maandag 29 maart 2010

Meten met twee maten

Ik ben ´het goede leven´ van Reinier Sonneveld aan het lezen. Een bijzonder boek! Hij schrijft o.a. over geld. Reinier schrijft dat volgens Jezus geld blijkbaar eigenschappen van een godheid aan kan nemen en zo een concurrent kan worden van God. “Wie gelooft kan ‘vreemdgaan’ met geld, en geld iets gunnen wat eigenlijk voor God bestemd is. Geld wordt dan onze maîtresse. Juist de veelverdiener heeft dus een probleem. Niemand wordt in de bijbel zo veelvuldig gewaarschuwd als de welvarenden.” Je kunt niet én God dienen én het Geld. In hoeverre bevragen wij in het pastoraat broers en zussen en onderling elkaar naar onze omgang met geld? Mijn inschatting is (bijna) nooit. Jezus geeft toch niet voor niets zoveel aandacht in de bijbel aan de macht van het geld? Het heeft wel alle aandacht van Jezus, maar niet die van ons.

Arie de Rover hield in maart 2010 in Zeewolde een inspirerend verhaal onder de titel ‘Vrij en blij zijn in de kerk’. In zijn betoog sprak hij o.a. over de verhouding tussen identiteit en gedrag. In lijn met zijn betoog kan ik de vragen ook zo stellen. Waar moeten we ons drukker over maken in de kerk: over een broer die zijn identiteit in Christus heeft maar in zijn gedrag een misstap begaat of over een broer die zijn identiteit laat bepalen door zijn carrière en geld (en wellicht er een kerkelijk voorbeeldig gedrag op nahoudt)? Maken wij ons in de kerk niet vaak vooral druk over de eerste broer (die een misstap begaat in zijn gedrag)? En zo ja, is dat dan niet vooral een menselijke maat en niet een Goddelijke?

zaterdag 27 maart 2010

Liefhebben ondanks teleurstellingen

En met de volgende zinnen van Larry Crabb sluit ik mijn blogs over ‘teleurstellingen’ af. “Er is tegen ons allen gezondigd. En wij zondigen allemaal. Het onvermogen van anderen om mij volkomen lief te hebben is pijnlijk, en vaak diep teleurstellend. Maar de liefde waarmee de Heer mij liefheeft, is volmaakt. Hoewel de angel van de teleurstelling in mijn hart blijft steken, geeft Zijn liefde mij toch alles wat ik nodig heb om een evenwichtige persoonlijkheid te worden en anderen lief te hebben, ook wanneer ze mij opnieuw teleurstellen. Dat is mijn plicht: de ander lief te hebben.”

“Die liefde (niet zijn of haar liefde voor mij) bepaalt in hoge mate of ik vreugde beleef en als mens een gevoel van volheid ervaar. Ik kan liefhebben omdat ik volmaakt en volkomen word bemind door God. En daarom is mijn liefde voor de ander belangrijk. Mijn liefde kan hem of haar nader tot Christus brengen, zij geeft mijn leven kracht en brengt eer aan God. En terwijl ik met vallen en opstaan leer om die ander lief te hebben zonder zelfbescherming, kom ik langzaam dichter bij dat overvloedige leven, waarnaar ik zo verlang.”

woensdag 24 maart 2010

Confrontatie aangaan met zelfbescherming

Ik schreef in m´n vorige blog, dat de wens tot zelfbescherming zomaar voorrang krijgt op de wens om een werkelijk liefdevolle omgang met anderen. We zullen dus de confrontatie moeten aangaan met onze natuurlijke drang tot zelfbescherming.

Maar voordat we inzien hoezeer we als daders door onze zelfbeschermende maatregelen zondig worden, moeten we eerst beseffen hoezeer we als kwetsbare slachtoffers teleurgesteld zijn. Er is tegen ons gezondigd (slachtoffer) en nu zondigen wij zelf ook (dader). Pas als we onze teleurstelling als slachtoffer onder ogen zien, kunnen we strategieën herkennen die we ons hebben aangemeten om verdere teleurstellingen te voorkomen.

Gebrekkige liefde is de oorzaak van de meeste problemen. Liefde is nooit blind voor andermans fouten. Ze ziet die helder en duidelijk, maar voelt zich er niet door bedreigd. Zij geeft de teleurstelling toe, maar vergeeft ze en blijft met de ander begaan. Zijn we bezorgd om het welzijn van iemand die ons onrecht heeft aangedaan? Dat is de maatstaf van de liefde.

maandag 22 maart 2010

Zelfbescherming óf liefde

Hoe reageren wij veelal op teleurstellingen? Wat is onze primaire reactie? Meestal is onze reactie, dat we de slotbrug ophalen en de poortdeur vergrendelen. Met andere woorden, we dekken ons in tegen verdere teleurstellingen, we trekken ons terug achter veilige ‘muren’. Crabb schrijft in dit verband over “zelfbeschermingmechanismen” en over “zelfbescherming”. We treffen (al dan niet bewust) deze zelfbeschermingsmaatregelen om te voorkomen dat wij opnieuw gekwetst worden.

De wens tot zelfbescherming krijgt zo voorrang op de wens om een werkelijk door liefde gekenmerkte, betrokken omgang met anderen. Het is of zelfbescherming of liefde. Zelfbescherming is gericht op jezelf. Liefde is gericht op God en de naasten. Volgens Crabb ligt het verlangen om onszelf te beschermen sinds de zondeval diep in ons verankerd. Zelfbescherming is zonde. Het doet geen recht aan het liefdegebod van God (God liefhebben en de naasten als samenvatting of diepere betekenis van de wet). Ook in het dilemma zelfbescherming of liefde zullen we moeten en mogen groeien. We zullen steeds meer door een gerichtheid op Christus en door de kracht van de Geest mogen veranderen van mensen die gaan voor zelfbescherming naar mensen die steeds meer in liefde omzien naar God en daardoor naar de naasten.

donderdag 18 maart 2010

De andere kant van teleurstellingen

Teleurstellingen horen dus bij het leven. Maar zijn teleurstellingen alleen maar vervelend en frustrerend te noemen of is er ook nog een andere kant aan teleurstellingen?

“De weg die volgens Crabb het meest het wezen van geestelijke groei benadert, gaat uit van het principe: Pas wanneer we in onze levensomstandigheden en relaties (vooral in de laatste) pijnlijk zijn teleurgesteld, zal er een diep verlangen ontstaan om Christus te zoeken. Met andere woorden we leren maar zelden om in afhankelijkheid van God te leven, zolang het ons goed gaat.” Blijkbaar zijn teleurstellingen nodig om ons weer bij Christus te brengen.

Teleurstellingen kunnen er voor zorgen, dat je met lege handen bij Christus komt om ze daar te laten vullen. We hebben de neiging om die handen te laten vullen door mensen in plaats van door Christus. Is dat niet een belangrijke oorzaak van onze teleurstellingen? Vooral diepe teleurstellingen duwen je als het ware naar Christus. Alleen met Hem is een relatie mogelijk zonder teleurstellingen. Teleurstellingen kunnen je doen ontdekken dat alleen Christus je diepste verlangen naar verbondenheid kan vervullen. We zijn geneigd om die verbondenheid te laten vervullen door mensen. Maar juist in onze relaties lopen we de meeste pijn, teleurstellingen op. Misschien zoeken we iets bij mensen, dat alleen God kan geven. Teleurstellingen kunnen ons dat inzicht geven. Kunnen ons bij God brengen.

dinsdag 16 maart 2010

Teleurstellingen horen bij het leven

Ik was al eerder van plan na te denken en te schrijven over teleurstellingen en kwetsuren. Nu gaat het er echt van komen: een aantal blogs over het onderwerp ‘teleurstellingen’. Ik heb mij vooral laten leiden door wat Larry Crabb daarover schrijft in zijn boek ‘Van binnenuit – werkelijke verandering is mogelijk’.

Maar waarom schrijven en nadenken over ‘teleurstellingen’? Crabb geeft zelf daarop het antwoord: “Teleurstelling is een telkens terugkerende realiteit voor de bewust levende christen (…).” Ja, ik kan mij een leven zonder teleurstellingen niet zo goed voorstellen. Teleurstellingen horen bij het leven of ik het nu leuk vind of niet. Proefondervindelijk vastgesteld!

Crabb noemt drie argumenten waarom teleurstellingen bij het leven horen.
1. “Volkomen vreugde zal God ons pas in de hemel schenken;
2. geen relatie op aarde is volmaakt;
3. de gevallen mens zoekt van nature zijn heil in alle mogelijke zaken, maar niet in God.”

Teleurstellingen uitbannen uit je leven, is dus blijkbaar geen oplossing.

woensdag 10 maart 2010

Niet iedereen verandert door genade

De andere hoofdpersoon in de film Les Misérables (of het gelijknamige boek van Victor Hugo) is de politie-inspecteur Javert. De politie-inspecteur kent geen andere wet dan die van gerechtigheid en hij achtervolgt Jean Valjean genadeloos in de daaropvolgende jaren. “Terwijl Valjean door vergeving totaal veranderd is, wordt de detective door zijn dorst naar vergelding verteerd.” Javert valt in de handen van Valjean, maar in plaats van hem te doden laat hij hem gaan. De prooi (Valjean) bewijst de achtervolger (Javert) genade. Valjean, eerst zelf ontvanger van radicale genade, is nu gever van radicale genade. Als Valjean zo het leven redt van Javert, voelt de detective dat zijn wereld van zwart en wit ineen gaat storten. “Daar hij geen raad weet met een genade waartegen zijn diepste innerlijk zich verzet en hij in zichzelf geen vergeving kan bespeuren”, springt Javert in de Seine en verdrinkt.

“Vergeving heeft haar eigen, buitengewone kracht die verder reikt dan wet en recht. Gerechtigheid heeft kracht die goed, rechtvaardig en rationeel is. De kracht van de genade is heel anders: niet van deze wereld, vernieuwend, bovennatuurlijk. Vergeving – onverdiend, ongevraagd – kan de banden verbreken waardoor de drukkende last van schuld van de schouders glijdt. Vergeving verbreekt de cirkelgang van de schuld en bevrijdt ons van de wurggreep van de zondelast. Deze twee dingen komen tot stand door een opmerkelijke verbinding: vergeving plaats degene die vergeeft aan dezelfde kant als de partij die het kwaad gedaan heeft. Daardoor gaan we beseffen dat we niet zoveel verschillen van degene die het kwaad bedreven heeft als we wel zouden willen.” Genade moet echter niet alleen gegeven worden, maar ook worden aangepakt, worden ontvangen. Helaas pakt Javert die grote schat van genade niet met beide handen aan. Hij geeft er de voorkeur aan, de dood tegemoet te springen. Het gaat om de keuze tussen genade of dood.

Philip Yancey schrijft over Les Misérables in zijn boek ‘Genade, wat een wonder!’ en wel in hoofdstuk 8.

maandag 8 maart 2010

Genade verandert mensen

Afgelopen weekend keek ik naar de film Les Misérables. Arie de Rover had ons tijdens het mannenweekend een kort stukje van deze film laten zien. Als illustratie bij het onderwerp ‘christelijke identiteit’.

Deze film gaat over de hoofdpersoon Jean Valjean, een Franse gevangene die tot negentien jaar dwangarbeid is veroordeeld, omdat hij een brood heeft gestolen. Na zijn vrijlating kan hij nergens een schuilplaats vinden, omdat hij ‘gebrandmerkt’ is als een misdadiger. Na de nodige omzwervingen krijgt hij eindelijk een maaltijd en een slaapplaats aangeboden bij een bisschop. Midden in de nacht steelt hij het tafelzilver van de bisschop, slaat zijn gastheer tegen de vlakte en vlucht het huis uit. De politie krijgt Jean Valjean echter te pakken en brengt hem terug naar de bisschop.

En dan gebeurt er iets ‘schokkends’: de bisschop verklaart tegen de politieagenten, dat Jean Vlajean geen dief is en dat hij het tafelzilver aan Jean had meegegeven. Ook herinnert de bisschop Jean Valjean eraan, dat hij de zilveren kandelaren ook had mogen meenemen. De bisschop betoont Jean Valjean radicale genade. Deze ongelooflijke daad van de bisschop verandert het leven van Jean Valjean voorgoed. Hij begint aan een leven vol liefde en genade voor anderen. Hij is veranderd tot in de kern van zijn bestaan. Die verandering komt niet tot stand door dwang of verplichting. Nee, genade verandert mensen!

Tim Keller schrijft over deze film in het hoofdstuk ‘religie en het evangelie’ in zijn boek ‘In alle redelijkheid’.

maandag 1 maart 2010

Genade en berouw


Genade wordt regelmatig gekoppeld aan het tonen van berouw over je zonden. Alsof het hebben van berouw een voorwaarde is voor het ontvangen van genade. Maar, genade is toch onvoorwaardelijk? Hoe verhoudt genade zich ten opzichte van berouw?

Philip Yancey gaat in zijn boek ‘Genade, wat een wonder’ in op deze vragen. Hij schrijft: “God geeft waar Hij lege handen vindt. Iemand die zijn handen vol pakjes heeft, kan geen gift aannemen. (…) vergeving moet, wil die volledig zijn, zowel ontvangen als geschonken worden: iemand die zijn schuld niet toegeeft (AG: geen berouw heeft) kan niet vergeven worden.”

“Genade moet ontvangen worden en de christelijke term daarvoor is berouw, de toegangspoort tot genade.” Berouw is niet iets wat God zomaar willekeurig van ons vraag. “Het is eenvoudigweg een beschrijving van wat teruggaan betekent. In termen van de gelijkenis van de verloren zoon is berouw de vlucht naar huis (…).”

De Vader uit genoemde gelijkenis toont beide zonen zijn liefde en genade. Onvoorwaardelijk. Maar die onvoorwaardelijke genade moet wel ontvangen, aangepakt worden. De jongste zoon moet daarvoor tot inkeer komen en terug naar zijn ouderlijk huis: hij toont berouw. Ook de oudste zoon biedt de Vader onvoorwaardelijk genade aan, maar hij wil het niet ontvangen, aanpakken. Hij toont geen berouw maar trots. Om te ontvangen is er ontvankelijkheid, kwetsbaarheid en nederigheid nodig bij de ontvanger. Zal de ontvanger de controle over zijn of haar leven moeten opgeven. Ja, genade is onvoorwaardelijk wat de Gever betreft. Voor de ontvanger geldt de voorwaarde, dat hij of zij de genade wel moet willen aanpakken. Gelukkig wil de Geest ons daarbij helpen.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO