donderdag 29 april 2010

De rechtvaardige kan omgaan met onrecht

“Welke houding neem je aan als jou onrecht wordt aangedaan?” Op die vraag geeft ds. Klaas van den Geest een antwoord in zijn artikel ‘Voor vals gerucht niet vrezen’ in de Reformatie.[1] Het antwoord op die vraag zoekt hij in Psalm 112. In deze psalm gaat het over iemand die voor een vals gerucht niet zal vrezen (vers 7). Over iemand die niet vreest als anderen zijn woorden en zijn intentie achter die woorden anders uitleggen, dan hij voor ogen heeft.

Wie is die iemand uit psalm 112? Een rechtvaardige noemt de psalm die mens. Een rechtvaardige is iemand die allereerst God zoekt in die afhankelijke houding van ‘vreze des Heren’, die het begin van wijsheid is. “Zo vind je rust. Je wilt niet meer hoe dan ook je gelijk bewijzen. Je hoeft je niet meer zo nodig te verdedigen: voor kwaad gerucht zal hij niet vrezen. Je vreest God alleen.” De rechtvaardige kiest niet “voor de tegenaanval, maar voor verdieping van zijn contact met God.” Intensief gebed, concentratie op God, kijken naar Jezus.

Ja, kijken naar Jezus. Jezus was een volmaakt rechtvaardig mens. Ook is hij een sprekend voorbeeld van iemand van wie de woorden werden verdraaid. Zijn intentie werd niet op waarde geschat. Hij kreeg leugens en onrecht te verduren. Ondanks dat ging Hij daar als een rechtvaardige mee om. Hij vreesde de mensen niet. Hij vreesde alleen God, zijn Vader. Door naar Jezus te kijken mag je steeds meer een rechtvaardige worden in je handel en wandel. Mag je als een rechtvaardige omgaan met onrecht dat je wordt aangedaan.

[1] De Reformatie, nummer 23 – jaargang 85 – 9 april 2010

maandag 26 april 2010

Conflicten in de kerk

“Interne spanningen en discussies verlammen kerken. Als er veel energie gaat zitten in het oplossen van conflicten, komen leven uit genade, getuigen van Gods liefde en dienen in de wereld in de verdrukking. Welke houding neem je aan als jou onrecht wordt aangedaan?”

Dit is de inleiding van ds. Klaas van den Geest van zijn artikel ‘Voor vals gerucht niet vrezen’ in de Reformatie.[1] Van de Geest schrijft dat conflicten onvermijdelijk zijn. Dat conflicten en spanningen vaak niet eerlijk worden benoemd. Dat mooie woorden de werkelijkheid verdoezelen en dat conflicten vaak escaleren.

Vervolgens stelt hij de vraag: “Hoe kun je escalatie voorkomen? Daarvoor moet je op zoek gaan naar wie de echte vijand is. Is dat die ander, met wie je in de clinch ligt? Nee, het is de duivel, die Gods gemeente uit elkaar wil drijven. Hij is uit op verdeeldheid, hij wil een gemeente die opgaat in haar interne verwikkelingen. De energie van Gods Geest moet wegebben in onderling gekrakeel. Dat is zijn doel: het werk van God kapot maken, kleinmenselijk geharrewar de agenda laten bepalen, ook die van kerkenraden.”

[1] De Reformatie, nummer 23 – jaargang 85 – 9 april 2010

vrijdag 23 april 2010

Moeten verandert in ont-moeten

Jos Douma schrijft in zijn boekje: ‘De ontmoeting – 12 uren met Jezus’ ook over een ‘verborgen betekenis’ van het woord ontmoeten. Ontmoeten kun je ook lezen als ont-moeten. Moeten tegenover ont-moeten, zoals haasten staat tegenover ont-haasten. “(…) in een echte ontmoeting met Jezus zullen we ook mogen leren ervaren hoe waardevol ont-moeten is.” Volgens Jos brengt een echte ontmoeting met Jezus deze verandering met zich mee: ont-moeting!

In de ontmoeting met Jezus wordt de (wettische) last van je afgenomen. “Als je hem leert kennen, leer je de overvloed van het koninkrijk van God kennen. Die volheid van leven, die overvloedige goedheid van onze Heer valt je ten deel als je Jezus echt ontmoet. En uit deze overvloed gaat door de Geest in jouw leven de gehoorzaamheid stromen die Jezus aan je geeft.” Het moeten wordt via de ontmoeting met God steeds meer een ont-moeten. Het moeten verandert in een willen, een verlangen.

Ik heb over die goedheid en overvloed de blog ‘Je wordt wie je bewondert’ geschreven. Ik had toen vooral deze tekst daarbij voor ogen: “Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt.” Een tekst uit Johannes 1 (vers 16).

donderdag 22 april 2010

Ontmoeting met God

Ik schreef al dat de diepste ontmoeting die we mogen ervaren de ontmoeting met God is. Over deze ontmoeting schreef Jos Douma een mooi boekje: ‘De ontmoeting – 12 uren met Jezus’. In het boekje schrijft Jos allerlei mooie woorden over de ontmoeting tussen God en mensen en tussen mensen en God. De kern van dit boek vormen de twaalf overdenkingen (de twaalf uren met Jezus) waarin Jos ons wil helpen te luisteren naar Jezus. “Aan dat luisteren naar zijn stem is een belofte verbonden: dat het door de Geest tot een ontmoeting met de levende Heer komt.”

Jos schrijft dat geloven ten diepste is dat je God ontmoet. En dat de Bijbel ook wel het ‘boek van de ontmoetingen’ genoemd. In de Bijbel lezen we over ontmoetingen tussen God en mensen. Ontmoetingen met gewone mensen die bijzondere mensen werden omdat God hen had ontmoet. En “omdat ze uit die ontmoeting als veranderde mensen tevoorschijn waren gekomen. Echte ontmoetingen waren het geweest, waar ze met huid en haar, met hart en ziel in betrokken waren.” Ook Jos schrijft over echte (ware) ontmoetingen en geen echte (mislukte) ontmoetingen. Echte of mislukte ontmoetingen tussen mensen onderling of tussen God en mensen.

“Voor zo’n echte ontmoeting is het ook nodig dat je jezelf openstelt: dat je kwetsbaar bent, dat je je laat raken, dat je deelt wat er in je leeft aan angst en boosheid, schuld en schaamte, vreugde en verlangens. (…) Ook als je op zoek bent naar een echte ontmoeting met God, is het belangrijk om tot je door te laten dringen dat je eigen openheid en kwetsbaarheid een belangrijke voorwaarde zijn voor zo’n ontmoeting.”

maandag 19 april 2010

Echte ontmoeting beoordeelt en veroordeelt niet

Op mijn blog ‘mislukte ontmoeting’ schreef ik over het boekje ‘Benedictijnse regels – voor een gelukkig leven’ van Anselm Grün. Ik schreef over echte ontmoetingen en mislukte ontmoetingen.

Grün stelt in zijn boekje dat het niet beoordelen en niet veroordelen een kenmerk is van een ware ontmoeting. Een echte ontmoeting “ontlokt juist het goede aan de ander.” In plaats van de ander te willen veranderen, accepteer je hem of haar onvoorwaardelijk. “En juist deze ervaring van acceptatie biedt de ander de mogelijkheid tot verandering. Wanneer ik de ander echter wil veranderen, dan ervaart hij dat als de boodschap: ‘Ik ben niet goed zoals ik ben. De ander wil me alleen maar aanvaarden als ik anders ben.’”

Het Bijbels verhaal over Jezus en de tollenaar Zacheüs noemt Grün hierbij ter illustratie. “Jezus zegt tegen de kleine tollenaar Zacheüs, die zijn minderwaardigheidscomplexen probeert te compenseren door zoveel mogelijk geld bijeen te schrappen, dat hij mag zijn zoals hij is. Dat verandert hem. Nu hoeft hij zich niet meer anders voor te doen. Nu is hij vol van vreugde over de ontmoeting met iemand die hem vertrouwt. Zolang hij veracht, veroordeeld werd, moest hij steeds rigoureuzer worden in zijn inspanningen om anderen klein en zichzelf met zijn bezit groot te maken, om zich daarmee boven hen te plaatsen. Zolang we de ander willen veranderen, houdt die hardnekkig vast aan zijn gedrag. Hij rechtvaardigt zich.”

zaterdag 17 april 2010

Mislukte ontmoeting

Grün schrijft in het op mijn blog ‘Het geluk van de ontmoeting’ genoemde boek over geslaagde ontmoetingen, over ontmoetingen waarbij mensen ons schade willen toebrengen, over mislukte ontmoetingen en ontmoetingen die een strijd zijn. Hij schrijft over ontmoetingen die ons diep raken en over ontmoetingen tussen een man en een vrouw. En over de diepste ontmoeting die we mogen ervaren: de ontmoeting met God.

Een ontmoeting kan mislukken doordat je op een bepaalde manier naar de ander kijkt. Zo kun je met een vooringenomen blik naar iemand kijken. Grün schrijft dat bij een ware of echte ontmoeting je altijd open moet staan voor het nieuwe en onbekende. “In de ontmoeting ben ik bereid om mezelf in twijfel te trekken en me te laten veranderen. Als ik de ontmoeting met vooringenomen beelden en mening inga, zal die mislukken.”

Een ontmoeting mislukt nogal eens omdat we in die ontmoeting de uniciteit van de ander niet zien. “We nagelen hem vast op onze zienswijze.” Volgens Grün slaagt een ontmoeting alleen “als we de tijd nemen om goed naar de ander te luisteren. Wat beweegt hem? Waarnaar verlangt hij? Wat zou hem goeddoen?”

Een ontmoeting mislukt ook als we de ander helemaal niet zien. Een ontmoeting gaat verder dan een contact. “Als we te zeer met onszelf en met onze problemen bezig zijn, kunnen we de ander niet daadwerkelijk ontmoeten. We gaan voorbij aan zijn behoeften en doen hem daarmee pijn. Ontmoeting vereist de moed om ons met de ander te bemoeien en hem een stuk met ons mee te nemen, voor hem te zorgen.”

vrijdag 16 april 2010

Het geluk van de ontmoeting

In het boek ‘Benedictijnse regels voor een gelukkig leven’ schrijft Anselm Grün over grondhoudingen die de mens nodig heeft om geluk te ervaren. Over gouden regels die ons leven aangenamer maken en ons leven iets van glans van volmaaktheid en volledig geven. Over uitgangspunten die ons leven de oorspronkelijke glans geven die het van Godswege toekomt.

Eén van de gouden regels die hij beschrijft is ‘het geluk van de ontmoeting’. Grün schrijft daar o.a. dit over: “Voor Martin Buber waren de ontmoeting met andere mensen en de ontmoeting met God er belangrijke voorwaarden voor dat de mens zichzelf vindt, dat hij zijn eigen ik kan ontdekken. Zijn beroemde stelling was: 'Ik word door jou.' In de ontmoeting ervaar ik wie ik werkelijk ben. In de ontmoeting vind ik de weg naar mijn ware ik. Een ware ontmoeting bevrijdt me van alle rollen die ik speel en van alle maskers die ik opzet.”

In het hoofdstuk over ‘het geluk van de ontmoeting’ haalt Grün allerlei verhalen aan vanuit de Bijbel. Verhalen die een ontmoeting beschrijven, zoals de geschiedenis waarin de Emmaüsgangers de opgestane Jezus ontmoeten. Grün sluit het hoofdstuk zo af: “Het zou het mooist zijn als we aan het eind van al deze ontmoetingsverhalen tot het inzicht zijn gekomen: ‘Ik ben mezelf. Ik ben helemaal geworden zoals God me geschapen en bedoeld heeft.’”

woensdag 14 april 2010

Komen tot overgave

In mijn vorige blog ‘Alleen vrijheid door overgave en vertrouwen’ schreef ik over overgave en vertrouwen. “Volkomen overgave kan alleen op basis van volkomen vertrouwen.” Maar hoe kom je tot overgave en vertrouwen? Het antwoord op die vraag werd mij duidelijk bij het lezen van het boek ‘God speelt geen enkele rol in mijn leven …’ van Wilkin van de Kamp.

Van de Kamp zegt daar het volgende over: “Ik kan alleen mijn leven aan de regisseur in de hemel overgeven (AG: overgave) als ik geloof dat Hij almachtig, alwetend en alomtegenwoordig is. Ik vertrouw op God omdat er geen grens is aan zijn kunnen of aan zijn macht.” Ik vertrouw op God omdat Hij mijn leven overziet, begrijpt wat er allemaal gebeurt. “Ik vertrouw op God omdat Hij de onbegrensde God is, die mij belooft bij te staan in elke situatie en op elke plaats waar ik ben. Er zijn geen grenzen aan zijn liefde, zijn genade en aan zijn macht. Door te geloven in deze almachtige, alwetende en alomtegenwoordige God kan ik tot werkelijke overgave komen.”

Dus hoe kom je tot overgave en vertrouwen? Door te geloven, je te realiseren hoe groot en almachtig God daadwerkelijk is. Je komt tot vertrouwen en tot overgave door te lezen in de Bijbel over en je te verdiepen in de grootheid van de Heer. Overgave kan alleen op basis van volkomen vertrouwen. Omdat God is zoals Hij is, is Hij voor de volle 100% te vertrouwen. En omdat God zo te vertrouwen is, kan je jezelf met een gerust hart aan Hem overgeven. Zo werkt het toch ook bij mensen? Iemand die je volledig vertrouwt, daar durf je je ook aan over te geven. Zo werkt het zeker bij God. Laten we oppassen dat niet veel aandacht uitgaat naar kleinmenselijk gedrag in plaats van ons te ‘vergapen’ aan de grootheid van de Heer.

vrijdag 2 april 2010

Alleen vrijheid door overgave en vertrouwen

L.M. Vreugdenhil schrijft in zijn boek ‘Vriendschap met God’ over geestelijke groei, groeien in heiliging. Anders gezegd een steeds meer gaan lijken op Jezus. Hij noemt daarbij ook een aantal concrete handvatten. Het allereerste en allerbelangrijkste handvat is toewijding. “Dat je werkelijk je wil overgeeft aan God en zegt: Heer, U alleen bent goed en heilig, uw wil alleen is zuiver en volmaakt.”

Vreugdenhil haalt daarbij een citaat aan uit het boek ‘De navolging van Christus’ van Thomas à Kempis: “Alleen een volkomen overgave aan God maakt ons innerlijk vrij.” Volkomen overgave zonder enig voorbehoud. “Volkomen overgave kan alleen op basis van een volkomen vertrouwen. Wie bepaalde gebieden van zijn leven uitzondert van de overgave aan Christus, heeft nog niet voldoende begrepen dat God altijd ons heil, ons welzijn en geluk op het oog heeft. Overgave aan de wil van God brengt dan ook altijd innerlijke vrede en blijdschap in ons hart.”

Wat is volkomen overgave en volkomen vertrouwen moeilijk. Maar wat is volkomen overgave en vertrouwen belangrijk om werkelijk vrij te zijn in Christus. We maken ons druk over van alles en nog wat, ook in de kerk. Sommigen proberen zoveel mogelijk de zaken onder controle te krijgen en te houden, ook in de kerk. We liggen wakker van de zorgen, ook over de kerk. Maar bij een volkomen overgave mogen we ons druk maken over van alles en nog wat, ons control freak zijn, onze zorgen aan de voeten van Jezus neerleggen en vertrouwen op Hem. Anders zijn we zomaar slaaf (niet-vrij) van ons druk maken over, van onze (aan)drang tot controle, van onze zorgen. Ja, alleen een volkomen overgave aan God maakt ons innerlijk vrij.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO