zondag 23 december 2012

Status als identiteitsvoedsel


In hoofdstuk 6 van het boek ‘Gods geheime plan’ schrijft Dallas Willard over de ‘twee grootste belemmeringen of blokkades voor een leven in voortdurende interactie met God en een gezonde groei in het koninkrijk’. Dit naar aanleiding van Matteüs 6. Die twee grootste belemmeringen of blokkades zijn: verlangen naar de goedkeuring van anderen en het verlangen naar de zekerheid van materiële rijkdom.

Bij het verlangen naar goedkeuring van anderen gaat het over status, over presteren, over succesvol zijn. Status is volgens Arie de Rover in zijn boek ‘Leven na de genadeklap’ een belangrijke voedingsbron voor onze (‘oude’, niet bevrijde) identiteit. Tim Keller noemt succes in zijn boek ‘Namaakgoden’ een afgod. Hij schrijft: “Meer dan andere afgoden geeft eigen succes en prestatie het gevoel dat je zelf een god bent, dat je zekerheid en je waarde berusten op je eigen wijsheid, kracht en staat van dienst.”

Willard schrijft over de valstrik van status het volgende: “Het verlangen naar aanzien en een goede reputatie op religieus gebied sleurt ons onmiddellijk mee in de gerechtigheid van de schriftgeleerden en farizeeën, omdat dit verlangen altijd uitsluitend is gericht op zichtbare daden en niet op de oorsprong van die daden in ons hart.” Volgens Willard is het leidend principe in Matteüs 6 dat we een goede daad niet moet doen met de bedoeling gezien te worden. “Wanneer we menselijke goedkeuring en waardering zoeken en ons daarop richten bij wat we doen, houdt God zich beleefd op afstand en respecteert Hij onze wens Hem erbuiten te laten.” “Als we ons doen en laten baseren op menselijke goedkeuring (AG: of status), heeft dat tot gevolg dat we de aanwezigheid van God als irrelevant terzijde schuiven en dat we onszelf onderwerpen aan het menselijke koninkrijk.”

Zowel Arie de Rover, als Tim Keller en Dallas Willard waarschuwen ons voor status, succes. De schrijvers verwoorden dat ieder op hun eigen manier. Arie de Rover ziet status als identiteitsvoedsel voor een onvrij leven. Tim Keller noemt succes een afgod of namaakgod. En Dallas Willard schrijft dat een verlangen naar goedkeuring (of succes) één van de twee grootste blokkades vormt voor een levende relatie met God.

zaterdag 22 december 2012

Van identiteit naar gedrag: andersom werkt het niet!


Wat is het mooi om de inhoud van boeken onderling met elkaar te vergelijken. Zo lopen er allerlei lijnen tussen de boeken van Tim Keller (Namaakgoden, De vrijgevige God en Bevrijd van je zelf) en het boek van Arie de Rover (‘Leven na de genadeklap’). En ik denk dat ook Dallas Willard het boek van Arie met instemmend gemompel en goedkeurende knikjes zou lezen. Ik zal uitleggen waarom ik dat denk.

Willard schrijft naar aanleiding van Matteüs 5 : 21 - 48 in zijn boek ‘Gods geheime plan’ over ‘de gezindheid van het koninkrijk: Meer dan de goedheid van de schriftgeleerden en farizeeën’. Willard behandelt in dit hoofdstuk de vraag: “Wie is nu werkelijk een goed mens?”

Hij zegt er in hoofdstuk 5 o.a. dit over: “Juist omdat Jezus inzicht heeft in de structuur van de menselijke ziel, heeft Hij het over de oorzaken van onze fouten en niet over de daden zelf. (…) Hij wist heel goed dat het probleem van het menselijke bestaan niet zit in onze verkeerde daden, ook al wordt dat voortdurend zo gebracht. Onze daden zijn slechts een symptoom, (…).” “Hij (AG: Jezus) wist dat we de wet niet kunnen houden door te proberen die te houden. Om de wet te kunnen houden, moeten we ons richten op iets anders, op meer. We moeten erop gericht zijn het soort mens te worden uit wie de daden van de wet op natuurlijke wijze voortkomen.”

“Hier ligt ook de fundamentele fout van de schriftgeleerde en de farizeeër. Ze richten zich op de handeling die de wet voorschrift (…).” “We moeten erop gericht zijn het natuurlijke leven van onze ziel (AG: onze identiteit) te veranderen, want ons gedrag zal dan op een natuurlijke wijze en gemakkelijk volgen. Andersom werkt het niet.” Tot zover Willard.

Het belang van die volgorde van identiteit naar gedrag (en dus niet van gedrag naar identiteit) wordt ook door Arie in zijn boek onderstreept en uitgewerkt. Arie maakt via een model duidelijk hoe de persoonlijkheid van een mens gezien kan worden. Hij beschrijft de persoonlijkheid met behulp van vier bouwstenen: je gedrag, je talenten, je drijfveren en je identiteit. Die bouwstenen tekent hij vervolgens als een trap, met traptreden. De bovenste trede is ‘identiteit’, de volgende trede ‘drijfveren’, daarna ‘talenten’ en de onderste trede is ‘gedrag’.

Arie geeft aan dat hij de vorm van een trap gekozen heeft omdat er een ‘onderlinge hiërarchie’ of volgorde is tussen de verschillende treden. Hij schrijft dan: “Dat betekent: als je op een hogere tree iets verandert, heeft dat effect op de treden eronder.” “Want als je iets aan jezelf wilt veranderen, moet je ook bovenaan beginnen, bij je identiteit.” “Andersom werkt het niet.” Om met die laatste zin maar weer eens een citaat van Willard aan te halen.

Het boek ‘Leven na de genadeklap’ is dus te beschouwen als een nadere uitwerking of toelichting op wat Willard beschrijft in zijn boek ‘Gods geheime plan’ naar aanleiding van de Bergrede. Zo verduidelijkt het ene boek wat in het andere boek beperkt of op een andere manier beschreven is. Mooi en verrijkend om de inhoud van boeken met elkaar te vergelijken. 

maandag 17 december 2012

Het leven na de genadeklap (3)


Het nieuwe leven heeft een aantal basiskenmerken die gelden voor alle mensen die dat nieuwe leven leiden. Die kenmerken zijn basale levensvoorwaarden die onmiskenbaar horen bij kinderen van Gods huisgezin. Daar schrijft Arie de Rover in hoofdstuk 7 van zijn boek ‘Het leven na de genadeklap’ over. “De motor achter jouw nieuwe identiteit is (…) het grote verlangen om te worden als de bron van je identiteit.” Er ontstaat een relatie tussen God en jou. Een relatie die gekenmerkt wordt door liefde. “Gods liefde verandert je van binnenuit, zodat je ook aan de buitenkant (je gedrag) steeds meer op je Vader wilt lijken.” Je houding in relaties met anderen verandert. In de Bergrede schetst Jezus het karakter van iemand die de genadeklap aan den lijve heeft ondervonden. Je meest persoonlijke en intiemste relaties met je ouders, partner en kinderen ondergaan een verandering. Je nieuwe identiteit en kijk op het leven verandert hoe je tegen je werk en talenten aankijkt. “Je hebt je geld en spulletjes niet meer nodig voor je eigen betekenis en zekerheid.” “Je betekenis en zekerheid hangen (…) niet meer af van je overtuigingen.” Jouw waarheid hoeft niet meer te winnen van andere waarheden. En ook jouw identiteit is niet meer afhankelijk van jouw recht.

In het laatste hoofdstuk (8) komen we dan uit bij de vraag: “Wat moet ik doen om zo’n vrij leven te krijgen? Wat moet ik doen om mijn identiteit alleen door God te laten voeden?” De vraag moet eigenlijk zijn: ‘Wie moet ik zijn om van genade te kunnen leven?’ Allereerst moeten wij volgens Arie leren ontvangen: aannemen wie je echt bent. Je betekenis en zekerheid ontvangen uit handen van je God en Vader. Genade ontvangen is heel moeilijk voor ons. “Het is zelfs zo zwaar en bijna onmogelijk voor ons, dat God ons daar een handje bij moet helpen.” Het is moeilijk voor ons, omdat je identiteit veelal nog gevoed wordt door andere bronnen. Een leven van genade is een tegennatuurlijk leven. We verzetten ons er daarom (van nature) tegen.

Arie beschrijft een drietal (standaard)vragen op de vraag ‘Wat moet ik doen?’ Zou je het willen? Hoe graag wil je het? Wat heb je ervoor over? Het is een leerproces. “Ga, samen met Jezus, de uitdaging van het vrije leven maar aan.” “Leven van genade is (…) een aangevochten leven, maar je ‘vecht’ op een heel ander vlak, en met een totaal andere strategie dan in een leven van ruilhandel. Je strijdt alleen nog op het vlak van je identiteit.” “Die strijd is maar op één manier te vinnen: je steeds opnieuw overgeven aan de bron van genade. Telkens weer capituleren voor God. Capitulatie aan hem is de enige echte weg naar vrijheid.”

zondag 16 december 2012

Het leven na de genadeklap (2)


Volgens Arie de Rover is er een gerede kans dat ondanks misschien een gelukkig leven, je gevangen zit. Hij vergelijkt in hoofdstuk 4 van zijn boek ‘Leven na de genadeklap’ het leven met een gevangenis. “Velen van ons leven zonder het te weten ook in zo’n gevangenis: de gevangenis van de transactionaliteit, het ‘voor wat hoort wat’. Maar we zijn daar zo aan gewend geraakt, dat ons dat beter en veiliger lijkt dan een leven in vrijheid. Bijna niemand kiest vrijwillig voor het leven in vrijheid. (…) Daarvoor is vaak eerst een crisis nodig. Een crisis die je als het ware richting de vrijheid duwt.” De enige uitweg uit de gevangenis is, je betekenis en zekerheid van buiten het ruilhandelsysteem laten komen.

Arie gebruikt in zijn boek het beeld van een kind in de baarmoeder en van een geboorte. Hij noemt in hoofdstuk 5 een crisis of moment van inspiratie de weeën van een geestelijk geboorteproces. Ze vormen de inleiding tot een geestelijke geboorte. “Een geboorte brengt altijd een radicale en definitieve verandering van het hart met zich mee. In spirituele termen noemen we dat een paradigmashift. Een paradigmashift is (…) een diepgaande verandering van zo’n denkkader, een radicaal andere manier van kijken naar of interpreteren van feiten.” De paradigmashift die Arie bedoelt, “draait om de ontdekking van een totaal andere identiteitsbron dan je zintuiglijk waarneembare relaties en prestaties. Namelijk: de ontdekking dat je een relatie kunt aangaan met een onzichtbare spirituele bron.” De onzichtbare spirituele bron is de God van de Bijbel. Hij is de bron van genade.

Het kernpunt is de stuwende kracht achter die identiteitsbron: de ontdekking van wat genade is. Genade is geen theoretisch model (‘goedkope genade’) maar moet doorleeft zijn. “Je identiteit verandert pas van binnenuit, als jij je verbonden weet met de bron van de genade.” “Je identiteitsvoedsel komt rechtstreeks binnen in je identiteit.” God zegt tegen je: ‘Jij bent mijn geliefde zoon/dochter’. 

“Op de route naar een leven van genade, in echte vrijheid, kom je (…) veel weerstand tegen. De weerstand fungeert als weeënremmers die je geestelijke (weder)geboorte willen tegenhouden.” In hoofdstuk 6 beschrijft Arie een aantal van die weeënremmers: een (te) druk leven, je blijft vasthouden aan allerlei schijnzekerheden, een genadearm godsbeeld, beschadigde relaties, genade zonder relatie en/of zonder hartsverandering en als laatste schuld, schaamte en angst. In het volgende hoofdstuk beschrijft hij er nog één: “Ouders, partner en kinderen zijn vaak zelfs een van je grootste afgoden – zo sterk kan de afhankelijkheid zijn.”

zaterdag 15 december 2012

Leven na de genadeklap (1)

Arie de Rover heeft (i.s.m. Wilfred Hermans) een boek uitgebracht: ‘Leven na de genadeklap’. Met het boek wil Arie bereiken dat jij vrij bent. Die vrijheid is volgens Arie afhankelijk van het (echt) kennen van Gods genade. “Genade verandert je leven. Het maakt je daadwerkelijk vrij.” Arie schrijft dat de scheurtjes in zijn levensgeluk grote barsten werden door glasheldere preken van Tim Keller. Keller heeft dus een belangrijke rol gespeeld in de verandering die Arie heeft doorgemaakt. Het is daarom niet zo verbazingwekkend dat Keller Arie geïnspireerd heeft bij het schrijven van het boek. Het door Arie gekozen thema ‘vrijheid’ vind je dan ook terug in o.a. het boekje ‘Bevrijd van jezelf’ van Keller. 

Aan de hand van een plaatje of model legt Arie in hoofdstuk 1 uit hoe de persoonlijkheid van de mens in elkaar steekt. De bouwstenen van je persoonlijkheid zijn: je gedrag, je talenten, je drijfveren en je identiteit. De identiteit kent een natuurlijke behoefte om betekenis en zekerheid te ervaren. Deze behoefte is de grootste stuwende kracht achter onze drijfveren en overtuigingen, het inzetten van onze talenten en ons gedrag. Je identiteit heeft elke keer weer voedsel (betekenis, zingeving) nodig. Het model en toelichting daarop is al eerder gepubliceerd in CV•Koers onder de titel ‘Jij en Gods genade’. Dit artikel is via mijn blog terug te vinden en te downloaden. 

Status is het onderwerp van hoofdstuk 2 en 3. “Met status ‘koop’ je erkenning en waardering, en zo voed je je identiteit, (…).” Je betekenis en zekerheid baseer je op status. Het is een afgod geworden. In onze westerse wereld verwerven we vooral status door ons uiterlijk, sport, business, film en muziek (kunst) of bekendheid. Kerkmensen kunnen ook last hebben van religieuze status. Als je identiteit gevoed wordt door status, dan is (volgens het model uit hoofdstuk 1) status daarmee ook de drijfveer achter veel van je keuzes en gedrag. 

De jacht naar status is een heel belangrijk levensdoel geworden. Je leeft met de angst dat je status onder druk komt te staan of daalt in de ogen van je omgeving. Je omgeving bepaalt je status en is daarom heel belangrijk. We zijn afhankelijk van het oordeel van anderen. We zitten samen vast in een soort betalingssysteem. Een systeem van ruilhandel. Jij presteert en ik betaal met erkenning en waardering – en andersom. Arie schrijft dat daar nog eens bovenop komt, dat het in de mens ingebakken is dat hij het voedsel voor zijn identiteit haalt uit de ‘zintuiglijk waarneembare wereld’. Het is normaal dat een kind zijn identiteit laat voeden door en vanuit deze zichtbare wereld. 




zondag 9 december 2012

Wat is een dialoog?


Ik heb op m’n blog al eens geschreven over ‘de dialoog’. Over de dialoog in een huwelijk. Over de dialoog als manier waarop er omgegaan kan worden met verschillen in de kerk.  Maar, wat is een dialoog nu precies? Het woord ‘dialoog’ is eigenlijk een containerbegrip. Het woord kan allerlei verschillende betekenissen hebben. Zo kan ‘dialoog’ de wijze van communiceren aangeven: een gesprek tussen twee mensen. Het woord kan ook een politieke lading meekrijgen. Zo gaf het ND een artikel deze kop mee: ‘FARC: dialoog is enige oplossing’.  Daarnaast is dialoog ook een relationeel begrip. In de contextuele benadering (Nagy) is dialoog een belangrijke term.

Een dialoog is in die benadering de werkelijke ontmoeting tussen mensen. Door dialoog te koppelen aan ontmoeting is al veel gezegd. Ik schreef er al eerder over: over ‘het geluk van de ontmoeting’ en over ‘mislukte ontmoetingen’. En over een echte ontmoeting die niet beoordeelt en niet veroordeelt.

Een dialoog is de meest bevredigende relatievorm. Een relatievorm die gebaseerd is op wederzijds vertrouwen. In een dialoog geven beide personen hun behoeften en belangen aan en stellen zich open voor die van de ander. Als ze beiden worden gehoord door de ander en ze van daaruit een beslissing nemen, zal het vertrouwen groeien. Ze hebben zich kwetsbaar opgesteld en zijn daarop niet ‘afgerekend’. Zo leidt de dialoog tot een zichzelf versterkende positieve spiraal. In een dialoog bevestigen beide personen elkaar en respecteren ze elkaars groei en anders-zijn. Een dialoog leidt tot verbondenheid en is constructief. Ze bouwt een relatie op en voedt deze. 

Om de betekenis van woorden aan te geven kan het ook verhelderend zijn het tegenovergestelde woord daarbij te zoeken. Een mooi voorbeeld vind ik ootmoed – hoogmoed. Zo kan je tegenover het relationele woord ‘dialoog’ het woord ‘machtstrijd’ zetten. Aan de basis van machtstrijd ligt wantrouwen. De ene persoon heeft onvoldoende vertrouwen om ervan uit te gaan dat de andere bereid is om naar zijn belangen te luisteren en ze te overwegen. Hij zal zijn belangen veiligstellen door ze af te dwingen of door de andere te overtroeven met woorden of door gebruik te maken van de kwetsbaarheid van de ander of op nog een andere wijze. ‘Ook het zich emotioneel terugtrekken op een eiland van onkwetsbaarheid is een wapen in de machtstrijd.’ Zo leidt machtstrijd zomaar tot een zichzelf versterkende negatieve spiraal. Het ontbreken van een dialoog leidt tot onverbondenheid, zet relaties onder druk of breekt ze zelfs af. Het is destructief om niet te kiezen voor een dialoog. 

Mensen kunnen elkaar dus ontmoeten zonder dat er sprake is van een 'werkelijke ontmoeting'. Personen kunnen met elkaar praten zonder dat er sprake is van een dialoog. 

zondag 2 december 2012

Bevrijd van jezelf


Er is in Nederland opnieuw een boek van Tim Keller verschenen: ‘Bevrijd van je zelf’ met als ondertitel ‘De weg naar echte christelijke blijdschap’. Weliswaar een klein boekje (42 pagina’s), maar wel met een ‘grootse’ inhoud. Het boekje geeft een uitwerking van 1 Korintiers3  : 21 – 4 :7. Volgens Keller wordt in dit tekstgedeelte een benadering van ons zelfbeeld, van ons eigen ik en van de manier waarop we naar onszelf kijken gegeven, die absoluut anders is dan zowel de traditionele als de (post)moderne benadering.

In hoofdstuk 1 schetst Keller de natuurlijke toestand van het menselijke ego. Het menselijke ego is leeg: normaal gesproken bouwt het menselijke ego op iets buiten God. Het ego doet pijn, doet zeer. Het ego trekt voortdurend de aandacht. Het zorgt er voortdurend voor dat we nadenken over ons uiterlijk en de manier waarop we behandeld worden. Het ego is druk met vooral de volgende twee dingen: vergelijken en opscheppen. En als laatste is het ego ook breekbaar. Breekbaar in de vorm van een meerderwaardigheids- of minderwaardigheidscomplex.

Keller stelt ons in hoofdstuk 2 als het ware Paulus ten voorbeeld. Paulus ontleent zijn identiteit niet aan de Korintiërs of een menselijke instelling. “Maar hij ontleent die ook niet aan zichzelf.” “Als hij iets slechts of iets goeds doet, verbindt hij dat niet meer met zichzelf.” “Zijn ego is niet opgeblazen, het is opgevuld.” Volgens Keller gaat het hier om Bijbelse nederigheid: “niet aan mezelf hoeven te denken. Geen dingen met mezelf hoeven te verbinden.” Bijbelse nederig is niet hoger of later van mezelf denken, maar minder aan mezelf denken. “Het is de vrijheid om niet meer aan jezelf te denken.”

Maar hoe komen we hierin zover als Paulus? Het antwoord op die vraag is uitgewerkt in hoofdstuk 3. Alle mensen zoeken de uitspraak of ze belangrijk en waardevol zijn. Wij staan als het ware met onze identiteit elke dag voor de rechter. “Zo werkt de identiteit van iedereen.” Wat heeft Paulus nu ontdekt? Dat de rechtzaak voor hem voorbij is, omdat de ultieme uitspraak al gedaan is. “Jezus is de rechtszaal binnengegaan. Hij heeft voor de rechter gestaan. Wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. En: “’Jij bent mijn geliefde kind, in jou vind ik vreugde.’ Leef daaruit.”

zondag 11 november 2012

Crisisbesef


In de Reformatie van 24 augustus jl. (nr. 22) vertelt ds. Klaas van den Geest over de door hem gevolgde Master Missionaire Gemeente. Van den Geest zegt in dat interview o.a. het volgende: “’Ik denk echt dat de kerk in haar huidige vorm bezig is met een proces van innerlijke en geestelijke uitholling. Veel jongeren ervaren geen innerlijke band meer met het kerk-instituut en de burgerlijke cultuur in de kerk. Er is gebrek aan crisisbesef. Van de jongeren die belijdenis doen, staat binnen een paar jaar een aantal buiten de kerk. Dus ja: het roer moet om. Mijn studie heeft alleen maar mijn urgentiebesef versterkt.’”

Dat gebrek aan of afwezigheid van crisisbesef noemt Van den Geest ook al eerder in het interview. Hij heeft het daarbij over de gemeente waarvan hij voorganger is. Hij noemt hier m.i. een terecht aandachtspunt. Ook in de gemeente waarvan ik lid ben, is er sprake van een (flinke) crisis. De feiten liegen er niet om. Daarbij realiseer ik mij dat feiten verschillend uitgelegd kunnen worden. Toch merk ik dat er (veel?) gemeenteleden zijn, die helemaal geen crisis ervaren. In onze gemeente is er ook sprake van een gebrek aan crisisbesef.

Een crisis is zeker niet wereldschokkend of problematisch. Een crisis kan juist heel reinigend, gezondmakend werken. Een crisis kan wel een groot probleem worden, als deze ontkend of niet onderkend wordt. Normaliter resulteert zo’n ontkenning of het niet onderkennen van een crisis in een nog grotere crisis. Op een gegeven moment duurt een crisis te lang en heeft deze te diepe sporen getrokken om nog (menselijkerwijs gesproken) bezworen te kunnen worden.

maandag 5 november 2012

Kerken en discipelschap


Ds. Jacob Glas schreef in De Reformatie (nr. 23 – 2012) de column ‘Leerlingen maken’. Glas zegt daar o.a. het volgende: “De omschrijving ‘leerlingen maken’ danken we aan Jezus. Hij gaf zijn eigen leerlingen deze taak, maar beperkte die niet tot de eerste generatie. (…) Mensen moeten zich in vertrouwen aan Jezus overgeven en zich aansluiten bij deze gemeente. Maar dan begint een levenslang proces van discipelschap waarin de ene gelovige de ander in het volgen van Christus ten voorbeeld is.”

Deze column trok mijn aandacht, omdat ik het boek ‘Gods geheime plan’ van Dallas Willard aan het doorwerken ben. Dit boek gaat ook over leerlingen zijn, leerlingen maken, over discipelschap. Willard zegt zelf over dit boek: “In dit derde boek wordt het leerlingschap van Jezus voorgesteld als de kern van het evangelie.”

Maar, als discipelschap de kern van het evangelie is, welke plaats geven kerken dan aan discipelschap? Glas zegt er dit over: “Kerken zijn over het algemeen bijzonder slordig in het ‘discipelen’ van mensen. Men kiest vooral de weg van de informatievoorziening. De preek op zondag. De Bijbelstudie in kleinere verbanden. Het Woord moet het doen! Maar waarom doet het Woord dan zo weinig? Waarom luistert men elke week naar een of twee preken maar blijft de innerlijke bekering en verandering uit?”

Dallas Willard bevestigt de opmerking van Glas. In zijn hiervoor genoemde boek zegt hij o.a. het volgende daarover. Het onderwijsprogramma om te worden als Christus’ is geen kwestie van het verzamelen of overbrengen van informatie. Niet dat die informatie niet van wezenlijk belang zou zijn (het tegendeel is waar). Het onderwijsprogramma moet er voor zorgen dat alle dingen die ze al hebben gehoord, ook daadwerkelijk gaan geloven. Onze taak ten opzichte van onszelf en anderen is dat we de juiste antwoorden omzetten in vanzelfsprekende reacties op situaties uit het echte leven. 

vrijdag 2 november 2012

Het huwelijk: als jij en ik wij worden (2)


Albert van Dieren schrijft in het boek ‘Als jij en ik wij worden’ (van Hans Groeneboer) over ‘de dialoog – als weg naar vernieuwd vertrouwen’. ‘Dialoog gaat over een wijze van in relatie zijn en niet over alleen maar praten met elkaar. Het gaat over in relatie zijn op een manier waarmee men zichzelf laat zien, zijn eigen waarheid inbrengt en tegelijkertijd ook blijft openstaan voor de ander en diens waarheid.’ Twee belangrijke pijlers waarop een huwelijk gebouwd dient te zijn, zijn: liefde en vertrouwen. Naast de beide partners komt er een derde identiteit bij namelijk het ‘wij’. ‘De mate waarin iemand investeert (AG: in het ‘wij’ en daardoor in de ander), heeft te maken met hoe liefde en vertrouwen als fundamentele pijlers ontwikkeld zijn in ieders persoonlijk leven.’ De begrippen ‘liefde’ en ‘vertrouwen’ worden verder uitgewerkt in dit hoofdstuk.

Verschillen tussen een man en een vrouw zijn waardevol en maken onze verbinding ook waardevoller. ‘Probeer nooit van elkaar te verwachten dat je hetzelfde wordt, maar leer eerder te genieten van de verschillen.’

‘Het thema genade is cruciaal om te voorkomen dat we met elkaar vervallen in een prestatiegerichte relatie. In het thema genade ligt de onvoorwaardelijkheid besloten. Je houdt onvoorwaardelijk van elkaar, omdat je voor elkaar hebt gekozen. Niet omdat je het verdient, maar op grond van een keuze, van toewijding en trouw.’ ‘We hebben te maken met onrecht in onze generaties, families en gezinnen. Dit onrecht maakt dat veel mensen opgroeiden in gezinnen waar geen genade was. Je werd afgerekend op wat je deed, niet op wie je was.’

Er zijn een aantal elementaire aspecten nodig in een gezin om een kind te leren genade in het leven te kunnen ontvangen. Deze basisaspecten zijn: onvoorwaardelijke aanvaarding, lichamelijke verzorging, geestelijke verzorging, emotionele verzorging en psychologische verzorging (discipline, liefde, betrouwbaarheid). Er zijn mensen die genade niet kunnen ontvangen. ‘Van ontvangen word je kwetsbaar. We komen door dat ontvangen in ons onvermogen, het maakt ons afhankelijk en dat is moeilijk.’ Hij vertelt in zijn boek: “Ik merk in het dagelijkse leven als christentherapeut dat veel mensen de boodschap van genade niet kunnen begrijpen. Levend in een ongenadige maatschappij en een ongenadige wereld kunnen we dit goddelijke principe niet bevatten.”

Hans schrijft ook ‘de liefde’. Over hoe je de liefde kunt kwijtraken en hoe je de liefde kunt toepassen. Liefde is dat je onvoorwaardelijk voor elkaar kiest en onvoorwaardelijk liefhebt. ‘Liefde moet je doen. Het is geen gevoel, het is een keuze.’ Het is belangrijk om de liefde toe te passen als werkwoord. ‘Als we de liefde niet toepassen en heel veel doen, heeft alles wat we doen geen waarde. De liefde is de basis in de relatie en niet de prestatie.’ Vervolgens werkt Hans dit thema nog verder uit aan de hand van 1 Korintiërs 13.

Het laatste hoofdstuk gaat over ‘manipulatie binnen het huwelijk en het gezin’. Manipulatie is: ‘mensen op een oneigenlijke manier brengen tot keuzes waar ze zelf niet achter kunnen staan’. ‘De manipulator probeert mensen of omstandigheden te beheersen door middel van bedriegelijke bedoelingen of beïnvloeding.’ ‘Mensen die autonoom zijn en grenzen aan kunnen geven, zijn moeilijk te manipuleren.’ Manipulatie is voor de manipulator een overlevingsmechanisme. De manipulator is zelf ook ooit gemanipuleerd. Vaak gaat manipulatie ook onbewust. Het is een ingebakken patroon in het leven van de manipulator. Vormen van manipulatie zijn: het dwingen tot gehoorzaamheid, de afwijzing op de persoon en niet op het gedrag, het werken met (sterke) emoties, zwijgen, etc. ‘De manipulator moet zich bekeren van zijn gedrag en de ander vrij maken om autonoom te zijn. De gemanipuleerde moet leren zijn grenzen aan te geven en om passend te gaan geven, dus niet meer ten koste van zichzelf.’ ‘Jezus is gekomen en daarom mag je vrij zijn, jezelf zijn! De manipulator en de gemanipuleerde zijn beiden slachtoffer.’

donderdag 1 november 2012

Het huwelijk: als jij en ik wij worden (1)


‘Als jij en ik wij worden’ is een boek van Hans Groeneboer. De titel geeft al aan dat het boek over het huwelijk gaat. In het boek gaat Hans dieper in op de huwelijksrelatie en behandeld hij vragen als: Wat is een huwelijksrelatie? Wat maakt deze relatie uniek? Wat zijn gezonde voorwaarden? Wat mag je wel en wat mag je niet van elkaar verwachten?

Veel mensen beginnen hun huwelijk met hooggespannen verwachtingen. Goede en terechte verwachtingen, maar ook met verwachtingen die in de praktijk onhaalbaar zijn. Die niet deugen, niet juist zijn. Verwachtingen zoals: We mogen geen ruzie maken of conflicten aangaan. We moeten zoveel mogelijk samen doen. We moeten altijd alles van elkaar weten. Hooggespannen verwachtingen kunnen dan onhaalbare idealen worden, die uiteindelijk kunnen uitmonden in onverschilligheid.

De geschiedenis van het eerste huwelijk van Adam en Eva gebruikt Hans om allerlei basisprincipes van het huwelijk te beschrijven. Deze basisprincipes vormen de inhoud van zijn boek. Het zijn grondregels in de relatie, die gerespecteerd dienen te worden en waarop beiden aanspraakbaar zijn. (1) Ieder mens is een unieke persoonlijkheid. (2) Ieder mens is autonoom. (3) Ieder mens heeft een eigen verantwoordelijkheid. Deze drie basisprincipes vormen een relationele grondwet.

Hans schrijft over het huwelijk en loyaliteit. Loyaliteit is een wetmatigheid. ‘Het is een wet die staat voor de zorg, trouw en toewijding aan elkaar.’ We kennen verschillende loyaliteitsvormen. ‘Deze verschillende loyaliteiten bepalen in hoge mate ons gedrag en laten ons voortdurend nadenken over de voorrangsregels in ons leven.’ Deze loyaliteiten kunnen zomaar botsen met elkaar.

In het boek bekijkt Hans het huwelijk ook vanuit de systeemtheorie. ‘Het systeem in een huwelijksrelatie wordt in de basis gevormd door de behoeften van beide partners. De één mist iets wat de ander heeft en ongemerkt ga je elkaar daarin aanvullen.’ In het boek beschrijft Hans een aantal relatiethema’s. ‘Deze thema’s omschrijven de inhoud van de relatie en de positie van beide personen.’ In het systeem zijn er twee posities: een bovenpositie (initiatief nemend, actief, bepalend of dominant) en een onderpositie (volgzaam, conformerend, afwachtend of passief). ‘Mensen kiezen onbewust de relatiepositie die bij hen past.’

Ook het thema ‘kinderen in het huwelijk’ krijgt aandacht in het boek. Volgens Hans ontstaan veel problemen in een huwelijk vanuit een verstoorde zorgbalans. Zo kunnen kinderen zo aan het geven zijn geweest (als kind), dat ze in hun eigen volwassen leven geen relaties meer aan kunnen gaan. Ze hebben al hun energie geïnvesteerd in de vorige generatie. Of kinderen worden gedwongen een onmogelijke keuze te maken tussen de vader en de moeder. Ook kunnen kinderen nooit een vriend of vriendin worden van hun vader of moeder. ‘Dat klinkt als gelijkwaardig. Een ouder-kindrelatie moet niet symmetrisch zijn.’

Een ander hoofdstuk gaat over communicatie. ‘Communicatie is de vaardigheid die ons kan helpen om op een gepaste wijze met conflicten om te gaan.’ Conflicten horen bij een relatie. Veel conflicten komen voort uit de verschillen die niet begrepen worden. Het positieve van een conflict is, dat het de verschillen tussen partners duidelijk maakt. Andere oorzaken van conflicten is het feit dat mensen niet onder woorden kunnen brengen wat ze voelen of denken. Of dat mensen niet willen dat hun partner is zoals hij of zij is. Of “Word zoals ik ben, anders voel ik mij niet veilig.” ‘Veel conflicten in partnerrelaties worden veroorzaakt door het veroordelen en beschuldigen van elkaar, wat voortkomt uit het denken in goed en fout.’

zaterdag 20 oktober 2012

De waarheidsvraag is een vraag!



Ik schreef al eerder over de recensie ‘Is diversiteit in de kerk altijd goed?’ van Hans Schaeffer. In dit artikel schrijft Schaeffer dat de waarheidsvraag altijd gesteld moet worden in de vorm van een vraag: lees ik de Bijbel goed, als ik meen dat zus of zo niet juist is? Dit doet mij sterk denken aan wat Dallas Willard in zijn boek ‘Gods geheime plan’ schrijft over ‘het verzoek als hart van gemeenschap’. Hij schrijft dit naar aanleiding van Mat. 7 : 7 – 11.

Ik schreef eerder dat van iets zeggen dat het dé waarheid is, gemakkelijk een manier kan zijn om je eigen gelijk af te dwingen. Jouw waarheid verhef je daarmee tot dé waarheid: eind van alle tegenspraak. Je forceert daarmee als het ware je eigen gelijk bij anderen. Zo met de waarheid omgaan, leidt niet tot verbondenheid.

Het stellen van de waarheidsvraag in de vorm van een vraag heeft een heel andere werking. Willard schrijft er dit over: “Omdat ik ze niet langer probeer te forceren, wordt zuivere communicatie, werkelijke openheid van hart een aantrekkelijke mogelijkheid. En zo treedt automatisch de genezende dynamiek van het verzoek in werking.” Er ontstaat verbondenheid.

Ook schrijft hij: “In de geestelijke wereld geldt vragen als belangrijke wet, waardoor dingen in samenwerking met God tot stand worden gebracht, zonder de vrijheid en de waarde van wie dan ook geweld aan te doen.” Je respecteert de eigen verantwoordelijkheid van de luisteraar tegen over God. Zijn overtuiging is allereerst iets tussen hem en God. “Van nature heeft een verzoek (AG: een vraag) een samenbindend karakter. Een eis (AG: waarheidsclaim) daarentegen brengt onmiddellijk scheiding.” Leidt tot onverbondenheid.

In het stellen van de waarheidsvraag in de vorm van een vraag ligt de erkenning besloten dat je kijk op de werkelijkheid, je mening over een bepaalde zaak onjuist of onvolledig kan zijn. Je bent bereid je te laten corrigeren in jouw kijk op de waarheid. Alleen zo ontstaat er een dialoog. Is er een luisterend oor. Ontstaat er verbondenheid

vrijdag 19 oktober 2012

Omgaan met verschillen in de kerk


In het ND van vandaag staat een recensie van het boek: Mijn gelijk en ons geluk van Piet Schelling. De recensie heeft de titel ‘Is diversiteit in de kerk altijd goed?’ en is geschreven door Hans Schaeffer.

Schaeffer vat het boekje zo samen: “In veel verschillende bewoordingen klinkt zo het refrein in dit boekje: praat met elkaar, veroordeel elkaar niet.” Ook zegt Schaeffer dit: “De diepste reden en motivatie om diversiteit te accepteren ligt voor de auteur in de stelling: diversiteit is goed. Moeilijk misschien, omdat je zelf iets anders vindt of beleeft, maar desondanks: goed.”

Het boekje, ik heb het nog niet gelezen, kan vanwege deze samenvatting al op mijn sympathie rekenen. Praat met elkaar: ga met elkaar de dialoog aan, want een dialoog aangaan betekent het aangaan van de verbinding (verbondenheid). En veroordeel elkaar niet. Veroordeling leidt tot scheiding, is destructief. En inderdaad: diversiteit is goed. Verschillen horen bij de schepping.

Schaeffer mist ook wat in het boekje: “Er hoort nog iets wezenlijks bij. Diversiteit die niet nadrukkelijk staat in een belijdend kader krijgt al snel een oeverloos karakter. Zeker, de waarheidsvraag moet altijd gesteld worden in de vorm van een vraag: lees ik de Bijbel goed, als ik meen dat zus of zo niet juist is? Maar de waarheidsvraag moet wel gesteld worden, (…).” Ook daar ben ik het mee eens. Ik heb op m’n blog al meerdere malen gezegd dat waarheid en liefde bij elkaar horen. “Wie de waarheidsvraag niet stelt, verzandt uiteindelijk in een postmoderne onverschilligheid. Wie zich niet oefent in de houding van Jezus Christus verlaat de weg die nog voortreffelijker is.” Waarheid en liefde horen bij elkaar.

Schaeffer zegt dat er volgens hem winst behaald zou worden als de waarheidsvraag consequent gepaard gaat met een bewuste bescheidenheid naar Christus’ voorbeeld (vergelijk Filippenzen 2). Het stellen van de waarheidsvraag in de vorm van een vraag en dat combineren met een bescheidenheid naar Christus’ voorbeeld, betekent dat wij elkaar niet met forse stellingen om de oren slaan of een waarheidsclaim neerleggen, maar een oprechte en eerlijke vraag stellen. Wat heilzaam zou het zijn, als we zo met verschillen en diversiteit in de kerk weten om te gaan.

zaterdag 13 oktober 2012

Discipelschap is een groot geschenk


“Er wordt door christenen (...) veel tijd besteed aan pogingen om bij mensen - of men nu dader is of slachtoffer - hun gekwetste gevoelens en zelfs diepe wonden tot genezing te brengen. Men doet dit door hen ertoe te bewegen hun boosheid, onwil om te vergeven en wrok aan de kant te zetten.”

“Maar stel je eens voor dat we in plaats daarvan onze tijd zouden besteden aan het inspireren en bekwamen van christenen en anderen om mensen te worden die niet te beledigen zijn, niet boos worden en op natuurlijke wijze vergeven.”

“Door bewust leerlingen te maken, wordt de weg gebaand voor mensen om zo te worden. Daarom is het zo'n groot geschenk aan de mensheid.”

Gods geheime plan – De herontdekking van een leven met Jezus
van Dallas Willard

zondag 30 september 2012

Geloven in iets leegs of vaags


Dallas Willard zegt ergens in zijn boek ‘Gods geheime plan – De herontdekking van een leven met Jezus’ dit: We kunnen zelfs door een wonder niet geloven in iets leegs of vaags, laat staan dat we ernaar kunnen handelen.” Ik denk dat hij daar (o.a.) mee aangeeft, dat geloven in een vage God, in een Godsbeeld waar wij nauwelijks of geen woorden aan kunnen geven, dat dat ondoenlijk is. Niet vol is te houden. Ook zal ons handelen niet veranderen, beïnvloed worden door ons geloof als wij een vaag Godsbeeld hebben.

Maar is dat niet één van de redenen dat veel (?) mensen worstelen met hun geloof: ze hebben geen beeld bij en van God? God is abstract, vaag voor hun. Ze kunnen zich geen voorstelling maken van hun God. Maar Jezus Christus is niet alleen naar de aarde gekomen om te sterven voor zondaars, maar ook om te laten zien wie God is. Jezus is het evenbeeld van God. Kijk naar Jezus en wij zien God. God behoeft niet vaag te zijn voor ons.

Grün schrijft aan het eind van zijn boek ‘Beelden van Jezus’ over zijn relatie met God. Hij zegt daar o.a. dit: “Wanneer ik stil word om te bidden, komen er vaak twijfels in mij op. Is God alleen maar een hersenschim, die ik van tevoren bedenk om comfortabeler te kunnen leven? Wie is God werkelijk? Is God slechts aan apersonele kracht die alles doordringt? Wanneer ik zulke vragen en twijfels krijg, dan helpt het mij om naar Jezus te kijken. Jezus heeft geleefd. In Hem word ik met God geconfronteerd. Wanneer ik de beelden van Jezus overpeins, kan ik God niet langer negeren. Want deze Jezus spreekt over God. In Jezus wordt God concreet.” Ook Grün heeft Jezus nodig om God concreet te maken en zich voor te stellen in zijn leven. 

maandag 24 september 2012

Kijk naar Jezus en kijk met Hem naar jezelf


Anselm Grün schreef het boek ‘Beelden van Jezus’. Hij schreef het boek omdat hem (en zijn broeders in het klooster) duidelijk was geworden hoeveel clichés er van Jezus zijn. ‘Zijn persoon, zijn leven en zijn werkelijke betekenis worden nauwelijks nog waargenomen.’ Met zijn boek wil Grün ons Jezus laten zien zoals Hij werkelijk was en belangstelling wekken voor de rabbi uit Nazaret. Hij wil met zijn boek de mensen stimuleren om zich opnieuw met Jezus bezig te houden.

In het boek ‘Beelden van Jezus’ beschrijft Grün 50 beelden van Jezus. Daarbij gaat het om bekende (traditionele) beelden als Jezus - het brood, Jezus – het licht, Jezus – de goede herder, maar ook onbekende als Jezus – de wildeman, Jezus - de exorcist e.a. Grün heeft er bewust voor gekozen om geen ‘systematische geschiedenis of theologie van Jezus te schrijven’, maar beelden van Jezus.

‘Beelden willen een nieuw perspectief bieden zodat we op een andere manier naar Jezus kijken. Beelden laten iets van Jezus zien wat een theoretische theologie niet aanschouwelijk kan maken. Geactualiseerde beelden onthullen een nieuw aspect in de persoon van Jezus.’ ‘Beelden leggen niet vast.’ Beelden zijn als een raam; elk raam biedt ons een nieuw uitzicht. ‘Beelden openen ons de ogen.’ Beelden zijn als voertuigen: ze brengen ons verder. ‘De beelden laten ons zien dat we Jezus uiteindelijk niet kunnen vatten, dat Hij ons begripsvermogen steeds weer te boven gaat.’

Met de beelden nodigt Grün ons uit naar Jezus te kijken, maar ook vanuit Jezus’ perspectief naar onszelf te kijken. De beelden willen ons uitnodigen om ons dagelijks leven (…) samen met Jezus te bekijken en er op een andere manier mee om te gaan. Elk beeld bevat een uitdaging voor ons eigen leven. Ze kunnen ons helpen ons leven door Jezus te laten vormen en veranderen. 

zaterdag 15 september 2012

Oordeel niet ….. (3)


Ook Paul van Geest schrijft in zijn column ‘Reprimande en vergeving’ in het ND over oordelen (in de zin van ‘terechtwijzen’). “Zo schrijft Augustinus in het vijfde hoofdstukje van dit werk (AG: Praeceptum) dat iemand een ander mag terechtwijzen als deze inderdaad nalatig is geweest of laakbaar gedrag heeft getoond. Maar hij voegt daaraan toe dat de terechtwijzer moet oppassen voor zijn eigen harde woorden.  Voordat deze zijn woorden van terechtwijzing heeft uitgesproken moet hij al wél weten met welke genezende woorden hij de harde woorden verzacht. Augustinus acht het dus ontoelaatbaar dat iemand slechts kapittelt zonder de reprimande af te sluiten met woorden waaruit vergevingsgezindheid blijkt.”

Dallas Willard haalt in zijn boek ‘Gods geheime plan – De herontdekking van een leven met Jezus’ de heilige Dominicus aan en zegt over hem: “Hij berispte overtreders rechtvaardig en zo liefdevol dat niemand ooit opstandig reageerde op zijn correcties en bestraffing.” En Paulus zegt in Galaten 6: “Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid. Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na.”

En hoe zit het nu met ‘de tempelreiniging’ zoals Jezus die uitvoerde? Hier is toch ook sprake van veroordeling? Willard zegt daar dit over: “We moeten oppassen voor de gedachte dat we best mogen veroordelen, zolang we maar de juiste dingen veroordelen. Zo simpel is het niet. Het is Jezus toevertrouwd de tempel binnen te gaan en de mensen die van de godsdienst profiteerden met een zweep te verdrijven. Aan mij kun je zoiets niet toevertrouwen.” Ook Grün doet een soortgelijke waarschuwing in het boek ‘Beelden van Jezus’: “Een dergelijke identificatie met Jezus is altijd gevaarlijk. Ze leidt er toe dat ik blind ben voor mezelf. Ik ben Jezus niet.” 

vrijdag 14 september 2012

Oordeel niet ….. (2)


Toch is volgens Dallas Willard (in zijn boek ‘Gods geheime plan – De herontdekking van een leven met Jezus’) ook oordelen in de zin van beoordelen een ingewikkelde taak. “(…) omdat degenen die beoordeeld worden misschien niet in staat zijn het anders op te vatten dan als een aanval op hun persoonlijkheid.” Een negatieve beoordeling van wat ze doen kunnen ze beschouwen als een veroordeling van zichzelf als persoon (‘Ik ben wat ik doe’).

Maar waarom is veroordelen nu zo destructief? Omdat een veroordeling (actie) vaak leidt tot een veroordeling als reactie. Oordeel niet (actie), opdat er niet over jullie geoordeeld wordt (reactie). Willard zegt er dit over: “Het gevolg van veroordeling en beschuldiging is een tegenaanval (reactie) met vrijwel dezelfde inzet.” Met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden. “Deze wisselwerking verklaart waarom veroordeling als manier om de mensen die ons het naast staan te corrigeren of te ‘helpen’, bijna altijd zal mislukken.” Dus de bedoeling (mensen corrigeren of helpen) mislukt en je kwetst, verwerpt die mensen ook nog eens.

Jezus laat ons de manier zien om mensen te helpen: stop met veroordelen! ‘Veroordeling is de balk in ons oog. Veroordeling, (…), maakt ons blind voor wie de ander werkelijk is. We hebben geen heldere kijk op hoe we onze broeder kunnen helpen, omdat we onze broeder niet kunnen zien.’ “Wanneer we het leven binnengaan van vriendschap met de Jezus die nu aan het werk is in ons heelal, komen we in een nieuwe realiteit terecht waar veroordeling gewoon niet aan de orde is.” We handelen in een geest van agapè. De gezindheid van het koninkrijk zoals Jezus die in de Bergrede aan ons presenteert.

woensdag 12 september 2012

Oordeel niet ….. (1)


Ik sprak recentelijk met anderen over ‘oordelen’ en ‘veroordelen’. We zeiden tegen elkaar dat het oordeel een relatie blokkeert (leidt tot onverbondenheid). Ook waren wij het er over eens dat veroordelen een soort primaire menselijke reactie is, waar we (in beginsel) allemaal last van hebben. En dat wij ‘veroordelen’ moeten nalaten. We vonden het wel lastig, omdat er in de bijbel ook voorbeelden staan van een Jezus die (ver)oordeelt. Denk maar aan de ‘tempelreiniging’ (Matteüs 21 / Marcus 11 / Lucas 19).

Dallas Willard schrijft in zijn boek ‘Gods geheime plan – De herontdekking van een leven met Jezus’ over (ver)oordelen. Hij doet dit naar aanleiding van Matteüs 7 : 1 – 5. “Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. ……” Willard stemt er mee in, dat veroordelen een soort primaire menselijke reactie is. Hij noemt het in zijn boek een diep gewortelde menselijke gewoonte om elkaar te veroordelen en te beschuldigen. Hij roept ons op die gewoonte af te leggen, er mee te stoppen.

Maar wat betekent oordelen in de zin van veroordelen eigenlijk? Met veroordelen zeggen we dat iemand niet aanvaardbaar is. We verwerpen iemand. We zetten iemand in de hoek, op zijn plaats. Veroordeling bevat volgens Willard altijd een element van zelfrechtvaardiging, vergelijking en gaat veelal samen met boosheid en minachting. Met een veroordeling wijzen we iemand af.

Er is ook een oordelen in de betekenis van beoordelen, het maken van onderscheid tussen verschillende dingen. Met deze vorm van oordelen is niets mis. “We kunnen gewoon niet om het beoordelen van dingen heen, en Jezus zelf drukt ons in de tweede helft van Matteüs 7 juist op het hart dat we dingen moeten onderscheiden en, in die zin, moeten we ‘oordelen’.”

maandag 3 september 2012

Gods geheime plan – Dallas Willard


De vakantieperiode 2012 is definitief voorbij. Ook m'n laatste dochter is vandaag naar school gegaan. Tijd om weer eens een blog te publiceren, maar waarover? Ik heb overwogen om een blog te schrijven over ‘Oproep: laat Stroom niet toe tot GKV’, maar om nu na de vakantie direct al kritisch van start te gaan, dat lijkt mij niet wenselijk. Kritisch, omdat ik moeite heb met deze oproep! Laat ik bij iets positiefs beginnen: ik las de afgelopen weken het boek ‘Gods geheime plan – De herontdekking van een leven met Jezus’ van Dallas Willard. Wat een bijzonder boek! Via de blog van Jos Douma (dank je Jos) en via recensies over genoemd boek kwam ik ‘Gods geheime plan’ op het spoor. Het boek is er al langer, maar dan in de oorspronkelijke Amerikaanse uitgave. Daar kan ik vanwege de Engelse taal onvoldoende mee uit de voeten. Nu dus ook in het Nederlands, voor mensen met een beperking zoals ik. 

‘Gods geheime plan’ vind ik een fantastisch boek. Het is een boek dat het waard is stukgelezen te worden. Gelukkig is deze uitgave nu eens geen paperback, maar een heus ingebonden boek. Dus voordat deze daadwerkelijk stukgelezen is, ben je een paar weekjes verder. Waarom ik het een bijzonder boek vind? Dat is eigenlijk best wel een lastig te beantwoorden vraag. Laat ik het toch proberen, zonder compleet te willen zijn. Het is een bijzonder boek omdat het gaat over de Bergrede (Matteüs 5 – 7) en het leerling-zijn (discipelschap) van Jezus. Het worden als Jezus. Jezus is niet alleen onze Redder, maar ook onze Leraar. Het boek bevat niet alleen veel (diepgaande) informatie daarover, maar ook een heus ‘lesprogramma van de masterclass’, een leerweg om te worden als Jezus. Willard helpt je dus ook echt praktisch op weg in je discipelschap van Jezus. 

In het boek behandelt Willard een veelheid aan onderwerpen en deze veelheid gaat niet ten koste van diepgang. Zo schrijft Willard over ‘boosheid’ (Mat. 5 : 21 – 26) alsof hij het voor mij geschreven heeft. Ik heb al wat blogs rond het onderwerp ‘(ver)oordelen’ geschreven en ook op de School voor Pastoraat (Koinonia) komt ‘veroordeling’ als aandachtspunt en onderwerp met een zekere regelmaat voorbij. Maar ik heb nog niemand zo uitgebreid en diepgaand dit onderwerp zien behandelen als Willard in zijn boek ‘Gods geheime plan’. Willard lijkt niet alleen theologisch onderlegd te zijn, maar ook veel kennis en inzicht te bezitten over de psychosociale kant van de mens. Juist de combinaties van kennis en inzicht maakt het boek zo boeiend. 

Hij schrijft over het gebed en het Onze Vader. Hij schrijft over dat Jezus niet ver weg is, maar juist heel dicht bij. Willard brengt God in zijn boek ook heel dichtbij. Ik stel mij nu voor dat God naast mij zit in de kerk of in de auto. Bij mij zit als ik de bijbel lees en/of bid. Ik zie Hem niet, maar Hij is er wel. Willard schrijft over het leven als een eeuwig leven. Een leven dat we als mens beginnen en op een gegeven moment aan de andere kant van de eeuwigheid voortzetten. Ik had het vage idee dat ik na mijn dood als het ware een geestelijke reset en zo een volmaakt, nieuw begin zou krijgen. Willard laat zien dat er een verband is tussen het menselijke leven op aarde en het geestelijke leven na je dood. Willard schrijft over karaktervorming en het voortbrengen van vruchten van de Geest.

Al met al is het een boek waarvan ik denk: mijn leven wordt na het lezen van dit boek nooit meer hetzelfde. De inhoud van het boek kan ik niet achteloos naast mij neerleggen. Ik moet er wat mee. Ik wil er wat mee. Ik wil het boek gebruiken om het leven met Jezus te herontdekken. 



zondag 24 juni 2012

Communicatie: acceptatie óf afwijzing


De afgelopen maanden maakte ik een cursusdag over ‘communicatie’ mee. De dag had als doel je bewust te worden van en je te trainen in communicatievaardigheden. Het was een boeiende dag waarvan ik veel geleerd heb. Vooral aan het volgende denk ik nog regelmatig terug: communicatie is óf aanvaarding / acceptatie óf afwijzing. Met ons spreken drukken wij aanvaarding óf afwijzing uit. Wat zal het een zegen zijn als wij ons hiervan wat meer bewust zouden worden en dit zouden toepassen in ons spreken.

Wat zou het heilzaam zijn als ouders in de terechtwijzing van hun kinderen aanvaarding meegeven. Wat zou het constructief zijn als mannen en vrouwen in hun relatie acceptatie aan elkaar doorgeven. Wat zou het goed zijn als in de kerk (pastorale) gesprekken gekenmerkt worden door onderlinge aanvaarding en acceptatie in plaats van afwijzing.

Ik snap nu ook beter dat Henry Cloud waarheid zonder genade (of liefde) veroordeling noemt. Het spreken van waarheid zonder aanvaarding (zonder genade of liefde) betekent veroordeling. Juist genade en liefde hebben alles te maken met aanvaarding en acceptatie. Juist het aanvaarden van de ander leidt tot onderlinge verbondenheid. Het spreken van waarheid zonder dat daarin (in de toonzetting, in de bedoeling, in de manier waarop) liefde, aanvaarding tot uitdrukking wordt gebracht, leidt tot onverbondenheid, scheiding, eenzaamheid.

Is dat niet de reden dat in de bijbel waarheid en liefde nadrukkelijk aan elkaar verbonden zijn (1 Korintiërs 13)? Ons spreken (o.a. van waarheid) moet gecombineerd zijn met acceptatie en aanvaarding van de ander. Jezus is waarheid én liefde. Willen wij op Jezus lijken (en wie wil dat niet), dan brengen wij beide aspecten tot uitdrukking. Het (in je spreken) gaan voor (bijbelse) waarheid zonder daarbij oog te hebben voor acceptatie van de ander, is in Gods ogen waardeloos. 

zondag 17 juni 2012

Pas op met dé waarheid


Ik hoor soms mensen zeggen dat ze  bijbelse waarheid (moeten) verdedigen. Op moeten komen voor de waarheid zoals die in de bijbel staat. Daar is op zich niets mis mee, maar weten ze wel zeker dat het om de waarheid gaat of is er sprake van hun waarheid? De bijbelse waarheid zoals zij die zien?

In de gemeente waarvan ik lid ben, speelt een kwestie waarbij zustergemeentes een heel andere waarheid hanteren dan de gemeente waarvan ik lid ben. Zusterkerken dus die over dezelfde kwestie heel anders denken. Is dat niet een aanwijzing dat er bij ons in deze kwestie te snel gesproken wordt over de waarheid? En dat er sprake kan zijn van de waarheid zoals wij die zien in plaats van de waarheid?

Iets het predicaat ‘de bijbelse waarheid’ meegeven heeft nog een ander effect. Het zet de onderlinge communicatie op scherp. Een dialoog is daarmee nauwelijks meer mogelijk en daarmee de mogelijkheid van verbinding, onderlinge verbondenheid. Iemand zei eens: “(…) als mens is het wezenlijk dat je de ontmoeting met (…) ‘de ander’ aankunt, dat je in staat bent je tot nieuwe inzichten te laten verleiden. Wie dat niet kan of wil, zit onwrikbaar vast in zijn eigen gelijk.” Van iets zeggen dat het de waarheid is, kan gemakkelijk een manier zijn om je eigen gelijk af te dwingen. Jouw waarheid verhef je daarmee tot de waarheid: eind van alle tegenspraak. Van een echte ontmoeting zal dan geen sprake zijn. 

Er is nog iets anders. Het niet in staat zijn je tot nieuwe inzichten te laten verleiden, is in strijd met het hart van het christelijk geloof. “God is altijd groter dan wij, groter dan onze voorstellingen en 'waarheden'.” Als je denkt de (bijbelse) wijsheid in pacht te hebben, dan ga je als het ware naast God op Zijn troon zitten. Je gaat er aan voorbij dat wij als mensen door een ‘onscherpe’ bril naar de (bijbelse) waarheid kijken. Laten we oppassen zeker bij zaken waarover binnen hetzelfde kerkverband al verschillend gedacht en gehandeld wordt, te spreken over ‘de waarheid’.

zondag 6 mei 2012

De sleutel tot het emotionele ligt in het rationele


Kees Roest schreef het boekje ‘Niets moet, alles mag –Praktische handleiding voor gezond denken en zelfvertrouwen’. In het boekje besteedt Roest aandacht aan de vraag: ‘Waar hebben wij het vaak moeilijk mee?’ ‘(…) met het accepteren van onszelf zoals wij zijn, het accepteren van anderen zoals ze zijn en het accepteren van de omstandigheden zoals deze zich aandienen.’

Deze blog (en het boekje van Roest) sluit daarmee mooi aan op mijn vorige blog ‘Een grote God en een grote ik’. In die blog schreef ik o.a. over het klein en minderwaardig denken over jezelf. Het onderstrepen van je aanvaard-, geaccepteerd- en geliefd-zijn is één ding, maar de grote vraag is hoe je dat je toe kan eigenen. Ook kan er sprake zijn van psychische obstakels, ‘denkfouten’, ongezonde moetens, etc. Het hameren op het aambeeld van aanvaard-zijn is dan ontoereikend.

Om zicht te krijgen waarom wij dit zo moeilijk vinden, moeten we ons volgens Roest verdiepen in de mechanismen die een dergelijke onevenwichtigheid in stand houden. Het boekje baseert zich daarvoor op de Rationeel Emotieve Therapie (RET). Een therapie waarin de verandering van denkpatronen en gedrag centraal staat. Het hoofdprincipe van de RET-aanpak is: “Het zijn niet de gebeurtenissen die bepalen hoe we ons voelen (en wat we vervolgens doen), maar onze opvattingen over de gebeurtenissen.” Anders gezegd: “’Het zijn niet de problemen zélf, die ons zoveel last bezorgen, maar de manier waarop we tegen deze problemen aankijken.’” ‘In precies dezelfde situatie zal de één anders reageren dan de ander, omdat de één anders dénkt dan de ander.’

Volgens Roest zit juist in wat wij denken de bron van veel spanning, stress en onzekerheid. Daarnaast kijken wij door een bepaalde bril naar de gebeurtenissen. De glazen van die bril zijn zomaar gekleurd door ‘denkfouten’. In het boekje beschrijft hij een aantal veel voorkomende denkfouten, zoals zwart-witdenken. Ook zijn alle irrationele, ongezonde manieren van denken terug te voeren op drie kern-moetens: Ik moet perfect zijn. Iedereen moet mij aardig vinden en respecteren. Alles moet mij meezitten. Dit zijn ongezonde moetens. Roest schrijft dat het niet de omstandigheden zelf zijn die voor onze emotionele problemen zorgen, maar dat het ons denken, onze kijk op de werkelijkheid, onze denkfouten, onze ongezonde moetens zijn die voor allerlei spanning in onszelf zorgen.

De RET-methode wil dat wij onze gedachten (over die gebeurtenissen of omstandigheden) ter discussie stellen. Dat wij van onze gedachten nagaan of deze gezond, logisch, helpend zijn (‘rationeel’). Als een gedachte niet rationeel is, moet deze vervangen worden door een gedachte die dat wel is. ‘De RET is niet bedoeld om je te laten zien dat je bepaalde dingen anders hád kunnen doen, maar dat je die dingen anders kúnt doen. Het gaat erom de ongezonde, destructieve emoties te vervangen door gezonde, helpende emoties. De sleutel daartoe is datgene wat je dénkt. De sleutel tot het emotionele ligt in het rationele. Wie met de RET aan de slag gaat, ontdekt (…) al snel welke denkpatronen zorgen voor negatieve spanning, faalangst en een gebrek aan zelfvertrouwen.’

zaterdag 28 april 2012

Een grote God en een grote ik


Ik las deze week een tweet (twitterbericht) van Wilkin van der Kamp: ‘Je kunt niet in een grote God geloven en klein en minderwaardig over jezelf blijven denken.’ Wat een mooie tweet is dit! Waarom? Omdat er zoveel, zoveel, zo heel veel mensen zijn die klein en minderwaardig over zichzelf blijven denken. Van zo’n manier van denken over zichzelf niet los kunnen komen. Wat is het verdrietig als mensen zo over zichzelf (blijven) denken.

Juan Carlos Ortiz besteedt in zijn boek ‘Leven met Jezus van dag tot dag’ ook aandacht aan dit thema. Hij schrijft over de vraag: Waarom accepteert, aanvaardt God je? ‘Accepteert God ons omdat we zo aardig zijn, omdat we een goed karakter hebben, omdat we zo spontaan zijn? Accepteert Hij ons omdat we geloven dat we de juiste leer hebben? Accepteert Hij ons omdat we allerlei goede werken doen? Nee, Hij accepteert ons op grond van het bloed van Christus.’

Ortiz stelt de vraag: Waarom heeft God je lief? ‘Omdat Hij ons gemaakt heeft en wij zijn kinderen zijn. Als u kinderen hebt, zijn die dan volmaakt? Zijn ze nooit ongehoorzaam? Zien ze er altijd schoon en netjes uit? Nee, natuurlijk niet. Waarom houdt u dan van hen? U houdt van hen omdat ze uw kinderen zijn.’ Zo houdt ook God van je. ‘Ondanks alles houdt Hij van u.’

Ortiz schrijft over zijn eigen ervaringen met dit onderwerp. Hij zegt over zichzelf: ‘Weet je wat jouw probleem is, Juan Carlos?’ ‘Je hebt jezelf niet geaccepteerd zoals je bent.’ “’Weet je, Juan Carlos,’ ging de Heer verder, ‘Ik ken je beter dan jij jezelf kent. Eigenlijk ben je nog slechter dan je denkt. Maar Ik heb jou aangenomen – niet om wat jij gedaan hebt, maar vanwege het bloed van Jezus. (…) Tenzij jij jezelf al je verkeerde dingen vergeeft (…), zul je nooit vrede met jezelf vinden.’” Innerlijke vrede ontstaat als je jezelf accepteert, je jezelf aanvaardt zoals je bent.

Denk je klein en minderwaardig over jezelf? Word je dan bewust van de grootheid van God. Een grootheid die concreet gemaakt is (ook) in jouw leven: God aanvaardt je, Hij accepteert je, Hij houdt van je. Je bent meer geaccepteerd, aanvaard en geliefd dan je ooit hebt durven hopen! Pak dat aan. Eigen je dat toe! Je bent een GROTE ik. 

maandag 23 april 2012

Leven met Jezus (2)


Als je de voorkeur geeft aan zo’n leven, boven religie, word je relatie met Hem vertrouwelijk. De vriendschap met Christus groeit. We gaan steeds meer het gesprek met Christus aan en bewaren dat spreken niet alleen meer voor onze tijden van gebed. Het is meer een voortdurende dialoog met Christus. We luisteren steeds meer naar de Geest die in ons leeft. ‘Leven in de Geest is niet: geleid worden door het systeem van een religie, het is geleid worden door de innerlijke aanwezigheid van God.’ Ortiz schrijft dat er (veel) christenen zijn die hun leven in tweeën delen: een geestelijk leven en een wereldlijk leven. Op die manier heb je twee middelpunten in je leven. Christus en iets of iemand anders. Op die manier leven wij het Koninkrijk van God niet voor aan de mensen om ons heen. Het licht zetten we zo onder de korenmaat. Laat zien wie je werkelijk bent. Laat zien dat je een levende relatie hem met God (een Persoon, niet een stel regels). Mensen om ons heen moeten volgens Ortiz de liefde van de Vader in ons zien.

Ortiz schrijft over de kerk en de verdeeldheid tussen kerkgenootschappen en zelfs binnen een kerkgenootschap. ‘Wij kunnen niet alle kerken in eenheid tot elkaar brengen, maar we kunnen ons wel steeds meer bewust worden van de verschrikkelijke situatie waarin we ons bevinden.’ Bewustwording is het begin van de verandering. Die verandering kan o.a. handen en voeten krijgen door hen lief te hebben die niet denken zoals wij. Ortiz stelt in zijn boek de vraag: “(…) hoe kan ik iemand accepteren, als ik geloof dat zijn leer helemaal fout is?” ‘Ons probleem is dat de basis waarop we iemand accepteren fout is.’ God accepteert ons op grond van het bloed van Christus. God heeft ons lief omdat Hij ons gemaakt heeft en wij zijn kinderen zijn. Diezelfde maatstaf zullen we ook moeten aanleggen naar andersdenkenden. ‘Als u degenen liefhebt die u liefhebben, en met wie u het eens bent, bent u dan anders dan de wereld?’ Onze problemen met mensen om ons heen zijn soms een afspiegeling van de problemen die we met onszelf hebben. Die problemen ontstaan volgens Ortiz doordat we niet echt geloven dat ons probleem met God volkomen en voor altijd is opgelost. ‘Je hebt jezelf niet geaccepteerd zoals je bent.’ Innerlijke vrede ontstaat als we onszelf accepteren. ‘Toen ik (AG: Ortiz) mezelf eenmaal had aanvaard en mezelf al mijn zonden had vergeven, liet de Heer me zien dat ik mijn broeders en zusters moest accepteren zoals ze zijn en hun ook alle zonden moest vergeven.’

zondag 22 april 2012

Leven met Jezus (1)


Juan Carlos Ortiz schreef het boek ‘Leven met Jezus van dag tot dag’ (Living With Jesus Today). Hij schrijft in zijn boek over geestelijke groei en vraagt zich af hoe het kan dat sommige christenen niet veranderen (groeien). ‘Groei komt vanzelf als wij ons leven op Hem richten en als wij weten dat Hij in ons leeft. Het is zijn leven in ons dat vrucht voortbrengt.’ Ook houdt Juan ons voor dat een te sterk bewustzijn van de Christus-naar-het-vlees je kan belemmeren om Hem in de geest te kennen. Christus is niet alleen een Jezus die ooit geleefd heeft (historische Jezus), maar ook ‘de levende, verheerlijkte Jezus die ook vandaag in ons midden is’. Kennis van de historische Jezus moet als doel hebben Hem te kennen zoals Hij nú is. Wij hebben een relatie niet met Jezus die ooit geleefd heeft, maar met Christus zoals Hij nú is. Groei komt voort uit leven. Alleen iets wat leeft, kan groei geven.

Ortiz schrijft over het verschil tussen het oude en nieuwe verbond. Eén van de verschillen is dat in het nieuwe verbond Christus (door Zijn Geest) in ons hart willen wonen. Christus is niet alleen iemand buiten ons (in de hemel of ooit rond het begin van onze jaartelling op de aarde), maar Iemand die in ons woont en ons van binnenuit willen vernieuwen, veranderen. ‘We moeten leren om de ruimte te geven aan wat al in ons aanwezig is.’ ‘Het wordt tijd dat we ons van zijn aanwezigheid bewust worden.’ Geestelijk leven is niet iets dat zich (alleen) in de kerk afspeelt. Het gewone leven van alle dag is het geestelijk leven. Christen-zijn is het leven zelf. ‘Gods bedoeling was altijd al een manier van leven, niet een religie.’

zaterdag 14 april 2012

Gouden regel


Anselm Grün geeft in zijn boek ‘Benedictijnse regels – voor een gelukkig leven’ een voorbeeld van een gouden regel vanuit de Bijbel (Matteüs 7 : 12): Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. “Het is een gouden regel, omdat hij het leven aangenamer maakt en omdat hij ons leven iets van de glans van volmaaktheid en volledigheid geeft.”

Wat een mooi en sprekend voorbeeld is dit! Stel je eens voor dat wij vanaf nu ons zouden laten leiden door deze regel: behandel anderen zoals jezelf behandeld zou willen worden. Het leven zou er drastisch anders uit gaan zien. Relaties zouden herstellen. Verdorde gemeenschappen zouden opbloeien. We zouden alleen nog maar eerlijk zaken met elkaar doen. Het percentage echtscheidingen zou teruglopen, etc., etc. Grün heeft gelijk: het leven zou iets van de glans van volmaaktheid en volledigheid terugkrijgen.

De praktijk is echter weerbarstig. Wij passen deze gouden regel onderling niet altijd toe. Wij hanteren een totaal andere regel: behandel anderen zoals jezelf behandeld bent. De schaduwkant, de destructieve kant van deze regel is: ‘De misbruikte misbruikt, de mishandelde mishandelt, de afgewezene wijst af.’ Dit rijtje is gemakkelijk uit te breiden met andere voorbeelden. Helaas passen christenen (de kerk) ook deze 'totaal andere regel' toe. Maar christenen hebben een gouden regel van hun Heer gekregen: behandel anderen zoals jezelf behandeld zou willen worden (dus niet zoals jezelf behandeld bent). Is deze gouden regel niet een teken van liefde?

maandag 9 april 2012

Regels voor een gelukkig leven


Anselm Grün schreef het boekje ‘Benedictijnse regels – voor een gelukkig leven’. Het boekje is een uitwerking van de vraag: Hoe kan de mens gelukkig zijn? Grün geeft aan dat geluk niet gekocht kan worden, maar verkregen kan worden door een ‘innerlijke weg’ te bewandelen.

“Een belangrijke weg naar het geluk loopt via de deugden, die de mens helpen om zijn leven te laten deugen. Het zijn grondhoudingen, die de mens houvast geven. Het zijn waarden, die het leven waardevol maken.” Het zijn volgens Grün uitgangspunten, die het leven de oorspronkelijke glans geven die het van Godswege toekomt. “Het zijn gouden regels.” Grün schrijft dat de mens regels nodig heeft die zijn leven ordenen en in orde brengen, die het leven richting geven.

Hij geeft vanuit de Bijbel (Matteüs 7 : 12) een voorbeeld van zo’n gouden regel: Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. “Het is een gouden regel, omdat hij het leven aangenamer maakt en omdat hij ons leven iets van de glans van volmaaktheid en volledigheid geeft.”

In zijn boek beschrijft hij de volgende tien grondhoudingen.
  1. Het geluk van de oplettendheid
  2. Het geluk van de ontmoeting
  3. Het geluk van de dankbaarheid
  4. Het geluk van de harmonie
  5. Het geluk van de kalmte
  6. Het geluk van de gezondheid
  7. Het geluk van de levensvreugde
  8. Het geluk van de liefde
  9. Het geluk van de stilte
  10. Het geluk van de tevredenheid

zondag 8 april 2012

'Er is maar één ding noodzakelijk'


In Lucas 10 : 38 – 42 kunnen we het volgende lezen: Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’ De Heer zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’

In de ND-bijlage van 7 april staat een interview met Renée van Riessen met als titel ‘Eten met de deur open’. In dit interview wordt bovenstaande geschiedenis aangehaald: “De ziel zit vooral in ons doen. Denk aan Marta in de Bijbel, die druk bezig was met bedienen toen Jezus bij haar kwam. Wij lezen dat vaak alsof Jezus kritiek op haar heeft, terwijl Maria het beste deel koos, om naar Jezus te luisteren. Maar bij Meister Eckhart, een mysticus uit de middeleeuwen, vind je al dat je het ook anders kunt lezen. Marta heeft ‘het’ al gevonden; zij kan bezig zijn en tegelijk toch bij de Meester zijn. Maria moet dat nog leren; daarom moet zij aan de voeten van de Heer zitten.’”

‘Er is maar één ding noodzakelijk.’ Welk ding is dat? Henri Nouwen geeft in zijn boekje ‘Een levende herinnering – Dienst en gebed als verwijzing naar Jezus’ daarop een antwoord. Nouwen schrijft daarin dat Jezus vraagt om toewijding aan God en God alleen. Dat is het ene ding dat noodzakelijk is. “God wil ons hele hart, ons hele verstand en onze hele ziel. Het is deze onvoorwaardelijke en onbeperkte liefde tot God die leidt tot de zorg voor onze naaste, niet als activiteit die ons van God afleidt of met onze aandacht voor God concurreert, maar als een uiting van onze liefde tot God die zich aan ons openbaart als de God van alle mensen.” Volgens Nouwen is onze hele bediening gebaseerd op onze persoonlijke en gemeenschappelijke relatie met God. 

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO