maandag 27 december 2010

De geestelijke en menselijke kant van de kerk

Ook bij David Heek kom je in zijn blog ‘Interview 2’ twee kanten van eenzelfde mediale (de kerk) tegen. Op de vraag ‘Houd je eigenlijk wel van de kerk?’ antwoord David: “‘Absoluut, maar dan bedoel ik de geestelijke kant: het lichaam van Christus. Maar die andere, menselijke kant, dat systeem, die vaak opgelegde manier van doen, die haat ik! Daar ben ik uiterst kritisch op, juist omdat het het lichaam van Christus is.

De kerk heeft een geestelijke kant en een menselijke kant. Die geestelijke kant vormt principieel gezien geen tegenstelling met de menselijke kant. Over die menselijke kant mag en moet je wel kritisch zijn, omdat het risico bestaat dat de gerichtheid op Christus ontbreekt. Maar laten we oppassen om de geestelijke kant en de menselijke kant (standaard) als tegenpolen van elkaar te zien. In de (zondige) praktijk kunnen die twee kanten wel zomaar tegenpolen van elkaar worden. En ja, in de kerk komt het helaas voor dat de geestelijke kant en de menselijke kant een tegenstelling vormen. Wij niet de Heer van de kerk dienen, maar (namaak)goden. Dat David (e.a.) daar aandacht voor vraagt, is niets mis mee. Integendeel.

Gerichtheid op Christus. Bij Jezus Christus was er een volmaakte harmonie tussen Geest en mens. In zijn mens-zijn was hij altijd voor de volle 100% gericht op zijn Vader. Hoe meer wij (en de kerk) ons richten op Jezus, des te meer wij (en de kerk) ook gaan lijken op Jezus. Hoe meer wij op Jezus lijken, zoals kinderen op hun ouders lijken, des te meer wij ook in ons mens-zijn gericht zijn op Christus. Des te meer er in de kerk geen tegenstelling is tussen de geestelijke en menselijk kant.

Laten we in de kerk ons vooral richten op een groeien in gerichtheid op Christus. Verandering van vormen en structuren zijn hierbij (slechts) randvoorwaarden. Alleen aandacht besteden aan het veranderen van deze randvoorwaarden is nutteloos.

vrijdag 24 december 2010

Gods werk en mensenwerk in de kerk

In de kerk komt Gods werk én mensenwerk bij elkaar. Je kunt bij het nadenken over de kerk de Bijbel als uitgangspunt nemen. Hoe God tegen de kerk aankijkt (‘van boven’). En je kunt over de kerk nadenken door deze ‘van beneden’ te bezien. De benadering ‘van boven’ en die ‘van beneden’ horen bij elkaar, moeten met elkaar verbonden worden en zijn niet te scheiden van elkaar. Ze vormen principieel gezien geen tegenstelling. Het wordt pas een tegenstelling als het mensenwerk niet gedaan wordt vanuit een gerichtheid op Christus, door de Geest.

Deze tweeslag (van boven en van beneden) zie ik ook in de blog ‘David Heek stoort me’ van Jos Douma. Jos zegt daar o.a. dit over: “Het kan toch niet zo zijn dat kerkdiensten, waar zoveel energie in wordt gestoken, van nul en generlei betekenis zijn voor de opbouw van Christus’ gemeente? Het kan toch niet zo zijn dat kerkdiensten alleen maar het plichtmatig afwerken van een orde van dienst is? Kom op, David, je hebt toch theologie gestudeerd, en je kent toch de diepgaande en rijke Bijbelse en theologische betekenis van het samenkomen van de gemeente rond het Woord van God?”. Dit is kijken naar de kerk vanuit de Bijbel (van boven).

Er is in genoemde blog van Jos ook een kijken naar de kerk ‘van beneden’: “Soms vind ik het zelf eigenlijk ook wel een beetje een poppenkast, die zondagse diensten, (…).‘Het gaat best goed in de gemeente. Er is tenminste geen gedoe. Nee, erg gepassioneerd is het allemaal niet, maar ja wat wil je, dat kun je toch ook niet verwachten? En we moeten ook niet vergeten dat we in een heel veeleisende tijd leven, en dat christenen er toch ook recht op hebben om op zondag een beetje tot rust te komen in een vertrouwde en veilige omgeving, om weer op adem te komen voor een nieuwe werkweek?’”

David Heek reageert heel uitgelaten op deze blog van Jos en noemt het ‘breaking news’. Maar is dat het wel? Ik vind dat Jos heel mooi de twee kanten van kerk-zijn beschrijft. Wat mij (en David waarschijnlijk ook) het meest raakt in de blog van Jos is, dat hij heel eerlijk de menselijke kant (‘van beneden’) beschrijft. Onder woorden brengt dat er in de kerk ook mensenwerk is dat niet gericht is op Christus. In dat geval is er inderdaad sprake van ‘een poppenkast’. Jos en David hebben er beiden oog voor dat er soms ‘poppenkast’ gespeeld wordt in de kerk. Het is goed dat daar de vinger bij gelegd wordt. Het is geen wereldschokkend nieuws. Wel verdrietig nieuws, omdat de kerk zo antireclame maakt voor Jezus Christus, terwijl reclame maken voor Jezus het wezen van de kerk is. Dit vraagt van kerken (kerkleden) dat ze eerlijk in de spiegel kijken en oog krijgen voor het mensenwerk in de kerk dat niet gericht is op Christus. Dit vraagt om verandering, bekering en vernieuwing.

zaterdag 18 december 2010

De Geest, genade verandert de kerk

Eten, bidden en beminnen. Daniel & Tanja de Wolf gebruiken deze woorden als een synoniem voor radicaal discipelschap. Radicaal discipelschap als sleutel om als kerk aansluiting te vinden bij onze samenleving. “Ik zou christenen, inclusief mezelf, willen uitdagen om meer op Jezus te lijken en van hem vervuld te zijn. Jezus at met mensen (…). Hij bad tot de Vader. Hij beminde deze wereld.” Maar hoe komen wij tot radicaal discipelschap? Door Jezus na te volgen, maar hoe doe je dat? Radicaal discipelschap is het leven van de Geest in onszelf. Navolging is worden als God. Laten we ons uitstrekken naar de Geest zodat hij van ons discipelen, navolgers maakt. Er is innerlijke (geestelijke) vernieuwing nodig.

David Heek’s beeld van de kerk is: “Kerk zijn is ‘eat, pray, love’. Eten, bidden, beminnen. That’s all.” Een kerk dus waar sprake is van een gemeenschap (eten), waar we van elkaar houden (beminnen) en wij voor elkaar bidden (bidden). Dit beeld van de kerk vindt David niet of onvoldoende terug in de GKv. Als de GKv niet verandert, is de kerk volgens David ten dode opgeschreven. Maar, hoe gaan we de kerk veranderen? Hoe krijgen we dan wel het niveau van eten, bidden en beminnen? Door een vorm te kiezen waarin eten, bidden en beminnen tot zijn recht komt? Verwachten wij het in de kerk niet te vaak van aanpassingen van vormen, structuren en systemen? Worden we in de kerk niet te vaak opgeroepen Jezus na te volgen en er een niveau van eten, bidden en beminnen op na te houden zonder te vertellen hoe dat moet? Alleen met het aanpassen van vormen, structuren, systemen, gedrag komen we er niet. Christenen en kerken veranderen ten diepste niet door dit soort aanpassingen. Maar hoe dan wel?

Daarom vind ik het mooi dat in deze discussie ook het onderwerp ‘genade’ om de hoek is komen kijken, want genade verandert mensen. Remmelt Meijer en anderen schrijven daar over. Hij schrijft: “Genade is vrij van geweld, verbaal en fysiek. Maar wel hard: stop slappe praat, stop met angst en heb het lef om puur en alleen voor genade te gaan. Genade is voor mij vertrouwen. Overgave. Niets moeilijker dan dat. (..) Kerken die dit durven zullen nooit verlamd kunnen raken door systemen. Hoe nodig systemen ook zijn. Maar alles dienstbaar aan genade. (…) Zonder die radicale genade zie ik geen toekomst voor kerken.” Hoe meer christenen bezig zijn met genade en genade echt doorgronden, hoe meer kerken zullen veranderen. Als er in de kerk sprake is van geestelijke lauwheid en gebrek aan vitaliteit, moeten we dan niet de conclusie trekken dat wij de grootheid van Gods genade blijkbaar niet of onvoldoende begrijpen? “God vergeeft en redt zondaars (AG: genade) juist zodat Hij ze kan veranderen in mensen die op Christus lijken en in zijn beeld delen, deel hebben aan zijn goddelijke natuur.” Genade én vernieuwing. Genade verandert (vernieuwt) mensen, verandert (vernieuwt) de kerk.

maandag 13 december 2010

Kerk in de 21e eeuw

In het afgelopen weekend las ik het boek ´eten, bidden, beminnen´ (oorspronkelijke titel: eat, pray, love) van Elizabeth Gilbert uit. Ik was al in het boek begonnen voordat de titel een eigen (religieus) leven ging leiden.

De titel kwam ik tegen in het interview met David Heek (gepubliceerd in het ND van 27 november: ‘Amos uit Spakenburg’). David Heek gebruikte de titel van het boek om daarmee de kerk te typeren: “Onrustige zielen willen thuiskomen bij God, maar dat niveau halen we niet in de kerk. En dan al die energie voor dat ene uurtje kerkdienst. Terwijl het daar niet om gaat. Kerk zijn is anders, draait om eenvoud. Kerk zijn is ‘eat, pray, love’. Eten, bidden, beminnen. That’s all”.

Het interview bracht nogal wat digitale pennen in beweging. Afgelopen week kwam er zelfs een heuse weblog beschikbaar waarop allerlei reacties zijn samengebracht: ‘Weer kerk zijn in de 21e eeuw, eten bidden beminnen’. In deze reacties kreeg David Heek niet alleen bijval. Wel was er eensgezindheid over dit punt: de huidige vorm van kerk-zijn moet veranderen. Jos Douma zegt het zo: “Maar ik realiseer me ook steeds meer dat de huidige manier van kerk zijn een vrij radicaal transformatieproces door moet om én voor de nieuwe generaties een plek te zijn waar ze de dynamiek van Jezus’ evangelie kunnen ervaren én voor niet-christenen een ruimte te zijn waar ze zich thuis kunnen voelen in de omhelzing van de Drie-enige God.

donderdag 9 december 2010

Meningsverschillen in de kerk

Ds. Jacob Glas schrijft in de Reformatie[1] over (menings)verschillen in de kerk. Verschillen die als verdeeldheid worden ervaren. Maar zijn meningsverschillen in de kerk een symptoom van ‘verdeeldheid’? Is verdeeldheid een synoniem voor meningsverschillen? Zijn verschillen per definitie verkeerd? Bedreigen verschillen de eenheid in de kerk?

Glas zegt er dit over: “Het doet er niet toe wanneer christenen onderling van mening verschillen over allerlei zaken die het christelijk leven of het kerkelijk samenleven betreffen waarvoor God geen geboden heeft gegeven. (…) Wat er echt toe doet is of je denken en handelen gericht zijn op de Heer. Het gaat om je hart, je motivatie. Niet jouw standpunt is belangrijk, wel waarom je dat standpunt hebt.”

Dus als in een gemeentevergadering de uitslag van een stemming ongeveer evenveel voor- als tegenstemmers oplevert, is daarmee niet gezegd dat dit een teken is van verdeeldheid in de gemeente. Dat weet je pas nadat je voor- en tegenstanders hebt bevraagd over het waarom van hun stemgedrag. Alleen het feit (uitslag van de stemming) mag niet leiden tot de kwalificatie ‘verdeeldheid’. Ook het stemgedrag op zich is niet belangrijk. De motivatie achter het stemgedrag (bij zowel voor- als tegenstemmers) bepaalt of je uitgebrachte stem goed of verkeerd is. Van belang is of je je stem laat bepalen door een gericht zijn op de Heer of door je eigen voorkeuren.

Maar wanneer is er dan wel sprake van verdeeldheid? Op welk moment is de eenheid in de gemeente wel in het geding? Als wij niet (meer) Christus in het middelpunt van ons leven hebben staan. Als wij niet (meer) Jezus volgen en ons niet houden aan zijn geboden. Dan is er sprake van verdeeldheid en is de eenheid in het geding. Of dit aan de orde is, laat zich niet altijd zomaar aflezen uit gedrag van mensen. Daarvoor is een diepgaand gesprek nodig. “Mensen die met elkaar van mening verschillen, kunnen dus toch een eenheid vertonen.”

[1] De Reformatie, nummer 4 – jaargang 86 – 19 november 2010

maandag 6 december 2010

Jezus op bezoek in GKv

In mijn blog ‘Oude tijden herleven’ schreef ik dat God en mensen nog steeds dezelfde zijn. Wat voor het OT geldt, geldt ook voor de tijd die beschreven is in het Nieuwe Testament (=NT). De mens uit het OT is niet anders dan de mens uit het NT. In dit verband moet ik denken aan een tweet van Jan Meijer: “Benieuwd hoe wij als GKv zouden reageren wanneer Jezus in cognito op bezoek kwam op de manier zoals Hij dat 2000 jaar geleden deed…

Als wij (mensen van onze tijd) niet wezenlijk verschillen van de mensen uit de tijd van Jezus, dan kunnen we de evangeliën openslaan om zo te ontdekken hoe wij zouden kunnen reageren. De kerk in Jezus’ dagen doodde Jezus na drie jaar publiekelijk optreden. Hoe zouden wij (kerk van onze tijd) reageren als Jezus bij ons op bezoek komt? Zelfs als Jezus niet in cognito op bezoek komt?

Nu komt Jezus niet als mens op bezoek in de GKv. Wel is Jezus door zijn Geest aanwezig. Ook mogen wij Jezus zien, ontmoeten in andere mensen. Hoe reageren wij als Jezus op bezoek komt? Mensen die door de Geest lijken op Jezus worden soms genadeloos aan de schandpaal genageld. Zouden wij niet zelfs Jezus (opnieuw) aan de schandpaal (het kruis) nagelen? Helaas herhaalt de geschiedenis zich juist omdat God en mensen niet veranderen. Wij kunnen veel leren van het NT.

vrijdag 3 december 2010

Oude tijden herleven

Onze tijd verschilt niet wezenlijk van de tijd zoals beschreven in het Oude Testament (=OT). God wilde omgaan met zijn volk Israël, onder zijn volk wonen. En Israël vervreemdde steeds weer van God en liep de afgoden (namaakgoden) achterna. God wil omgang met mensen, maar de mens wil (van nature) geen omgang met God.

Vooral het boek ‘Namaakgoden’ van Tim Keller laat mij zien hoe actueel (van deze tijd) afgoderij is. Veel voorbeelden die Keller ter illustratie van namaakgoden gebruikt, zijn uit het OT: Jakob met Rachel en Lea (love is niet all you need), Naäman (succes als verzoeking), Nebukadnessar (de macht en de heerlijkheid), Jona (de verborgen afgoden in ons leven) en Jakob’s worsteling bij Peniël (het einde van namaakgoden). Keller vertaalt deze voorbeelden naar vandaag en maakt daardoor het OT actueel. Oude tijden herleven.

Er is niets nieuws onder de zon. Waarom niet? God en mensen zijn niet veranderd. Het zit in elk mens om voor zichzelf te gaan en daarmee dus namaakgoden te dienen in plaats van God. Volgens Paulus is het OT ons ten voorbeeld gegeven (1 Korintiërs 10). We kunnen nog veel leren van het OT.

donderdag 2 december 2010

Verhouding Bijbel en cultuur

Ik schreef op deze weblog het nodige over de cultuur en beïnvloeding vanuit de cultuur. Ik las in het rapport deputaten kerkelijke eenheid een mooi stukje over cultuur en de verhouding tussen Bijbelse voorschriften en de cultuur. Mooi ook in de zin van evenwichtig, recht doen aan beide kanten, niet denken in tegenstellingen. In het rapport is het volgende te lezen.

‘De verhouding tussen Bijbelse voorschriften en de cultuur is er overigens niet per definitie een van confrontatie, maar kan twee kanten op. Het Woord van God staat haaks op elke cultuur (de patriarchale van het oude Israël, de rationalistische van de vorige eeuw en de postmoderne van vandaag de dag), maar kan anderzijds ook aansluiting vinden bij en ingang vinden in elke cultuur.‘

‘De tijdgeest, welke dan ook, kan vijand zijn van het Evangelie, maar kan anderzijds ook dienstknecht van datzelfde Evangelie zijn. De heilige Geest stelt elke tijdgeest onder kritiek, confronteert zich ermee en doorlicht elke tijdgeest tot op de kern van zijn Godevijandigheid, maar kan evenzeer elke tijdgeest in dienst nemen, heiligen en gebruiken als voertuig van zijn werk in de harten en levens van mensen. Dat geldt evenzeer voor de tijdgeest van de postmoderne cultuur van de 21e eeuw als die van vroeger tijden die we maar al te gemakkelijk koesteren als beter en christelijker dan die van nu.’ Secularisatie is iets van alle tijden.

‘De cultuur kan werken als een filter dat ons het zicht ontneemt op Gods bedoeling en wil, maar kan ook fungeren als een bril waarop we scherper zicht krijgen op Gods wil voor het hier en nu. Persoonlijke, maatschappelijke en culturele omstandigheden kunnen de Schrift toesluiten én ontsluiten. Ze kunnen ons verstaan van de Schrift en daarmee van Gods wil verduisteren (denk aan hedendaagse visies op en omgang met huwelijk en seksualiteit en meer in het algemeen de ik-gerichtheid van onze cultuur). Maar ze kunnen ook nieuw licht werpen op (het verstaan van) de Schrift en onze ogen openen voor wat we eerder niet zagen (denk aan veranderde visies op slavernij, rassenverhoudingen en milieu).’

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO