woensdag 24 februari 2010

Je wordt wie je bewondert

Ik ben deze week begonnen met het lezen van het evangelie van Johannes. Ik had Lucas uit en het volgende bijbelboek is Johannes. Ook kan ik geen genoeg krijgen van het lezen van de evangeliën. Vooral in Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes kom ik in de meest pure vorm de grootheid van God tegen. Ik geloof niet in een abstracte God, nee God werd werkelijkheid hier op aarde. God kreeg een gezicht in Jezus Christus. Hij werd mens. En wat voor een mens! Vol van goedheid en waarheid. Superlatieven schieten te kort om die mens te beschrijven. In één woord: Hij is een grootheid, dé Grootheid. Hij is God.

Maar, wat betekent dat voor mij? Uit zijn overvloed aan goedheid overstelpt Jezus mij met zijn goedheid. Bakken met genade giet Jezus uit over mij en anderen. Niet één keer, maar steeds weer. Zijn overvloed mag zo mijn overvloed worden. Ook bij mij neemt Christus de zonde weg. Ook voor mij is hij het lam van God. Zo werd ik kind van God. Ik als mensenkind mag samen met de Mensenzoon zoon van God zijn. Als dat geen wonder is, wat dan wel? Maar, het houdt maar niet op. Christus doopt mij met de Heilige Geest. De Geest maakt woning in mijn hart. Zo verbindt Jezus zich met mij en helpt de Geest mij te worden als Jezus. Wat een God, wat een mens! Hem wil ik mateloos bewonderen.

maandag 22 februari 2010

Uitwerking verschillen tussen religie en relatie


In de m’n vorige blog schreef ik, dat er een wereld van verschil bestaat tussen religie en relatie. Hoe werken deze verschillen uit in het leven van een oudste (religie) en jongste (relatie) zoon? Tim Keller schrijft daar in zijn boek ‘In alle redelijkheid’ het volgende over.

Motivatie: “Waar de moralist (AG: oudste zoon) gedwongen wordt tot gehoorzaamheid, gedreven door angst voor afwijzing, omhelst de christen (AG: jongste zoon) de gehoorzaamheid, gedreven door een verlangen om te behagen en te lijken op degene (AG: Jezus Christus) die zijn leven voor ons gaf. Het voornaamste verschil is het verschil in motivatie.”

Identiteit en kijk op jezelf: “Als je er binnen een religieus raamwerk in slaagt volgens de door jou gekozen religieuze standaards te leven, ga je je superieur voelen ten opzichte van degenen die het ware pad niet volgen. Als het je niet lukt volgens je standaards te leven, raak je vervuld van afschuw over jezelf.” Het evangelie echter biedt middelen om een unieke identiteit op te bouwen. “Het christelijke evangelie is dat ik zo slecht ben dat Jezus voor mij moest sterven (AG: diepe nederigheid), maar dat ik tegelijkertijd zo geliefd en waardevol ben (AG: diep zelfvertrouwen) dat Jezus graag van mij stierf. Ik kan mij niet superieur voelen ten opzichte van anderen en tegelijk hoef ik anderen niets te bewijzen.”

Omgaan met “de ander”: Oudste zonen definiëren zichzelf door te wijzen op degenen (die de overtuiging en praktijken van een bepaalde groep niet delen) die ze niet zijn. “De eigenwaarde van een christen wordt niet gevormd door uitsluiting van anderen, maar door de Heer die voor mij werd buitengesloten. Het evangelie maakt het mogelijk om te ontsnappen aan overgevoeligheid, een verdedigende houding en de behoefte om anderen te bekritiseren. De identiteit van een christen is niet gebaseerd op de behoefte een goed mens gevonden te worden, maar op Gods waardering van jou in Christus.”

Omgaan met problemen en lijden: Religie denkt, dat alles goed gaat als je goed leeft. Als je goed leeft, verdien je ook dat het goed met je gaat. “Als de zaken echter mis beginnen te lopen, worden moralisten woedend.” Woedend op God of woedend op zichzelf. “Het evangelie maakt het echter mogelijk te ontsnappen aan de neerwaartse spiraal van verbittering, zelfbeschuldiging en wanhoop wanneer het misloopt in het leven.”

vrijdag 19 februari 2010

Verschil tussen religie en relatie

Ik wil naar aanleiding van mijn vorige blogs nog wat nadenken over de vraag: Wat is nu het grote, meest kenmerkende verschil tussen religie en relatie (evangelie)?

Religie staat voor “redding door morele inspanning”. Volgens Keller werkt religie vanuit het principe “Ik gehoorzaam, daarom word ik door God geaccepteerd”. God accepteert je vanwege menselijke prestaties. De oudste zoon beschouwde zichzelf als een ‘rechtvaardige’: “nooit ben ik u ongehoorzaam geweest (…).” Relatie of evangelie staat voor “redding door genade”. Evangelie werkt volgens het principe “Ik word door God geaccepteerd door wat Christus heeft gedaan, daarom gehoorzaam ik”. God accepteert je om wat Jezus heeft gedaan. De jongste zoon zag zichzelf als een ‘zondaar’: “Vader (…) ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u (…).”

Er is een wereld van verschil tussen religie en relatie. De jongste zoon vraagt om genade, de oudste niet. Maar een christen zal toch niet beweren, dat genade niet nodig is? Nee, christenen weten meestal wel dat ze Gods genade nodig hebben. Ik denk wel, dat er christenen zijn, die vragen om Gods genade en dit combineren met gehoorzaamheid om zo geaccepteerd te worden door God. Ze doen hun best om in het reine te komen met, geaccepteerd te worden door God. Maar Gods acceptatie is op geen enkele wijze verkrijgbaar door menselijke inspanningen en prestaties. Je bent geaccepteerd vanwege Christus! Alleen vanuit die wetenschap, dat startpunt, die identiteit kan er een relatie tussen God en mensen ontstaan. En vanuit die liefdesrelatie wil je gehoorzaam zijn, lijken op Jezus.

Keller gaat vooral in hoofdstuk 11 van zijn boek ‘In alle redelijkheid’ in op het verschil tussen religie (“redding door morele inspanning”) en evangelie (“redding door genade”). Ook zijn boek ‘De vrijgevige God’ gaat over dit thema.

woensdag 17 februari 2010

Er zijn veel ‘oudste zonen’ in de kerk

Sommigen zeggen, dat de groep van ‘oudste zonen’ in de kerk (heel) groot is. Een grote groep van christenen die een religie-geloof hebben. Maar klopt die bewering wel?

Keller zegt daarover, dat ‘religie’ de standaardtoestand van het menselijk hart is. “Je computer werkt in de standaardmodus, default mode, zolang je niet welbewust iets anders aangeeft.” Hij schrijft, dat zelfs nadat je door het evangelie bent bekeerd, je hart toch weer andere principes zal gaan volgens, als je het niet welbewust en herhaaldelijk in de evangeliemodus zet.

Anders gezegd: “Gewoontegetrouw en instinctief zoeken we onze rechtvaardiging, hoop, zin en zekerheid niet bij God en zijn genade, maar elders. We geloven het evangelie op een bepaald niveau, maar op diepere niveaus niet. Goedkeuring door mensen, succes in je werk, macht en invloed, familie en groepsidentiteit – ze wekken in ons hart een ‘functioneel vertrouwen’ en komen zo in de plaats van wat Christus heeft gedaan.” Ja, de groep van christenen met een religie-geloof kan inderdaad best wel eens groot zijn.

Maar hoe wijzig je de default mode van je hart in een evangeliemodus? Keller zegt daar over: “Alle verandering komt veeleer door een dieper verstaan van de redding door Christus, en door een leven vanuit de veranderingen die dit verstaan in uw hart bewerkt. Geloven in het evangelie betekent herstructurering van onze motivatie, van ons zelfverstaan, onze identiteit en onze wereldbeschouwing. Gedragswijziging volgens de reglementen zonder verandering van het hart zal oppervlakkig en vluchtig blijken.”

Keller gaat vooral in hoofdstuk 11 van zijn boek ‘In alle redelijkheid’ in op het verschil tussen religie (“redding door morele inspanning”) en evangelie (“redding door genade”). Ook zijn boek ‘De vrijgevige God’ gaat over dit thema.

maandag 15 februari 2010

Geloof: religie of relatie

Vraag je je wel eens af hoe je gelooft? Hoe je verhouding met God er voor staat? Is je geloof een religie (geloof, godsdienst) of een relatie? Deze twee manieren van geloven vinden we in de Bijbel op allerlei plaatsen terug. O.a. in gelijkenissen zoals die van de farizeeër en de tollenaar in Lucas 18 en de gelijkenis van de verloren zonen in Lucas 15.

De farizeeër heeft genoeg aan zijn geloof, zijn religie, terwijl het bij de tollenaar gaat om een relatie. Om een geloof van liefde en vriendschap met God. Om een geloof, waarin de tollenaar zijn plaats kent, als een zondaar die Gods genade nodig heeft. Als een verloren zoon, die in liefde wordt aangenomen. De farizeeër is bijzonder ingenomen met zichzelf en hij heeft Gods genade niet nodig. De tollenaar begrijpt dat genade hét verschil maakt in zijn leven.

In Tim Keller's boek ‘In alle redelijkheid’ staat dat “mensen niet alleen geschapen zijn om slechts op de ene of algemene manier in God te geloven (AG: religie), maar om hem ultiem lief te hebben, om hem, boven al het andere, het centrum van het leven te laten zijn (AG: relatie) en om hun identiteit op hem te bouwen. Al het andere is zonde. Zonde is de wanhopigste weigering je diepste identiteit te vinden in je relatie met God en je dienst aan God. Het is zonde om te proberen jezelf te worden, om een eigen identiteit te krijgen, los van hem.”

donderdag 11 februari 2010

Tweede doop: onttrekking metterdaad

Als een iemand zich voor de tweede keer laat dopen, stelt de kerk deze broer (of zus) voor de keus: óf berouw óf je plaatst jezelf met de tweede doop buiten de kerk. Dat jezelf met een tweede doop buiten de kerk plaatsen, noemen we ‘onttrekking metterdaad’. Begrijpen we wat hier bedoeld wordt? Ik heb daar sterk mijn twijfels bij. In ieder geval duurde het bij mij wel eventjes voordat ik het werkelijk begreep. Ik verkeer daarmee in goed gezelschap: ds. Roel Sietsma schrijft in de Reformatie [1] dat zijn collega Voorberg nog steeds niet bewezen of duidelijk gemaakt heeft waarom een tweede doop gelijkstaat met een feitelijke onttrekking aan de kerk. Dit nadat Voorberg vier artikelen over ‘Hoe erg is herdoop?’ schreef in diezelfde Reformatie.

Maar, hoe zit dat nou met die ‘onttrekking metterdaad’? De redenering is als volgt. De doop is een inlijvingsteken. De doop is vergelijkbaar met, staat voor de adoptiepapieren waarmee bezegeld wordt, dat je als geadopteerd kind bent aangenomen in het huisgezin van God. En dat huisgezin wordt geconcretiseerd in de gemeente waarvan je lid bent. Aangezien je niet van twee kerken lid kan zijn, is de herdoop te typeren als onttrekking metterdaad. De daad van je tweede doop impliceert, houdt in, dat je in de kerk van je herdoop lid geworden bent en daarmee geen lid meer kunt zijn van je oorspronkelijke kerk. Met de daad van de tweede doop geef je dus (impliciet, of je nu wilt of niet) te kennen, dat je je onttrekt.

Aan deze redenering ligt de volgende veronderstelling ten grondslag: de doop is per definitie (altijd) inlijvingsteken. Een tweede doop die niet als (nieuwe) inlijving wordt gepresenteerd of beleefd kent Voorberg (en met hem anderen) niet. Elke doop is inlijving en dus een tweede doop ook.

[1] De Reformatie, jg 85 – nr 17 – 6 februari 2010

maandag 8 februari 2010

Veroordelen werkt statusverhogend


Reinier Sonneveld schrijft in ‘het goede leven’ ook over veroordelen en wel in hoofdstuk 4 - status. Hij schrijft dat het streven naar status (imago, aanzien) er diep bij mensen inzit. Je status kan worden afgemeten aan je dikke auto, je schitterend huis, je succesvolle carrière, je bijzondere baan, etc. Vervolgens stelt Reinier de vraag: “Wat doen we als wij minder status hebben dan anderen?” Hij ziet drie mogelijke oplossingen:
1. Als je volgens het ene ideaal geen hoge status bereikt, spring je naar een ideaal waarbij het wel lukt.
2. Je kunt de strijd min of meer opgeven. Je relativeert gewoon alles.
3. Je maakt een scheiding tussen wie je bent (identiteit) en je daden (gedrag).

Reinier kiest voor de derde oplossing en zegt dat Jezus Christus ons daarin is voorgegaan. Jezus legde de status die hij had af. “Bij Jezus zie ik voor het eerst een mens die wel degelijk idealen heeft (…) maar bij hem zijn er geen losers. Hij lijkt los te leven van status, (…).” Jezus kon zonder jaloezie en statusangst leven. Hij wist dat God hem zag. Zijn Vader was de vaste grond onder zijn voeten. “Gods liefde droeg hem.”

Je mag één zijn in Christus. “Als je van daaruit gaat leven, en jezelf steeds weer oefent dat dit werkelijk vaste grond is, dan zul je steeds minder kwetsbaar worden. Dan hoef je niet meer te veroordelen en is het niet meer nodig anderen uit te lachen. Je hebt al een status.” Je eigenwaarde hangt niet meer af van je auto, je huis, je succes, etc. “(…) je kijkt naar Gods ogen, en zegt: ‘Aha, ik weet het weer, ik ben geliefd.’”

Veroordelen gebruikt Reinier hier in de betekenis van het verhogen van je eigen status, positie, je eigenwaarde. Veroordelen in de zin van het oppoetsen van je identiteit. Maar “werkelijk geloven is ervan doordrongen zijn dat het altijd goed zit en je altijd waardevol bent, hoe dan ook.” Het is niet nodig je identiteit op te poetsen of je status, je eigenwaarde te verhogen, omdat je identiteit vastligt in Jezus. Alleen God kan je eigenwaarde bevestigen!

vrijdag 5 februari 2010

In de woestijn verstomt het oordeel

In ‘De woestijn zal bloeien’ schrijft Henri Nouwen o.a. over de relatie tussen dicht bij mensen komen en oordelen. Over dit onderwerp schreef ik al eerder de blog ‘Oordeel niet’. Toen ik Nouwen las, moest ik hier weer aan terugdenken. Hij schrijft dat mededogen (medelijden) nooit kan samengaan met oordelen, “want oordelen schept afstand, onderscheid, en dat verhindert ons om werkelijk bij de ander te zijn”. Dus dicht bij mensen komen, een relatie op zielsniveau kan niet samengaan met oordelen.

Volgens Nouwen is het pastoraat, onze omgang met anderen, doortrokken met oordelen. “Vaak geheel onbewust delen we onze mensen in in zeer goed, goed, neutraal, slecht en zeer slecht.” Of om een andere indeling te gebruiken: in degelijk (?) gereformeerd, gereformeerd en evangelisch. “Deze beoordeling heeft grote invloed op ons pastoraat (…). Voor we het weten trappen we in de val van de self-fulfilling prophecy.” Degenen van wie wij denken dat ze tot een bepaalde categorie behoren, behandelen we ook zo en op die manier dwingen we hen om zich zo te gedragen als wij hen zien. “En zo wordt een groot deel van ons pastoraat ingeperkt door de oogkleppen van ons eigen oordeel. Deze door onszelf gecreëerde blikvernauwing verhindert ons om beschikbaar te zijn voor mensen en laat ons mededogen verkwijnen.” Nouwen tekent daarbij aan, dat mededogen moeilijk is, “omdat het vraagt om de innerlijke bereidheid om met andere mensen mee te gaan naar de plek waar zij zwak zijn, kwetsbaar, eenzaam en gebroken”.

Nouwen noemt nog een reden waarom we moeten ophouden te oordelen. Als we ons bewust zijn van onze zonden en onze afhankelijkheid van Gods genade, dan vellen we niet een oordeel over de zonden van andere mensen. Een meedogend mens is zich zo bewust “van het lijden van anderen, dat het hem of haar eenvoudig onmogelijk is stil te staan bij hun zonden”.

Maar hoe word je een meedogend mens? Door de Geest. Nouwen beschrijft in genoemd boek de spiritualiteit van de woestijn en noemt drie wegen die leiden naar het leven van de Geest: eenzaamheid (alleenzijn met God), zwijgen (luisteren naar God) en gebed.

woensdag 3 februari 2010

Gereformeerd of christelijk?

De Bruijne schrijft in de Reformatie [1] over de vraag wat gereformeerd is. “Bij ‘gereformeerd’ denken we vrijwel direct aan de Bijbel en de gereformeerde belijdenisgeschriften. Gereformeerd ben je wanneer je daaraan trouw bent. (…) Dit is zeker typerend voor het ‘gereformeerde’. Toch viel het mij op dat het hart van die aanduiding dieper klopt.”

“’Gereformeerd’ betekent in het licht van de Bijbel én van de geschiedenis van de Reformatie eerst iets anders. Het duidt een beweging aan van correctie, vernieuwing en groei. Kerk en christenen gaan op weg vanuit Christus en tegelijk naar Christus, zoals Efeziërs 4 dat zo diep zegt. (…) Overal waar je die ‘reformerende’ beweging opmerkt, sta je voor de dynamiek van het ‘gereformeerde’.”

“Echt gereformeerd ben je niet als je anderen alleen maar formeel en star weet af te meten aan de eigen gereformeerde standaard. Zo’n reformerende beweging bij anderen (AG: De Bruijne doelt hierbij vooral op andere kerkgenootschappen) moet je om Christus’ wil juist herkennen en dankbaar begroeten. (…) Ben je nu bereid om ook zelf in beweging te komen en als het kan samen naar Christus te groeien? Zo niet, dan nadert zelfs voorbeeldige trouw aan de belijdenis de ketterij.”

Wat kan het oppervlakkig zijn om iemand de gereformeerde maat te nemen aan de hand van de Bijbel en de belijdenisgeschriften. Iemand kan ‘zomaar’ te licht worden bevonden in onze ogen. Zullen wij voortaan ook zoeken naar het hart van die aanduiding, die dieper klopt? Bijbel en belijdenisgeschriften, hoe belangrijk ook, zijn slechts middelen die ons moeten brengen bij het doel: Jezus Christus. Farizeeërs maakten in Jezus’ dagen van de wet een doel in plaats van een middel, terwijl het werkelijke doel (Jezus) actief was en aandacht vroeg voor bekering en het Koninkrijk van God. Zullen wij oppassen ons niet te gedragen als moderne farizeeërs?

[1] De Reformatie, jg 85 – nr 12 – 19 december 2009 – Toch een nationale synode!

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO