zondag 11 november 2012

Crisisbesef


In de Reformatie van 24 augustus jl. (nr. 22) vertelt ds. Klaas van den Geest over de door hem gevolgde Master Missionaire Gemeente. Van den Geest zegt in dat interview o.a. het volgende: “’Ik denk echt dat de kerk in haar huidige vorm bezig is met een proces van innerlijke en geestelijke uitholling. Veel jongeren ervaren geen innerlijke band meer met het kerk-instituut en de burgerlijke cultuur in de kerk. Er is gebrek aan crisisbesef. Van de jongeren die belijdenis doen, staat binnen een paar jaar een aantal buiten de kerk. Dus ja: het roer moet om. Mijn studie heeft alleen maar mijn urgentiebesef versterkt.’”

Dat gebrek aan of afwezigheid van crisisbesef noemt Van den Geest ook al eerder in het interview. Hij heeft het daarbij over de gemeente waarvan hij voorganger is. Hij noemt hier m.i. een terecht aandachtspunt. Ook in de gemeente waarvan ik lid ben, is er sprake van een (flinke) crisis. De feiten liegen er niet om. Daarbij realiseer ik mij dat feiten verschillend uitgelegd kunnen worden. Toch merk ik dat er (veel?) gemeenteleden zijn, die helemaal geen crisis ervaren. In onze gemeente is er ook sprake van een gebrek aan crisisbesef.

Een crisis is zeker niet wereldschokkend of problematisch. Een crisis kan juist heel reinigend, gezondmakend werken. Een crisis kan wel een groot probleem worden, als deze ontkend of niet onderkend wordt. Normaliter resulteert zo’n ontkenning of het niet onderkennen van een crisis in een nog grotere crisis. Op een gegeven moment duurt een crisis te lang en heeft deze te diepe sporen getrokken om nog (menselijkerwijs gesproken) bezworen te kunnen worden.

maandag 5 november 2012

Kerken en discipelschap


Ds. Jacob Glas schreef in De Reformatie (nr. 23 – 2012) de column ‘Leerlingen maken’. Glas zegt daar o.a. het volgende: “De omschrijving ‘leerlingen maken’ danken we aan Jezus. Hij gaf zijn eigen leerlingen deze taak, maar beperkte die niet tot de eerste generatie. (…) Mensen moeten zich in vertrouwen aan Jezus overgeven en zich aansluiten bij deze gemeente. Maar dan begint een levenslang proces van discipelschap waarin de ene gelovige de ander in het volgen van Christus ten voorbeeld is.”

Deze column trok mijn aandacht, omdat ik het boek ‘Gods geheime plan’ van Dallas Willard aan het doorwerken ben. Dit boek gaat ook over leerlingen zijn, leerlingen maken, over discipelschap. Willard zegt zelf over dit boek: “In dit derde boek wordt het leerlingschap van Jezus voorgesteld als de kern van het evangelie.”

Maar, als discipelschap de kern van het evangelie is, welke plaats geven kerken dan aan discipelschap? Glas zegt er dit over: “Kerken zijn over het algemeen bijzonder slordig in het ‘discipelen’ van mensen. Men kiest vooral de weg van de informatievoorziening. De preek op zondag. De Bijbelstudie in kleinere verbanden. Het Woord moet het doen! Maar waarom doet het Woord dan zo weinig? Waarom luistert men elke week naar een of twee preken maar blijft de innerlijke bekering en verandering uit?”

Dallas Willard bevestigt de opmerking van Glas. In zijn hiervoor genoemde boek zegt hij o.a. het volgende daarover. Het onderwijsprogramma om te worden als Christus’ is geen kwestie van het verzamelen of overbrengen van informatie. Niet dat die informatie niet van wezenlijk belang zou zijn (het tegendeel is waar). Het onderwijsprogramma moet er voor zorgen dat alle dingen die ze al hebben gehoord, ook daadwerkelijk gaan geloven. Onze taak ten opzichte van onszelf en anderen is dat we de juiste antwoorden omzetten in vanzelfsprekende reacties op situaties uit het echte leven. 

vrijdag 2 november 2012

Het huwelijk: als jij en ik wij worden (2)


Albert van Dieren schrijft in het boek ‘Als jij en ik wij worden’ (van Hans Groeneboer) over ‘de dialoog – als weg naar vernieuwd vertrouwen’. ‘Dialoog gaat over een wijze van in relatie zijn en niet over alleen maar praten met elkaar. Het gaat over in relatie zijn op een manier waarmee men zichzelf laat zien, zijn eigen waarheid inbrengt en tegelijkertijd ook blijft openstaan voor de ander en diens waarheid.’ Twee belangrijke pijlers waarop een huwelijk gebouwd dient te zijn, zijn: liefde en vertrouwen. Naast de beide partners komt er een derde identiteit bij namelijk het ‘wij’. ‘De mate waarin iemand investeert (AG: in het ‘wij’ en daardoor in de ander), heeft te maken met hoe liefde en vertrouwen als fundamentele pijlers ontwikkeld zijn in ieders persoonlijk leven.’ De begrippen ‘liefde’ en ‘vertrouwen’ worden verder uitgewerkt in dit hoofdstuk.

Verschillen tussen een man en een vrouw zijn waardevol en maken onze verbinding ook waardevoller. ‘Probeer nooit van elkaar te verwachten dat je hetzelfde wordt, maar leer eerder te genieten van de verschillen.’

‘Het thema genade is cruciaal om te voorkomen dat we met elkaar vervallen in een prestatiegerichte relatie. In het thema genade ligt de onvoorwaardelijkheid besloten. Je houdt onvoorwaardelijk van elkaar, omdat je voor elkaar hebt gekozen. Niet omdat je het verdient, maar op grond van een keuze, van toewijding en trouw.’ ‘We hebben te maken met onrecht in onze generaties, families en gezinnen. Dit onrecht maakt dat veel mensen opgroeiden in gezinnen waar geen genade was. Je werd afgerekend op wat je deed, niet op wie je was.’

Er zijn een aantal elementaire aspecten nodig in een gezin om een kind te leren genade in het leven te kunnen ontvangen. Deze basisaspecten zijn: onvoorwaardelijke aanvaarding, lichamelijke verzorging, geestelijke verzorging, emotionele verzorging en psychologische verzorging (discipline, liefde, betrouwbaarheid). Er zijn mensen die genade niet kunnen ontvangen. ‘Van ontvangen word je kwetsbaar. We komen door dat ontvangen in ons onvermogen, het maakt ons afhankelijk en dat is moeilijk.’ Hij vertelt in zijn boek: “Ik merk in het dagelijkse leven als christentherapeut dat veel mensen de boodschap van genade niet kunnen begrijpen. Levend in een ongenadige maatschappij en een ongenadige wereld kunnen we dit goddelijke principe niet bevatten.”

Hans schrijft ook ‘de liefde’. Over hoe je de liefde kunt kwijtraken en hoe je de liefde kunt toepassen. Liefde is dat je onvoorwaardelijk voor elkaar kiest en onvoorwaardelijk liefhebt. ‘Liefde moet je doen. Het is geen gevoel, het is een keuze.’ Het is belangrijk om de liefde toe te passen als werkwoord. ‘Als we de liefde niet toepassen en heel veel doen, heeft alles wat we doen geen waarde. De liefde is de basis in de relatie en niet de prestatie.’ Vervolgens werkt Hans dit thema nog verder uit aan de hand van 1 Korintiërs 13.

Het laatste hoofdstuk gaat over ‘manipulatie binnen het huwelijk en het gezin’. Manipulatie is: ‘mensen op een oneigenlijke manier brengen tot keuzes waar ze zelf niet achter kunnen staan’. ‘De manipulator probeert mensen of omstandigheden te beheersen door middel van bedriegelijke bedoelingen of beïnvloeding.’ ‘Mensen die autonoom zijn en grenzen aan kunnen geven, zijn moeilijk te manipuleren.’ Manipulatie is voor de manipulator een overlevingsmechanisme. De manipulator is zelf ook ooit gemanipuleerd. Vaak gaat manipulatie ook onbewust. Het is een ingebakken patroon in het leven van de manipulator. Vormen van manipulatie zijn: het dwingen tot gehoorzaamheid, de afwijzing op de persoon en niet op het gedrag, het werken met (sterke) emoties, zwijgen, etc. ‘De manipulator moet zich bekeren van zijn gedrag en de ander vrij maken om autonoom te zijn. De gemanipuleerde moet leren zijn grenzen aan te geven en om passend te gaan geven, dus niet meer ten koste van zichzelf.’ ‘Jezus is gekomen en daarom mag je vrij zijn, jezelf zijn! De manipulator en de gemanipuleerde zijn beiden slachtoffer.’

donderdag 1 november 2012

Het huwelijk: als jij en ik wij worden (1)


‘Als jij en ik wij worden’ is een boek van Hans Groeneboer. De titel geeft al aan dat het boek over het huwelijk gaat. In het boek gaat Hans dieper in op de huwelijksrelatie en behandeld hij vragen als: Wat is een huwelijksrelatie? Wat maakt deze relatie uniek? Wat zijn gezonde voorwaarden? Wat mag je wel en wat mag je niet van elkaar verwachten?

Veel mensen beginnen hun huwelijk met hooggespannen verwachtingen. Goede en terechte verwachtingen, maar ook met verwachtingen die in de praktijk onhaalbaar zijn. Die niet deugen, niet juist zijn. Verwachtingen zoals: We mogen geen ruzie maken of conflicten aangaan. We moeten zoveel mogelijk samen doen. We moeten altijd alles van elkaar weten. Hooggespannen verwachtingen kunnen dan onhaalbare idealen worden, die uiteindelijk kunnen uitmonden in onverschilligheid.

De geschiedenis van het eerste huwelijk van Adam en Eva gebruikt Hans om allerlei basisprincipes van het huwelijk te beschrijven. Deze basisprincipes vormen de inhoud van zijn boek. Het zijn grondregels in de relatie, die gerespecteerd dienen te worden en waarop beiden aanspraakbaar zijn. (1) Ieder mens is een unieke persoonlijkheid. (2) Ieder mens is autonoom. (3) Ieder mens heeft een eigen verantwoordelijkheid. Deze drie basisprincipes vormen een relationele grondwet.

Hans schrijft over het huwelijk en loyaliteit. Loyaliteit is een wetmatigheid. ‘Het is een wet die staat voor de zorg, trouw en toewijding aan elkaar.’ We kennen verschillende loyaliteitsvormen. ‘Deze verschillende loyaliteiten bepalen in hoge mate ons gedrag en laten ons voortdurend nadenken over de voorrangsregels in ons leven.’ Deze loyaliteiten kunnen zomaar botsen met elkaar.

In het boek bekijkt Hans het huwelijk ook vanuit de systeemtheorie. ‘Het systeem in een huwelijksrelatie wordt in de basis gevormd door de behoeften van beide partners. De één mist iets wat de ander heeft en ongemerkt ga je elkaar daarin aanvullen.’ In het boek beschrijft Hans een aantal relatiethema’s. ‘Deze thema’s omschrijven de inhoud van de relatie en de positie van beide personen.’ In het systeem zijn er twee posities: een bovenpositie (initiatief nemend, actief, bepalend of dominant) en een onderpositie (volgzaam, conformerend, afwachtend of passief). ‘Mensen kiezen onbewust de relatiepositie die bij hen past.’

Ook het thema ‘kinderen in het huwelijk’ krijgt aandacht in het boek. Volgens Hans ontstaan veel problemen in een huwelijk vanuit een verstoorde zorgbalans. Zo kunnen kinderen zo aan het geven zijn geweest (als kind), dat ze in hun eigen volwassen leven geen relaties meer aan kunnen gaan. Ze hebben al hun energie geïnvesteerd in de vorige generatie. Of kinderen worden gedwongen een onmogelijke keuze te maken tussen de vader en de moeder. Ook kunnen kinderen nooit een vriend of vriendin worden van hun vader of moeder. ‘Dat klinkt als gelijkwaardig. Een ouder-kindrelatie moet niet symmetrisch zijn.’

Een ander hoofdstuk gaat over communicatie. ‘Communicatie is de vaardigheid die ons kan helpen om op een gepaste wijze met conflicten om te gaan.’ Conflicten horen bij een relatie. Veel conflicten komen voort uit de verschillen die niet begrepen worden. Het positieve van een conflict is, dat het de verschillen tussen partners duidelijk maakt. Andere oorzaken van conflicten is het feit dat mensen niet onder woorden kunnen brengen wat ze voelen of denken. Of dat mensen niet willen dat hun partner is zoals hij of zij is. Of “Word zoals ik ben, anders voel ik mij niet veilig.” ‘Veel conflicten in partnerrelaties worden veroorzaakt door het veroordelen en beschuldigen van elkaar, wat voortkomt uit het denken in goed en fout.’

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO