maandag 25 januari 2010

Afscheid nemen van de gemeente

Wat moet ik nu doen als ik het niet meer volhoud in de (plaatselijke) kerk waarvan ik lid ben?

Ik stond in twee blogs stil bij bovenstaande vraag. Is deze vraag nu voldoende beantwoord? Nee, ik stond eigenlijk maar heel beperkt stil bij deze vraag. Met de antwoorden die ik gaf, wilde ik vooral mezelf en anderen voorhouden niet te snel afscheid te nemen van de kerkelijke gemeenschap. Maken we de nood kenbaar? Wat doen we zelf om zaken veranderd te krijgen? Hoe trouw zijn wij naar onze broers en zussen toe? Realiseren wij ons voldoende dat die ander moet en mag leven van genade, maar dat genade ook ons bestaansrecht vormt? Het is mijn grootste wens om te zijn als Jezus. Maar dan ook in dit soort zaken. We delen samen met Christus in zijn glorie, maar ook in zijn lijden.

Maar, ik voel mij ook verbonden met hen die lijden aan de kerk. Wat een strijd, moeite, verdriet kunnen mensen hebben met hoe het gaat in de kerk. Als ze worstelen met vragen zoals Leonie die ook stelt. Als het mensenwerk in de kerk zo overweldigend op je afkomt, dat het haast wel lijkt alsof God daar niet meer aanwezig is. Wat als je structureel niet meer gevoed wordt door de prediking? Wat als de liefde in de kerk bekoeld is of afwezig lijkt te zijn? Als gesprekken moeizaam verlopen of we niet verder komen als het verdedigen van standpunten? Als zaken met de mantel der liefde worden bedekt, die niet met deze mantel bedekt mogen worden? Wat als genade geen vrij spel krijgt?

Ik denk dat ieder voor zich in deze worsteling biddend zijn weg zal moeten vinden. En daarbij Gods leiding in zijn of haar leven moet (leren) zien, zoals ook bij andere belangrijke keuzes en besluiten. Als je dan al biddend en zoekend naar Gods leiding je het besluit neemt om te veranderen van kerkgemeenschap, dan zou ik met Keller willen zeggen: probeer een andere kerk te vinden en doe dat met uiterste zorgvuldigheid. En: Ga met God.

donderdag 21 januari 2010

Over trouw, belofte en genade

Ik wil opnieuw stilstaan bij de vraag is: Wat moet ik nu doen als ik het niet meer volhoud in de (plaatselijke) kerk waarvan ik lid ben?

Het viel mij bij het nadenken over Efeziërs 5 op, hoe radicaal Jezus’ liefdestrouw is. Een trouw tot in de dood. In Efeziërs 5 wordt de huwelijksrelatie tussen een man en een vrouw gespiegeld aan de relatie tussen Christus en de kerk. Trouw is een vrucht van de Geest en zou als het ware toegevoegd kunnen worden aan het rijtje zoals de Bijbel die noemt in Galaten 5: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. De Bijbel betrekt trouw-zijn niet alleen op het huwelijk, maar ook op andere relaties en verbanden. Zou de Heer niet ook trouw van ons vragen aan de gemeente waarvan we lid zijn? We zeggen toch dat niets bij toeval gebeurt in ons leven? We zijn toch ook niet toevallig lid van een bepaalde gemeente? Mogen we daarin niet de hand van de Heer zien?

We kennen de volgende uitdrukking in onze taal: belofte maakt schuld. Als je iets belooft, brengt dat de verplichting met zich mee die belofte ook na te komen. Mensen die geloofsbelijdenis hebben afgelegd, beloofde daarmee dienstbaar te zijn aan de gemeente. Die belofte is op zichzelf gezien toch ook een reden om waar mogelijk lid te blijven van je gemeente?

Soms is er sprake van verstoorde verhoudingen. Of lijken tegenstellingen niet overbrugt te kunnen worden. Of hebben we teleurstelling en kwetsuren opgelopen in de kerk. Is het zeker dan niet heel belangrijk te bedenken dat niet alleen die ander voor de volle 100% afhankelijk is van genade, maar jijzelf ook? Dat maakt je nederig en bescheiden naar die ander, waarmee communicatie nauwelijks mogelijk lijkt of waarmee je een verstoorde verhouding hebt of waarvan de prediking zo beperkt is. Wij hebben allemaal de neiging om naar die ander te wijzen, maar ook jij en ik zijn afhankelijk van de genade in Christus.

dinsdag 19 januari 2010

Onvrede: woorden en daden

In mijn vorige blog haalde ik Keller aan, die in zijn boek ‘In alle redelijkheid’ schrijft, dat een christen niet zonder een kerk kan. Niet zonder een deelnemen aan een gemeenschap van gelovigen. Daarmee blijft er nog wel een vraag over en wel de vraag die Leonie m.i. stelt in haar reactie op mijn blog ‘De kerk: er bestaat geen alternatief’. Die vraag is: Wat moet ik nu doen als ik het niet meer volhoud in de (plaatselijke) kerk waarvan ik lid ben? Ik schreef al, dat ik in een aantal blogs terug zou komen op deze reacties. Hier mijn eerste blog.

Het valt mij op, dat er behoorlijk wat verontruste broers en zussen zijn onze gemeente. Nu wil ik zo graag dat ze hun zorgen en verontrusting onder woorden brengen, er woorden aan geven. Waarom? Om zo kenbaar te maken wat zij als probleem, als knelpunt ervaren in de gemeente. Want als ze het niet onder woorden brengen, als het gesprek niet gevoerd wordt over dit soort zaken, dan zal er zeker geen veranderingen (menselijker wijs gesproken) optreden. Dan komen mensen op een gegeven moment als vanzelf uit bij de vraag: Ik houd het niet meer vol, wat moet ik doen?

Soms zie ik verontruste gemeenteleden die hun verontrusting hier en daar wel voorzichtig onder woorden brengen, maar die woorden zo weinig omzetten in daden. Die zo weinig daadkracht ontplooien om de door hun gesignaleerde knelpunten in het kerkelijk leven onder de aandacht te brengen, gesprekken er over aan te gaan met kerkenraad en er alles aan te doen om hier verandering in te bewerkstelligen. En dan min of meer plotseling vertrekken naar een andere gemeente. Maar als een gemeente je aan het hart gaat, mag toch van je verwacht worden dat je werk maakt van je onvrede en verontrusting allereerst in je eigen gemeente? Trek aan de bel! Breng het onder woorden! Klim in de pen! Voeg de daad bij het woord.

Dit heeft natuurlijk ook een andere kant. Woorden en daden zijn ook voor kerkenraad en predikant onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gemeenteleden voelen soms feilloos aan als woorden en daden niet met elkaar in overeenstemming zijn. De geloofwaardigheid van kerkenraad en predikant staat op het spel als woorden niet concreet gemaakt worden (in de vorm van daden) of als woorden en daden niet sporen met elkaar. Soms worden er wel woorden uitgewisseld, maar vindt er niet echt een gesprek van hart-tot-hart plaats. Toch zijn zulke van-hart-tot-hart gesprekken typisch iets wat hoort bij kerk-zijn. Gemeenteleden mogen terecht verwachten dat op die manier het gesprek gevoerd wordt.

De volgende blog zal in dit verband gaan over het thema ‘vertrouwen’.

donderdag 14 januari 2010

De kerk: er bestaat geen alternatief

Mijn vorige blog beëindigde ik met de vraag: Dan maar afscheid nemen van de kerk? Of geen lid worden van een kerk? Keller geeft m.i. een antwoord op deze vragen in zijn boek ‘In alle redelijkheid’. Hij zegt daarin o.a. het volgende.

“Ik (AG: Keller) ben me ervan bewust dat de grootste problemen die mensen met het christendom hebben, veel meer te maken hebben met de kerk dan met Jezus.” Mensen hebben te veel slechte ervaringen met de kerk. “De kerk van Jezus is daarom als een oceaan. Zij is enorm en divers. Net als in de oceaan heb je warme en heldere plekken en dodelijke koude plekken. Plekken waar je makkelijk en zonder gevaar kunt zwemmen en plekken waar je onmiddellijk meegezogen wordt en verdrinkt. Ik besef hoe riskant het is tegen mijn lezers te zeggen dat ze een kerk moeten vinden. Ik til daar ook niet te licht aan en ik spoor ze aan dat met uiterste zorgvuldigheid te doen. Maar er bestaat geen alternatief. Je kunt geen christelijk leven leiden zonder een bepaald verband van christelijke gelovigen, zonder een familie van gelovigen waarin je een eigen plaats inneemt.”

Een christen word je op het moment dat je een “persoonlijke hartstransactie met God sluit”. Maar het Nieuwe Testament wijst er ook op “dat christenen deze persoonlijke toewijding door de publieke, gemeenschappelijke handeling van de doop moeten bevestigen en verzegelen waardoor zij lid worden van de kerk. Een hart is een onbestendig ding en om er zeker van te zijn dat we ons hartsvertrouwen op Jezus hebben gesteld (…), moeten we volhouden en deelnemen aan een gemeenschap van gelovigen.”

dinsdag 12 januari 2010

De kerk: pas op voor ernstige schade

Ik het ND van zaterdag 9 januari staat een mooi artikel: ‘Stronk met nieuwe loten als beeld van kerk’. In dit artikel komt Jeff Fountain aan het woord. Hij zegt o.a. dit: “Op boeken over kerkgeschiedenis zou een gezondheidswaarschuwing moeten staan: ‘Lezen kan uw geloofsleven ernstige schade toebrengen.’ Vanwege alles wat de kerk in de loop van eeuwen in Gods naam misdreven heeft.” Een citaat wat mij tot nadenken zet en vragen oproept.

Kerkgeschiedenis is niet alleen iets van vroeger. Ook vandaag schrijven de kerken geschiedenis. Zou iemand over honderd of tweehonderd jaar ditzelfde zeggen over de tijd waarin wij nu leven? ‘Het lezen van de geschiedenis van de kerken rond de eeuwwisseling kan uw geloofsleven ernstige schade toebrengen, vanwege wat ze in Gods naam misdreven hebben.’ Of denken we dan alleen aan godsdienstoorlogen en kruistochten naar het heilige land? Nee toch? Het is nog maar zo’n veertig jaar geleden dat de vorming van de Nederlands Gereformeerde Kerken (ontstaan uit de GKv) plaatsvond. De laatste jaren is er door diverse GKv-ers schuldbelijdenis gedaan over wat zich rond 1967 heeft afgespeeld. Anders gezegd: wat de GKv in Gods naam toen misdreven heeft.

Een kerk die in Gods naam verkeerde dingen doet en zegt, is iets van alle tijden en alle plaatsen. Waarom? Omdat de kerk mensenwerk is. Gods werk én mensenwerk. Mensenwerk dat per definitie beperkt en met zonden bevlekt is. Dat is soms de worsteling van mensen met de kerk. Het is ook mijn worsteling met de kerk. Juist dat menselijke, dat soms zelfs ongeestelijke wat er in de kerk, in Gods naam, gebeurt. Wie zou daar niet mee worstelen? De worsteling is over als je de kerk alleen maar als Gods werk ziet. Of als je alleen maar het mensenwerk in de kerk ziet. Er is ook geen worsteling als je als een soort consument kerklid bent en niet echt hart hebt voor de kerk. Dan maar afscheid nemen van de kerk? Of geen lid worden van een kerk? Dat is denk ik niet echt een oplossing, maar daar de volgende keer meer over.

zaterdag 9 januari 2010

Ons kennen schiet te kort

Ik kom nog een keer terug op het artikel ‘Stresstest voor christenen?’ van ds. Bas Luiten. Hij schrijft in het artikel dat ons kennen tekort schiet en verwijst daarbij naar 1 Kor. 13 : 9: “want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt.” Zo zijn er volgens Luiten allerlei vragen te bedenken, waarop het antwoord niet exact of met zekerheid te zeggen is.

Luiten noemt voorbeelden als: “We vieren geen sabbat meer maar willen wel gehoorzaam zijn aan het vierde gebod, hoe zit dat dan precies? Als we het avondmaal vieren doen we dat als huisgezin van God. Maar waar ligt precies de grens tussen wie er wel of niet bij hoort?” Met deze voorbeelden geeft Luiten een ‘knipoog’ naar de verontrusten in de GKv die vinden dat het mis dreigt te gaan met de GKv. Het zijn ook anderszins geen toevallige voorbeelden. Over de zondag als rustdag in relatie tot het vierde gebod hebben altijd al twee verschillende meningen bestaan in de kerk. Wat het avondmaal betreft hebben we als GKv heel lang volgehouden dat er een directe relatie ligt tussen wie aan het avondmaal mag deelnemen en het kerklidmaatschap. Nu mag ook bijvoorbeeld een christelijk gereformeerde broer of zus deelnemen aan het avondmaal. De relatie tussen avondmaal en kerklidmaatschap is losser geworden.

Het gaat dus niet alleen om vragen waarop we het (precieuze) antwoord niet echt weten, maar ook om vragen waarop meerdere antwoorden mogelijk zijn of om vragen waarop we nu een ruimer antwoord geven. Het zijn vragen waarop het antwoord niet precies terug te vinden is in de Bijbel. Ons kennen schiet te kort. Ik hoop dat wij dit niet alleen belijden, maar ook in ons spreken en gedrag zullen laten uitkomen. Wat kunnen we soms met grote woorden en massieve waarheden elkaar om de oren slaan. We moeten ons daarbij wel realiseren, dat er ook allerlei zaken in de Bijbel staan, waarover God geen misverstand laat bestaan. Het antwoord op die vragen is duidelijk. Toch denk ik dat ook in die gevallen ons kennen tekort kan schieten. Dat blijkt dan uit bijvoorbeeld een eenzijdige manier van omgaan met Bijbelse waarheden. Het is een beperkt menselijk spreken over Gods volmaakte Woord. Die wetenschap moet ons bescheiden maken en sluit het gebruik van grote woorden uit.

In het artikel eindigt Luiten zo: “Als ons kennen te kort schiet, wat doen we elkaar dan aan door allerlei vragen op de spits te drijven? Dat is volstrekt onvruchtbaar. Als we elkaar als christen willen herkennen, laat het dan over Jezus Christus gaan. Over Jezus Christus in ons leven en in ons kerkelijk leven. Dan wordt zonneklaar wie Hem liefheeft en wie Hem niet liefheeft. Wat Hem volgt en wie Hem niet volgt.”

donderdag 7 januari 2010

Waarin zoek je je houvast?

In mijn vorige blog schreef ik over het artikel ‘Stresstest voor christenen?’. Luiten concludeert in dit artikel: “Kennelijk is er een trend om duidelijkheid te willen. En om in die duidelijkheid vastheid te vinden.” Vervolgens komt hij tot de kern van zijn artikel: “(…) waarin zoekt een christen zijn houvast? Waarbij zoek je je veiligheid? Bij stellingen en exegese’s? Als het spannend wordt in de kerk, hoe ben je dan stressbestendig? Ga je dan allerlei ijkpunten verzinnen waarover de gedachten gelijk moeten zijn? Is dat de oplossing om als kerk te overleven in deze chaotische tijd?” Nee!

“Ik lees in de Schrift, dat de Heer ons een hogere weg wijst.” Welke? “(…) het vol zijn van de Heer als herkenning en houvast is veel hoger, breder en dieper dan het elkaar vastpinnen op enkele overtuigingen.” Een kerk herken je aan het vol zijn van haar Heer! Zij is vol van zijn Geest! Dat geeft de zo gewenste duidelijkheid: een kerk herken je aan de vruchten van de Geest. Ook onze houvast en veiligheid ligt bij en in de Heer en niet bij dogma’s en exegese’s. Daarmee zeg ik niet dat dogma’s en stellingen niet hun waarde hebben, alleen ligt daar niet onze herkenning van kerk-zijn, onze houvast.

dinsdag 5 januari 2010

Genadige omgang en discussies

Allereerst wens ik je een gelukkig (dat heeft alles te maken met genade) jaar toe!

In de Reformatie haalt Bas Luiten een preek aan van Tim Keller. In die preek merkt Keller op, dat je geruime tijd mocht verschillen wat betreft je visie op Genesis (schepping). Volgens Keller is er de laatste tien, vijftien jaar hier verandering in gekomen. Er is een onderlinge hardheid ontstaan. Er wordt gesproken over fundamentalisten en vijanden van de waarheid. “Die onderlinge hardheid wordt steeds sterker. Dit is een hardheid die indruist tegen alles wat wij eerder geleerd hebben. Als jij gelooft dat je gered bent puur en alleen uit genade, zul je genadig moeten omgaan met mensen die andere inzichten hebben dan jijzelf. Ik wil dat Redeemer (AG: de kerk van Tim Keller) een gemeenschap is waar wij in genade dit soort discussies kunnen voeren.”

Deze uitspraken van Keller komen op mij weldadig (hartverwarmend, heilzaam) over: genadig (!) omgaan met mensen die andere inzichten hebben dan jijzelf. En: de kerk is een gemeenschap waar in genade (!) dit soort discussies gevoerd kunnen worden. Juist dat mis ik soms zo de laatste tijd in onze gemeenschap. Ik denk dat waar die omgang tussen andersdenkenden er niet is en discussies niet gevoerd worden we elkaar de doorwerking van genade in onderlinge relaties onthouden. Juist het uit de weg gaan van deze omgang en discussies leidt gemakkelijk tot onderlinge hardheid, onderlinge verharding en tot het afscheid nemen van onze gemeenschap.

Hoe is dit te voorkomen? Ik denk dat Keller op die vraag ook een antwoord geeft: als je gelooft dat je gered bent puur en alleen uit genade, dan zul je…… Als je ten diepste beseft (weten, ervaren) wat genade heeft gedaan en nog doet in je leven, dan zal je omgang, je gesprekken, de discussies in de kerk gebaseerd zijn op die genade. Dan zal er geen plaats zijn voor onderlinge hardheid en verharding en dan zal het niet nodig zijn om afscheid te nemen van onze gemeenschap.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO