vraagt, is niets mis mee. Integendeel.

Gerichtheid op Christus. Bij Jezus Christus was er een volmaakte harmonie tussen Geest en mens. In zijn mens-zijn was hij altijd voor de volle 100% gericht op zijn Vader. Hoe meer wij (en de kerk) ons richten op Jezus, des te meer wij (en de kerk) ook gaan lijken op Jezus. Hoe meer wij op Jezus lijken, zoals kinderen op hun ouders lijken, des te meer wij ook in ons mens-zijn gericht zijn op Christus. Des te meer er in de kerk geen tegenstelling is tussen de geestelijke en menselijk kant.

Laten we in de kerk ons vooral richten op een groeien in gerichtheid op Christus. Verandering van vormen en structuren zijn hierbij (slechts) randvoorwaarden. Alleen aandacht besteden aan het veranderen van deze randvoorwaarden is nutteloos.

vrijdag 24 december 2010

Gods werk en mensenwerk in de kerk

In de kerk komt Gods werk én mensenwerk bij elkaar. Je kunt bij het nadenken over de kerk de Bijbel als uitgangspunt nemen. Hoe God tegen de kerk aankijkt (‘van boven’). En je kunt over de kerk nadenken door deze ‘van beneden’ te bezien. De benadering ‘van boven’ en die ‘van beneden’ horen bij elkaar, moeten met elkaar verbonden worden en zijn niet te scheiden van elkaar. Ze vormen principieel gezien geen tegenstelling. Het wordt pas een tegenstelling als het mensenwerk niet gedaan wordt vanuit een gerichtheid op Christus, door de Geest.

Deze tweeslag (van boven en van beneden) zie ik ook in de blog ‘David Heek stoort me’ van Jos Douma. Jos zegt daar o.a. dit over: “Het kan toch niet zo zijn dat kerkdiensten, waar zoveel energie in wordt gestoken, van nul en generlei betekenis zijn voor de opbouw van Christus’ gemeente? Het kan toch niet zo zijn dat kerkdiensten alleen maar het plichtmatig afwerken van een orde van dienst is? Kom op, David, je hebt toch theologie gestudeerd, en je kent toch de diepgaande en rijke Bijbelse en theologische betekenis van het samenkomen van de gemeente rond het Woord van God?”. Dit is kijken naar de kerk vanuit de Bijbel (van boven).

Er is in genoemde blog van Jos ook een kijken naar de kerk ‘van beneden’: “Soms vind ik het zelf eigenlijk ook wel een beetje een poppenkast, die zondagse diensten, (…).‘Het gaat best goed in de gemeente. Er is tenminste geen gedoe. Nee, erg gepassioneerd is het allemaal niet, maar ja wat wil je, dat kun je toch ook niet verwachten? En we moeten ook niet vergeten dat we in een heel veeleisende tijd leven, en dat christenen er toch ook recht op hebben om op zondag een beetje tot rust te komen in een vertrouwde en veilige omgeving, om weer op adem te komen voor een nieuwe werkweek?’”

David Heek reageert heel uitgelaten op deze blog van Jos en noemt het ‘breaking news’. Maar is dat het wel? Ik vind dat Jos heel mooi de twee kanten van kerk-zijn beschrijft. Wat mij (en David waarschijnlijk ook) het meest raakt in de blog van Jos is, dat hij heel eerlijk de menselijke kant (‘van beneden’) beschrijft. Onder woorden brengt dat er in de kerk ook mensenwerk is dat niet gericht is op Christus. In dat geval is er inderdaad sprake van ‘een poppenkast’. Jos en David hebben er beiden oog voor dat er soms ‘poppenkast’ gespeeld wordt in de kerk. Het is goed dat daar de vinger bij gelegd wordt. Het is geen wereldschokkend nieuws. Wel verdrietig nieuws, omdat de kerk zo antireclame maakt voor Jezus Christus, terwijl reclame maken voor Jezus het wezen van de kerk is. Dit vraagt van kerken (kerkleden) dat ze eerlijk in de spiegel kijken en oog krijgen voor het mensenwerk in de kerk dat niet gericht is op Christus. Dit vraagt om verandering, bekering en vernieuwing.

zaterdag 18 december 2010

De Geest, genade verandert de kerk

Eten, bidden en beminnen. Daniel & Tanja de Wolf gebruiken deze woorden als een synoniem voor radicaal discipelschap. Radicaal discipelschap als sleutel om als kerk aansluiting te vinden bij onze samenleving. “Ik zou christenen, inclusief mezelf, willen uitdagen om meer op Jezus te lijken en van hem vervuld te zijn. Jezus at met mensen (…). Hij bad tot de Vader. Hij beminde deze wereld.” Maar hoe komen wij tot radicaal discipelschap? Door Jezus na te volgen, maar hoe doe je dat? Radicaal discipelschap is het leven van de Geest in onszelf. Navolging is worden als God. Laten we ons uitstrekken naar de Geest zodat hij van ons discipelen, navolgers maakt. Er is innerlijke (geestelijke) vernieuwing nodig.

David Heek’s beeld van de kerk is: “Kerk zijn is ‘eat, pray, love’. Eten, bidden, beminnen. That’s all.” Een kerk dus waar sprake is van een gemeenschap (eten), waar we van elkaar houden (beminnen) en wij voor elkaar bidden (bidden). Dit beeld van de kerk vindt David niet of onvoldoende terug in de GKv. Als de GKv niet verandert, is de kerk volgens David ten dode opgeschreven. Maar, hoe gaan we de kerk veranderen? Hoe krijgen we dan wel het niveau van eten, bidden en beminnen? Door een vorm te kiezen waarin eten, bidden en beminnen tot zijn recht komt? Verwachten wij het in de kerk niet te vaak van aanpassingen van vormen, structuren en systemen? Worden we in de kerk niet te vaak opgeroepen Jezus na te volgen en er een niveau van eten, bidden en beminnen op na te houden zonder te vertellen hoe dat moet? Alleen met het aanpassen van vormen, structuren, systemen, gedrag komen we er niet. Christenen en kerken veranderen ten diepste niet door dit soort aanpassingen. Maar hoe dan wel?

Daarom vind ik het mooi dat in deze discussie ook het onderwerp ‘genade’ om de hoek is komen kijken, want genade verandert mensen. Remmelt Meijer en anderen schrijven daar over. Hij schrijft: “Genade is vrij van geweld, verbaal en fysiek. Maar wel hard: stop slappe praat, stop met angst en heb het lef om puur en alleen voor genade te gaan. Genade is voor mij vertrouwen. Overgave. Niets moeilijker dan dat. (..) Kerken die dit durven zullen nooit verlamd kunnen raken door systemen. Hoe nodig systemen ook zijn. Maar alles dienstbaar aan genade. (…) Zonder die radicale genade zie ik geen toekomst voor kerken.” Hoe meer christenen bezig zijn met genade en genade echt doorgronden, hoe meer kerken zullen veranderen. Als er in de kerk sprake is van geestelijke lauwheid en gebrek aan vitaliteit, moeten we dan niet de conclusie trekken dat wij de grootheid van Gods genade blijkbaar niet of onvoldoende begrijpen? “God vergeeft en redt zondaars (AG: genade) juist zodat Hij ze kan veranderen in mensen die op Christus lijken en in zijn beeld delen, deel hebben aan zijn goddelijke natuur.” Genade én vernieuwing. Genade verandert (vernieuwt) mensen, verandert (vernieuwt) de kerk.

maandag 13 december 2010

Kerk in de 21e eeuw

In het afgelopen weekend las ik het boek ´eten, bidden, beminnen´ (oorspronkelijke titel: eat, pray, love) van Elizabeth Gilbert uit. Ik was al in het boek begonnen voordat de titel een eigen (religieus) leven ging leiden.

De titel kwam ik tegen in het interview met David Heek (gepubliceerd in het ND van 27 november: ‘Amos uit Spakenburg’). David Heek gebruikte de titel van het boek om daarmee de kerk te typeren: “Onrustige zielen willen thuiskomen bij God, maar dat niveau halen we niet in de kerk. En dan al die energie voor dat ene uurtje kerkdienst. Terwijl het daar niet om gaat. Kerk zijn is anders, draait om eenvoud. Kerk zijn is ‘eat, pray, love’. Eten, bidden, beminnen. That’s all”.

Het interview bracht nogal wat digitale pennen in beweging. Afgelopen week kwam er zelfs een heuse weblog beschikbaar waarop allerlei reacties zijn samengebracht: ‘Weer kerk zijn in de 21e eeuw, eten bidden beminnen’. In deze reacties kreeg David Heek niet alleen bijval. Wel was er eensgezindheid over dit punt: de huidige vorm van kerk-zijn moet veranderen. Jos Douma zegt het zo: “Maar ik realiseer me ook steeds meer dat de huidige manier van kerk zijn een vrij radicaal transformatieproces door moet om én voor de nieuwe generaties een plek te zijn waar ze de dynamiek van Jezus’ evangelie kunnen ervaren én voor niet-christenen een ruimte te zijn waar ze zich thuis kunnen voelen in de omhelzing van de Drie-enige God.

donderdag 9 december 2010

Meningsverschillen in de kerk

Ds. Jacob Glas schrijft in de Reformatie[1] over (menings)verschillen in de kerk. Verschillen die als verdeeldheid worden ervaren. Maar zijn meningsverschillen in de kerk een symptoom van ‘verdeeldheid’? Is verdeeldheid een synoniem voor meningsverschillen? Zijn verschillen per definitie verkeerd? Bedreigen verschillen de eenheid in de kerk?

Glas zegt er dit over: “Het doet er niet toe wanneer christenen onderling van mening verschillen over allerlei zaken die het christelijk leven of het kerkelijk samenleven betreffen waarvoor God geen geboden heeft gegeven. (…) Wat er echt toe doet is of je denken en handelen gericht zijn op de Heer. Het gaat om je hart, je motivatie. Niet jouw standpunt is belangrijk, wel waarom je dat standpunt hebt.”

Dus als in een gemeentevergadering de uitslag van een stemming ongeveer evenveel voor- als tegenstemmers oplevert, is daarmee niet gezegd dat dit een teken is van verdeeldheid in de gemeente. Dat weet je pas nadat je voor- en tegenstanders hebt bevraagd over het waarom van hun stemgedrag. Alleen het feit (uitslag van de stemming) mag niet leiden tot de kwalificatie ‘verdeeldheid’. Ook het stemgedrag op zich is niet belangrijk. De motivatie achter het stemgedrag (bij zowel voor- als tegenstemmers) bepaalt of je uitgebrachte stem goed of verkeerd is. Van belang is of je je stem laat bepalen door een gericht zijn op de Heer of door je eigen voorkeuren.

Maar wanneer is er dan wel sprake van verdeeldheid? Op welk moment is de eenheid in de gemeente wel in het geding? Als wij niet (meer) Christus in het middelpunt van ons leven hebben staan. Als wij niet (meer) Jezus volgen en ons niet houden aan zijn geboden. Dan is er sprake van verdeeldheid en is de eenheid in het geding. Of dit aan de orde is, laat zich niet altijd zomaar aflezen uit gedrag van mensen. Daarvoor is een diepgaand gesprek nodig. “Mensen die met elkaar van mening verschillen, kunnen dus toch een eenheid vertonen.”

[1] De Reformatie, nummer 4 – jaargang 86 – 19 november 2010

maandag 6 december 2010

Jezus op bezoek in GKv

In mijn blog ‘Oude tijden herleven’ schreef ik dat God en mensen nog steeds dezelfde zijn. Wat voor het OT geldt, geldt ook voor de tijd die beschreven is in het Nieuwe Testament (=NT). De mens uit het OT is niet anders dan de mens uit het NT. In dit verband moet ik denken aan een tweet van Jan Meijer: “Benieuwd hoe wij als GKv zouden reageren wanneer Jezus in cognito op bezoek kwam op de manier zoals Hij dat 2000 jaar geleden deed…

Als wij (mensen van onze tijd) niet wezenlijk verschillen van de mensen uit de tijd van Jezus, dan kunnen we de evangeliën openslaan om zo te ontdekken hoe wij zouden kunnen reageren. De kerk in Jezus’ dagen doodde Jezus na drie jaar publiekelijk optreden. Hoe zouden wij (kerk van onze tijd) reageren als Jezus bij ons op bezoek komt? Zelfs als Jezus niet in cognito op bezoek komt?

Nu komt Jezus niet als mens op bezoek in de GKv. Wel is Jezus door zijn Geest aanwezig. Ook mogen wij Jezus zien, ontmoeten in andere mensen. Hoe reageren wij als Jezus op bezoek komt? Mensen die door de Geest lijken op Jezus worden soms genadeloos aan de schandpaal genageld. Zouden wij niet zelfs Jezus (opnieuw) aan de schandpaal (het kruis) nagelen? Helaas herhaalt de geschiedenis zich juist omdat God en mensen niet veranderen. Wij kunnen veel leren van het NT.

vrijdag 3 december 2010

Oude tijden herleven

Onze tijd verschilt niet wezenlijk van de tijd zoals beschreven in het Oude Testament (=OT). God wilde omgaan met zijn volk Israël, onder zijn volk wonen. En Israël vervreemdde steeds weer van God en liep de afgoden (namaakgoden) achterna. God wil omgang met mensen, maar de mens wil (van nature) geen omgang met God.

Vooral het boek ‘Namaakgoden’ van Tim Keller laat mij zien hoe actueel (van deze tijd) afgoderij is. Veel voorbeelden die Keller ter illustratie van namaakgoden gebruikt, zijn uit het OT: Jakob met Rachel en Lea (love is niet all you need), Naäman (succes als verzoeking), Nebukadnessar (de macht en de heerlijkheid), Jona (de verborgen afgoden in ons leven) en Jakob’s worsteling bij Peniël (het einde van namaakgoden). Keller vertaalt deze voorbeelden naar vandaag en maakt daardoor het OT actueel. Oude tijden herleven.

Er is niets nieuws onder de zon. Waarom niet? God en mensen zijn niet veranderd. Het zit in elk mens om voor zichzelf te gaan en daarmee dus namaakgoden te dienen in plaats van God. Volgens Paulus is het OT ons ten voorbeeld gegeven (1 Korintiërs 10). We kunnen nog veel leren van het OT.

donderdag 2 december 2010

Verhouding Bijbel en cultuur

Ik schreef op deze weblog het nodige over de cultuur en beïnvloeding vanuit de cultuur. Ik las in het rapport deputaten kerkelijke eenheid een mooi stukje over cultuur en de verhouding tussen Bijbelse voorschriften en de cultuur. Mooi ook in de zin van evenwichtig, recht doen aan beide kanten, niet denken in tegenstellingen. In het rapport is het volgende te lezen.

‘De verhouding tussen Bijbelse voorschriften en de cultuur is er overigens niet per definitie een van confrontatie, maar kan twee kanten op. Het Woord van God staat haaks op elke cultuur (de patriarchale van het oude Israël, de rationalistische van de vorige eeuw en de postmoderne van vandaag de dag), maar kan anderzijds ook aansluiting vinden bij en ingang vinden in elke cultuur.‘

‘De tijdgeest, welke dan ook, kan vijand zijn van het Evangelie, maar kan anderzijds ook dienstknecht van datzelfde Evangelie zijn. De heilige Geest stelt elke tijdgeest onder kritiek, confronteert zich ermee en doorlicht elke tijdgeest tot op de kern van zijn Godevijandigheid, maar kan evenzeer elke tijdgeest in dienst nemen, heiligen en gebruiken als voertuig van zijn werk in de harten en levens van mensen. Dat geldt evenzeer voor de tijdgeest van de postmoderne cultuur van de 21e eeuw als die van vroeger tijden die we maar al te gemakkelijk koesteren als beter en christelijker dan die van nu.’ Secularisatie is iets van alle tijden.

‘De cultuur kan werken als een filter dat ons het zicht ontneemt op Gods bedoeling en wil, maar kan ook fungeren als een bril waarop we scherper zicht krijgen op Gods wil voor het hier en nu. Persoonlijke, maatschappelijke en culturele omstandigheden kunnen de Schrift toesluiten én ontsluiten. Ze kunnen ons verstaan van de Schrift en daarmee van Gods wil verduisteren (denk aan hedendaagse visies op en omgang met huwelijk en seksualiteit en meer in het algemeen de ik-gerichtheid van onze cultuur). Maar ze kunnen ook nieuw licht werpen op (het verstaan van) de Schrift en onze ogen openen voor wat we eerder niet zagen (denk aan veranderde visies op slavernij, rassenverhoudingen en milieu).’

dinsdag 30 november 2010

Deputaten DKE en de doop

Recentelijk kwam mij het rapport deputaten kerkelijke eenheid (DKE) van de GKv onder ogen. In dit rapport beschrijven de deputaten voor de generale synode van 2011 (Harderwijk) de contacten met o.a. de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken.

In dit rapport nemen de deputaten als bijlage een notitie op over de leer van de doop, Heilige Geest, kerk en avondmaal. De deputaten schrijven o.a. het volgende: “In prediking en onderwijs moet glashelder uitkomen wat een gereformeerde kerk op dit punt gelooft en leert. Tegelijk blijft het belangrijk om het geloof te zien, het hart te peilen en de motieven te proeven van wie zich laten overdopen en hen niet te drijven in consequenties die ze zelf niet (willen) trekken.

Het gaat mij nu vooral om “(…) en hen niet te drijven in consequenties die ze zelf niet (willen) trekken.” Ik vraag mij af wat de deputaten nu met deze zin bedoelen. Betekent dit dat de deputaten niet voor het toepassen van een ‘onttrekking metterdaad’ zijn? Onttrekking metterdaad betekent dat een tweede doop als consequentie heeft, dat door het ondergaan van deze tweede doop iemand zich onttrekt aan de gemeente waar hij lid is. Maar wat nu als iemand lid wil blijven van de gemeente? Is dan het toepassen van ‘onttrekking metterdaad’ het opdringen van een consequentie die iemand zelf niet wil trekken?

Ik heb het al eerder gezegd, maar zeg het hier nogmaals: ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat er in de GKv verschillend gedacht wordt over het toepassen van ‘onttrekking metterdaad’.

donderdag 25 november 2010

Geen opwekking zonder berouw

Reinier Sonneveld schrijft in ‘Het goede leven’ over een opwekking. Wat is een opwekking eigenlijk? Wikipedia geeft daarop een antwoord. Ook Reinier beantwoordt die vraag en wel zo: “(…) de periodes dat de kerk uit een geestelijke dood opstond, meer dan ooit weer Jezus gingen bewonderen en vol van hem werd.” Het antwoord van Keller op die vraag is: “Hij (AG: Richard Lovelace) leerde ons dat de opwekkingen plaatsvonden toen predikers mensen tot het inzicht brachten, dat het grootste deel van hun leven zelfrechtvaardiging was. Veel christenen aanvaarden wel dat ze gered zijn door genade en niet door werken, maar weten niet hoe het uitwerkt in hun leven. Op het moment dat christenen er echter achter komen wat de gevolgen zijn van het nieuwe leven, is dat heel bevrijdend en resulteert dat in een moment van vernieuwing.”

Reinier schrijft dat elke grote opwekking begint met berouw. “We hebben het fout gedaan en het moet radicaal anders. Zonder zo’n diep ervaring van zonde zal er nooit meer een vernieuwing komen in de westerse kerk.” Geen opwekking dus zonder zondebesef. Het is een koppeling die ik overal lees. Bijvoorbeeld bij Kamsteeg in ‘Dit is mijn passie’, en ook bij ‘Gods plannen voor jou’ van J.I. Packer. Maar waarom is deze koppeling tussen opwekking en berouw/zondebesef nodig?

Een opwekking begint met het zoeken naar God op nieuwe manieren en het aan de kant zetten van verkeerde dingen. “We kunnen ons afwenden van onze zonden en daarmee de weg van de Here effenen, wegversperringen opruimen en een snelweg voor God in ons leven creëren.” “Alleen als we de heilige Geest weer toelaten, de Geest ‘die duidelijk maakt wat zonde, gerechtigheid en oordeel is’, alleen dan kan de kerk weer vitaal worden. Opwekking heeft te maken met de weg teruggaan naar huis (jongste zoon in Lucas 15), bekering, wegdoen van zonden, ruimte geven aan de Geest. Ja, opwekking heeft alles te maken met zondebesef en berouw.

dinsdag 23 november 2010

Zelfrechtvaardiging en (zelf)reflectie

In mijn blog ‘zelfrechtvaardiging’ schreef ik over de oorzaak van niet onderscheidend gedrag bij protestanten managers. Zelfrechtvaardiging is de oorzaak volgens de schrijfster (Marieke Meijer-van Abbema) van het artikel ‘Leiden zonder jezelf te rechtvaardigen’. Het artikel reikt ook een middel voor een oplossing aan: (zelf)reflectie. Nu is zelfrechtvaardiging niet een exclusief ‘voorrecht’ voor protestanten managers. Het is de ‘standaardinstelling’ van ons allemaal. Het middel is dus niet alleen voor managers of geestelijke leiders van belang, maar voor iedereen.

Het middel is dat wij “(…) misleidende patronen van zelfrechtvaardiging gaan opdiepen”. Dat betekent dat wij onszelf observeren en eigen gedachtepatronen onderzoeken. Marieke geeft aan, dat wij zodra iets van irritatie of spanning de kop opsteekt, onderliggende patronen omhoog moeten halen om zo te ontdekken waar wij op dat moment onze identiteit op baseren. Die onderliggende patronen mogen wij (vervolgens) bij God brengen.

Het open en eerlijk naar jezelf kijken, valt niet mee. Het is zelfs “(…) onmogelijk om je altijd bewust te zijn van wat je beweegt.” Daarvoor is een levende verbondenheid, relatie met God noodzakelijk. Juist in je ontmoeting met de Heer, mag je inzicht ook over jezelf krijgen.

donderdag 18 november 2010

Zelfrechtvaardiging

In het ND van 18 november 2010 staat het artikel ‘Leiden zonder jezelf te rechtvaardigen’ (op pagina 12). Het artikel roept bij mij nogal wat herkenning op, omdat het zaken aan de orde stelt die ik ook op diverse blogs bij de kop had.

Het artikel gaat over de vraag: “Hoe kan het dat het hanteren van een christelijke visie op leidinggeven niet tot onderscheidend gedrag leidt?” Uit onderzoek blijkt namelijk dat protestantse managers minder mensgericht zijn dan niet-christelijke managers. "En dat lijkt in tegenspraak met begrippen als dienstbaarheid (...), investeren van je leven voor anderen (...). Hoe kan het dat het hanteren van een christelijke visie op leidinggeven niet tot onderscheidend gedrag leidt?" Is dit niet (min of meer) dezelfde vraag als die van Sieds de Jong: "zouden christenen het eigenlijk niet beter behoren te doen dan niet-christenen?"

De schrijfster (Marieke Meijer-van Abbema) denkt dat een belangrijke oorzaak ligt in het feit dat de kerk al zo lang spreekt over de zondige aard van mensen en de goede vruchten die zij moeten laten zien. “Goede vruchten zijn verworden tot een voorwaarde voor goed christen-zijn en daarmee acceptatie door God. Hierdoor is een onbewust patroon ontstaan van zelfrechtvaardiging.” Maar iedere christen weet toch wel dat je jezelf niet kan rechtvaardigen? Zeker maar “de praktijk leert dat deze gedachten van zelfrechtvaardiging zich veel dieper hebben vastgezet dan wij ons bewust zijn. Luther noemde zelfrechtvaardiging al onze ‘standaard’instelling.”

maandag 15 november 2010

Radicale levensstijl

Ds. Sieds de Jong staat stil bij de stelling van Keller: “De kerk is een ziekenhuis voor zondaars, geen museum voor heiligen.”[1] Het gaat in de kerk om genade voor zondaars. Deze stelling staat in het gedeelte waar Keller ingaat op het veel gehoorde bezwaar tegen het christelijke geloof dat christenen zich vaak in negatieve zin onderscheiden van niet-christenen.[2]

De Jong merkt op dat de kerk meer is dan de hierboven genoemde typering. Het gaat in op de vraag: “zouden christenen het eigenlijk niet beter behoren te doen dan niet-christenen?” “Anders gezegd: zou het niet wat radicaler mogen?” De Jong schrijft dat hij in Gods Woord een niet mis te verstane radicaliteit tegenkomt. Hij noemt als bewijs daarvoor de teksten: Hebreeën 12 : 14, Matteüs 5 : 46 – 47, Efeziërs 4 : 20, Matteüs 25 : 1 – 2 en 1 Petrus 4 : 2. De conclusie van De Jong is dat de kerk óók een revalidatiecentrum is waar herstel plaatsvindt. De kerk óók een plek is waar mensen radicaal veranderd wórden. De kerk als ziekenhuis is te statisch, te eenzijdig. “De weg naar herstel en de oproep om je daarvoor in te spannen blijven namelijk buiten beeld.”

De volgende vragen geeft De Jong mee voor persoonlijke bezinning: “Hoe uitgesproken christelijk is mijn levensstijl? Ben ik radicaal in mijn leven als christen? Verwacht ik wel genoeg van Gods kracht en van zijn Geest in het vormgeven van het leven van alledag?”

[1] De Reformatie, nummer 3, jaargang 86, 5 november 2010
[2] In alle redelijkheid, hoofdstuk 4 ‘De kerk is verantwoordelijk voor heel veel onrecht’

donderdag 11 november 2010

(Zelf)reflectie (2)

In mijn vorige blog schreef ik over (zelf)reflectie. Ik wil er nog wat over zeggen. Ik denk dat we reflecteren moeilijk vinden. Het is veel gemakkelijker om de splinter in het oog van die ander te zien dan te reflecteren en de balk in je eigen ogen op te merken. Zodra je begint over die splinter (bij die ander) zonder eerst jezelf eerlijk te onderzoek, moet er (denkbeeldig) een bel bij je gaan rinkelen.

Zonder hulp van buitenaf is het ook heel moeilijk om namaakgoden te ontdekken. Gelukkig geeft God ons hulpmiddelen: Gods Geest, Gods Woord en geestelijke broers/zussen (gemeente). Eerlijk en serieus zelfonderzoek zal dus biddend, met een geopende Bijbel en al luisterend naar God en mensen moeten gebeuren.

Er is nog iets wat reflecteren moeilijk maakt. Keller schrijft dat namaakgoden verkeerde overtuigingen bij je op (kunnen) wekken. Afgoden kunnen je een eigen herinterpretatie van de werkelijkheid geven. Wantrouw daarom je overtuiging. Wees daarom voorzichtig met jouw kijk op de werkelijkheid. Spiegel die overtuiging en jouw kijk op de werkelijkheid aan Gods Woord en (geestelijk) wijze broers en zussen. Zoek al biddend en luisterend naar de Geest je weg daarin.

woensdag 10 november 2010

(Zelf)reflectie (1)

Wij hebben allemaal last van namaakgoden (afgoden). “(…) ze verschuilen zich in ieder mens.” Iedereen zondigt en de drijfveer achter onze zonden zijn namaakgoden. Keller geeft in zijn boek ‘Namaakgoden’ aan dat wij de afgoden moeten opzoeken, moeten herkennen. Als we onze afgoden herkennen, krijgen we oog voor de invloed die deze namaakgoden uitoefenen op ons hart. Met andere woorden, we zullen in de spiegel moeten kijken. Aan (zelf)reflectie moeten doen.

Ik vraag mij af of wij ons wel bewust zijn hoe belangrijk het is om te reflecteren als persoon, maar ook als gemeente, als kerkenraad, etc. Hoe vaak kijk je in de spiegel? Hoe vaak kijkt de gemeente, de raad in de spiegel? Reflectie is nodig om onze namaakgoden op het spoor te komen. Zonder noemenswaardige (zelf)reflectie zullen de namaakgoden in ons leven, in de gemeente, in de raad stilletje hun gang gaan.

Keller schrijft dat de invloed van namaakgoden in ons leven teruggedrongen kan worden door ze op te zoeken en ze te vervangen door God. Maar als we niet zoeken (omdat we niet of onvoldoende reflecteren), zullen we ook niet de namaakgoden vervangen door de enige ware God. Of denken we dat het allemaal nog niet zo’n vaart zal lopen met die namaakgoden? Lees de Bijbel eens (Oude Testament): daar gaat het niet alleen over Israëlieten, daar gaat het ook over ons!

wordt vervolgd......

maandag 8 november 2010

Kernprobleem is gebrek aan verbondenheid

Toen ik de blog ‘Verbondenheid is hét middel tegen secularisatie’ schreef, viel mij iets op.

• Tim Keller gebruikt de gelijkenis van de verloren zoon om het grootste probleem van de kerk toe te lichten. Het kernprobleem is geestelijke lauwheid en gebrek aan vitaliteit van ‘oudste zonen’ in de kerk. Oudste zonen zijn vervreemd van het vaderhart van God. Ze kennen geen levende verbondenheid met God. [1]
• Maris zegt dat het behoren bij de kerk zijn betekenis verliest als christenen niet een levende verbondenheid kennen met Christus. Het gebruikt daarbij het beeld van de kerk als een lichaam. [2]
• Schaeffer beantwoordt vervolgens de vraag hoe wij de secularisatie in de kerk het hoofd moeten bieden. Het antwoord is: De oplossing voor een geseculariseerde kerk en wereld is God en mens samen, God en mens als bondgenoten. God en mensen horen bij elkaar, zijn met elkaar verbonden (verbond). [3]

De analyse van Schaeffer is feitelijk dezelfde als de opmerking van Maris en de analyse van Tim Keller. Ik vind het zelf opmerkelijk dat ik via drie verschillende wegen (Schaeffer, Maris en Keller) uitkom bij hetzelfde probleem: het kernprobleem is dat we in meer of mindere mate vervreemd zijn van het vaderhart van God. Het gaat om de verbondenheid tussen God en de mens en tussen de mens en God.
 
Is dat niet het kernprobleem van de kerk (en de wereld) van onze tijd? Het ontbreken of een slecht functionerende verbondenheid tussen God en mensen? Maar is dat niet het kernprobleem van alle tijden, te beginnen bij de zondeval in het paradijs? Als dat het kernprobleem is, moeten we ook daar de oplossing zoeken.

vrijdag 29 oktober 2010

Antwoord aan reactie Anoniem

In deze blog reageer ik op een anonieme reactie bij mijn blog ‘Een gehandicapte kerk’. Hoewel ik dat wel ‘lastig’ vind. Reageren op een anoniem iemand. Waarom reageren mensen eigenlijk anoniem?

In de reactie staat dat hij/zij mijn blogs verwijtend vindt overkomen op gemeente, kerkenraad, dominee en (sommige) gemeenteleden. Nu gaan (nagenoeg) al mijn blogs niet over onze gemeente, kerkenraad, dominee en gemeenteleden. Zo heb ik nagedacht en geschreven over wat Tim Keller ziet als het grootste probleem van de kerk. De kerk dus in het algemeen. Ik laat in het midden in hoeverre de inhoud van deze blog van toepassing is op onze gemeente. Ik schreef wat prof. Maris daarover gezegd heeft. Ook dan gaat het over de kerk in het algemeen. Ik maakte een uitzondering op de regel dat mijn blogs niet gaan over onze gemeente en wel in de blog ‘Schapen zonder herder’. Daar verwijst de anonieme lezer ook naar in zijn/haar reactie.

In die blog laat ik de lezer in mijn hart kijken en geef ik aan hoe ik (deels) tegen de gemeente aankijk. De anonieme lezer heeft terecht aangevoeld dat dat een bezorgde kijk is. Een kijk die niet positief uitvalt. Ik heb in deze blog bewust geen voorbeelden genoemd ter onderbouwing van wat ik schreef. Ik kan deze woorden met voorbeelden (feiten) onderbouwen, maar ik wilde bij het schrijven van die blog en wil ook nu deze feiten niet voor het voetlicht halen. Niet alle wereldburgers behoeven te weten hoe de zaken er bij ons voorstaan. Wel wil ik de voorbeelden, de feiten in een persoonlijk gesprek met je delen. Over één feit heb ik eerder gepubliceerd en wel in de blog ‘Uittocht uit kerkelijke gemeente’. Inmiddels hebben al zo’n 150 – 200 mensen de gemeente verlaten. Is die uittocht nu achter de rug?

Je zegt je thuis te voelen in de kerk. Je hebt een fijne kerkelijke wijk en vindt de preken opbouwend. Daar ben ik blij om en vooral: dank God daarvoor. Met jou ben ik God dankbaar voor veel goeds in de gemeente. Zo beginnen ook de brieven van Paulus aan de Korintiërs en de Kolossenzen. Maar zeker in de brief aan de Korintiërs moet Paulus daarna veel misstanden en tekortkomingen benoemen. Dankbaarheid voor het goede in de gemeente kan blijkbaar samengaan met het de vinger leggen bij misstanden. Loopt de kerk totaal niet goed vraag je? Nee, er is ook veel goeds. Mankeert en er nogal wat aan? Ja, ik vind dat er het nodige aan mankeert.

Misschien speelt op de achtergrond dit ook wel een rol: er zijn mensen die tevreden zijn met de bestaande situatie in de kerk. Ik vraag mij af of dit wel juist is, zo’n tevredenheid. Van individuele christenen mag je verwachten dat er sprake is (met vallen en opstaan) van geloofsgroei. Die groei mag je ook verwachten van een groep christenen (de kerk). [1] Daarnaast schreef ik dat ‘gereformeerd’ allereerst een beweging aanduidt van correctie, vernieuwing en groei. [2] Iemand schreef: “We zien inderdaad vaak de status quo aan voor het volgen van Jezus.” De bestaande situatie wordt de norm, terwijl er een streven naar het hoogst haalbare zou moeten zijn (zonder door te slaan in perfectie).” [3] Ik wil je daarom de vraag stellen of het handhaven van de bestaande situatie en het tevreden daarmee zijn wel Bijbels juist, wel gereformeerd is?

Groei, beweging, vernieuwing, een opwekking dat brengt dynamiek met zich mee, maar je zou het ook als onrust kunnen ervaren. Is onrust fout, verkeerd? Moeten we onrust vermijden? Ik heb er al eens wat over geschreven: ‘Onrust is nuttig en heilzaam’. We kunnen onze ogen in de gemeente sluiten voor de onrust of stoppen met het lezen van mijn blogs, boeken, artikelen, etc.. Je kan de tv en de krant wegdoen en dan denken dat er geen onrust is in de wereld. Het tegendeel is het geval. Zo is het ook in de gemeente. De groep met verontruste gemeenteleden is best groot. En een grote groep verontrusten zijn al vertrokken. Onrust ontkennen of wegstoppen leidt niet tot een oplossing.

Natuurlijk kan ik begrip opbrengen voor hen die zich wel thuis voelen in de gemeente. Komt er onbegrip over deze groep voor in mijn blogs? Nee toch? Kan jij begrip opbrengen voor hen die veranderingen willen in de gemeente? Er zijn er die liever vandaag dan morgen afscheid nemen van deze groep (verontruste) mensen. Daar kan ik (Bijbels gezien) geen begrip voor opbrengen.

Anonieme persoon, je schrijft dat mijn blogs je pijn doen. Vanzelfsprekend is dat zeker niet mijn intentie geweest bij het schrijven van die blogs. Ik had jou niet voor ogen (hoe zou dat kunnen?) bij het schrijven. Ik gaf slechts aan mijn eigen gedachten (en gedachten van anderen) woorden. Als ik je toch pijn gedaan heb, kan ik alleen maar zeggen en je vragen: vergeef het mij. Ik wilde niet mijn broers en zussen kwalificeren of zelfs diskwalificeren. Ik wil wel in mijn blogs o.a. over de kerk mijzelf en ons de spiegel voorhouden. Een wazige spiegel (“gekleurde bril”) dat wel.

Zullen we hierover met elkaar doorpraten? Het initiatief moet wel van jou uitgaan, omdat ik niet weet wie jij bent.

Hartelijke groet, Arjan

woensdag 27 oktober 2010

Verbondenheid is hét middel tegen secularisatie

Hans Schaeffer schrijft in de Reformatie [1] over ‘God en mens als bondgenoten’. Hij gaat in dit artikel in op ds. Wildschut [2] die stelt dat het kernprobleem van de secularisatie concreet wordt in het feit dat in veel opzichten in het kerkelijke leven binnen de GKv niet langer God in het middelpunt staat, maar de mens. Het gaat in dit artikel over “zorgen over de kerk, zorgen over de levenshouding van kerkleden die schijnbaar moeiteloos kernwaarden van onze cultuur als vrijheid, zelfontplooiing, en geluk overnemen.”

Hoe moeten we dit tij keren? Volgens Schaeffer niet door ons erop te richten, dat wij als kerkleden in toenemende mate seculariseren. Het basisidee achter secularisatie is kortweg: God en mens zijn concurrenten. “De secularisatie is gebaseerd op een dilemma: God of de mens (…) en dan wordt het dus ‘de mens centraal’.” Vatbaar voor cultuurinvloeden zijn wij al sinds de zondeval en dat is dus niet het kernprobleem van deze tijd. Een oplossing is ook niet het tegenovergestelde: God en Zijn eer centraal. “’God centraal’ is op zich onvoldoende om de mensen van nu te overtuigen, (…). Niet omdat ze niet waar is, integendeel. (…) Maar deze notie overtuigt niet omdat ze het secularisatiedilemma overneemt en bevestigt.” Ook aan deze oplossing ligt de vooronderstelling ten grondslag dat God en mens concurrenten zijn, en dat binnen die concurrentie dan natuurlijk God de boventoon moet voeren.

Maar wat is dan de oplossing? Volgens Schaeffer overstijgt God zelf het secularisatiedilemma. Het is bij Hem niet òf God òf de mens, maar God en mens samen. “God en mens als bondgenoten. Met Hem blijkt de mens méér tot ontplooiing te komen dan wanneer hij zichzelf centraal zet.” “Kinderen van God zijn even vatbaar voor namaakgoden (AG: o.a. invloeden vanuit de cultuur) als niet-christenen. Er bestaat geen Bijbels gefundeerde belofte dat de gereformeerde kerken (vrijgemaakt) van deze realiteit worden uitgesloten en dat onze kerken dus niet mensmiddelpuntig zouden zijn.” Het gaat er om dat de namaakgoden ontmaskerd worden. We moeten ons bewust worden dat God geen concurrentie tussen Hem en ons wil, maar ons tot bondgenoten wil maken.

[1] De Reformatie – nummer 31 – jaargang 85 – 10 september 2010.
[2] Afscheiding? Over oproepen om zich van de GKv af te scheiden. Bijdrage aan een bezinning op de situatie in de GKv.

maandag 25 oktober 2010

Een gehandicapte kerk

In de GSEv-bundel ‘Opdat zij allen een zijn’ staat een lezing van prof. Dr. J.W. Maris met de titel “Geestelijke groei en de eenheid van de kerk’. In deze lezing stelt hij de vraag “Hoe staat het er voor met de kerk?”. Hij vervolgt zijn betoog met te zeggen dat deze vraag onlosmakelijk verbonden is met de vraag “Hoe staat het er voor met de christenen?” Kerk-zijn en christen-zijn hebben alles met elkaar te maken. In datzelfde verband zegt hij het volgende: “Bij de kerk behoren is een groot voorrecht, maar dit verlies zijn betekenis geheel als de identiteit van het christen-zijn niet levend functioneert in gelovige verbondenheid met het hoofd (AG: Christus).”

Vanuit het Bijbelse beeld gedacht van leden die verbonden zijn met het hoofd, is dit goed te begrijpen. Het hoofd is als het ware de regelkamer van het lichaam. De lichaamsdelen functioneren juist doordat ze verbonden zijn, aangestuurd worden vanuit het hoofd. Als zo’n verbinding tussen het hoofd en lichaamsdelen uitvalt of slecht functioneert, dan is er sprake van een verlamming, een handicap, een beperking.

Dit beeld gaat ook op voor de kerk. Als kerkleden niet (levend) functioneren in (gelovige) verbondenheid met Christus (het hoofd), geen levende relatie hebben met Christus, dan is er sprake van een ‘verlamde’ of ‘gehandicapte’ kerk. Nu begrijp ik ook beter de opmerking van Keller [1], dat het grootste probleem van de kerk de geestelijke lauwheid, gebrek aan vitaliteit is veroorzaakt door ‘oudste zonen’. Eén van de kenmerken van ‘oudste zonen’ is dat ze vervreemd zijn van God. Ze kennen geen goed functionerende verbondenheid (relatie) met Christus.

[1] Zie mijn blog ‘Grootste probleem van de kerk

donderdag 21 oktober 2010

Het vollere evangelie van genade

Jos Douma is gestart met een prekenserie en het schrijven van blogs over de doop. In zijn blog ‘Terugduwen in het doopwater’ stelt hij de vraag of je in plaats van ‘je bent een zondaar, maar in Christus geheiligd’ niet beter kunt zeggen: ‘in Christus ben ik geen zondaar meer, maar een nieuwe schepping dankzij het vernieuwende werk van de Heilige Geest’. Kort samengevat: ben je een zondaar die geheiligd is of een heilige die zondigt? Jos benadrukt daarbij dat hij daarmee zeker niet wil beweren dat zonden en zondigen een gepasseerd station zijn.

Ik schreef daar ook al blogs over en zei daarin o.a. dit: “Maar hoe zit het met onze identiteit? Is onze identiteit die van een zondaar of wordt onze identiteit ten diepste bepaald door wie wij zijn in Christus? Ben ik een zondaar (identiteit) of een aangenomen kind van God (identiteit) die zondigt (gedrag)?

Deze vraagstelling is verre van theoretisch. De vraag raakt juist de praktijk. Jos schrijft: “Zit hier ook niet de pijn van heel veel broeders en zusters die het niet konden uithouden in gereformeerde kerken waar het zondaars-evangelie zondag in zondag uit wordt gebracht zonder dat er echt oog is voor het nieuwe leven in Christus?” Ook in onze gemeente vertrekken mensen en zijn mensen vertrokken omdat ze niet het volle evangelie van de genade horen. Ze voelen zich niet begrepen en vinden geen echt luisterend oor, laat staan dat er iets verandert. Wat mooi dat Jos wel blijk geeft van begrip en dit soort zaken eerlijk wil doordenken en daarover wil publiceren.

donderdag 14 oktober 2010

Hoe ga je er mee om?

“Niet wat je meemaakt is belangrijk, maar hoe je ermee omgaat.”

Bemind – Henri Nouwen in gesprek
van Philip Roderick

dinsdag 12 oktober 2010

Oplossing grootste probleem van de kerk

Ik schreef in mijn blogs ‘Grootste probleem van de kerk’ en ‘Oudste zonen en geestelijke lauwheid’ over de toespraak van Tim Keller zoals hij die hield tijdens The Global Leadership Summit 2009. In deze toespraak schetste hij niet alleen het probleem, maar gaf hij ook een oplossing.

Het probleem van geestelijke lauwheid en gebrek aan vitaliteit in de kerk (veroorzaakt door ‘oudste zonen’) moet volgens Keller bestreden worden door te komen tot een nieuw niveau van berouw en aanbidding. De Farizeeërs (oudste zonen) hadden berouw over hun zonden maar kwamen daarmee niet los van hun huichelarij. Het gaat om een dieper, nieuw niveau van berouw: spijt hebben over je motieven achter je goede daden. De oudste zoon moest spijt hebben over de motieven achter zijn gehoorzaamheid. Die gehoorzaamheid had niet de liefde voor de Vader als motief.

Keller noemt nog een tweede ‘bestrijdingsmiddel’ tegen geestelijke lauwheid en gebrek aan vitaliteit: Kijk wat het kostte om de jongste zoon naar huis te krijgen. Het kostte Jezus Christus het leven (genade). Als die wetenschap afdaalt naar ons hart, zal ons leven veranderen.

Alleen door te komen tot dat diepere niveau van berouw kom je tot een nieuw niveau van aanbidding en genade. Een dieper niveau van berouw gecombineerd met het inzien van wat het heeft gekost om je thuis te brengen, ontneemt je je zelfingenomenheid en tilt je uit boven je onzekerheid en het onwaardige gevoel in je hart.

donderdag 7 oktober 2010

Vernieuwen of overleven

“Zo ziet het leven eruit als je het van boven af bekijkt: al wat je doet is een kans om je hart te vernieuwen. Kijk je er van onderuit tegenaan, dan is het chronos: ik moet overleven, en daarvoor moet ik knokken.”

Bemind - Henri Nouwen in gesprel
Philip Roderick

maandag 4 oktober 2010

Je bent al bemind

“Eenzaamheid is luisteren naar de stem die zegt dat jij bemind bent, is alleen zijn met Hem die zegt: ‘Jij bent mijn geliefde, ik wil bij jou zijn. Doe niet zo druk, ga niet aan iedereen bewijzen dat je geliefd bent. Je bent al bemind.’”

Bemind - Henri Nouwen in gesprek
Philip Roderick

woensdag 29 september 2010

Onzeker over jezelf?

“(…) als ons bezig-zijn voortkomt uit een diepe onzekerheid over onszelf, is het niet zeker dat het ten dienste staat van het Rijk van God.”

Bemind – Henri Nouwen in gesprek
Philip Roderick

maandag 27 september 2010

‘Oudste zonen’ en geestelijke lauwheid

Keller zegt in zijn toespraak tijdens The Global Leadership Summit 2009 dat ‘oudste zonen’ denken invloed te hebben op God. Ze denken te worden toegelaten bij God door gehoorzaam te zijn. ‘Oudste zonen’ gehoorzamen God om wat het oplevert in plaats van te gehoorzamen om wie Hij is. God is daarmee een middel geworden in plaats van een doel. Hun positie bij God is gebaseerd op hun prestatie. ‘Oudste zonen’ zijn vaak onzeker of ze zelf wel goed genoeg zijn voor God. Daarbij zijn ze veelal star naar anderen. Hun zelfrespect (identiteit) ligt niet in Christus maar is gebaseerd op hun idee dat ze een goed mens zijn. Ze kunnen slecht omgaan met kritiek, omdat dat hun raakt in hun zelfbeeld. ‘Oudste zonen’ (evenals de ‘jongste zoon’ voor zijn bekering) zijn vervreemd van God. Ze willen wat van de Vader in plaats van dat ze de Vader zelf willen. Voor ‘oudste zonen’ is Jezus wel een voorbeeld, maar niet hun verlosser. Het is het verschil tussen religie en relatie (evangelie). Het gevolg van dit alles is volgens Keller dat bij ‘oudste zonen’ vruchten van de Geest ontbreken. Ja, je ziet juist het tegenovergestelde van de vruchten van de Geest: trots, egoïsme, etc. In ‘oudere broers’ zien we die geestelijke lauwheid. Het ‘oudste zoonschap’ is een bron van geestelijke lauwheid.

donderdag 23 september 2010

Grootste probleem van de kerk

In mijn blog ‘Schapen zonder herder’ had ik het over de situatie in onze kerkelijke gemeente. Als ik daar nog eens over nadenkt, roept dat bij mij de vraag op wat nu het grootste probleem is van de kerk en onze gemeente? Dat is een vraag waar ook Tim Keller bij stilstond in zijn toespraak tijdens The Global Leadership Summit 2009. Wat is nu het grootste probleem van de kerk?

Wat zouden mensen, ambtsdragers antwoorden als je ze die vraag zou voorleggen? Wat is het grootste probleem van onze gemeente? Er zijn mensen in de gemeente die ‘evangelische invloeden’ (wat zouden ze hier mee bedoelen?) als hét probleem van onze gemeente zien. Maar is dat werkelijk het grootste probleem? Keller zegt er dit over: “Geestelijke lauwheid, gebrek aan vitaliteit is nog steeds het grootste probleem.” Maar wat verstaat Keller onder geestelijke lauwheid?

Keller geeft in zijn toespraak een diagnose waar die geestelijke lauwheid uit bestaat. Die diagnose vind ik best verrassend. Hij gebruikt voor zijn diagnose de gelijkenis van de verloren zoon. Hij werkt deze gelijkenis uit, zoals hij dat ook gedaan heeft in zijn boek ‘De Vrijgevige God’. Dus wat is het grootste probleem van de kerk volgens Keller? Geestelijke lauwheid van ‘oudste zonen’ in de kerk.

woensdag 22 september 2010

Herinnert de kerk ons aan wie we zijn?

“De christelijke gemeenschap is een gemeenschap van mensen die elkaar herinneren aan wie en wat ze werkelijk zijn: de geliefden van God.”

Bemind - Henri Nouwen in gesprek
Philip Roderick

maandag 20 september 2010

Schapen zonder herder

Ik las laatst over Jezus die in een boot voer naar een stille plaats om alleen te kunnen zijn met zijn discipelen. Maar als hij daar aankomt, treft hij opnieuw grote groepen mensen aan. Hongerig op zoek naar Gods goede nieuws. Het evangelie van het Koninkrijk. Op zoek naar de Godmens Jezus. Of stonden ze hem op te wachten vanwege alle wondertekenen? Jezus voelde medelijden met deze mensen, “omdat ze leken op schapen zonder herder”. Toch hadden deze mensen wel geestelijke leidslieden (herders). Hoezo schapen zonder herder?

Het riep bij mij de vraag op: Hoe kijkt Jezus naar ons gemeente? Ziet hij daar ook schapen zonder herder, ondanks predikant, ouderlingen en diakenen? ….. Ja, ik denk dat er in onze gemeente groepen mensen als schapen zonder herder zijn. ……. En mensen die hongerig op zoek zijn naar Gods goede nieuws, naar Jezus en deze niet of maar beperkt lijken te vinden in onze gemeente.

Ik heb de moed opgegeven (naar de mens gesproken) dat er (op korte termijn) verandering komt in bovengenoemde situatie in onze gemeente. Maar ik realiseer mij ook dat Jezus tegen mij zegt: “Heb vertrouwen in God.” Ja, God kan een ommekeer ten goede brengen. Zit daar wellicht ten diepste het probleem? Verwachten wij het echt helemaal van God of denken we God een handje te moeten helpen? Hoe ontvankelijk zijn wij eigenlijk voor de doorwerking van de Geest in ons persoonlijk en kerkelijk leven? Jezus zegt ook: “(…) alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen.” Laten we bidden voor de herders van ons gemeente en God vragen om een ommekeer, een opwekking, vernieuwing in gemeente en kerkenraad. Ook bid ik dat herders en gemeenteleden zich laten aanraken door de Geest van Jezus. Alleen zo kunnen we echt gemeente zijn.

donderdag 16 september 2010

Radicaliteit is nog niet zo gemakkelijk

Jezus vraagt radicaliteit. Dat blijkt in de praktijk nog niet zo gemakkelijk te zijn. Reinier Sonneveld schrijft in ‘Streven naar het hoogste – dat haalbaar is’: “We zien inderdaad vaak de status quo aan voor het volgen van Jezus.” De bestaande situatie wordt de norm, terwijl er een streven naar het hoogst haalbare zou moeten zijn (zonder door te slaan in perfectie). “Alleen enkele specifieke overtredingen, en altijd van wie weinig macht heeft, die klagen we aan. Afkeuring in een gemeenschap treft altijd een minderheid, en hierin is de kerk helaas geen uitzondering.” Je zou kunnen zeggen: we meten met twee maten. Met twee verschillende maten, terwijl wij dat niet zouden moeten doen. Ook gaat zonde vaak over ‘de ander’ en blijft algemeen.

Daarnaast meten we soms met één maat, terwijl dat er meerdere zouden moeten zijn. We hanteren een algemene maat, terwijl het hoogste dat individueel haalbaar is, de maat zou moeten bepalen. De maat bij degene die vijf talenten heeft gekregen is anders dan bij degene die één talent heeft ontvangen. Zo zal aan wie veel gegeven is, ook veel worden gevraagd. Ook leiders (leraren) zullen strenger beoordeeld worden.

Ik verbaas mij er over, dat we met twee maten meten daar waar maar één maat op zijn plaats is. Reinier noemt in dit verband rokers. Rokers leven in zonde, maar toch zal roken nooit een ‘tuchtgrond’ zijn. En we passen één maat toe, daar waar Bijbels gezien meerdere maten toegepast zouden moeten worden. Reiner schrijft dat we fanatieker (radicaler) zijn over een jongere die foute muziek draait of een (jonge) homo die samenwoont, dan bij een voorganger (leider) die rancuneus is of zijn huwelijk verwaarloost.

dinsdag 14 september 2010

Radicaliteit: hoogst haalbare - perfectie

Ik las in Het Katern van het ND van 3 september het artikel ‘Streven naar het hoogste – dat haalbaar is’ van Reinier Sonneveld. In genoemd artikel schrijft hij over Jezus die van ons vraagt perfect te zijn. “Jezus vraagt van ons het onmogelijke.” Daarom staan wij schuldig tegenover God en hebben wij genadige vergeving van onze zonde nodig.

Dat betekent volgens Reinier dat het christelijk ideaal onhaalbaar is. Ons leven is altijd een compromis. Maar is dit geen zwaktebod? Jezus vraagt toch van ons radicaliteit? Ja, een compromis is een zwaktebod als wij op zoek gaan naar een algemene ondergrens, het minimale. Ja, Jezus vraagt van ons radicaliteit. Reinier schrijft dat de Bijbel ons oproept te streven naar het hoogste dat individueel haalbaar is. ‘Wie veel gegeven is, zal veel worden gevraagd.’

Dat hoogst haalbare kan echter ook doorslaan in een streven naar perfectie. “Grenzeloos perfectie nastreven, levert meer kwaad op dan je eigen grenzen kennen. Daarom zijn compromissen gezond.” Temeer omdat het niet altijd een keuze is tussen goed en kwaad maar tussen twee kwaden. “In zulke dilemma’s moet je de proporties zien.” Rekening houden met de concrete situatie en iemands capaciteiten (talenten).

donderdag 9 september 2010

Door genade getinte glazen

Ik vind ‘Genade, wat een wonder!’ van Philip Yancey een heel mooi boek. O.a. daarom nog een citaat in lijn met de vorige twee blogs.

Yancey stelt in zichzelf de vraag: “Hoe ziet een begenadigd christen eruit?” Hij vervolgt dan zo: “Misschien moet ik de vraag anders stellen: Hoe kijkt een begenadigd christen?”

“Naar mijn mening draait het leven van de christen niet in eerste instantie om ethiek of regels, maar om een nieuwe manier van zien. Ik ontsnap aan de kracht van de geestelijke ‘zwaartekracht’ als ik mijzelf ga zien als een zondaar die God door geen enkele methode van zelfverbetering of zelfverruiming kan behagen. Pas dan kan ik mij tot God wenden om van buitenaf geholpen te worden – om genade – en tot mijn verbazing ga ik dan inzien dat een heilige God mij reeds bemint ondanks mijn tekortkomingen. Ook ontsnap ik aan de zwaartekracht als ik zie dat mijn naasten, ook zondaren, door God bemind worden."

”Hoe ziet een begenadigd christen eruit? “Een begenadigd christen is iemand die de wereld bekijkt door ‘door genade getinte glazen’.” Is dat niet mooi onder woorden gebracht?

maandag 6 september 2010

Door genade genezen ogen

Met ons oog zoeken naar de genade die de Here aan anderen geschonken heeft! Daarvoor heb je een genadebril nodig. Anders gezegd: daar heb je door genade genezen ogen voor nodig. Philip Yancey schrijft in ‘Genade wat een wonder!’ daar mooie dingen over.

Hij schrijft dat diepe verschillen een soort vuurproef voor genade vormen. Yancey verwijst daarbij naar Jezus (hoe kan het ook anders) en schrijft daar het volgende over. “Als Jezus een met schuld beladen persoon liefhad en hem hielp, dan zag Hij in hem een dwalend kind van God. Hij zag in hem een menselijk wezen dat geliefd werd door zijn Vader en over wie Hij bedroefd was omdat hij de verkeerde kant opging. Hij zag hem zoals God hem oorspronkelijk bedoeld had en daarom keek Hij door de uiterlijke laag van smerigheid en vuil heen naar de werkelijke mens die daaronder schuil ging. Jezus vereenzelvigde de persoon en de zonde niet (AG: de zonde wel haten, maar de zondaar liefhebben), maar Hij zag de zonde als iets van buitenaf, iets wat niet werkelijk bij hem hoorde, iets wat hem ketende en overmeesterde en waarvan Hij hem wilde bevrijden en weer terugbrengen tot zijn werkelijke identiteit. Jezus was in staat mensen lief te hebben omdat Hij hen liefhad door die laag vuil heen.” Zullen we zijn als Jezus?

Yancey concludeert dan: “Wij allen in de kerk hebben ‘door genade genezen ogen’ nodig om het potentieel van dezelfde genade die God zo rijkelijk verleend heeft, in anderen te zien.” “Iemand liefhebben (…) betekent hem zien zoals God hem bedoeld heeft.” Zijn wij in staat zo met elkaar om te gaan? Yancey heeft gelijk: verschillen in de kerk vormen een vuurproef voor genade. Hebben wij de hoogte, breedte en diepte van genade echt begrepen? Het antwoord op die vraag zal uitkomen in ons omgaan met verschillen in de kerk (en daar buiten).

vrijdag 3 september 2010

Een genadebril

In het ND van zaterdag 28 augustus las ik het artikel ‘Buijs tot voorzitter CGK-synode gekozen’. Om allerlei redenen trok dit artikel mijn aandacht. Het artikel viel mij o.a. op door de mooie woorden die er in opgetekend zijn. Ds. Quant, één van de synodeleden, deed een oproep om ondanks verschillen te zoeken naar “wat ons als ambtsdragers samenbindt”. Een begrijpelijke oproep, omdat in de CGK sprake is van grote onderlinge verschillen.

Het artikel vervolgt: “Hij mediteerde over Handelingen 11, waarin ‘bruggenbouwer’ Barnabas naar de gemeente in Antiochië trekt en daar ‘genade’ aantreft. Laten de synodeleden elkaar ook bekijken door deze genadebril, zei Quant, en niet elkaar beoordelen op onderlinge verschillen.” Quant zegt verder: “Echte eenheid in de synode zal ontstaan wanneer ons oog bij de andere broeders gaat zoeken naar de genade die de Here aan hen heeft geschonken. Dat zal geestelijke herkenning en een geestelijke band geven.”

Natuurlijk geldt de oproept van ds. Quant niet alleen voor ambtsdragers die afgevaardigd zijn naar een synode. Het is een oproep voor alle christenen. Een oproep die ook zeker relevant is voor de GKv (kerkgenootschap waar ik lid van ben). Daar is geen ‘traditie’ van onderlinge verschillen zoals bij de CGK, maar wel een steeds meer ontstaan van verschillen. ……. Met ons oog zoeken naar de genade die de Here aan anderen geschonken heeft!

woensdag 1 september 2010

Japanse namaakgoden

In het ND van afgelopen zaterdag (28 augustus) staat een artikel dat een mooie illustratie vormt bij het boek ‘Namaakgoden’ van Tim Keller: Japan: het evangelie in een stresscultuur. In het artikel vertelt een Japanse predikant van de Grace City Church uit Tokio ‘over de bevrijdende kracht van het evangelie in een maatschappij waar succes een verslindende afgod is.’ “Veel mensen offeren alles op aan hun werk. Je moet een goede baan hebben, je moet slagen, dat verwacht je omgeving.” In Japan is het werk een namaakgod van formaat.

De predikant vertelt dat de wet in Japan lange werkdagen verbiedt. Waarom dan toch alles opofferen aan het werk? “Het is vooral de groepscultuur. Japanners denken vanuit de ander, wat die van je verwacht. Daar wil je aan voldoen.” Hoe komt het dat er zo weinig christenen zijn in Japan? “Een negatieve houding tegenover het christelijk geloof hoort bij het DNA van Japanners. Als christen ben je anders. Je verbreekt de eenheid van de groep.” “En het beeld is dat je vooral netjes en zuiver moeten leven – erg wettisch dus.” Er is sprake van een afgoderijsysteem: een mix van persoonlijke, culturele en religieuze afgoden.

Welke gevolgen heeft het dienen van deze namaakgod? “(…) dat zie je aan de treurige statistieken: jaarlijks zijn er in Japan meer dan dertigduizend zelfmoorden en meer dan een miljoen mensen zijn depressief.” Namaakgoden brengen ellende, verwoesting met zich mee.

Wat is de oplossing? “Als het evangelie de harten niet verandert, zodat mensen zich gaan afvragen: wie ben ik (AG: identiteit!), waar leef ik voor? – dan is er weinig hoop”. “God heeft ons lief en aanvaardt ons terwijl we zondaars zijn.” De oplossing is het evangelie van genade. Christus en zijn Geest. Het besef van de positie die je mag hebben in en door Christus.

maandag 30 augustus 2010

Namaakgoden: een bijzonder boek!

Waarom vind ik het boek ‘Namaakgoden’ van Tim Keller zo boeiend, zo bijzonder? Ik vind de definitie die Keller geeft voor een afgod bijzonder, verdiepend. Zonde, afgoderij associeerde ik veelal met slechte dingen zoals stelen, liegen, bedriegen, etc. Keller gaat echter een stap verder: het gaat bij afgoden of namaakgoden veelal over goede dingen, die ultieme, absolute waarde krijgen in je leven. Goede dingen die vergoddelijkt zijn. Het blikveld wordt zo veel groter. Ik moet niet alleen in de spiegel kijken om slechte dingen op te sporen, maar ook bij goede dingen is spiegelen noodzakelijk. Dat betekent ook dat afgaan op de buitenkant van dingen, daden, personen niet kan. Ook bij goede daden kan er sprake zijn van pure afgoderij. We moeten doorvragen om zo zicht te krijgen op drijfveren en motieven. Die geven de doorslag. Het is tot Gods eer of tot eer van namaakgoden.

Keller bepaalt mij er weer bij hoe verwoestend het dienen van namaakgoden feitelijk is. Het dienen van namaakgoden is zonde tegen God (verticaal) maar ook verwoestend voor jezelf en je omgeving (horizontaal). Er is sprake van een afgoderijsysteem. Een mengeling van persoonlijke, culturele en religieuze afgoden. Ik vind het ‘eerlijk’ van Keller om ook aandacht te besteden aan religieuze afgoden. Volgens Keller kunnen zelfs leerstellige waarheden (die op zich juist zijn) de positie van een afgod krijgen! Keller kijkt zeker ook kritisch naar de kerk en de misstanden die zich daar voordoen.

Gelukkig beschrijft Keller niet alleen het probleem, maar ook de oplossingen. Hij geeft aan hoe je je namaakgoden kan opsporen en dat de oplossing ligt bij een beter, dieper inzicht krijgen van het genadewerk van Christus. Het werkt niet om alleen maar te waarschuwen tegen de gevaren van zonde en afgoden.

Keller zet m.i. vaakje de puntjes op de i. Zo gaat het er niet alleen om dat je bij Jezus hoort, nee wat je nodig hebt is een levende ontmoeting met God. Het gaat er niet alleen om dat je de redding door Christus (verstandelijk) begrijpt, nee dat begrip moet afzakken naar je hart. Het moet je gedachten, wil en emoties raken.

Verhelderend vind ik het wat Keller schrijft over (geestelijke) blindheid en misvorming. Waarom zien wij het nu niet? Namaakgoden geven je een herinterpretatie van de werkelijkheid, misvormen je gevoelens en gedachten. Mooi is het dat Keller bij zijn beschrijving van de verschillende namaakgoden als toelichting Bijbelse verhalen gebruikt en voorbeelden vanuit zijn (pastorale) praktijk. Bijzonder om die verhalen uitgelegd te krijgen vanuit het gezichtspunt van namaakgoden. Het zal inmiddels wel duidelijk zijn, dat ik het een boeiend en bijzonder boek vind. Het lezen meer dan waard om het daarna te herkauwen en je leven aan te spiegelen.

vrijdag 27 augustus 2010

Namaakgoden leiden tot misvorming

Jos Douma haalt in zijn tweede preek over 2 Kor. 3 : 18 een uitspraak van Johan Cruyf aan: ‘je gaat het pas zien als je het door hebt.’ Ik moest daar weer aan terugdenken bij het lezen van het boek ‘Namaakgoden’ van Tim Keller. Wij zijn verblind voor bepaalde zaken omdat namaakgoden zich goed kunnen verbergen en wij ziende blind kunnen zijn.

Keller beschrijft het samenspel tussen persoonlijke, culturele en religieuze afgoden. Als Bijbels voorbeeld gebruikt hij daarbij Jona. Jona ergert zich kapot en is kwaad op de Heer als deze genade betoont aan de inwoners van Nineve. Maar hoe kan Jona nu zo kwaad zijn op God als deze genade en mededogen toont? Het antwoord (van Keller) is: Jona was verblind door zijn afgoden. “Is je hart in de greep van een afgod, dan spint die afgod een web van valse voorstellingen over succes en mislukkingen, geluk en verdriet. Hij geeft zijn eigen herinterpretatie van de werkelijkheid.” Jona had het niet door en zag het dus ook niet. Hij was ziende blind. Zijn gedachten waren verwrongen door afgoderij.

Jona gaat vervolgens helemaal door het lint als God de wonderboom die hem schaduw gaf, door een worm laat aanvreten. Zijn reactie is buiten proporties, extreem. Jona wenst te sterven. Keller merkt hierbij op dat afgoderij je gevoelens misvormt. “Zoals een afgod een goed is dat tot hoogste (AG: buitenproportioneel) goed is geworden, zo worden de verlangens die aan afgod oproept verlammend en overweldigend (AG: buitenproportioneel).” Afgoden wekken verkeerde overtuigingen op. “Alledaagse tegenslagen worden (…) uitvergroot tot levensgrote rampen.”

‘Je gaat het pas zien als je het door hebt’. Ja, je gaat het pas zien als je het evangelie van Jezus Christus echt door hebt.

woensdag 25 augustus 2010

Kerk en namaakgoden

Het lijkt mij zinvol als een kerk nadenkt over wat er vanuit de cultuur op de kerk afkomt. De cultuur waarin wij leven te analyseren om zo haar (potentiële) afgoden op te sporen. Maar afgoderij kent allerlei vormen. Er is sprake van een afgoderijsysteem. Culturele afgoden vormen slechts één onderdeel uit dit systeem. Het is dus onvoldoende om alleen de culturele afgoden op te sporen zonder ook aandacht te geven aan persoonlijke en religieuze afgoden. Daarnaast beïnvloeden de verschillende afgoden elkaar ook nog eens. Een analyse van één onderdeel uit het afgoderijsysteem geeft nog geen zicht op het hele systeem.

Daarnaast zal een kerk zich vooral ook druk moeten maken over de religieuze afgoden. De afgoden in ons geloof. Een kerk boet aan geloofwaardigheid in als ze wel waarschuwt tegen de culturele en persoonlijke afgoden en niet tegen de religieuze. De afgoderij zoals die binnen de kerk zich voordoet. Keller noemt in zijn boek ‘Namaakgoden’ de volgende vormen van religieuze afgoderij: we maken een afgod van leerstellige zuiverheid, geestelijke gaven en pastorale prestaties en morele onberispelijkheid [1]. En laten we vooral niet denken dat de kerk geen last heeft van religieuze afgoden. Volgens Keller nam onze cultuur afscheid van God juist omdat de kerk zelf vol zat en zit van religieuze afgoden.

Opsporen van persoonlijke, culturele en religieuze afgoden is goed, maar daarmee is er nog geen oplossing. Een probleem zonder oplossing brengt ons niet veel verder. De kerk zal met een oplossing moeten komen. Keller beschrijft in ‘Namaakgoden’ die oplossing. Kort gezegd is de oplossing Christus. (In mij blog ‘Oplossing tegen afgoderij’ ga ik dieper in op deze door Keller beschreven oplossing.)

[1] De religieuze afgod ‘morele onberispelijkheid’ heeft Keller uitgewerkt in zijn boek ‘De vrijgevige God: Recht naar het hart van het christelijke geloof’.

maandag 23 augustus 2010

Oplossing tegen afgoderij

Het is wel mooi dat Tim Keller in zijn boek ‘Namaakgoden’ uitgebreid beschrijft hoe afgoderij precies in elkaar steekt, maar is er ook een oplossing? Kan ik vrij worden van afgoderij? Nee, in dit leven zijn wij niet zonder zonde en de drijfveer achter onze zonde is afgoderij. De afgoden laten zich niet verwijderen. Is er dan helemaal geen hoop? Toch wel, er is een oplossing: Jezus Christus. Door Christus kan ik bevrijd worden van afgoden. De weg daartoe beschrijft Keller in genoemd boek. Die weg loopt via het zoeken van de afgoden en deze vervangen door de enige ware levende God. Keller tekent daarbij aan dat het hierbij niet gaat om een algemeen geloof in God. “Dat hebben de meeste mensen wel, terwijl hun ziel toch door afgoderij geteisterd wordt. Wat we nodig hebben is een levende ontmoeting met God.”

Zoeken: Iedereen heeft last van afgoden; “ze verschuilen zich in ieder mens”. We zullen ze dus moeten opzoeken, moeten herkennen. Onszelf moeten bevragen om zo helder te krijgen of we God dienen dan wel afgoden. Als we onze afgoden herkennen, krijgen we oog voor de invloed die deze namaakgoden uitoefenen op ons hart of cultuur.

Vervangen: De afgoderij is niet te verhelpen met alleen berouw of (hernieuwde) pogingen om anders te gaan leven. De macht van namaakgoden wordt niet gebroken door Jezus na te volgen. Afgoden de rug toekeren betekent niet minder dan dit, maar het betekent wel veel meer.” Het betekent “(…) dat we op waarde schatten wat Jezus voor ons heeft gedaan, ons daarin verheugen en daar rust in vinden. Jezus moet meer schoonheid voor je verbeelding en meer aantrekkelijks voor je hart hebben dan je afgod. Dat zal vervanging bieden voor je namaakgod. Als je de afgod uit de grond trekt maar nalaat om de liefde van Christus in zijn plaats te ‘planten’, dan groeit de afgod weer aan.” “Je moet Christus meer liefhebben, zoveel meer dat je geen slaaf van je bindingen meer bent.” Daarbij is het niet genoeg dat wij deze waarheid slechts verstandelijk geloven, maar deze waarheid moet je hart raken.

vrijdag 20 augustus 2010

Het probleem van namaakgoden

Wat is nu het probleem van namaak- of afgoden en afgoderij? Tim Keller geeft in zijn boek ‘Namaakgoden’ talloze voorbeelden vanuit de praktijk en de Bijbel welke problemen er achter afgoden wegkomen. Welke ellende namaakgoden veroorzaken. Hier een korte bloemlezing van problemen en ellende zoals beschreven in genoemd boek.

Keller schrijft dat namaakgoden (uiteindelijk) altijd teleurstellen, omdat ze niet kunnen geven wat alleen God kan geven. Namaakgoden hebben een verwoestende invloed bijvoorbeeld op relaties. Namaakgoden veroorzaken allerlei psychologische problemen, “doordat we van goede dingen afgoden maken die we onder controle willen houden en die ons dan het vel over de oren halen.” We worden beheerst door de heer van ons leven. Die heer kan een namaakgod zijn of God. Namaakgoden maken een verslaafde van je en een verslaafde maakt vaak domme en destructieve keuzes. Namaakgoden kunnen je een vals gevoel van veiligheid geven. Namaakgoden kunnen je een verwrongen zelfbeeld geven. Afgoderij leidt tot verwrongen gedachten en gevoelens. De namaakgod ‘macht’ maakt (uiteindelijk) van ons een gewetenloos roofdier. Je wordt wie je vereert. Namaakgoden leiden tot ultieme vormen van onafhankelijkheid of afhankelijkheid. De namaakgod ‘succes’ is een soort verdovingsmiddel. Namaakgoden maken je (geestelijk) blind voor de (geestelijke) werkelijkheid. Namaakgoden kunnen leiden tot voortdurende interne conflicten, tot arrogantie en eigengereidheid, verdrukking van andersdenkenden. Namaakgoden geven een superioriteitsgevoel en roepen een gevoel van minachting en hoon op.

Afgoderij is zonde tegen het eerste gebod en getuigt van ondankbaarheid tegen God. Dat is al erg genoeg. Daarnaast brengen namaakgoden ellende, verwoesting en verdriet teweeg in ons leven en dat van anderen. Afgoderij maakt meer kapot dat je lief is. Ook om die reden lijkt het mij meer dan zinvol om het onderwerp ‘namaakgoden’ op de kaart te zetten en er aandacht voor te vragen.

woensdag 18 augustus 2010

Namaakgoden in allerlei soorten en maten

Keller noemt in zijn boek ‘Namaakgoden’ een hele lijst categorieën van afgoden. Van theologische afgoden, seksuele afgoden tot culturele afgoden. Ook deelt hij de afgoden in in groepen.

Zo schrijft Keller over de indeling ‘diepe afgoden’ en ‘oppervlakkige afgoden’. Bij diepe afgoden gaat het om je drijfveren en temperamenten. Deze afgoden zijn actief op een dieper niveau, in je hart. Keller denkt daarbij aan: ultieme vormen van macht, bevestiging, comfort en beheersbaarheid. Oppervlakkige afgoden zijn de meer concrete en zichtbare afgoden: geld, je partner, je kinderen, etc. Met deze oppervlakkige afgoden zoeken de diepe afgoden naar vervulling. Zo kan de afgod geld (oppervlakkige afgod) als drijfveer hebben macht maar ook comfort of beheersbaarheid (diepe afgoden). Keller stelt dat het geen zin heeft de oppervlakkige afgoden aan te pakken. De diepe afgoden moeten worden aangepakt. Zij vormen immers de drijfveer achter de oppervlakkige afgoden.

Een andere indeling is die van persoonlijke afgoden (individueel) en afgoden van onze cultuur, samenleving en religie (collectief). Keller geeft aan dat afgoderij allerlei complexe vormen kent. We hebben niet alleen met persoonlijke afgoden te maken. “Collectieve goden van de cultuur en de religie kunnen persoonlijke afgoden aanjagen en zo een giftig mengsel maken.” Het is een samenspel van individuele en collectieve afgoden. Het is een afgoderijsysteem.

maandag 16 augustus 2010

Alles kan een namaakgod zijn

Ik las laatst het boek ‘Namaakgoden’ van Tim Keller. De ondertitel van het boek is: ‘De lege beloften van geld, seks en macht, en de enige werkelijke hoop.’ Keller legt in dit boek uitgebreid uit wat wij moeten verstaan onder namaak- of afgoden en afgoderij.

Afgoden zijn volgens Keller (veelal) goede dingen – zoals een geslaagde carrière, liefde, materiële bezittingen, het gezin zelfs – die door een mensenhart worden veranderd in ultieme zaken. “Ons hart vergoddelijkt deze dingen en maakt ze tot centrum van ons leven. We denken dan dat die dingen zin en zekerheid en vervulling zullen schenken als we ze hebben.” Iets wat op zichzelf genomen goed is, krijgt ultieme waarde toegedicht, vormt een absolute waarde. Afgoderij is: “Alles wat belangrijker voor je is dan God, alles wat je hart en verbeelding meer in beslag neemt dan God, alles wat je zoekt om ervan te ontvangen wat alleen God kan geven.” “Is er iets dat voor je geluk, de zin van je leven en je identiteit van fundamenteler belang wordt dan God, dan is het een afgod.”

Bij alles in ons leven waar niet God op de eerste plaats staat (en dus een namaakgod), is er sprake van afgoderij. Volgens Keller kan alles als namaakgod functioneren en vooral de beste dingen van het leven kunnen dat. Dus niet alleen geld, seks en macht kunnen afgoden zijn, maar ook je vrouw of man, je kinderen, het voldoen aan verwachtingen, de kerk, leerstellige waarheden, geestelijke gaven, een moreel verantwoord leven, etc.

zaterdag 3 juli 2010

Genade is de oplossing

Zonde en genade hebben veel met elkaar te maken. Zonde zou je het probleem kunnen noemen en genade de oplossing. Probleemstelling en oplossing horen bij elkaar. Genade is de oplossing voor het probleem van de zonde. Zonder heldere probleemstelling (zonde) zal je ook niet uitkomen bij een goede oplossing (genade).

Zonde en genade staan in een bepaalde verhouding ten opzichte van elkaar. Ik denk dat het belangrijk is om goed zicht te hebben op de juiste verhouding tussen zonde en genade. Zo kun je veel nadruk leggen op en aandacht geven aan de zonde. Maar je kunt zoveel aandacht besteden aan de zonde, dat je vergeet dat Gods genade overvloediger is dan de zonde diep is.

Zonde buigt zomaar je blikrichting af naar jezelf (zondig als je bent) om daarna bij jezelf te blijven stilstaan. Je moet (vervolgens) van je af zien en je richten op Christus. Alleen bij hem is genade verkrijgbaar. Focus op Christus. Niet de zonde heerst in het leven van de gelovige, maar de genade (Christus). We leven onder de genade. Genade verandert mensen. Genade is alles. Genade geneest. Genade en waarheid horen bij elkaar. God overstelpt ons met zijn genade. Liefde en genade zijn synoniemen. Je unieke positie dank je aan de genade van Christus: kind van God. Maar genade is meer: je mag steeds meer en meer op Jezus gaan lijken. Genade is dé oplossing.

Maar als je het probleem (zonde) niet onderkent, zal je ook niet op zoek gaan naar en open staan voor de oplossing (genade). Zonde en genade horen bij elkaar. Zonde zonder genade is dodelijk. Genade zonder zonde(besef) is niet mogelijk. Genade betekent leven! Er is zonde en genade, maar de grootste daarvan is genade.

De schoolvakanties zijn bij ons begonnen. Ik neem als blogger nu ook vakantie. In de tweede helft van augustus hoop ik de pen weer op te pakken.

dinsdag 29 juni 2010

Niet alleen woorden maar ook daden

In het ND van zaterdag 19 juni staat een column van Gerard de Korte: ‘Oecumene van het hart’. Hij schrijft in zijn column over een dialoog “over de snelle veranderingen in kerk en samenleving”. En over het worstelen met de vraag “hoe wij de rijkdom van Schrift en traditie kunnen doorgeven aan de nieuwe generaties”.

Vervolgens schrijft hij het volgende: “In dat kader is het ontzettend belangrijk te laten zien dat de verbondenheid met Christus ook werkelijk het verschil maakt. Het is eigenlijk de vraag naar levensheiliging, naar werkelijk christelijk leven. Zien mensen nog aan onze wijze van leven dat wij van Christus zijn? Alleen als wij als christenen in daad en woord de relevantie van ons geloof in beeld brengen, zullen nieuwe mensen met ons mee willen gaan doen.”

Ook Troost schrijft in ‘Spiritualiteit van ontvankelijkheid’ over dit onderwerp. Over het laten zien van een verbondenheid met Christus. Over levensheiliging. Over de relevantie van het geloof in beeld brengen. Hij zegt daar o.a. dit over: “De kracht van het evangelie wordt voelbaar, wanneer dat wat er te horen is bevestigd wordt door dat wat er te zien en mee te maken is. (…) Dat ook vandaag het koninkrijk van God weer zichtbaar wordt. Dat Gods aanwezigheid niet alleen wordt geloofd maar ook als realiteit wordt ervaren. Dat er weer echt iets van de kerk gaat uitstralen naar hen die Jezus nog niet of niet meer kennen (Hand. 2 : 27). Er lopen zoveel mensen rond in Nederland, die ooit elke week in de kerk zaten. (…) Maar die hun geloof zijn kwijtgeraakt, omdat ze alleen maar woorden hoorden, maar niet de realiteit van die woorden hebben ervaren.” (Onderstrepingen door AG).

Het gaat over de realiteit van ons geloof in het leven van elke dag (dus niet alleen de zondag). Die realiteit is geen realiteit als het vooral bij woorden blijft en wij ons in onze daden niet (positief) onderscheiden van niet-christenen. In dat geval gaat er geen appél uit van ons naar niet-christenen.

donderdag 24 juni 2010

Vingerwijzing

Ik woonde deze week de diploma-uitreiking van mijn dochter bij. Aan het eind van die ceremonie vertelde Sjoerd Wijma een verhaal. Een verhaal over studenten die aan het eind van een aantal dagen survival de neiging hadden met een kromme rug en gebogen hoofd naar de punten van hun schoenen te kijken en voort te sjokken. Hierdoor werd hun blikveld heel beperkt tot alleen dat hele kleine stukje wereld om hun heen. Ze zagen hoogstens een schaduw van wat kwam. Juist door rechtop te lopen en vooruit te kijken ontstond er ruimte, een weidse blik, perspectief. Sjoerd vroeg aan de studenten (en de aanwezigen) zich dit beeld te herinneren als ze dreigen vast te lopen in zichzelf. Hij verwees daarbij naar Hebreeën 12 : 2. Op het richten van je blik op Jezus.

Ik was die dag begonnen met het lezen van Kol. 2 : 6 - 3 : 4. Daar staat o.a. dit: “Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u, samen met hem, in luister verschijnen.” Richt je op wat boven is, waar Christus zit. Richt je op Jezus Christus. De werkelijkheid is Christus!

Het trof mij dat wat ik ’s-morgens in de Bijbel had gelezen zo treffend ’s-avonds werd verwoord in de vorm van een metafoor. Een beeld om te onthouden. En ik dacht: zou dit nu een vingerwijzing van God (voor mij) zijn? In ieder geval heb ik mij weer opnieuw voorgenomen vooral de blik te richten op Jezus. Mijn blikveld niet te laten inperken tot die kleine en kleinmenselijke mensenwereld om mij heen.

maandag 21 juni 2010

Gevoelscultuur: mannelijk én vrouwelijk

Philip Troost schrijft in ‘Spiritualiteit van ontvankelijkheid’ over het mannelijk én vrouwelijk zijn van elk mens. “Van élk mens geldt dat hij of zij Gods beeld vertoont door mannelijk én vrouwelijk te zijn.” De mens is als evenbeeld van God geschapen: mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen (Genesis 1 : 27). Het mannelijke en het vrouwelijke zijn volgens Troost “kwaliteiten of eigenschappen die in de mens schuilen”.

Troost stelt dat in de traditionele kerken de hang naar meer vrouwelijkheid in het geloof nog vaak als iets negatiefs wordt gezien. “(…) de toonzetting blijft toch vooral die van het wijzen op de gevaarlijke kanten van de gevoelscultuur.” Troost geeft aan dat vanuit de insteek mannelijk en vrouwelijk, in onze cultuur het mannelijke al honderden jaren achtereen domineert. Ik denk dat de kerk daardoor onmiskenbaar is beïnvloed.

“In plaats van vrouwelijke aspecten als voelen en ervaren steeds weer als een bedreiging te zien waar we behoedzaam en voorzichtig mee moeten omgaan, wil ik (AG: Troost) er voor pleiten die meer zachte en vrouwelijke aspecten juist met open armen binnen te halen en te zien als een verrijking en aanvulling die de kerk juist nodig heeft. (…) Tenminste, als we die vrouwelijkheid op een vruchtbare en gezonde manier leren verbinden met de mannelijke aspecten.”

Die verbinding tussen het vrouwelijke en mannelijke is volgens Troost belangrijk. “Want wanneer we die verbinding niet maken, zal de hang van onze cultuur naar meer vrouwelijkheid ook in de kerk een eigen leven gaan leiden. (…) Dan komen we van de regen in de drup, want of je nu door het verstand of door het gevoel wordt overheerst, in beide gevallen is het niet de heerschappij van Christus.” Beiden, gevoel én verstand in onderlinge verbondenheid moeten in dienst gesteld worden van Christus.

vrijdag 18 juni 2010

Cultuur biedt positieve effecten en kansen

Beïnvloeding vanuit de cultuur kan naast negatieve ook positieve effecten hebben. Vanuit de gevoelscultuur kom ik gemakkelijker tot het inzicht, dat geloof vooral affectief van aard is. Geloven is vooral liefhebben. Het gaat om een liefdesrelatie tussen God en mensen. Die Bijbelse boodschap landt m.i. gemakkelijker bij mensen in een gevoelscultuur.

Een culturele context waarin alles relatief gevonden worden, brengt mij wellicht eerder tot het inzicht dat mijn kennen tekortschiet en ik kijk in een wazige spiegel (1 Kor. 13). Het behoed mij er voor om te gemakkelijk met grote woorden te spreken. De culturele context helpt mij om te komen tot het inzicht dat Gods woord absoluut van aard is, maar ons kennen van dat woord eenzijdig is en beperkt (relatief).

De culturele context en de maatschappij waarin wij leven biedt ook kansen voor de kerk. Er is veel vraag naar spiritualiteit. Wie kan beter in dit verlangen voorzien dan de kerk? Juist de kerk moet toch dé vindplaats zijn voor zoekers naar spiritualiteit? Er is veel eenzaamheid. Biedt de kerk niet de beste remedie tegen eenzaamheid? Veel mensen zoeken vervulling en welzijn. De kerk heeft toch voor deze mensen een fantastische boodschap in de persoon van Jezus? De vraag is: richt de kerk zich (expliciet) op het ‘verzilveren’ van die kansen?

woensdag 16 juni 2010

Beïnvloeding vanuit cultuur

Tomlin ziet de cultuur en de geest van die cultuur als (potentiële) afgoden. Afgoden die ons proberen te verleiden om voor hen te buigen. Is dat niet wat overdreven? Ik denk het niet. Iedereen wordt beïnvloed vanuit de cultuur waarin we leven. We ademen die cultuur als het ware elke dag in. Van nature is iedereen ontvankelijk voor de invloeden vanuit de cultuur.

Daaruit volgt dat ook de kerk wordt beïnvloed door de cultuur. Die beïnvloeding werkt negatief uit als vooral de eenzijdige nadruk vanuit de cultuur de boventoon gaat voeren. Als bijvoorbeeld alles draait om gevoel. Het moet in de kerk gaan om gevoel én verstand, het objectieve én het subjectieve, om het individuele én het gemeenschappelijke, om het relatieve en het absolute. Het gaat mis als we er een tegenstelling van maken en de juiste onderlinge verhouding tussen de begrippen uit het oog verliezen. Als we geen balans kunnen vinden of juist dreigen kwijt te raken tussen bijvoorbeeld gevoel en verstand. Als de invloeden aangewend worden voor zelfhandhaving in plaats van dienstbaar gemaakt te worden aan Gods eer.

Packer zei dit daarover: “Wij christenen zijn in feite hopeloos slecht in het vermijden van extremen. Wij zijn als de slinger van een klok, constant van het ene extreme naar het andere zwaaiend. Het is de kracht van reactie, misschien wel de sterkste negatieve kracht in een mensenleven, die deze zwaaiing veroorzaakt.” We zwaaien zomaar van de extreme positie van ‘het verstand’ naar de extreme positie van ‘het gevoel’.

Maar hoe kan je nu weerstand bieden aan deze beïnvloeding? Door te strijden niet zozeer tegen de beïnvloeding, maar voor vervulling met de Geest. Voor die vervulling is wel ontvankelijkheid en overgave nodig. Hoe meer we ontvankelijk zijn voor de Geest hoe minder we ontvankelijk zijn voor de verleidingen vanuit de cultuur.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO