donderdag 7 maart 2013

Leven of overleven (6)


Hans Groeneboer schrijft in ‘Leven of overleven’ ook een hoofdstuk over ‘rouwverwerking en seksualiteit’. Vanuit onze natuur (in het paradijs) zijn we gemaakt om te dienen en te geven. Door de zondeval richten we ons op het ontvangen in plaats van op het geven, en op het heersen in plaats van op het dienen. “Bij slachtoffers van seksueel misbruik is er genomen.” Dit onrecht wordt nog groter als het plaatsvindt tussen ouders en kinderen of andere familieleden en kinderen uit het gezin. “Deze volwassen mensen hebben – (…) – een destructieve kracht in zich, die hen ertoe kan brengen misbruik te maken van het vertrouwen van het kind.” Het kind moet een rouwproces door om deze schadelijke jeugdervaringen te verwerken.

Rituelen en symbolen zijn volgens Hans Groeneboer onmisbaar in het verwerken van pijn en verdriet, die veroorzaakt zijn door verlies. “Ze helpen om dat wat in ons onderbewuste aanwezig is ook in onze ratio tot werkelijkheid te maken.” “Rituelen en symbolen helpen om wat we niet onder woorden kunnen brengen toch te beleven.”

Hoe kom je er achter dat je de rouw in je leven niet verwerkt hebt? Door een aantal simpele vragen te stellen:
  • Hoe praatten jullie in je gezin over de overleden familieleden?
  • Hoe was de begrafenis?
  • Staat er nog een foto van opa in jullie huis?
  • Gedenken jullie de verjaardag of de sterfdag nog?
  • Staat oma nog op de verjaardagskalender met een kruisje achter haar naam?
Volgens Hans kunnen bovengenoemde vragen helpen de verwerkingsstrategieën in gezinnen op te sporen. 

woensdag 6 maart 2013

Leven of overleven (5)


In zijn boek ‘Leven of overleven’ schrijft Hans Groeneboer ook over ‘loyaliteit’. “Loyaliteit is als een natuurkracht in de ouder-kind-relaties aanwezig.” “Loyaliteit is ook een kracht die enorm veel problemen kan brengen in het leven van mensen en hun families.” Loyaliteit heeft met voorrangsregels te maken. Zo zal een kind op een gegeven moment het ouderlijk huis verlaten en een keuze maken voor een partner. Die keuze voor een partner betekent niet dat het kind deloyaal wordt aan de ouders. De partner krijgt voorrang boven de ouders.

Maar vaak is er ook loyaliteitsstrijd. Zo komt er vaak gespleten loyaliteit voor in gezinnen waarin de ouders scheiden; “Kinderen zitten klem tussen strijdende ouders en worden vaak gedwongen om keuzes te maken tussen de één of de ander.” “Deze gespleten loyaliteit brengt een enorme destructieve kracht in het leven van het kind, (…). Deze destructieve kracht komt later in andere relaties tot uiting.”

Een ander probleem in de loyaliteit binnen families kan het samengestelde gezin vormen. “Gescheiden ouders of weduwen en weduwnaars trouwen opnieuw.” “Uit loyaliteit zullen kinderen vaak meewerken in deze nieuwe situatie.” Hierbij is belangrijk dat we ons realiseren dat de nieuwe partners geen nieuwe vaders of moeders worden. “Als nieuwe partners het kind helpen om in het nieuwe gezin loyaal te blijven aan de niet-aanwezige biologische ouder, kan het heel goed gaan.”

Ook bij adoptie speelt loyaliteit een rol. Er zijn biologische ouders en adoptieouders. Er kan sprake zijn van een gespleten loyaliteit bij het kind als gevolg van twee ouderparen. “Wat rechtvaardig als deze twee ouderparen niet hoeven te strijden om de belangrijkste plaats in het leven van het kind, maar elkaar de ruimte mogen geven in het belang van elkaar, het kind en het nageslacht.”

Een veel voorkomende oorzaak van echtscheidingen ligt volgens Hans Groeneboer in het aanwezig zijn van loyaliteitsproblemen. Twee bijbelse principes lijken met elkaar in strijd te zijn. “Enerzijds leert de bijbel ons onze ouders te eren (AG: verticale loyaliteit) en anderzijds leert de bijbel ons dat een man zijn ouders verlaat en zijn vrouw aanhangt (AG: horizontale loyaliteit).” Toch kunnen deze beide regels heel goed samengaan. “Het onrecht dat partners meebrengen vanuit hun gezinnen van herkomst kan sterke nadelige gevolgen hebben voor hun nieuwe relaties.” Hans noemt als voorbeeld een vader die ongepast gezorgd heeft in zijn gezin van herkomst. Uit loyaliteit naar zijn ouders ziet hij deze ongepaste zorg niet onder ogen. De vader is nog steeds voor zijn eigen ouders aan het zorgen door niet boos op ze te zijn.

dinsdag 5 maart 2013

Leven of overleven (4)


Lijden en pijn horen bij het leven (na de zondeval). “We zullen als mens moeten leren met dit lijden en deze pijn om te gaan door goede manieren van rouwverwerking (…).” Hans Groeneboer komt in zijn boek ‘Leven of overleven’ dan met een belangrijk principe: “leren omgaan met pijn en rouw is vooral leren om te geven en nieuwe manieren vinden om weer te kunnen geven.” Voor het proces van rouwverwerking zijn zowel Gods activiteiten als onze activiteiten noodzakelijk. God respecteert daarbij onze autonomie en onze persoonlijke verantwoordelijkheid. “Als je niet wilt luisteren of je niet open wilt stellen, zal God de deur niet openbreken.”

Hans beschrijft in zijn boek ook hoe we kunnen leren om te gaan met pijn en rouw in ons leven. Hij ziet daarin een rode draad bij het verwerken van rouw.
  1. Komen in tegenwoordigheid van God: aangesloten zijn op de belangrijkste krachtbron in je leven, namelijk God. Geloof kan een belangrijke hulpbron zijn. Geloof sluit persoonlijke verantwoordelijkheid (autonomie) echter niet uit.
  2. Erkenning (aanvaarden dat het er is): rouw en verdriet mogen er zijn. Niet altijd kan rouw verwerkt worden. De rouw wordt dan (heimelijk) opgeschort.
  3. Belijden (leren erover te praten): er zal naar wegen gezocht moeten worden om het verlies onder ogen te zien, zodat de verwerking van de rouw voortgang kan vinden.
  4. Nieuwe patronen vinden in het geven: vanuit “de contextuele therapie weten we dat het onrecht bij verlies het grootst is in het feit dat er niet meer gegeven kan worden”. Voor Hans zit in dit geven ook het thema vergeven. “De bijbel leert ons hoe we door vergeving vrij worden van het onrecht, dat ons is aangedaan.” Hij noemt vergeving ook wel: “het recht van vergelding opgeven.””Maar vergeving mag nooit op de eerste plaats komen in een proces. Veel mensen hebben genade nodig om te leren geven.” 
Ieder volwassen mens draagt zorg voor de toekomst. Hans noemt dat: “het jezelf beschikbaar stellen als hulpbron”. Alleen niet alle geërfde talenten en gewoontes zullen een positieve bijdrage leveren aan het nageslacht. “Het is daarom belangrijk dat mensen hun erfgoed onder ogen kunnen zien en verwerken.” Hoe? “We moeten het onrechtvaardige leren ombuigen tot rechtvaardigheid en vervolgens verantwoord datgene doorgeven wat een positieve bijdrage zal kunnen leveren aan de toekomstige generaties.”

zaterdag 2 maart 2013

Leven of overleven (3)


In hoofdstuk 6 van het boek ‘Leven of overleven’ schrijft Hans Groeneboer over ‘overlevingsmechanismen’. Zo’n mechanisme voorziet de persoon die de pijn niet onder ogen kan zien in een manier om toch te kunnen overleven (positief). “Dit overleven is echter destructief in de huidige relaties” (negatief). Hij noemt als overlevingsmechanismen: overdracht (herinneringen en ervaringen van het verleden worden geprojecteerd op het heden), vermijding, aandragen van oplossingen en ongepast zorg, afstand creëren, isolement en het verschuiven van verantwoordelijkheid (slachtofferrol). “We kunnen spreken van een grote mate van onvrijheid als mensen in dergelijke overlevings­mechanismen terechtkomen.”

“De sleutel om onrecht te stoppen in de geschiedenis van onze geslachten zal liggen in het oppakken van de verantwoordelijkheid.” Maar wie is eigenlijk verantwoordelijk? God gaf de mens het vermogen een eigen autonomie te hebben: in de mens is kracht en autoriteit aanwezig om een eigen weg te gaan. God besloot de mens de ruimte geven van het zelf keuzes maken. “Als God de keuze maakt om de mens een eigen autonomie te geven, houdt dat ook in dat Hij kiest niet in te grijpen als de mens zijn keuze maakt!”

De mens koos in het paradijs voor zichzelf. Door de zondeval is de mens vervreemd van zijn natuurlijke gave verantwoordelijkheid te dragen. De oplossing voor dit probleem vinden we bij de wortel van waar het fout gegaan is. Het handen en voeten geven aan deze oplossing is niet gemakkelijk, omdat we dan de pijn onder ogen moet zien die veroorzaakt is door dit onrecht. Maar alleen zo kunnen we beter worden. Christus en zijn Geest willen ons daarbij helpen.

De mens is geschapen om in relatie met God te leven. Door de zondeval ontstond er een grote nood in het leven van de mens. “De geestelijke mens werd een vleselijk mens.” Het bestuurscentrum van ons leven verplaatst zich door de zondeval van onze geest naar onze ziel (vlees). God voorzag echter in de mogelijkheid om de autoriteit van de ziel terug te brengen naar de geest. Geïnspireerd door de Heilige Geest kan de mens weer een geestelijk mens worden. 

vrijdag 1 maart 2013

Leven of overleven (2)


In het boek ‘Leven of overleven’ schrijft Hans Groeneboer over het relationele netwerk. Het relationele netwerk bestaat allereerst uit de gezinnen en de families waarin we geboren zijn. Onrecht en recht komen in ieder gezin en familie voor. Ouders zorgen voor hun kinderen en kinderen voor hun ouders (zorgpatronen). Er kan ook ongepast gezorgd worden. Ongepaste zorg is zorg die ten koste gaat van jezelf. Ongepaste zorg ‘is een onrecht in de relatie tussen de ouders en het kind, en is vaak de oorzaak van het niet kunnen verwerken van rouw’.

“Wat kunnen we doen als we erachter komen dat kinderen ongepast geven of als we erachter komen dat we zelf in onze jeugd ongepast gegeven hebben?” Hans schrijft dat het hier gaat om een gezonde balans en duidelijke grenzen. Ouders moeten hun kinderen de grenzen leren van wat gepast is en wat ongepast is. Kinderen zullen vanuit loyaliteitsdrang zorgdragen voor hun ouders en de overige gezinsleden. Niet al het zorgdragen is destructief. Hierbij gaat het over de mate waarin een kind zorgdraagt, de periode (tijdsduur) van zorgdragen en of het kind erkenning krijgt van de ouders voor het zorgdragen.

‘De bron van het leven en de vrijheid om te kunnen geven vinden we (…) in de verticale lijnen in onze geslachten.’ “Het onrecht is groot als ouders emotioneel en geestelijk niet vrij zijn en toch vader en moeder worden. Het onrecht dat ze vanuit hun eigen leven niet verwerkt hebben zal door de stagnatie en de blokkades, doorgegeven worden in de nieuwe generatie.” Hans tekent hier nadrukkelijk bij aan, dat hij deze ouders niet de schuld geeft.: “Ook voor hen was het onrecht groot dat ze niet vrij waren.” We mogen ons bewust worden van onze eigen onvrijheden en deze bewustwording kan het begin zijn van een verandering (verantwoordelijkheid). Daarbij mogen we gebruik maken van de herstellende kracht van God. Als wij onze rouw goed verwerken, zullen we ook weer ruimte creëren om nieuw leven te laten groeien.

“Als ouders veroordeeld worden voor wat ze hun kinderen niet konden geven, zouden we nieuw onrecht voortbrengen.” “Het veroordelen en aanwijzen van een schuldenaar brengen ernstige blokkades in ons leven.” “Door om de schuldvraag heen te gaan en te spreken over onrecht voor allemaal kunnen we leren de rouw en emoties onder ogen te zien.” Hans onderscheidt verschil­lende soorten schuld: relationeel, geestelijk en juridisch. Door deze verschillende soorten schuld te onderscheiden, kunnen we gemakkelijker genuanceerd kijken naar het thema schuld. Ook het onderscheiden en niet verwarren van deze drie invalshoeken rond schuld voortkomt dat we in grote problemen terechtkomen. Zo is juridische rechtvaardigheid heel wat anders dan relationele rechtvaardigheid.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO