vrijdag 26 april 2013

Eindelijk thuis: de vader


Henri schrijft in zijn boek ‘Eindelijk thuis’ dat het schilderij in plaats van ‘De terugkeer van de verloren zoon’ ook de titel ‘Het welkom door de Barmhartige Vader’ had kunnen meekrijgen. “Jezus’ gelijkenis is in feite een ‘gelijkenis van de liefde van de Vader’.” “Zelden werd Gods onmetelijke, barmhartige liefde op een dergelijke aangrijpende manier tot uitdrukking gebracht.” “Elk detail van de gestalte van de vader – (…) – getuigt van Gods liefde voor de mensen, een liefde die er vanaf het begin al is geweest en die er altijd zal zijn.” “Het hart van de vader brandt van een mateloos verlangen om zijn kinderen thuis te brengen.”

Ik ben er van overtuigd schrijft Henri dat “veel van mijn emotionele problemen als sneeuw voor de zon zouden wegsmelten, als ik de waarheid van Gods moederlijke, niet-vergelijkende liefde kon laten doordringen tot het diepste van mijn hart.” “Ik begin nu in te zien hoe radicaal het karakter van mijn geestelijke reis zal veranderen, als ik mij God niet langer voorstel als iemand die zich schuilhoudt en het mij zo lastig mogelijk maakt om Hem te vinden.” Vervolgens stelt Henri zichzelf de vraag: “Accepteer ik wel dat ik het waard ben gezocht te worden?” “Hier raak ik de kern van mijn geestelijke strijd: de strijd tegen de miskenning, de verachting, de afkeer van mijzelf.” “De gelijkenis van de verloren zoon is het verhaal over een liefde die al bestond, voordat er van afwijzing sprake kon zijn en altijd zal blijven bestaan, hoe vaak zij ook wordt afgewezen.”

Lange tijd heeft Henri geleefd in de overtuiging, dat terugkeren naar het huis van de Vader de hoogste roeping is. Maar achter de oproep om terug te keren naar huis gaat nog een andere oproep schuil, namelijk de oproep om zelf de vader te worden. “Vader worden; die uitnodiging is de verrassende conclusie van al mijn bespiegelingen over Rembrandts De terugkeer van de verloren zoon.” “Ingaan in het huis van de Vader houdt in, dat ik het leven van de Vader tot mijn leven maak en dat ik veranderd word tot zijn beeld.” “Worden als de hemelse Vader is niet slechts een belangrijk aspect van Jezus’ leer, het is er de kern van.”

“Jezus is de ware Zoon van de Vader. Wanneer wij de vader worden, is Hij ons voorbeeld.” “Door hem (AG: Jezus) kan ik weer een ware zoon worden en als een ware zoon kan ik groeien tot ik net zo barmhartig word als onze hemelse Vader.” “Verdriet, vergeving en edelmoedigheid zijn (…) de drie wegen waarlangs het beeld van de vader in mij kan groeien. Het zijn drie aspecten van de oproep van de Vader om bij Hem thuis te blijven.”

“Met ontzag sta ik op de plek waar Rembrandt mij heeft gebracht. Hij leidde mij van de knielende, verwonde jongste zoon naar de staande, over hem heen buigende vader; van de plek waar ik gezegend word naar de plek waar ik moet zegenen.” 

donderdag 25 april 2013

Eindelijk thuis: de oudste zoon


Het tweede deel van de geestelijke reis van Henri, zoals beschreven in ´Eindelijk thuis´ gaat over de oudste zoon. Hoe meer hij over de oudste zoon nadenkt, des te meer herkent hij zichzelf in hem. Het kost hem geen moeite om zich te identificeren met de oudste zoon. Ook de oudste zoon raakte verloren en op drift, hoewel hij thuisbleef. “Deze verlorenheid kenmerkt zich door oordelen en veroordelen, door boosheid en wrok, door bitterheid en jaloezie. Niets is zo funest en zo schadelijk voor het hart dan juist deze verlorenheid.” De verlorenheid van de jongste zoon is heel doorzichtig. De verlorenheid van de oudste zoon is veel moeilijker te onderkennen.

“Deze ervaring: niet in staat te zijn binnen te treden in de vreugde van een ander, is de ervaring van een hart vol wrok. De oudste zoon kon het huis niet binnengaan om de vreugde van zijn vader te delen. Zijn zelfbeklag verlamde hem en daardoor kon hij door duisternis worden overvallen.” Henri schrijft dat hoe meer hij over de oudste zoon in hem nadenkt, des te meer hij zich realiseert hoe diep geworteld deze vorm van verlorenheid werkelijk is en hoe moeilijk het is om vanuit zo’n houding terug te keren naar huis. Hij komt tot de conclusie: “ik kan mezelf niet genezen”.
  
“De vader wilde niet alleen de jongste zoon terug, maar ook zijn oudste.” Gods verlangen is om beide zonen naar huis terug te brengen. God houdt van beide zonen zielsveel. Met een onvoorwaardelijke liefde. Henri schrijft over zichzelf: “Ik moet gevonden en thuisgebracht worden door een herder die naar mij op zoek gaat.” Ik moest de verkeerde afhankelijkheid van een menselijke vader opgeven om terug te keren naar waarachtige afhankelijkheid van mijn hemelse Vader. Een vader die hem vrijmaakt om lief te hebben en los te komen van de behoefte om het andere mensen naar de zin te maken en door hen bevestigd te worden.

woensdag 24 april 2013

Eindelijk thuis: de jongste zoon


Henri Nouwen schrijft in zijn boek ‘Eindelijk thuis’ over zijn geestelijk reis. Een reis die zich voltrekt in drie etappes. Eerst identificeert Henri zijn met de jongste zoon. De verloren zoon die weer thuiskomt. Maar thuiskomen impliceert een vertrek. De jongste zoon vertrekt met de erfenis naar verre oorden, ondanks dat zijn vader nog springen levend is. De jongste zoon geeft blijk van een ‘provocerende opstandigheid’. Hij verlaat zijn (geestelijk) huis. “Thuis, dat is het centrum van mijn wezen, waar ik de stem kan horen die zegt: ‘Jij bent mij liefste zoon, in wie Ik mijn welbehagen heb’.”

Henri stelt de vraag: “Waar hoor ik thuis? Bij God of in de wereld?” “De liefde van de wereld is een voorwaardelijke liefde en zal dat ook altijd blijven. Zolang ik mijn ware identiteit zoek in de wereld van de voorwaardelijke liefde, blijf ik de slaaf van de wereld, gevangen in de cirkel van proberen en falen.” “Telkens wanneer ik de onvoorwaardelijke liefde zoek waar ze niet gevonden kan worden, ben ik de verloren zoon.” “Het lijkt er bijna op, alsof ik mijzelf en de wereld wil bewijzen dat ik Gods liefde niet nodig heb, dat ik mijzelf wel weet te redden, dat ik volledig baas in eigen leven kan zijn.”

De jongste zoon verliest uiteindelijk al zijn bezitting in een ver en vreemd land. Het bracht zijn tijd door bij de varkens en de mensen beschouwden hem zelfs niet meer als een medemens. Hij stierf bijna van de honger. Hij was op weg naar de dood. Op een gegeven moment kiest hij voor het leven in plaats van de dood. “Het besef dat de vader hem liefhad, (…), gaf hem de kracht om voor zichzelf zijn zoonschap op te eisen, ook al wist hij heel goed dat die aanspraak op geen enkele verdienste berustte.”

Henri schrijft dat kiezen voor het zoonschap echter niet eenvoudig is. “Ik wist dat ik de waardigheid van mijn zoonschap had verspeeld en kon maar niet geloven dat ‘de genade altijd groter is’ dan mijn falen.” “Een van de grootste uitdagingen van het geestelijk leven is Gods vergeving te aanvaarden.” “Om vergeving te ontvangen moet men bereid zijn om God God te laten zijn, om Hem de kans te geven alles te genezen, herstellen en vernieuwen. Zolang ik dat nog gedeeltelijk zelf wil doen, stel ik me tevreden met deeloplossingen, wil ik dagloner worden.”

dinsdag 23 april 2013

Eindelijk thuis: terugkeer van verloren zoon


Henri Nouwen schrijft in zijn boek ‘Eindelijk thuis’ over het avontuur dat hij beleeft met Rembrandts’ schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’. Dit schilderij beeldt het verhaal uit zoals dat beschreven is in Lucas 15 : 11 – 32. Het avontuur, de geestelijke ontdekkingsreis van Henri begint in 1983 als hij oog in oog komt te staan met een poster van het genoemde schilderij. Hij herkent zich in de verloren zoon die zich geborgen weet in de armen van zijn vader.

In 1986 maakt Henri kennis met het originele schilderij van Rembrandt en wel in het museum de Hermitage in Sint-Petersburg. Uren zit Henri op een stoel voor het schilderij en neemt hij het tafereel in zich op. Henri schrijft: “Het schilderij nam mij volledig in beslag. Dit moment was inderdaad een thuiskomst.” Henri identificeert zich achtereenvolgens met de jongste zoon, de oudste zoon en de vader. Ook Rembrandt herkent hij in de jongste, de oudste zoon en de vader. In de jongste, de oudste zoon en de vader ziet Henri ook God. Tenslotte houdt Henri ons een spiegel voor. Een spiegel in de gestalte van de jongste zoon, de oudste zoon en de vader. 

donderdag 11 april 2013

Grenzen & Kinderen (3)


Vanaf hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 13 (deel 2) in het boek 'Grenzen & Kinderen' schrijven Cloud en Townsend over tien wetten of principes over grenzen. Tien principes die kinderen moeten kennen over het stellen van grenzen. ‘Deze principes zullen je helpen grenzen te stellen op veel vlakken van het leven thuis met je kinderen. Gebruik ze om je kinderen te brengen op het punt dat ze verantwoordelijkheid kunnen dragen.’ Het gaat om de volgende tien wetten:
  1. de wet van zaaien en oogsten;
  2. de wet van verantwoordelijkheid;
  3. de wet van macht;
  4. de wet van respect;
  5. de wet van motivatie;
  6. de wet van evaluatie;
  7. de wet van vooruitgang;
  8. de wet van jaloezie;
  9. de wet van activiteit;
  10. de wet van onthulling. 
In hoofdstuk 14 (deel 3) schrijven Cloud en Townsend dat kennis van deze zaken en inzicht niet genoeg zijn. ‘Als je dit boek op tafel legt of onder het kussen van je kind, zal hem dat niet veel goed doen. Het is tijd om aan de slag te gaan. In dit hoofdstuk worden je zes stappen aangereikt voor toepassing van grenzen bij je kind.’ Zeg maar een stappenplan. 

woensdag 10 april 2013

Grenzen & Kinderen (2)


In hoofdstuk 1 van het boek 'Grenzen & Kinderen schrijven Cloud en Townsend dat het voornaamste doel van opvoeden is kinderen te helpen het karakter te ontwikkelen waarmee ze de toekomst goed tegemoet kunnen gaan. Het woord ‘karakter’ gebruiken ze om een totale beschrijving te geven van hoe iemand is. De toekomst van het kind begint dus nu. Grenzen zijn de sleutels die relaties doen slagen. ‘Kinderen worden niet met grenzen geboren. Ze maken zich grenzen eigen vanuit relaties en door discipline.’ ‘De essentie van grenzen is zelfbeheersing, verantwoordelijkheid, vrijheid en liefde. Dit is de rivierbedding voor het geestelijke leven.’

Cloud en Townsend beschrijven in hoofdstuk 2 welk soort karakter we willen ontwikkelen in onze kinderen. Ze laten enkele kwaliteiten zien die zij belangrijk achten voor volwassen gedrag. ‘Voor de ontwikkeling van dergelijke kwaliteiten zijn grenzen van essentieel belang.’ Zij noemen de volgende kwaliteiten: liefhebben, verantwoordelijkheid, vrijheid, initiatief, respect voor de realiteit, groeien, waarheidlievend en je plaats vinden in God.

‘Om een goed karakter bij een kind te kunnen ontwikkelen moeten de ouders ook een goed karakter hebben. Grenzen kunnen we onze kinderen alleen bijbrengen als we zelf grenzen hebben.’ Daarover gaat hoofdstuk 3. Dit hoofdstuk doet een oproep aan ouders om ook aan jezelf te werken. ‘Ga na waar je eigen grenzen zwak zijn. Ga op zoek naar meer informatie en hulpbronnen.’

dinsdag 9 april 2013

Grenzen & Kinderen (1)


Henri Cloud en John Townsend schreven het boek ‘Grenzen & Kinderen’. In dit boek passen de schrijvers de principes die uitgelegd zijn in hun boek ‘Grenzen’ specifiek toe op kinderopvoeding. 

De nadruk in het boek ligt op principes en niet op problemen. De principes waarover de schrijvers het hebben, vormen sleutels die kinderen kunnen gebruiken om hun eigen leven op orde te krijgen. Deze sleutels hebben ze volgens het boek gevonden door de Bijbel te bestuderen op de onderwerpen ‘verantwoordelijkheid’, ‘rentmeesterschap’ en ‘zelfbeheersing’. 

Cloud en Townsend ‘hopen dat dit boek een hulp zal zijn voor ouders die het karakter van hun kind zodanig willen helpen vormen dat veel problemen voorkomen kunnen worden waar mening volwassene mee worstelt.’

Het boek bestaat uit drie delen:
  • deel 1: ‘Waarom kinderen grenzen nodig hebben’;
  • deel 2: ‘Tien principes die kinderen moeten kennen over het stellen van grenzen’;
  • deel 3: ‘Toepassing van het stellen van grenzen vaan je kinderen.

donderdag 4 april 2013

Je eigen stukje grond


Onze persoonlijkheid, onze persoonlijke identiteit kan vergeleken worden met een ‘erf’, een eigen, uniek stukje grond. Aspecten van onszelf, van onze identiteit, van onze persoonlijkheid zijn ons lichaam, onze opvattingen, onze gevoelens, ons gedrag, onze gedachten, onze talenten en vermogens, onze verlangens en onze keuzes. Allemaal aspecten of kenmerken van ons erf.

Grenzen - afbakenen
Ons eigen stukje grond is niet oneindig of onbeperkt. Nee, het is juist beperkt, afgegrensd of afgebakend. Het stukje grond kent grenzen. Onze grenzen die van anderen moeten we accepteren en respecteren.

Het is belangrijk dat wij onze eigen beperkingen (begrenzing) kennen van bijvoorbeeld onze talenten en vermogens. Of dat wij onszelf lichamelijk op de juiste manier afbakenen naar anderen toe: tot hier en niet verder. Met grenzen definiëren wij onszelf (identiteit). Zij laten zien wat van ons (persoonlijk) is en wat niet van ons is. Een grens maakt duidelijk waar wij eindigen en waar iemand anders begint.

Eigendomsrecht - vrijheid
Ons stukje grond is rechtens van ons. Wij hebben het eigendomsrecht over ons eigen stukje grond. Dat betekent dat een ander alleen met onze toestemming op ons erf mag komen. Daarnaast hebben wij ook de vrijheid om met ons erf te doen wat ons goeddunkt. Wij mogen in vrijheid onze eigen keuzes maken, onze eigen opvattingen en onze eigen gedachten hebben. Die vrijheid mag ons niet ontnomen of betwist worden door anderen.

Het is ons eigen stukje grond en van niemand anders. Wij hebben recht op onze eigen mening, onze eigen opvatting, onze eigen gedachten, ons gevoel (o.a. emoties) en recht op het maken van onze eigen keuzes. Een ander mag ons die mening, gedachten of gevoel niet betwisten of zelfs ontzeggen. Dat is namelijk 'grensoverschrijdend' gedrag: die ander begeeft zich dan zonder toestemming op ons erf. Onze opvatting, onze keuze is allereerst iets tussen ons en God. Maar een ander mag ons wel bevragen over onze mening of onze keuze. Ons proberen op andere gedachten te brengen.

Vrijheid - grenzen
De vergelijking tussen onszelf en een erf of eigen stukje grond geeft al aan, dat onze vrijheid niet onbegrensd is. Wij zijn vrij op ons eigen stukje grond. Als er geen grenzen zouden zijn, dan zouden wij (en anderen) geen eigen stukje grond meer hebben. Het ontbreken van grenzen brengt juist onvrijheid met zich mee. Grenzen zijn een voorwaarde voor vrijheid.

Verantwoordelijkheid
Wij hebben ook verantwoordelijkheid over dat eigen stukje grond. Alleen wijzelf dragen (primair) de verantwoordelijkheid over ons eigen stukje grond. Wij zijn niet (primair) verantwoordelijk voor het stukje grond van de buurman. Wij zijn dus zelf verantwoordelijk voor de keuzes die wij maken of niet maken en de consequenties die achter deze keuzes wegkomen.

Verantwoordelijkheid moeten wij ook nemen, oppakken. We moeten ons toe-eigenen wat van ons is en er verantwoordelijkheid voor nemen. Wij kunnen wel denken dat wij geen keuze hebben en er voor weglopen, maar daarmee hoort die keuze toch echt wel tot ons domein, ons stukje grond. Als onze geliefden ons teleurstellen bij het uitoefenen van hun vrijheid, dan is die teleurstelling onze verantwoordelijkheid. Ons gevoel behoort immers tot ons ‘erf’.

Wij en de ander
Dit alles staat niet los van onze relaties en onze verantwoordelijkheid naar God en onze naasten (verbondenheid) toe. Het is God die ons ons eigen stukje grond geeft. God maakt vrije mensen, met een eigen verantwoordelijkheid en begrenzing. Grenzen, vrijheid en verantwoordelijkheid zijn aspecten van onze persoonlijkheid die wij in de Bijbel terugvinden.

Ons recht op ons eigen stukje grond zijn gelijk aan de rechten van anderen op hun stukje grond. Wij hebben recht op onze mening (en anderen moeten dat recht respecteren), maar anderen hebben ook recht op hun eigen mening (en die moeten wij respecteren). 

dinsdag 2 april 2013

Vrijheid van denken


In de zaterdagbijlage van het ND van 30 maart was een portret opgenomen van Tjerk Oosterkamp met de titel ‘Gelovige met een vrij brein’. In dit artikel voert Oosterkamp o.a. een pleidooi voor de vrijheid van denken. Volgens hem is die vrijheid noodzakelijk als basis voor goede wetenschap, maar ook voor het geloof in Jezus Christus.

“Wat ik wil bewerkstelligen is dat mensen merken dat keuzes waardevol zijn, maar ook dat het slechts keuzes zijn. Niet dat ze er niet toe doen, want de gevolgen van die keuzes maken wel degelijk verschil uit. 1) Maar je bent vrij om je keuze te herzien. Ik wil mensen gevoelig maken voor: ik had deze situatie ook zó kunnen aanvliegen en dan had ik anders gereageerd. Dat zorgt voor begrip.”

“Ik ken geen religieuze traditie die dat doet op de manier waarop Jezus dat doet (AG: Jezus spreekt op een heel bijzondere, unieke manier over lijden en troost). Dat Hij zegt: ik stel de vrijheid voorop, ik zal u vrij maken. Dat betekent ook: als je gebukt gaat onder het dogma van de een of ander, dan kun je naar Jezus. Dan kun je Jezus woorden uit de mond plukken en die woorden omhoog houden tegen de kerkenraad die jou iets probeert op te leggen. De kerk bestaat uit mensen en mensen hebben de neiging hun wil aan anderen op te leggen, net zoals ik de neiging heb om mijn kinderen mijn wil op te leggen. Die neiging probeer ik te onderdrukken, en Jezus gaat me daarin voor. Dus mijn troost vind ik in wat Jezus zegt over lijden en vergeving en over vrijheid.”

1) Zie mijn blog ‘De wet van oorzaak en gevolg

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO