zondag 26 februari 2012

Grote woorden en onttrekking na herdoop


Ik las in de Reformatie een artikel van Prof. C.J. de Ruijter waarin hij een voorval beschrijft zoals hij dat ooit meemaakte. ‘Het was vlak na de invoering van de liedselectie, dat ik ergens voorging. Ik had een lied uit het liedboek opgegeven, maar constateerde dat heel wat mensen niet meezongen. Toen ik dat achteraf besprak met de ouderling van dienst zei hij: “Vind u het gek? Er zijn altijd grote woorden gebruikt over het onschriftuurlijk karakter van het liedboek en nu moeten we opeens meer dan honderd van die liederen gaan zingen. Dat wil er bij mij niet in.” Ik moet zeggen dat ik de klacht wel herkenbaar vond. Er zijn voorheen binnen de vrijgemaakte kerken wel behoorlijk grote woorden gebruikt om bepaalde keuzes te onderbouwen. Maar je kunt dan later moeilijk een andere keuze rechtvaardigen, als die grote woorden niet eerst worden teruggenomen.’ Tot zover De Ruijter.

Ik moest hieraan denken bij het schrijven van mijn blogs over ‘onttrekking na herdoop’. Over dit onderwerp zijn behoorlijke grote woorden gesproken. Als een kerkenraad nu conform het synodebesluit een andere keuze maakt, dan is die andere keuze moeilijk te rechtvaardigen. Het ene moment zet je als raad behoorlijk massief in op de stelling ‘herdoop (zonder berouw) = een onttrekking aan de kerk’ en later laat je die massieve stelling los. Dan heb je wel wat uit te leggen. Je stapt toch niet zomaar weg achter grote woorden? Je had toch niet lichtvaardig een massief standpunt ingenomen?

Hoe los je dit nu op? Er is maar (zoals De Ruijter ook aangeeft) één goede oplossing: die grote woorden moet je eerst terugnemen. Als dat niet gebeurt, kan gemakkelijk de klacht klinken zoals in het voorbeeld van De Ruijter: ‘Dat wil er bij mij niet in.’

Helaas vinden mensen het moeilijk om grote woorden terug te nemen. Een andere ‘aanpak’ wordt dan toegepast. Zo wordt dan geprobeerd de kool en de geit te sparen. Beide meningen (voor of tegen het synodebesluit) zouden naast elkaar kunnen bestaan en mogelijk zijn. Maar dat is natuurlijk een weinig bevredigende verklaring. Immers, als beide meningen mogelijk zijn, dan was het innemen van een massief standpunt en het gebruik van grote woorden niet nodig geweest. Een andere aanpak is om met kromme redeneringen te proberen een ‘draai’ te geven aan het verleden. Het zijn echter geen oplossingen. Het terugnemen van grote woorden heeft o.a. te maken met het je kwetsbaar durven opstellen. Helaas blijkt dat voor veel mensen een lastige aangelegenheid te zijn. 

vrijdag 24 februari 2012

Logisch denken en herdoop


In mijn blog ‘God en logisch denken’ schreef ik naar aanleiding van het boek ‘Heel je ziel en zaligheid – Worden als Jezus’ van Dallas Willard het e.e.a. over het gezonde verstand. Over logisch denken. In deze blog pas ik dat toe op het onderwerp ‘Onttrekking na herdoop’.

Het is niet de feitelijke daad of actie die iets moreel verwerpelijk maakt, maar het motief achter de daad. Een leugen is zonde, maar kan door het motief een noodleugen blijken te zijn en is daarmee niet moreel verwerpelijk. Een moord is zonde, maar kan door het motief (en de omstandigheden) in moreel opzicht acceptabel zijn. Allerlei van dit soorten voorbeelden zijn er te noemen ook vanuit de Bijbel, de kerkelijke praktijk en vanuit de wereldse rechtspraak.

Dit geldt ook bij ‘goede’ dingen. De offerdienst ten tijde van het Oude Testament was goed, naar de wil van God. Maar als dit niet gedaan werd met het juiste motief of intentie, dan walgde God daarvan. In de kerk of in ons persoonlijk leven kunnen we allerlei goede dingen ondernemen, maar als het motief verkeerd is (niet gericht is op God), dan is het (om het heel scherp te zeggen) feitelijk afgoderij.

Kort gezegd: het motief is dus doorslaggevend en niet de daad. Dit principe zou je een Bijbels principe kunnen noemen. Het is daarom toch een kwestie van logisch denken om dit principe ook toe te passen bij een herdoop? Toch kreeg dit ‘logisch denken’ geen voet aan de grond in kerken die de regel hanteerde: herdoop (zonder berouw) = een feitelijke onttrekking aan de kerk. De daad gaf de doorslag en het motief was daarbij niet van belang. Ook het feit dat het hier om een Bijbels principe gaat, legde blijkbaar onvoldoende gewicht in de schaal.

Inmiddels heeft de Synode van Harderwijk (2011) een uitspraak gedaan. Zij gaven ‘logisch denken’ wel een plaats in hun overwegingen en besluitvorming. De synode laat het motief de doorslag geven en dus niet de daad. In de uitspraak onderscheidt de synode twee verschillende motieven. Of iemand laat zich overdopen als overgang naar een andere gemeente of iemand laat zich overdopen om andere redenen zoals ‘bevestiging van geloofsvernieuwing’. Ook zag de synode vanuit de Schrift geen reden om dit logisch denken te begrenzen of te overrulen.

zondag 19 februari 2012

God en logisch denken


Dallas Willard schrijft in zijn boek ‘Heel je ziel en zaligheid – Worden als Jezus’ over ‘het cruciale belang van logisch denken’. Hij zegt daar dit over: “Om God goed te kunnen dienen moet ons denken logisch zijn. Krom denken, bewust of onbewust, stimuleert altijd het kwaad. Wanneer kromme redeneringen worden verheven tot de juiste leer, religieus of seculier, kost dit altijd mensenlevens.” Hij wijst er op dat het de grote denkers zijn geweest ‘die het volk van God door de geschiedenis hebben geleid: Athanasius en Augustinus, Luther en Calvijn’.

Maar wat betekent logisch (of helder) denken? Volgens Willard betekent helder denken ‘het opnemen van de informatie van de Schrift in een denken dat wordt geleid en versterkt door de Heilige Geest, en het jagen naar de waarheid met het vastberaden doel uit haar te leven’. ‘Denken en leven gaan hand in hand’.

Logisch denken wordt begrensd door God, door zijn woorden (de Bijbel). Het is God die logisch denken kan overrulen. God is de ontwerper van ons (logisch) denken. Hij staat daar als het ware boven. Logisch denken (gezonde verstand) en de Bijbel vinden we terug in een citaat van Maarten Luther zoals Willard dat opgenomen heeft in zijn boek. Luther zegt tegen zijn ondervragers in Worms dit: ‘Tenzij ik word veroordeeld door de Schrift en het gezonde verstand (…), is mijn geweten een slaaf van Gods Woord. Ik kan en wil niets herroepen, want tegen het geweten ingaan is goed noch veilig. Zo helpe mij God. Amen.’

Willard ziet ook gevaren op dit terrein. Het terrein van ons denken, ons verstand.
  1.  Het eerste gevaar is trots. ‘Wanneer we iets uit de Schrift hebben geleerd en nadenken over wat we hebben geleerd, maken we er heel gemakkelijk een formule van.’ 
  2. Een tweede gevaar is het niet kennen van de feiten. ‘C.S. Lewis zegt in Brieven uit de hel daarom dat een jonge atheïst niet voorzichtig genoeg kan zijn met wat hij leest. Hij moet zijn onkunde stevig beschermen!’ In dit opzicht lijken veel christen op deze jonge atheïst. 
  3. Het derde gevaar is dat we toestaan dat onze verlangens ons denken gaan beheersen. ‘We moeten erkennen dat verlangens soms een rol spelen bij geloofszaken.’ 
  4. Het laatste gevaar heeft volgens Willard te maken met de beelden die we in ons denken toelaten. Als voorbeeld noemt hij het vrijheidsidee. ‘Mensen willen op bijna geen enkele manier worden beperkt of beheerst.’
In mijn volgende blog wil ik het onderwerp 'logisch denken' toepassen op het onderwerp 'onttrekking na herdoop'.

zondag 12 februari 2012

Onttrekking na herdoop


De GKv uit Zeewolde stelde (via de kerkelijke weg) de volgende vraag aan de Generale Synode Harderwijk 2011: is een overdoop (herhaalde doop) een grond voor een feitelijke onttrekking? Anders gezegd: is het feit van de herhaalde doop een reden, een argument om iemand als ‘onttrokken aan de gemeente’ te beschouwen?

De Synode gaf o.a. als antwoord dat als een gemeentelid zich opnieuw laat dopen en deze doop heeft voor het gemeentelid niet de betekenis van onttrekking en overgang naar een andere gemeente (maar bijvoorbeeld die van bevestiging van geloofsvernieuwing), dan blijft het gemeentelid lid van de gemeente. Dus de constatering van een onttrekking kan alleen volgen uit een bewuste overgang naar een andere gemeente. Het feit van de herhaalde doop is geen grond om een onttrekking te constateren.

Dat roept bij mij de vraag op: stel dat een kerkelijke gemeente nu (voordat het synodebesluit genomen was) zo’n feitelijke onttrekking heeft toegepast. En deze gemeente ratificeert  vervolgens de synodebesluiten hierover (en zegt daarmee dat de besluiten niet in strijd zijn met de Bijbel en de kerkorde), wat dan? Wat wordt dan de reactie van de gemeente naar het onttrokken gemeentelid toe? Het gemeentelid dat lid van de gemeente had willen blijven (en wellicht nog steeds lid wil zijn), maar van wie de naam door de kerkenraad doorgestreept is in het kerkelijke register. Ten onrechte is toch zijn naam doorgehaald en is er een onttrekking (tegen de wil van het gemeentelid in) geconstateerd? Wat nu?

Ik denk dat het gemeentelid onrecht is aangedaan. Er is iemand iets ontnomen (zijn kerklidmaatschap) op onjuiste gronden, met onjuiste argumenten. Die argumenten werden vanzelfsprekend niet pas onjuist door de uitspraak van de synode. Ze waren al onjuist en die onjuistheid is nu bekrachtigd door de uitspraak van de synode. Iemand als onttrokken beschouwen op onjuiste gronden, is een vorm van onrecht.

Wat doe je met dit onrecht? Wat doe je in het algemeen met onrecht? Ik schreef al eerder dat onrecht alleen gestopt kan worden door recht. Door het toegeven van schuld, door het vragen om vergeving en door het nemen van je verantwoordelijkheid. Zo ontstaat er ruimte in relaties. Dit onrecht heeft in het midden van de gemeente (publiekelijk) plaatsgevonden. Het rechtzetten van dit onrecht zal daarom ook in het midden van de gemeente moeten gebeuren.

Wat zou het een zegen zijn als een kerkenraad op deze manier laat zien wat genade is. Immers, genade is de core business van de kerk! Genade die niet alleen onder woorden gebracht wordt, maar ook wordt toegepast in daden. Want wat betekenen woorden zonder daden? 

donderdag 9 februari 2012

Liefde is het teken


Ik las het boekje ‘Liefde is het teken – terug naar de essentie van discipelschap’ van Francis Schaeffer. In dit boekje staat Schaeffer stil bij met name twee Bijbelteksten. De eerste is Johannes 13 : 33 –35. Jezus geeft volgen Schaeffer ‘de wereld het recht om te beoordelen of jij en ik wedergeborgen christenen zijn op basis van onze liefde jegens alle christenen’. ‘Jezus heeft het hier over onze (…) verantwoordelijkheid om andere ware christenen zó lief te hebben dat de wereld geen geldige reden heeft om te zeggen dat wij geen christenen zijn.’

De andere Bijbeltekst is uit het bekende hogepriesterlijke gebed: Johannes 17 : 21. Door het teken van de liefde (en de eenheid waarvan zij getuigt) kan de wereld weten dat Jezus gezonden is door de Vader. Het gaat hier om de liefde die christenen voor elkaar hebben. Dit stopt niet bij de eigen kerkmuren, maar strekt zich ook uit naar andere genootschappen en groeperingen.

Schaeffer beschrijft ook wat deze liefde betekent en hoe deze zichtbaar gemaakt kan worden. Liefde die niet zichtbaar is, kan door de wereld niet gezien worden. Liefde betekent dat je ‘het spijt me’ kan zeggen als je iemand onrecht hebt gedaan. Daarnaast moet er ook openlijke vergeving zijn. Hij doet een hartstochtelijke oproep in zijn boekje de zichtbare liefde in onze woorden en daden te laten doorklinken. 

maandag 6 februari 2012

Waarheid en lijden


In mijn vorige blog (‘Waarheid in het verborgene’) schreef ik over het boek ‘Waarheid in het verborgene’ van Arthur Katz en Paul Volk. Het boek gaat ook in op het thema ‘waarheid en lijden’. De schrijvers zeggen o.a. dit er over: ‘Het ontvangen van liefde tot de waarheid en van de Geest die ons in alle waarheid leidt, gaat onvermijdelijk gepaard met een zekere mate van lijden (…).’ Desillusie, onzekerheid, vernedering. Het opgeven van goedkeuring en waardering van andere mensen. Het overwinnen van je angst om afgewezen te worden. ‘We willen wanhopig graag voorkomen dat we moeten lijden. En we zullen dat ook tot elke prijs vermijden, we zullen zelfs de waarheid ervoor prijsgeven, tenzij onze liefde voor de waarheid groter is dan onze angst.’

‘Door nu (…) pijn te vermijden, wordt die later veel heviger. De waarheid komt ons nooit goed uit, en zolang we kiezen voor de gemakkelijkste weg, zullen we nooit in de waarheid wandelen.’’Maar waarachtigheid en oprechtheid moeten altijd duur betaald worden. We moeten alles wegdoen wat onecht is. De weg van de waarheid is altijd de weg van het kruis. We sterven aan onszelf als we een broeder in liefde confronteren en bereid zijn om ook zelf geconfronteerd te worden.’ In de Bijbel is hierover een mooi voorbeeld te vinden: Paulus die Petrus in liefde confronteert met z’n huichelarij (Galaten 2 : 11 – 14). 

zaterdag 4 februari 2012

‘Waarheid in het verborgene’


Ik las het boek ‘Waarheid in het verborgene’ (The Spirit of Truth) van Arthur Katz en Paul Volk. De auteurs schrijven in de inleiding dat dit boek is bedoeld om de eenheid te herstellen tussen het woord en het leven in waarheid, want zonder dat leven is de waarheid koud en dood.’ ‘Waarheden die op een starre manier verkondigd worden, zonder dat ze samengaan met een waarachtig leven, doen afbreuk aan de waarheid.’ Waarheid is meer dan we zeggen. Waarheid moet iets wezen wat we zijn. De waarheid moet geleefd worden, anders is ze niet langer de waarheid. Het boek is een pleidooi voor de hele waarheid. Een pleidooi voor een waarheid die van binnenuit (hart, de Geest) ontstaat en gevoed wordt.

Waarheid die uitkomt in gedrag (woorden en daden) en waarachtig zijn (identiteit) horen dus bij elkaar. Daar schreef ik al eens eerder de blog ‘Jij en Gods genade’ over. Als we de waarheid beperken tot woorden of het leerstellige deel van ons leven, dan raken we ‘vol innerlijke contrasten en tegenstrijdigheden, en daarmee veroordelen we onszelf tot een onwaarachtig leven’. We doen ons dan anders voor dan wie we in werkelijk zijn. ‘Als de Geest der waarheid ons hele hart vervult en regeert, zal dat ook aan de buitenkant zichtbaar worden. Het zal uit alles blijken: uit onze woorden, uit onze daden en uit onze uiterlijke verschijning.’ Aan de vruchten herken je de boom.

De schrijvers geven in het boek aan dat waarheid en liefde met elkaar verstrengeld zijn. Onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Liefde is een vrucht van de Geest en waarheid heeft alles te maken met de Geest der waarheid. ‘Liefde, geloof, vriendelijkheid en nederigheid zal altijd het gevolg zijn van een waarachtig leven.’ Het is ‘een misvatting (…) en een leugen om te geloven dat we kunnen liefhebben of werkelijk geliefd worden als we niet in de waarheid leven’. ‘Alleen als we door de Geest gehoorzamen aan de waarheid (…) kunnen we gereinigd worden van alle leugen en bedrog, zodat er uiteindelijk ongeveinsde liefde voor elkaar uit ons binnenste vloeit’. Immers, het is onmogelijk dat uit dezelfde bron (de Heilige Geest) wel liefde voortkomt en geen waarheid of wel waarheid en geen liefde.

Het boek beschrijft dat waarachtig zijn geen luxe is, maar een praktische en dringende noodzaak. Er is maar een heel klein beetje zuurdeeg nodig om het hele deeg zuur te maken. ‘Er is maar een klein beetje huichelarij en schijnheiligheid nodig om het hele brood van onze relaties en onze aanbidding tot een leugen te maken.’ Leugens leiden tot een vacuüm in onze relatie met God (relatiedriehoek). ‘Leugens kunnen niet worden afgezonderd van de rest van ons leven.’ 

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO