zondag 23 december 2012

Status als identiteitsvoedsel


In hoofdstuk 6 van het boek ‘Gods geheime plan’ schrijft Dallas Willard over de ‘twee grootste belemmeringen of blokkades voor een leven in voortdurende interactie met God en een gezonde groei in het koninkrijk’. Dit naar aanleiding van Matteüs 6. Die twee grootste belemmeringen of blokkades zijn: verlangen naar de goedkeuring van anderen en het verlangen naar de zekerheid van materiële rijkdom.

Bij het verlangen naar goedkeuring van anderen gaat het over status, over presteren, over succesvol zijn. Status is volgens Arie de Rover in zijn boek ‘Leven na de genadeklap’ een belangrijke voedingsbron voor onze (‘oude’, niet bevrijde) identiteit. Tim Keller noemt succes in zijn boek ‘Namaakgoden’ een afgod. Hij schrijft: “Meer dan andere afgoden geeft eigen succes en prestatie het gevoel dat je zelf een god bent, dat je zekerheid en je waarde berusten op je eigen wijsheid, kracht en staat van dienst.”

Willard schrijft over de valstrik van status het volgende: “Het verlangen naar aanzien en een goede reputatie op religieus gebied sleurt ons onmiddellijk mee in de gerechtigheid van de schriftgeleerden en farizeeën, omdat dit verlangen altijd uitsluitend is gericht op zichtbare daden en niet op de oorsprong van die daden in ons hart.” Volgens Willard is het leidend principe in Matteüs 6 dat we een goede daad niet moet doen met de bedoeling gezien te worden. “Wanneer we menselijke goedkeuring en waardering zoeken en ons daarop richten bij wat we doen, houdt God zich beleefd op afstand en respecteert Hij onze wens Hem erbuiten te laten.” “Als we ons doen en laten baseren op menselijke goedkeuring (AG: of status), heeft dat tot gevolg dat we de aanwezigheid van God als irrelevant terzijde schuiven en dat we onszelf onderwerpen aan het menselijke koninkrijk.”

Zowel Arie de Rover, als Tim Keller en Dallas Willard waarschuwen ons voor status, succes. De schrijvers verwoorden dat ieder op hun eigen manier. Arie de Rover ziet status als identiteitsvoedsel voor een onvrij leven. Tim Keller noemt succes een afgod of namaakgod. En Dallas Willard schrijft dat een verlangen naar goedkeuring (of succes) één van de twee grootste blokkades vormt voor een levende relatie met God.

zaterdag 22 december 2012

Van identiteit naar gedrag: andersom werkt het niet!


Wat is het mooi om de inhoud van boeken onderling met elkaar te vergelijken. Zo lopen er allerlei lijnen tussen de boeken van Tim Keller (Namaakgoden, De vrijgevige God en Bevrijd van je zelf) en het boek van Arie de Rover (‘Leven na de genadeklap’). En ik denk dat ook Dallas Willard het boek van Arie met instemmend gemompel en goedkeurende knikjes zou lezen. Ik zal uitleggen waarom ik dat denk.

Willard schrijft naar aanleiding van Matteüs 5 : 21 - 48 in zijn boek ‘Gods geheime plan’ over ‘de gezindheid van het koninkrijk: Meer dan de goedheid van de schriftgeleerden en farizeeën’. Willard behandelt in dit hoofdstuk de vraag: “Wie is nu werkelijk een goed mens?”

Hij zegt er in hoofdstuk 5 o.a. dit over: “Juist omdat Jezus inzicht heeft in de structuur van de menselijke ziel, heeft Hij het over de oorzaken van onze fouten en niet over de daden zelf. (…) Hij wist heel goed dat het probleem van het menselijke bestaan niet zit in onze verkeerde daden, ook al wordt dat voortdurend zo gebracht. Onze daden zijn slechts een symptoom, (…).” “Hij (AG: Jezus) wist dat we de wet niet kunnen houden door te proberen die te houden. Om de wet te kunnen houden, moeten we ons richten op iets anders, op meer. We moeten erop gericht zijn het soort mens te worden uit wie de daden van de wet op natuurlijke wijze voortkomen.”

“Hier ligt ook de fundamentele fout van de schriftgeleerde en de farizeeër. Ze richten zich op de handeling die de wet voorschrift (…).” “We moeten erop gericht zijn het natuurlijke leven van onze ziel (AG: onze identiteit) te veranderen, want ons gedrag zal dan op een natuurlijke wijze en gemakkelijk volgen. Andersom werkt het niet.” Tot zover Willard.

Het belang van die volgorde van identiteit naar gedrag (en dus niet van gedrag naar identiteit) wordt ook door Arie in zijn boek onderstreept en uitgewerkt. Arie maakt via een model duidelijk hoe de persoonlijkheid van een mens gezien kan worden. Hij beschrijft de persoonlijkheid met behulp van vier bouwstenen: je gedrag, je talenten, je drijfveren en je identiteit. Die bouwstenen tekent hij vervolgens als een trap, met traptreden. De bovenste trede is ‘identiteit’, de volgende trede ‘drijfveren’, daarna ‘talenten’ en de onderste trede is ‘gedrag’.

Arie geeft aan dat hij de vorm van een trap gekozen heeft omdat er een ‘onderlinge hiërarchie’ of volgorde is tussen de verschillende treden. Hij schrijft dan: “Dat betekent: als je op een hogere tree iets verandert, heeft dat effect op de treden eronder.” “Want als je iets aan jezelf wilt veranderen, moet je ook bovenaan beginnen, bij je identiteit.” “Andersom werkt het niet.” Om met die laatste zin maar weer eens een citaat van Willard aan te halen.

Het boek ‘Leven na de genadeklap’ is dus te beschouwen als een nadere uitwerking of toelichting op wat Willard beschrijft in zijn boek ‘Gods geheime plan’ naar aanleiding van de Bergrede. Zo verduidelijkt het ene boek wat in het andere boek beperkt of op een andere manier beschreven is. Mooi en verrijkend om de inhoud van boeken met elkaar te vergelijken. 

maandag 17 december 2012

Het leven na de genadeklap (3)


Het nieuwe leven heeft een aantal basiskenmerken die gelden voor alle mensen die dat nieuwe leven leiden. Die kenmerken zijn basale levensvoorwaarden die onmiskenbaar horen bij kinderen van Gods huisgezin. Daar schrijft Arie de Rover in hoofdstuk 7 van zijn boek ‘Het leven na de genadeklap’ over. “De motor achter jouw nieuwe identiteit is (…) het grote verlangen om te worden als de bron van je identiteit.” Er ontstaat een relatie tussen God en jou. Een relatie die gekenmerkt wordt door liefde. “Gods liefde verandert je van binnenuit, zodat je ook aan de buitenkant (je gedrag) steeds meer op je Vader wilt lijken.” Je houding in relaties met anderen verandert. In de Bergrede schetst Jezus het karakter van iemand die de genadeklap aan den lijve heeft ondervonden. Je meest persoonlijke en intiemste relaties met je ouders, partner en kinderen ondergaan een verandering. Je nieuwe identiteit en kijk op het leven verandert hoe je tegen je werk en talenten aankijkt. “Je hebt je geld en spulletjes niet meer nodig voor je eigen betekenis en zekerheid.” “Je betekenis en zekerheid hangen (…) niet meer af van je overtuigingen.” Jouw waarheid hoeft niet meer te winnen van andere waarheden. En ook jouw identiteit is niet meer afhankelijk van jouw recht.

In het laatste hoofdstuk (8) komen we dan uit bij de vraag: “Wat moet ik doen om zo’n vrij leven te krijgen? Wat moet ik doen om mijn identiteit alleen door God te laten voeden?” De vraag moet eigenlijk zijn: ‘Wie moet ik zijn om van genade te kunnen leven?’ Allereerst moeten wij volgens Arie leren ontvangen: aannemen wie je echt bent. Je betekenis en zekerheid ontvangen uit handen van je God en Vader. Genade ontvangen is heel moeilijk voor ons. “Het is zelfs zo zwaar en bijna onmogelijk voor ons, dat God ons daar een handje bij moet helpen.” Het is moeilijk voor ons, omdat je identiteit veelal nog gevoed wordt door andere bronnen. Een leven van genade is een tegennatuurlijk leven. We verzetten ons er daarom (van nature) tegen.

Arie beschrijft een drietal (standaard)vragen op de vraag ‘Wat moet ik doen?’ Zou je het willen? Hoe graag wil je het? Wat heb je ervoor over? Het is een leerproces. “Ga, samen met Jezus, de uitdaging van het vrije leven maar aan.” “Leven van genade is (…) een aangevochten leven, maar je ‘vecht’ op een heel ander vlak, en met een totaal andere strategie dan in een leven van ruilhandel. Je strijdt alleen nog op het vlak van je identiteit.” “Die strijd is maar op één manier te vinnen: je steeds opnieuw overgeven aan de bron van genade. Telkens weer capituleren voor God. Capitulatie aan hem is de enige echte weg naar vrijheid.”

zondag 16 december 2012

Het leven na de genadeklap (2)


Volgens Arie de Rover is er een gerede kans dat ondanks misschien een gelukkig leven, je gevangen zit. Hij vergelijkt in hoofdstuk 4 van zijn boek ‘Leven na de genadeklap’ het leven met een gevangenis. “Velen van ons leven zonder het te weten ook in zo’n gevangenis: de gevangenis van de transactionaliteit, het ‘voor wat hoort wat’. Maar we zijn daar zo aan gewend geraakt, dat ons dat beter en veiliger lijkt dan een leven in vrijheid. Bijna niemand kiest vrijwillig voor het leven in vrijheid. (…) Daarvoor is vaak eerst een crisis nodig. Een crisis die je als het ware richting de vrijheid duwt.” De enige uitweg uit de gevangenis is, je betekenis en zekerheid van buiten het ruilhandelsysteem laten komen.

Arie gebruikt in zijn boek het beeld van een kind in de baarmoeder en van een geboorte. Hij noemt in hoofdstuk 5 een crisis of moment van inspiratie de weeën van een geestelijk geboorteproces. Ze vormen de inleiding tot een geestelijke geboorte. “Een geboorte brengt altijd een radicale en definitieve verandering van het hart met zich mee. In spirituele termen noemen we dat een paradigmashift. Een paradigmashift is (…) een diepgaande verandering van zo’n denkkader, een radicaal andere manier van kijken naar of interpreteren van feiten.” De paradigmashift die Arie bedoelt, “draait om de ontdekking van een totaal andere identiteitsbron dan je zintuiglijk waarneembare relaties en prestaties. Namelijk: de ontdekking dat je een relatie kunt aangaan met een onzichtbare spirituele bron.” De onzichtbare spirituele bron is de God van de Bijbel. Hij is de bron van genade.

Het kernpunt is de stuwende kracht achter die identiteitsbron: de ontdekking van wat genade is. Genade is geen theoretisch model (‘goedkope genade’) maar moet doorleeft zijn. “Je identiteit verandert pas van binnenuit, als jij je verbonden weet met de bron van de genade.” “Je identiteitsvoedsel komt rechtstreeks binnen in je identiteit.” God zegt tegen je: ‘Jij bent mijn geliefde zoon/dochter’. 

“Op de route naar een leven van genade, in echte vrijheid, kom je (…) veel weerstand tegen. De weerstand fungeert als weeënremmers die je geestelijke (weder)geboorte willen tegenhouden.” In hoofdstuk 6 beschrijft Arie een aantal van die weeënremmers: een (te) druk leven, je blijft vasthouden aan allerlei schijnzekerheden, een genadearm godsbeeld, beschadigde relaties, genade zonder relatie en/of zonder hartsverandering en als laatste schuld, schaamte en angst. In het volgende hoofdstuk beschrijft hij er nog één: “Ouders, partner en kinderen zijn vaak zelfs een van je grootste afgoden – zo sterk kan de afhankelijkheid zijn.”

zaterdag 15 december 2012

Leven na de genadeklap (1)

Arie de Rover heeft (i.s.m. Wilfred Hermans) een boek uitgebracht: ‘Leven na de genadeklap’. Met het boek wil Arie bereiken dat jij vrij bent. Die vrijheid is volgens Arie afhankelijk van het (echt) kennen van Gods genade. “Genade verandert je leven. Het maakt je daadwerkelijk vrij.” Arie schrijft dat de scheurtjes in zijn levensgeluk grote barsten werden door glasheldere preken van Tim Keller. Keller heeft dus een belangrijke rol gespeeld in de verandering die Arie heeft doorgemaakt. Het is daarom niet zo verbazingwekkend dat Keller Arie geïnspireerd heeft bij het schrijven van het boek. Het door Arie gekozen thema ‘vrijheid’ vind je dan ook terug in o.a. het boekje ‘Bevrijd van jezelf’ van Keller. 

Aan de hand van een plaatje of model legt Arie in hoofdstuk 1 uit hoe de persoonlijkheid van de mens in elkaar steekt. De bouwstenen van je persoonlijkheid zijn: je gedrag, je talenten, je drijfveren en je identiteit. De identiteit kent een natuurlijke behoefte om betekenis en zekerheid te ervaren. Deze behoefte is de grootste stuwende kracht achter onze drijfveren en overtuigingen, het inzetten van onze talenten en ons gedrag. Je identiteit heeft elke keer weer voedsel (betekenis, zingeving) nodig. Het model en toelichting daarop is al eerder gepubliceerd in CV•Koers onder de titel ‘Jij en Gods genade’. Dit artikel is via mijn blog terug te vinden en te downloaden. 

Status is het onderwerp van hoofdstuk 2 en 3. “Met status ‘koop’ je erkenning en waardering, en zo voed je je identiteit, (…).” Je betekenis en zekerheid baseer je op status. Het is een afgod geworden. In onze westerse wereld verwerven we vooral status door ons uiterlijk, sport, business, film en muziek (kunst) of bekendheid. Kerkmensen kunnen ook last hebben van religieuze status. Als je identiteit gevoed wordt door status, dan is (volgens het model uit hoofdstuk 1) status daarmee ook de drijfveer achter veel van je keuzes en gedrag. 

De jacht naar status is een heel belangrijk levensdoel geworden. Je leeft met de angst dat je status onder druk komt te staan of daalt in de ogen van je omgeving. Je omgeving bepaalt je status en is daarom heel belangrijk. We zijn afhankelijk van het oordeel van anderen. We zitten samen vast in een soort betalingssysteem. Een systeem van ruilhandel. Jij presteert en ik betaal met erkenning en waardering – en andersom. Arie schrijft dat daar nog eens bovenop komt, dat het in de mens ingebakken is dat hij het voedsel voor zijn identiteit haalt uit de ‘zintuiglijk waarneembare wereld’. Het is normaal dat een kind zijn identiteit laat voeden door en vanuit deze zichtbare wereld. 




zondag 9 december 2012

Wat is een dialoog?


Ik heb op m’n blog al eens geschreven over ‘de dialoog’. Over de dialoog in een huwelijk. Over de dialoog als manier waarop er omgegaan kan worden met verschillen in de kerk.  Maar, wat is een dialoog nu precies? Het woord ‘dialoog’ is eigenlijk een containerbegrip. Het woord kan allerlei verschillende betekenissen hebben. Zo kan ‘dialoog’ de wijze van communiceren aangeven: een gesprek tussen twee mensen. Het woord kan ook een politieke lading meekrijgen. Zo gaf het ND een artikel deze kop mee: ‘FARC: dialoog is enige oplossing’.  Daarnaast is dialoog ook een relationeel begrip. In de contextuele benadering (Nagy) is dialoog een belangrijke term.

Een dialoog is in die benadering de werkelijke ontmoeting tussen mensen. Door dialoog te koppelen aan ontmoeting is al veel gezegd. Ik schreef er al eerder over: over ‘het geluk van de ontmoeting’ en over ‘mislukte ontmoetingen’. En over een echte ontmoeting die niet beoordeelt en niet veroordeelt.

Een dialoog is de meest bevredigende relatievorm. Een relatievorm die gebaseerd is op wederzijds vertrouwen. In een dialoog geven beide personen hun behoeften en belangen aan en stellen zich open voor die van de ander. Als ze beiden worden gehoord door de ander en ze van daaruit een beslissing nemen, zal het vertrouwen groeien. Ze hebben zich kwetsbaar opgesteld en zijn daarop niet ‘afgerekend’. Zo leidt de dialoog tot een zichzelf versterkende positieve spiraal. In een dialoog bevestigen beide personen elkaar en respecteren ze elkaars groei en anders-zijn. Een dialoog leidt tot verbondenheid en is constructief. Ze bouwt een relatie op en voedt deze. 

Om de betekenis van woorden aan te geven kan het ook verhelderend zijn het tegenovergestelde woord daarbij te zoeken. Een mooi voorbeeld vind ik ootmoed – hoogmoed. Zo kan je tegenover het relationele woord ‘dialoog’ het woord ‘machtstrijd’ zetten. Aan de basis van machtstrijd ligt wantrouwen. De ene persoon heeft onvoldoende vertrouwen om ervan uit te gaan dat de andere bereid is om naar zijn belangen te luisteren en ze te overwegen. Hij zal zijn belangen veiligstellen door ze af te dwingen of door de andere te overtroeven met woorden of door gebruik te maken van de kwetsbaarheid van de ander of op nog een andere wijze. ‘Ook het zich emotioneel terugtrekken op een eiland van onkwetsbaarheid is een wapen in de machtstrijd.’ Zo leidt machtstrijd zomaar tot een zichzelf versterkende negatieve spiraal. Het ontbreken van een dialoog leidt tot onverbondenheid, zet relaties onder druk of breekt ze zelfs af. Het is destructief om niet te kiezen voor een dialoog. 

Mensen kunnen elkaar dus ontmoeten zonder dat er sprake is van een 'werkelijke ontmoeting'. Personen kunnen met elkaar praten zonder dat er sprake is van een dialoog. 

zondag 2 december 2012

Bevrijd van jezelf


Er is in Nederland opnieuw een boek van Tim Keller verschenen: ‘Bevrijd van je zelf’ met als ondertitel ‘De weg naar echte christelijke blijdschap’. Weliswaar een klein boekje (42 pagina’s), maar wel met een ‘grootse’ inhoud. Het boekje geeft een uitwerking van 1 Korintiers3  : 21 – 4 :7. Volgens Keller wordt in dit tekstgedeelte een benadering van ons zelfbeeld, van ons eigen ik en van de manier waarop we naar onszelf kijken gegeven, die absoluut anders is dan zowel de traditionele als de (post)moderne benadering.

In hoofdstuk 1 schetst Keller de natuurlijke toestand van het menselijke ego. Het menselijke ego is leeg: normaal gesproken bouwt het menselijke ego op iets buiten God. Het ego doet pijn, doet zeer. Het ego trekt voortdurend de aandacht. Het zorgt er voortdurend voor dat we nadenken over ons uiterlijk en de manier waarop we behandeld worden. Het ego is druk met vooral de volgende twee dingen: vergelijken en opscheppen. En als laatste is het ego ook breekbaar. Breekbaar in de vorm van een meerderwaardigheids- of minderwaardigheidscomplex.

Keller stelt ons in hoofdstuk 2 als het ware Paulus ten voorbeeld. Paulus ontleent zijn identiteit niet aan de Korintiërs of een menselijke instelling. “Maar hij ontleent die ook niet aan zichzelf.” “Als hij iets slechts of iets goeds doet, verbindt hij dat niet meer met zichzelf.” “Zijn ego is niet opgeblazen, het is opgevuld.” Volgens Keller gaat het hier om Bijbelse nederigheid: “niet aan mezelf hoeven te denken. Geen dingen met mezelf hoeven te verbinden.” Bijbelse nederig is niet hoger of later van mezelf denken, maar minder aan mezelf denken. “Het is de vrijheid om niet meer aan jezelf te denken.”

Maar hoe komen we hierin zover als Paulus? Het antwoord op die vraag is uitgewerkt in hoofdstuk 3. Alle mensen zoeken de uitspraak of ze belangrijk en waardevol zijn. Wij staan als het ware met onze identiteit elke dag voor de rechter. “Zo werkt de identiteit van iedereen.” Wat heeft Paulus nu ontdekt? Dat de rechtzaak voor hem voorbij is, omdat de ultieme uitspraak al gedaan is. “Jezus is de rechtszaal binnengegaan. Hij heeft voor de rechter gestaan. Wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. En: “’Jij bent mijn geliefde kind, in jou vind ik vreugde.’ Leef daaruit.”

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO