dinsdag 30 november 2010

Deputaten DKE en de doop

Recentelijk kwam mij het rapport deputaten kerkelijke eenheid (DKE) van de GKv onder ogen. In dit rapport beschrijven de deputaten voor de generale synode van 2011 (Harderwijk) de contacten met o.a. de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken.

In dit rapport nemen de deputaten als bijlage een notitie op over de leer van de doop, Heilige Geest, kerk en avondmaal. De deputaten schrijven o.a. het volgende: “In prediking en onderwijs moet glashelder uitkomen wat een gereformeerde kerk op dit punt gelooft en leert. Tegelijk blijft het belangrijk om het geloof te zien, het hart te peilen en de motieven te proeven van wie zich laten overdopen en hen niet te drijven in consequenties die ze zelf niet (willen) trekken.

Het gaat mij nu vooral om “(…) en hen niet te drijven in consequenties die ze zelf niet (willen) trekken.” Ik vraag mij af wat de deputaten nu met deze zin bedoelen. Betekent dit dat de deputaten niet voor het toepassen van een ‘onttrekking metterdaad’ zijn? Onttrekking metterdaad betekent dat een tweede doop als consequentie heeft, dat door het ondergaan van deze tweede doop iemand zich onttrekt aan de gemeente waar hij lid is. Maar wat nu als iemand lid wil blijven van de gemeente? Is dan het toepassen van ‘onttrekking metterdaad’ het opdringen van een consequentie die iemand zelf niet wil trekken?

Ik heb het al eerder gezegd, maar zeg het hier nogmaals: ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat er in de GKv verschillend gedacht wordt over het toepassen van ‘onttrekking metterdaad’.

donderdag 25 november 2010

Geen opwekking zonder berouw

Reinier Sonneveld schrijft in ‘Het goede leven’ over een opwekking. Wat is een opwekking eigenlijk? Wikipedia geeft daarop een antwoord. Ook Reinier beantwoordt die vraag en wel zo: “(…) de periodes dat de kerk uit een geestelijke dood opstond, meer dan ooit weer Jezus gingen bewonderen en vol van hem werd.” Het antwoord van Keller op die vraag is: “Hij (AG: Richard Lovelace) leerde ons dat de opwekkingen plaatsvonden toen predikers mensen tot het inzicht brachten, dat het grootste deel van hun leven zelfrechtvaardiging was. Veel christenen aanvaarden wel dat ze gered zijn door genade en niet door werken, maar weten niet hoe het uitwerkt in hun leven. Op het moment dat christenen er echter achter komen wat de gevolgen zijn van het nieuwe leven, is dat heel bevrijdend en resulteert dat in een moment van vernieuwing.”

Reinier schrijft dat elke grote opwekking begint met berouw. “We hebben het fout gedaan en het moet radicaal anders. Zonder zo’n diep ervaring van zonde zal er nooit meer een vernieuwing komen in de westerse kerk.” Geen opwekking dus zonder zondebesef. Het is een koppeling die ik overal lees. Bijvoorbeeld bij Kamsteeg in ‘Dit is mijn passie’, en ook bij ‘Gods plannen voor jou’ van J.I. Packer. Maar waarom is deze koppeling tussen opwekking en berouw/zondebesef nodig?

Een opwekking begint met het zoeken naar God op nieuwe manieren en het aan de kant zetten van verkeerde dingen. “We kunnen ons afwenden van onze zonden en daarmee de weg van de Here effenen, wegversperringen opruimen en een snelweg voor God in ons leven creëren.” “Alleen als we de heilige Geest weer toelaten, de Geest ‘die duidelijk maakt wat zonde, gerechtigheid en oordeel is’, alleen dan kan de kerk weer vitaal worden. Opwekking heeft te maken met de weg teruggaan naar huis (jongste zoon in Lucas 15), bekering, wegdoen van zonden, ruimte geven aan de Geest. Ja, opwekking heeft alles te maken met zondebesef en berouw.

dinsdag 23 november 2010

Zelfrechtvaardiging en (zelf)reflectie

In mijn blog ‘zelfrechtvaardiging’ schreef ik over de oorzaak van niet onderscheidend gedrag bij protestanten managers. Zelfrechtvaardiging is de oorzaak volgens de schrijfster (Marieke Meijer-van Abbema) van het artikel ‘Leiden zonder jezelf te rechtvaardigen’. Het artikel reikt ook een middel voor een oplossing aan: (zelf)reflectie. Nu is zelfrechtvaardiging niet een exclusief ‘voorrecht’ voor protestanten managers. Het is de ‘standaardinstelling’ van ons allemaal. Het middel is dus niet alleen voor managers of geestelijke leiders van belang, maar voor iedereen.

Het middel is dat wij “(…) misleidende patronen van zelfrechtvaardiging gaan opdiepen”. Dat betekent dat wij onszelf observeren en eigen gedachtepatronen onderzoeken. Marieke geeft aan, dat wij zodra iets van irritatie of spanning de kop opsteekt, onderliggende patronen omhoog moeten halen om zo te ontdekken waar wij op dat moment onze identiteit op baseren. Die onderliggende patronen mogen wij (vervolgens) bij God brengen.

Het open en eerlijk naar jezelf kijken, valt niet mee. Het is zelfs “(…) onmogelijk om je altijd bewust te zijn van wat je beweegt.” Daarvoor is een levende verbondenheid, relatie met God noodzakelijk. Juist in je ontmoeting met de Heer, mag je inzicht ook over jezelf krijgen.

donderdag 18 november 2010

Zelfrechtvaardiging

In het ND van 18 november 2010 staat het artikel ‘Leiden zonder jezelf te rechtvaardigen’ (op pagina 12). Het artikel roept bij mij nogal wat herkenning op, omdat het zaken aan de orde stelt die ik ook op diverse blogs bij de kop had.

Het artikel gaat over de vraag: “Hoe kan het dat het hanteren van een christelijke visie op leidinggeven niet tot onderscheidend gedrag leidt?” Uit onderzoek blijkt namelijk dat protestantse managers minder mensgericht zijn dan niet-christelijke managers. "En dat lijkt in tegenspraak met begrippen als dienstbaarheid (...), investeren van je leven voor anderen (...). Hoe kan het dat het hanteren van een christelijke visie op leidinggeven niet tot onderscheidend gedrag leidt?" Is dit niet (min of meer) dezelfde vraag als die van Sieds de Jong: "zouden christenen het eigenlijk niet beter behoren te doen dan niet-christenen?"

De schrijfster (Marieke Meijer-van Abbema) denkt dat een belangrijke oorzaak ligt in het feit dat de kerk al zo lang spreekt over de zondige aard van mensen en de goede vruchten die zij moeten laten zien. “Goede vruchten zijn verworden tot een voorwaarde voor goed christen-zijn en daarmee acceptatie door God. Hierdoor is een onbewust patroon ontstaan van zelfrechtvaardiging.” Maar iedere christen weet toch wel dat je jezelf niet kan rechtvaardigen? Zeker maar “de praktijk leert dat deze gedachten van zelfrechtvaardiging zich veel dieper hebben vastgezet dan wij ons bewust zijn. Luther noemde zelfrechtvaardiging al onze ‘standaard’instelling.”

maandag 15 november 2010

Radicale levensstijl

Ds. Sieds de Jong staat stil bij de stelling van Keller: “De kerk is een ziekenhuis voor zondaars, geen museum voor heiligen.”[1] Het gaat in de kerk om genade voor zondaars. Deze stelling staat in het gedeelte waar Keller ingaat op het veel gehoorde bezwaar tegen het christelijke geloof dat christenen zich vaak in negatieve zin onderscheiden van niet-christenen.[2]

De Jong merkt op dat de kerk meer is dan de hierboven genoemde typering. Het gaat in op de vraag: “zouden christenen het eigenlijk niet beter behoren te doen dan niet-christenen?” “Anders gezegd: zou het niet wat radicaler mogen?” De Jong schrijft dat hij in Gods Woord een niet mis te verstane radicaliteit tegenkomt. Hij noemt als bewijs daarvoor de teksten: Hebreeën 12 : 14, Matteüs 5 : 46 – 47, Efeziërs 4 : 20, Matteüs 25 : 1 – 2 en 1 Petrus 4 : 2. De conclusie van De Jong is dat de kerk óók een revalidatiecentrum is waar herstel plaatsvindt. De kerk óók een plek is waar mensen radicaal veranderd wórden. De kerk als ziekenhuis is te statisch, te eenzijdig. “De weg naar herstel en de oproep om je daarvoor in te spannen blijven namelijk buiten beeld.”

De volgende vragen geeft De Jong mee voor persoonlijke bezinning: “Hoe uitgesproken christelijk is mijn levensstijl? Ben ik radicaal in mijn leven als christen? Verwacht ik wel genoeg van Gods kracht en van zijn Geest in het vormgeven van het leven van alledag?”

[1] De Reformatie, nummer 3, jaargang 86, 5 november 2010
[2] In alle redelijkheid, hoofdstuk 4 ‘De kerk is verantwoordelijk voor heel veel onrecht’

donderdag 11 november 2010

(Zelf)reflectie (2)

In mijn vorige blog schreef ik over (zelf)reflectie. Ik wil er nog wat over zeggen. Ik denk dat we reflecteren moeilijk vinden. Het is veel gemakkelijker om de splinter in het oog van die ander te zien dan te reflecteren en de balk in je eigen ogen op te merken. Zodra je begint over die splinter (bij die ander) zonder eerst jezelf eerlijk te onderzoek, moet er (denkbeeldig) een bel bij je gaan rinkelen.

Zonder hulp van buitenaf is het ook heel moeilijk om namaakgoden te ontdekken. Gelukkig geeft God ons hulpmiddelen: Gods Geest, Gods Woord en geestelijke broers/zussen (gemeente). Eerlijk en serieus zelfonderzoek zal dus biddend, met een geopende Bijbel en al luisterend naar God en mensen moeten gebeuren.

Er is nog iets wat reflecteren moeilijk maakt. Keller schrijft dat namaakgoden verkeerde overtuigingen bij je op (kunnen) wekken. Afgoden kunnen je een eigen herinterpretatie van de werkelijkheid geven. Wantrouw daarom je overtuiging. Wees daarom voorzichtig met jouw kijk op de werkelijkheid. Spiegel die overtuiging en jouw kijk op de werkelijkheid aan Gods Woord en (geestelijk) wijze broers en zussen. Zoek al biddend en luisterend naar de Geest je weg daarin.

woensdag 10 november 2010

(Zelf)reflectie (1)

Wij hebben allemaal last van namaakgoden (afgoden). “(…) ze verschuilen zich in ieder mens.” Iedereen zondigt en de drijfveer achter onze zonden zijn namaakgoden. Keller geeft in zijn boek ‘Namaakgoden’ aan dat wij de afgoden moeten opzoeken, moeten herkennen. Als we onze afgoden herkennen, krijgen we oog voor de invloed die deze namaakgoden uitoefenen op ons hart. Met andere woorden, we zullen in de spiegel moeten kijken. Aan (zelf)reflectie moeten doen.

Ik vraag mij af of wij ons wel bewust zijn hoe belangrijk het is om te reflecteren als persoon, maar ook als gemeente, als kerkenraad, etc. Hoe vaak kijk je in de spiegel? Hoe vaak kijkt de gemeente, de raad in de spiegel? Reflectie is nodig om onze namaakgoden op het spoor te komen. Zonder noemenswaardige (zelf)reflectie zullen de namaakgoden in ons leven, in de gemeente, in de raad stilletje hun gang gaan.

Keller schrijft dat de invloed van namaakgoden in ons leven teruggedrongen kan worden door ze op te zoeken en ze te vervangen door God. Maar als we niet zoeken (omdat we niet of onvoldoende reflecteren), zullen we ook niet de namaakgoden vervangen door de enige ware God. Of denken we dat het allemaal nog niet zo’n vaart zal lopen met die namaakgoden? Lees de Bijbel eens (Oude Testament): daar gaat het niet alleen over Israëlieten, daar gaat het ook over ons!

wordt vervolgd......

maandag 8 november 2010

Kernprobleem is gebrek aan verbondenheid

Toen ik de blog ‘Verbondenheid is hét middel tegen secularisatie’ schreef, viel mij iets op.

• Tim Keller gebruikt de gelijkenis van de verloren zoon om het grootste probleem van de kerk toe te lichten. Het kernprobleem is geestelijke lauwheid en gebrek aan vitaliteit van ‘oudste zonen’ in de kerk. Oudste zonen zijn vervreemd van het vaderhart van God. Ze kennen geen levende verbondenheid met God. [1]
• Maris zegt dat het behoren bij de kerk zijn betekenis verliest als christenen niet een levende verbondenheid kennen met Christus. Het gebruikt daarbij het beeld van de kerk als een lichaam. [2]
• Schaeffer beantwoordt vervolgens de vraag hoe wij de secularisatie in de kerk het hoofd moeten bieden. Het antwoord is: De oplossing voor een geseculariseerde kerk en wereld is God en mens samen, God en mens als bondgenoten. God en mensen horen bij elkaar, zijn met elkaar verbonden (verbond). [3]

De analyse van Schaeffer is feitelijk dezelfde als de opmerking van Maris en de analyse van Tim Keller. Ik vind het zelf opmerkelijk dat ik via drie verschillende wegen (Schaeffer, Maris en Keller) uitkom bij hetzelfde probleem: het kernprobleem is dat we in meer of mindere mate vervreemd zijn van het vaderhart van God. Het gaat om de verbondenheid tussen God en de mens en tussen de mens en God.
 
Is dat niet het kernprobleem van de kerk (en de wereld) van onze tijd? Het ontbreken of een slecht functionerende verbondenheid tussen God en mensen? Maar is dat niet het kernprobleem van alle tijden, te beginnen bij de zondeval in het paradijs? Als dat het kernprobleem is, moeten we ook daar de oplossing zoeken.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO