maandag 31 mei 2010

Onmacht en onwil

Juist wat ik schreef in mijn vorige blog ‘Theoloog met stoornis’ deed mij weer terugdenken aan de regiodag van Stichting Koinonia. Daar sprak Hans Groeneboer over de kracht en de onmacht van de kerk. Daarbij ging het ook over de kracht en de onmacht van mensen, christenen.

Juist dat element van ‘onmacht’ is mij sterk bijgebleven na genoemde regiodag. Er kan bij mensen sprake zijn van onmacht en van onwil. Autisme is zo’n vorm van onmacht. De autist is er mee belast, heeft er niet voor gekozen. Je kunt hem of haar dat ook niet verwijten. Over onwil kun je mensen wel aanspreken. Onwil is (min of meer) een bewuste keuze die omgezet kan worden naar ‘wil’. Daarbij realiseer ik mij dat er ook allerlei dwarsverbanden zijn tussen onmacht en onwil.

Ik denk dat andere vormen van onmacht wel opgelost kunnen worden. Onmacht in de vorm van psychologische blokkades, overlevingsstrategieën, identiteitsproblemen, etc. Onderling en ambtelijk pastoraat zal denk ik ook meer hierop gericht moeten zijn. Daarmee wil ik niet zeggen dat we nu allemaal maar de psycholoog moeten gaan uithangen. Ik denk wel dat de Bijbel (Jezus) voor veel vormen van onmacht een geweldige boodschap heeft en dat de Geest ons kan veranderen, onze onmacht kan verminderen of wegnemen, al dan niet met behulp van professionele hulpverleners.

zaterdag 29 mei 2010

Theoloog met stoornis

Ik het ND las ik de afgelopen twee weken een viertal artikelen over autisme bij theologen. O.a. het artikel ‘Theoloog met asperger: geen probleem’. In dit artikel wordt m.i. een belangrijke opmerking gemaakt. “Het is ronduit gevaarlijk mensen met stoornissen in een verdacht hokje te stoppen. Dit gaat in tegen het belijden dat alle mensen naar Gods beeld geschapen zijn, allen gezondigd hebben en allen onder de gevolgen van de zonde lijden. Daarin zijn geen categorieën van meer of minder, slechter of beter.” Het is denk ik goed om dit vast te houden.

Het artikel stelt verder dat theologen met stoornissen in het autismespectrum (en andere stoornissen) zeker wel goede theologen kunnen zijn. De schrijvers zien een rol weggelegd voor ouderlingen en kerkelijke vergaderingen om desnoods corrigerend op te treden richting hun geestelijke leiders. Ze geven ook aan dat deze corrigerende functie zeker niet gemakkelijk is en soms zelfs haast niet (meer) is in te vullen. Het artikel eindigt vervolgens zo: “Ouderlingen zijn helaas soms niet bij machte kleine pausdommen te voorkomen.”

In het ND van 28 mei schrijft Nicolette Silvis dat autisme bij theologen wel een probleem is. Waarom? Omdat een predikant in zijn ambtswerk juist op die gebieden waar het autisme hinderend werkt actief is: “inlevingsvermogen, persoonlijke betrokkenheid, leiding geven, keuzes maken in agendabeheer. En ook: het creatieve proces van preken maken: het Woord van God op jezelf laten inwerken, overbrengen aan anderen zodat het ‘landt’, het vermijden van eigen stokpaardjes!”

Hoe nu om te gaan met een predikant met autisme? “Het is uiteindelijk in belang van predikant, zijn gezin en gemeente dat autisme in een vroegtijdig stadium ontdekt en bespreekbaar gemaakt wordt.” Is er een alternatief? Nee, doormodderen is erger, pijnlijker en schadelijker.

dinsdag 18 mei 2010

Navolging is worden als God

In hoofdstuk 5 van ‘Geestelijk fit – het belang van christelijke karaktervorming’ schrijft Graham Tomlin over het worden als God. In dit hoofdstuk viel mij opnieuw op dat we maar niet ‘een relatie met God hebben’, maar “delen in Gods eigen wezen”. “(…) christen-zijn betekent ‘deel (…) krijgen aan de goddelijke natuur’.” Wij worden als het ware vergoddelijkt, hoe beperkt dat in dit aardse leven misschien ook nog maar is.

Henri Nouwen wees mij daar ook al op: “In en door de Geest van Christus worden we Christussen voor anderen, overal en altijd. Discipelschap (leerling zijn) is dus het leven van de Geest in onszelf, waardoor we opgetild worden naar het goddelijke leven.” Nouwen schrijft, dat de weg van het kruis ons eigen pad wordt, niet omdat we proberen Jezus na te volgen, maar omdat we door onze verwantschap met zijn Geest veranderd zijn in levende Christussen.[1] Navolging gaat dus veel verder dan alleen maar het inspirerende voorbeeld van Jezus volgen en overnemen.

“God vergeeft en redt zondaars juist zodat Hij ze kan veranderen in mensen die op Christus lijken en in zijn beeld delen, deel hebben aan zijn goddelijke natuur.” “Christenen, (…), zijn zij die ‘in Christus’ zijn, geroepen om te groeien naar zijn gelijkenis. Christus navolgen betekent dat je meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld wordt veranderd (2 Kor. 3 : 18).

[1] ‘Nederigheid en dienstbaarheid – het neerwaartse pad van Christus’ van Henri Nouwen

maandag 10 mei 2010

Iedereen zoekt zijn bestemming

In het ND van 6 mei staat een artikel over de solozeiler Henk de Velde: ‘Geestelijke zoektocht in een zeilboot’. Daarin zegt hij o.a. dit: “De Velde zoekt zelf voortdurend naar God. Op zijn schip heeft hij alle tijd om zich te verdiepen in zijn grote hoeveelheid geestelijke boeken. ‘Ik voel mij een pelgrim. Niet alleen als reiziger, maar ook in mijn zoektocht naar God. Iedereen zoekt naar zijn oorsprong of beter gezegd: zijn bestemming’.”

Ieder mens zoekt zijn bestemming. Bewust of onbewust. Maar hoe kom je tot je bestemming? Tot het inzicht wat je bestemming is? Ik denk dat mensen alleen echt tot hun bestemming komen, als ze hun identiteit in basis (als fundament) laten bepalen door God. Waarom? Omdat de Bijbel zegt dat ieder mens als beelddrager van God (=als Jezus zijn) wordt geschapen. Ieder mens wordt geschapen om als Jezus te zijn. Hoe meer wij dat beeld vertonen (zijn als Jezus) des te meer komen wij tot onze bestemming als mens. Worden wij echt gelukkig (innerlijk, op een diep niveau).

woensdag 5 mei 2010

Conflicten: bedreiging of kans?

Ik heb het boek ‘Geestelijk fit – het belang van christelijke karaktervorming’ van Graham Tomlin bijna uit. Ik kreeg het boek begin 2009. Ik heb het toen gelezen, maar de inhoud landde niet echt bij mij. Ik pakte het boek nu weer naar aanleiding van de blogs ‘Spirituele vorming (2)’ en ‘Spirituele vorming (3)’ van Jos Douma. Jos laat zich heel positief uit over dit boek. Graham Tomlin is ook de schrijver van het boek ‘Een kerk die prikkelt – Uitdaging om provocerend gemeente te zijn’. Dat vind ik een zeer verhelderend en leerzaam boek. Ik heb er in diverse blogs aandacht aan besteed.

Nu bij het opnieuw lezen van ‘Geestelijk fit’ ontdek ik pas hoeveel bijzondere zaken Tomlin aansnijdt in zijn boek. Zaken die mij aan het denken zetten. Ik pak er nu een element uit. In hoofdstuk 8 beschrijft Tomlin een aanzet tot een nieuwe vormgeving van de kerk. Voor die beschrijving gebruikt hij een vijftal hoofdelementen waarvan de eerste ‘vorming’ is.

“Vorming tot gelijkenis van Christus is centraal in de missie van de kerk, en een van de belangrijkste manieren waarop God dat transformatiewerk in ons verricht, is door iets wat weinigen onder ons graag willen: lijden. (…) Te vaak verwachten we dat de kerk een plek is van harmonie, vrede en samenwerking, en zijn we verrast wanneer dit niet zo blijkt te zijn.” Conflicten, ruzies en misverstanden “zijn geen abrupte onderbrekingen in een overigens vredig en kalm leven. Het zijn kansen voor Gods creatieve transformerende genade, die ons vernieuwt naar Christus’ beeld. Het is de werkelijkheid van de kerk zoals ze is, een verbijsterende mengelmoes van heerlijke genade en lelijke conflicten – de arena waarin God geestelijke gezondheid tot stand brengt. Door zo’n kerk, niet door de ideale kerk van onze verbeelding, wil God werken.”

Graham trekt vervolgens deze conclusie: “Alleen een positieve aanvaarding van de ervaring van lijden en het bestaan van conflicten stelt ons in staat om christelijke deugd te leren.” Dat betekent natuurlijk niet dat wij de conflicten moeten opzoeken. Maar God gebruikt het lijden als instrument om ons naar zijn beeld te vernieuwen.

maandag 3 mei 2010

Redeemer Church: wat trekt mij daar zo aan?

In het ND van zaterdag 1 mei schrijft George Harinck een column met de titel ‘Een preek over jouw wereld’. George vertelt in zijn column dat als hij in de buurt van New York is, hij de Redeemer Church bezoekt om Tim Keller te horen preken. Hij vertelt ook dat hij zich in al die jaren vaak heeft afgevraagd: “wat trekt mij daar zo aan?” Hij noemt vervolgens drie dingen.

1) Tim Keller “preekt als een causeur”. Een causeur is een conferencier, een redenaar met humor. George noemt in dit verband Toon Hermans. George tekent hierbij aan, dat je hiervoor talent moet hebben. Dat heb je of heb niet. 2) Tim Keller komt snel ter zake. Zo snel mogelijk naar de preek. 3) Tim Keller heeft het over mijn wereld.

George noemt dit laatste punt als het belangrijkste van de drie. Welke films draaien er, naar welke muziek wordt er geluisterd, wat bespreken mensen als ze onder elkaar zijn? Niet om er tegen te waarschuwen of om een recensie te geven, “maar om te laten zien waar de cultuur bij ons aan appelleert – en dat daar het evangelie ook een appel doet”. De prediker moet zich verplaatsen in de vragen en perspectieven die in film en muziek aan de orde komen. “Die spelen namelijk ook in de hoofden van de hoorders.” “De christelijke boodschap is geheel anders, maar betreft precies hetzelfde: de emoties, angsten, vragen, verlangens van ons en onze wereld.”

Zie ook mijn blog 'Tim Keller: betekenis evangelie voor nu'.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO