maandag 24 januari 2011

Over kwetsbaarheid, intenties, persoon – zaak en wijsheid

Ik schreef op mijn blog ‘Zijn zoals Adam’ over kwetsbaarheid. Ook de blog ‘Hoe kwetsbaar is de kerk?’ gaat over (het peilen van) kwetsbaarheid. Mijn blog ‘Ongepland interactief moment’ gaat vooral over het stellen van de juiste vraag om zo door te dringen tot de kern. Doordringen tot de kern is nodig om uit te komen bij het kwetsbare, het gekwetste in mensenlevens. Om duidelijk te krijgen waar het iemand om gaat.

We geven door woorden een stukje van onze gedachten aan anderen. Dat heb ik gedaan met het schrijven van de genoemde blogs. Dat hebben anderen gedaan door hun reactie daarop te geven. Het is een vorm van je kwetsbaar opstellen. Je laat mensen in je hart kijken. Door te reageren vanuit anonimiteit geef je (wellicht onbewust) aan, dat we nog niet in alle opzichten een kwetsbare kerk zijn. Aan Anoniem en Sekel vraag ik in dit verband: waarom kom je niet voor je echte identiteit uit? Waarom stel je je niet kwetsbaar op?

Ik schreef eerder dat niet een mening of standpunt belangrijk is, maar waarom je die mening of dat standpunt hebt. Het gaat om het achterliggende motief, de intenties die je hebt. Die geven de doorslag of iets goed of fout is. Sekel verwijt mij gebrek aan (wederzijdse) liefde, ja zelfs liefdeloosheid. Liefde (en dus ook liefdeloosheid) heeft alles te maken met je hart, je motief. Over mijn motief voor het schrijven van genoemde blogs, schreef ik echter niet. Sekel kent mijn motief niet. Het is daarom ongepast om in dit verband zulke grote woorden als ‘liefdeloosheid’ te gebruiken. Waarom denk je dat ik mij liet leiden (motief) door ‘liefdeloosheid’ bij het schrijven van deze blogs?

Ik denk dat in sommige reacties persoon (predikant) en zaak (dat wat hij zegt/schrijft) met elkaar vereenzelvigd zijn (samenvallen). Ik schreef mijn blog over wat hij zegt (zaak) en dat moet je los zien van de persoon. Het (onder)scheiden van persoon en zaak kom je veel vaker tegen in kranten, bladen of op blogs. Het gaat mij in mijn blog helemaal niet om de predikant, maar om de reactie (tijdens de dienst en in het kerkblad). Die reactie is op zich niet onjuist, maar peilt niet het kwetsbare en dat was het onderwerp van genoemde blogs. Denk je dat het onderscheiden van persoon en zaak niet mogelijk is? Nee, scheiden van persoon en zaak is niet mogelijk, maar het onderscheiden van beiden wel. Bijvoorbeeld het geven van feedback is gebaseerd op precies dat principe: het gaat om gedrag (woorden, daden) en niet om de persoon. Waarom denkt Sekel dat ik de predikant onrecht aangedaan heb met mijn blog?

Zoals al eerder gemeld had ik afgelopen vrijdagavond een gesprek met iemand over deze blogs en zijn bedenkingen daartegen. Het was een goed en mooi gesprek. Zo zie je maar wat voor moois er uit kwetsbaarheid kan voortkomen! Dat had Henri Nouwen ook ervaren in Daybreak. Uit dit gesprek heb ik o.a. deze vraag voor mijzelf meegenomen: Was het wel wijs van mij om het ‘ongepland interactief moment’ als voorbeeld te noemen op m’n blog? Wijsheid heeft alles te maken met het zeggen of schrijven van het juiste woord op de juiste tijd (timing) op de juiste plaats (mondeling, per mail, een blog, etc.). Ik denk dat het een juist woord was, maar was het ook de juiste tijd en juiste plaats? Dat is een vraag voor mij.

vrijdag 21 januari 2011

Aangenomen kind krijgt vergeving

In mijn blog ‘Geaccepteerd en tegelijk zondig’ schrijf ik over Packer. Packer onderscheidt God als Vader en God als Rechter. Datzelfde onderscheid kom ik ook tegen bij Wolter Rose [1]. Rose zegt o.a. dit: “Het Evangelie is vergeving, of rechtvaardiging, maar ook heiliging. Ik ga nog een stap verder. Rechtvaardiging en heiliging samen is nog maar een half Evangelie. Rechtvaardiging en heiliging — daar zit nog het een en ander tussen. Je hebt minimaal vier woorden nodig om het Evangelie uit te leggen: vrijspraak, adoptie, glorie, en transformatie.” ‘Rechtvaardiging’ splitst Rose als het ware op in vrijspraak en adoptie en het begrip ‘heiliging’ in glorie en transformatie. Vrijspraak koppelt Rose aan zonden en aan God als Rechter. Bij adoptie ontmoeten we God als Vader. Een Vader die zegt ‘jij bent mijn aangenomen kind’. Voor de adoptie was ik slaaf en na de adoptie ben ik Gods zoon (of dochter). Ik krijg een bevoorrechte positie, een heel andere identiteit.

Ik vraag mij af of het verschil tussen ‘vrijspraak’ en ‘adoptie’ wel voldoende aandacht krijgt in ons spreken over zonden, schuld en vergeving. Adoptie: mijn zelfbeeld en identiteit hangt niet af van mijn morele (wan)prestaties. Door Christus en in Christus ben ik kind van God. Vrijspraak: mijn morele (wan)prestaties vragen om de bede ‘vergeef ons onze schulden’. Toch denk ik dat er veel mensen zijn die zonden en schuld (onbewust) betrekken op hun identiteit en zich zondaar (in de betekenis van slaaf) voelen in plaats van aangenomen kind van God. Ook denk ik dat er veel mensen zijn die hunkeren naar God als Vader die zegt: ‘Je bent mijn kind. Ik hou van je, mijn hart gaat naar je uit.’ Weten ze dat dan niet? Wordt dat hun niet verteld in de kerk? Wist Henri Nouwen het dan niet?[2] Ik denk het wel, maar ook hij had het zo nodig om dat te horen. Heel expliciet, steeds maar weer.

Rose pleit voor genoemd onderscheid tussen ‘vrijspraak’ en ‘adoptie’. Hij zegt daar dit over: ‘Je kunt het christelijke leven vergelijken met een vierwielaangedreven voertuig. Met alleen maar aandrijving op één wiel, dat van de vrijspraak, kom je niet ver: je blijft in een cirkeltje rondbewegen. Met aandrijving op twee wielen, vrijspraak en transformatie, kun je een eind komen, maar alleen zolang je je op de verharde weg bevindt. Als het terrein ruiger wordt, met hobbels en kuilen, hellingen, zand en modder kom je met tweewielaandrijving vroeg of laat vast te zitten. Een mensenleven speelt zich meestal op ruig terrein af. Als je in die omstandigheden vooruit wilt komen, dan heb je de vierwielaandrijving van het Evangelie nodig: vrijspraak, adoptie, glorie, en transformatie.’

[1] Verder met het evangelie van Jezus Christus
[2] Zie mijn blog 'Zijn zoals Adam'

donderdag 20 januari 2011

Geaccepteerd en tegelijk zondig

Ik schreef eerder over de vraag die J.I. Packer in het boek ´Groeien in Christus´ stelt bij de bede ‘vergeef ons onze schulden’. Het gaat om de volgende vraag: “Als de dood van Christus alle zonden verzoend heeft, die van het verleden, het heden en de toekomst, (en dat is ook zo) en als Gods uitspraak die de gelovigen rechtvaardigde (‘Ik aanvaard je als gerechtvaardigde om Jezus wil’) voor eeuwig geldig is (en dat is het ook), waarom moeten christenen dan hun dagelijkse zonden bij God brengen?

Ik wil het antwoord van Packer op deze vraag ook graag doorgeven: “Het antwoord ligt in het onderscheid tussen God als Rechter en God als Vader en tussen de gerechtvaardigde zondaar zijn en de aangenomen zoon zijn. Het Gebed des Heren is het gebed voor de familie, waarin Gods aangenomen kinderen hun Vader aanspreken. Hoewel hun dagelijkse gebreken hun rechtvaardiging niet ongedaan maken, kan het toch niet goed zijn tussen hen en hun Vader totdat zij ‘sorry’ hebben gezegd en Hem gevraagd hebben hun fouten over het hoofd te zien.”

Als ik Packer goed begrijp zegt hij dat ik als aangenomen (geadopteerd) kind van God het ‘Onze Vader’ bid. De zonden (schulden) die ik gedaan heb, maken mijn positie, mijn identiteit van aangenomen kind niet ongedaan. Mijn positie als geadopteerd kind staat als het ware niet ter discussie door mijn zonden. Ik ben geaccepteerd in Christus. Ik kan niets toevoegen aan én niets afdoen van mijn identiteit als kind van God. En tegelijk zondig ik als geadopteerd kind. Voor die zonden bid ik ‘vergeef ons onze schulden’. Deze bede bidden we dus niet om zo weer hersteld te worden in ons kind-zijn van God. De bede ‘vergeef ons onze schulden’ bid je juist als aangenomen kind van God. In de Vader-kind relatie gaat er (vanuit de mens gezien) het nodige fout (zonden) en daarom zeggen we ‘sorry’ tegen Vader.

dinsdag 11 januari 2011

Ongepland interactief moment

Ik schreef in mijn vorige blog over het ‘ongeplande interactieve moment’ in een morgendienst van onze gemeente waarin iemand hardop de vraag stelde: “Als wij geloven dat Jezus onze Heer is en dat Hij één keer is gestorven voor al onze zonden, waarom staan wij hier dan schuldig?” Als reactie daarop verwees de predikant naar het Onze Vader, naar de bede ‘vergeef ons onze schulden’. Maar is deze reactie een antwoord op de gestelde vraag? Een antwoord dat duidelijkheid geeft?

Packer stelt in zijn boek ‘Groeien in Christus’ bij de bespreking van de bede ‘vergeef ons onze schulden’ deze vraag: “Als de dood van Christus alle zonden verzoend heeft, die van het verleden, het heden en de toekomst, (en dat is ook zo) en als Gods uitspraak die de gelovigen rechtvaardigde (‘Ik aanvaard je als gerechtvaardigde om Jezus wil’) voor eeuwig geldig is (en dat is het ook), waarom moeten christenen dan hun dagelijkse zonden bij God brengen?” Met andere woorden de verwijzing naar de bede uit het Onze Vader kan dezelfde vraag oproepen. Met alleen een verwijzing naar de bede ‘vergeef ons onze schulden’ komen we niet verder.

‘Omdat wij nog steeds zonde doen.’ Maar is dat een antwoord op de vraag? De vraagsteller weet echt wel dat hij nog steeds last heeft van zonde. Er zijn niet zoveel mensen (in onze gemeente) die beweren dat ze geen zonde doen. Maar wat bedoelt de vraagsteller dan wel precies? Ja, is dat niet de juiste reactie op zo’n vraag? Beste broer, wat bedoel je nu precies met je vraag? Is die vraag de vraagsteller gesteld? Niet tijdens de kerkdienst (dat is ook wel voorstelbaar en begrijpelijk). Is die vraag de vraagsteller gesteld voordat er aandacht aan besteed werd in het kerkblad?

maandag 10 januari 2011

Hoe kwetsbaar is de kerk?

Bij het lezen van het boek ‘Adam – een vriendschap’ van Henri Nouwen dacht ik aan de blog van Jos Douma: ‘Kerst: kwetsbaar kerk zijn’. Jos brengt op een heel mooie manier onder woorden wat kwetsbaar kerk zijn is: “Dat vraagt om een kerk waar niet in algemene (theologische en vrome en ongetwijfeld ook correcte) termen wordt gesproken over zonde en schuld en genade en liefde, maar om geloofsgemeenschappen (groot of klein, oud of nieuw) waar mensen kwetsbaar kunnen zijn, waar gelovigen zich niet hoeven te schamen voor hun worstelingen, voor hun falen, voor hun pijn en frustratie.” De kerk zou een soort Daybreak-gemeenschap moeten zijn waar kwetsbare mensen liefdevol worden opgevangen. Waar ‘sterke’ mensen (zoals Henri) mogen ontdekken juist door de omgang met gekwetste en kwetsbare mensen (zoals Adam) hoe kwetsbaar ze feitelijk zelf zijn.

Ik moest denken aan het ‘ongeplande interactieve moment’ in een morgendienst van onze gemeente waarin iemand hardop de vraag stelde: “Als wij geloven dat Jezus onze Heer is en dat Hij één keer is gestorven voor al onze zonden, waarom staan wij hier dan schuldig?” De predikant wees als reactie op deze vraag naar de bede ‘vergeef ons onze schulden’. Maar is dat niet vooral een theologische reactie? Misschien was de vraagsteller wel een diep gekwetst mens die zo zielsgraag in de kerk hoort, dat hij een geliefd kind van God is. De genoemde reactie peilt die (mogelijke) gekwetstheid en kwetsbaarheid niet. Willen wij kwetsbaar kerk zijn? Een kerk waar een gekwetst mens ook echt kwetsbaar mag zijn? Een kerk waar ook ‘sterke’ mensen gaan ontdekken dat ze netzo kwetsbaar zijn als (andere) kwetsbare broers en zussen? Juist in onze kwetsbaarheid krijgt de Geest volop de ruimte om zijn werk te doen. Ik verlang naar zo’n kwetsbare kerk.

zondag 9 januari 2011

Zijn zoals Adam

Ik ben ‘Adam – een vriendschap’ van Henri Nouwen aan het lezen. Wat een ontroerend boek. Henri ging werken in de Arkgemeenschap van geestelijk en lichamelijk gehandicapten. Daar wordt hij geconfronteerd met het kwetsbare in de vorm van gehandicapten mensen (vooral in de persoon van Adam), maar ook met het liefdevolle van de Daybreak-gemeenschap.

Juist daar, in die veilige en vriendelijke omgeving brokkelde de verdedigingsmechanismen die Henri rond zijn innerlijke handicaps had opgetrokken af. ‘In dit klimaat van liefdevolle zorg, waar competitie en individuele prestatie geen druk op mij legden leerde ik mijzelf kennen als een heel onzekere, afhankelijke en kwetsbare persoon.’

Henri belandde in een crisis. Hij werd ‘opgenomen’ en daar leerde hij om te luisteren naar een innerlijke stem die zachtjes zei: ‘Je bent mijn kind. Ik hou van je, mijn hart gaat naar je uit.’ “Heel lang bleef ik die stem wantrouwen. Ik zei alsmaar tegen mezelf: ‘Dat is niet waar. Ik weet hoe ’t zit. Er is niets in mij dat het de moeite waard maakt om van mij te houden.’ Gelukkig had ik begeleiders die me bleven stimuleren om naar die stem te luisteren en zo kon die stem sterker gaan klinken. Toen ik eenmaal de stem kon vertrouwen was ik klaar voor de terugkeer naar Daybreak om mijn leven daar te hervatten.”

Hoeveel mensen zijn er niet die net zoals Henri last hebben van innerlijke handicaps met bijbehorende verdedigingsmechanismen. Hoeveel mensen zijn er niet die net zoals Henri zielsgraag willen horen: ‘Je bent mij kind, ik hou van je, mijn hart gaat naar je uit.’

vrijdag 7 januari 2011

Met Aad Kamsteeg op reis (3)

Aad Kamsteeg houdt in zijn boek de kerk ook een spiegel voor. Zeker in het tweede deel (vijf pijlers onder een gezonde gemeente in de 21e eeuw), maar ook al in het eerste deel. Het eerste deel is als het ware een aanzet voor deel twee van zijn boek.

Zo schrijft Aad in het eerste deel: “De vrijgemaakte kerken die ik liefheb, waren allerminst vrij van wetticisme en lopen ook in de 21e eeuw nog steeds dat gevaar. Bij mij wint de overtuiging veld dat veel persoonlijke en kerkelijke scheefgroei ten diepste te verklaren is uit onvoldoende besef van genade.” Aad houdt de kerk een spiegel voor als hij de negen kernwaarden van de Redeemer Presbyterian Church beschrijft. Kernwaarden die gericht zijn op vernieuwing van hart, kerk en stad. Hij doet ons verslag van zijn gesprek met John Miller over hoe een introverte kerk missionair kan worden. Hij geeft in zijn boek Jerram Barrs het woord en deze werkt de stelling ‘juist je sterke punten zijn ook je zwakke punten’ uit richting de gereformeerde traditie. Aad spreekt met John Piper die vertelt dat er kerken zijn waar men orthodox is in de leer, maar waar het tegelijk nogal saai is. “Maar daardoor dreigt wel het besef weg te ebben dat God kennen alles te maken heeft met houden van, met vreugde in Hem, met vervoering, met een levende band.” Aad schrijft over Tim Keller (Redeemer) en de principes die hij hanteert bij zijn prediking. Wat zou het een zegen zijn als deze principes ook wat meer gehanteerd zouden worden door andere predikanten. Aad schrijft over huisgroepen, “dat ze niet alleen essentieel zijn bij het elkaar helpen discipel van de Here Jezus te zijn, maar ook om de gemeente een missionair karakter te geven.”

Wat moet het voor Aad e.a. een boeiende reis zijn geweest. Fijn dat wij via het boek ‘de kerk die leeft’ als het ware de reis kunnen meemaken en meebeleven. Een leerzame reis was het voor Aad. Het kan ook een leerzame reis voor ons zijn.

woensdag 5 januari 2011

Met Aad Kamsteeg op reis (2)

Aad schrijft verder: “’(…) geen realistisch mens vindt het gemakkelijk zichzelf lief te hebben of te vergeven, en daarom moet iemands zelfaanvaarding gefundeerd zijn in het bewustzijn dat God hem aanvaardt in Christus. In zekere zin is de sterkste zelfliefde die we kunnen hebben (…) niet meer dan het spiegelbeeld van de levende overtuiging dat God ons liefheeft. Geloof dat in staat is zich te warmen aan het vuur van Gods liefde, en dat het niet nodig heeft liefde en zelfaanvaarding te stelen van andere bronnen, is in feite de wortel van heiliging.’”

Aad vraagt in zijn boek aandacht voor wie je in Christus bent. “’Alleen wie zich bewust van de voorrechten van zijn positie in Christus heeft de mogelijkheid om werkelijk te leven tot eer van God en naar Gods bedoeling.’” Wat zijn er veel mensen die worstelen met hun zelfaanvaarding en zelfliefde. Wordt de boodschap over wie we zijn in Christus in de kerk wel voldoende voor het voetlicht gehaald? Ook de boodschap wie wij zijn in Christus is een boodschap van genade.

De mate van onze aanvaarding door God hangt niet af van de mate van onze heiliging. “’We worden allemaal automatisch aangetrokken door de veronderstelling dat we gerechtvaardigd worden door de mate van onze heiliging.’” Dat onze redding niet zozeer afhangt van genade (Jezus Christus) maar van onze heiliging (onze prestaties, onze goede werken). “Maar wanneer dat onze grondhouding is, concentreren we ons voortdurend op de toereikendheid van onze eigen gehoorzaamheid en niet op Christus.” “’Veel van wat we hadden geïnterpreteerd als een gebrek aan heiliging in kerkmensen is in feite een gevolg van het kwijtraken van het juiste perspectief op de rechtvaardiging.’”

maandag 3 januari 2011

Met Aad Kamsteeg op reis (1)

Het boek ‘de kerk die leeft – vijf pijlers van de christelijke gemeente’ van Aad Kamsteeg bestaat uit twee delen. Een deel waarin Aad schrijft over zijn ontmoetingen begin jaren negentig met Noord-Amerikaanse voorgangers (hedendaagse puriteinen). En een deel waarin hij vijf pijlers ‘onder een gezonde gemeente in de 21e eeuw’ beschrijft. In het eerste deel komt vooral aanbod wat we rechtvaardiging en heiliging noemen. Aad geeft daarbij regelmatig het woord (via citaten) aan genoemde voorgangers.

Rechtvaardiging en heiliging hebben alles met elkaar te maken, horen onverbrekelijk bij elkaar: “(…) wanneer heiliging een andere basis krijgt dan genade, ontaardt het streven om goed te doen algauw in moralisme en wetticisme.”

Er is sprake van een volgorde: “Eerst moet ik in geloof mijn positie ‘in Christus’ innemen (AG: identiteit). (…) Pas als je dat in geloof hebt aangenomen, ga je het actief toepassen (AG: gedrag e.d.).”

“(…) in Christus zijn we volmaakt voor God (Kol. 2 : 10). En tegelijk is volmaaktheid de situatie waarnaar de gelovige zich voortdurend behoort uit te strekken.” Aad zegt het ook zo: “Ik moet tot mijn laatste snik – vertrouwend op de heilige Geest – vechten om mij mijn nieuwe identiteit te binnen te brengen en om in overeenstemming daarmee te denken en te doen.”

Wij moeten niet alleen kennis hebben van genade, maar genade moet diep in ons hart landen. Het is belangrijk dat je diep geraakt wordt door wat Christus voor je deed (genade). Juist dan ga je meer last krijgen van je zonden en ‘begint’ de heiliging door te breken in je leven.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO