Posts

Ik wil zo graag iemand veranderen

Heb je wel eens de behoefte gevoeld om iemand te veranderen? Nee, als iemand een plezierige, sympathieke, lieve man of vrouw is, zal die behoefte er niet zijn. Maar wat nu als iemand destructief gedrag vertoont? Of als je iemand wel achter het behang zou willen plakken? Of als iemand verslaafd is?   Gabor Maté geeft een antwoord op die vraag in hoofdstuk 33 van zijn boek Hongerige geesten – de psychologie van verslaving . Dit hoofdstuk heeft als opschrift Wat ik tegen families, vrienden en verzorgers zou willen zeggen meegekregen. Maté schrijft dat “dierbaren van een verslaafde hem graag willen veranderen”, maar dat kan niet.   Maar, wat dan wel? “Familie, vrienden en partners van verslaafden hoeven soms maar één redelijke beslissing te nemen: er voor de verslaafde zijn en hem accepteren zoals hij of zij is, of ervoor kiezen om er niet voor hem of haar te zijn zoals hij of zij is.” En over dit accepteren, deze acceptatie zegt hij vervolgens o.a. dit: “Acceptatie in een relatie tus

Is verslaafd-zijn een keuze?

Is verslaafd-zijn een keuze? Een vraag waarbij Gabor Maté in zijn boek Hongerige geesten – de psychologie van verslaving uitgebreid stilstaat. Bij het lezen van dit boek triggerde deze vraag mij, omdat ik al eerder schreef over keuzevrijheid . Dit naar aanleiding van het boek De Keuze van Edith Eger. Ook schreef ik een blog over de paradox vrijheid om te kiezen én keuzevrijheid is een illusie .   De vraag is verslaafd-zijn een keuze is belangrijk, omdat “een kernveronderstelling van de strijd tegen drugs is dat de verslaafde ervoor kan kiezen om niet verslaafd te zijn en dat strenge sociale of wettelijke maatregelen hem ervan zullen weerhouden om zijn verslaving in stand te houden.”   Maté formuleert in zijn boek het dilemma van vrijheid bij verslaving als volgt: “een mens die grotendeels door onbewuste krachten en automatische hersenmechanismen wordt gedreven is niet goed in staat om ook maar enige zinvolle keuzevrijheid in de praktijk te brengen”.   In het algemeen is er v

Wanneer verdient iemand respect?

Wanneer verdient een mens respect ? Ik sprak met iemand over deze vraag. Ik zei dat iedereen respect verdient ongeacht zijn mening of overtuiging. De ander (mijn gesprekspartner) vond dat ook maar maakte één uitzondering op deze regel: iemand verdient respect tenzij zijn mening, zijn overtuiging tegen Gods wil of gebod ingaat. Dus het was voor haar een respect-tenzij. Respect is een thema dat bij mij vooral betekenis heeft gekregen vanuit de relationele grondwet . Daarnaast geeft het zoeken op mijn blog naar het woord ‘ respect ’ de nodige hits: het onderwerp vind ik belangrijk en ik heb er veel over nagedacht. Het bovengenoemd gesprek hield mij nog lang bezig. Is respect nu onvoorwaardelijk of is het voorwaardelijk?  Wij spraken er later samen nog een keer over door. De andere nuanceerde haar mening en stelde dat iemand (als persoon ) altijd respect verdient, maar zijn of haar mening niet als deze ingaat tegen Gods wil. Maar, is dat niet een wat bijzondere stelling? Als je de be

Hoop in bange tijden

Afbeelding
Ik las het boek Hoop in bange tijden – De betekenis van Jezus’ opstanding van Tim Keller. Hieronder heb ik het boek samengevat. De titel van het boek geeft het al aan: het boek is door Keller geschreven in een tijdperk van angst en onzekerheid. Zowel maatschappelijk als persoonlijk: Keller heeft tijdens het schrijven van het boek ‘te dealen’ met de diagnose alvleesklierkanker. “Dood, pandemie, onrecht, sociale stagnatie – we hebben opnieuw een kiezelsteen van hoop nodig.” Keller wil ons die hoop aanreiken in zijn boek. Keller schrijft dat dit de ‘grondthese’ is van zijn boek: dat de opstanding van Jezus Christus zowel de kracht als het patroon biedt voor een leven dat verbonden is met Gods toekomstige nieuwe schepping. In hoofdstuk 1 - Vaste hoop werkt Keller uit dat het christendom een historisch, redelijk en genadig geloof is. Hij benadrukt de historiciteit van de kruisiging en opstanding van Jezus Christus en zet deze tegenover het gedachtegoed van het liberale christendom.

Emotionele competentie

 Je kunt je vatbaarheid voor ziekte en het stimuleren van genezing beïnvloeden. Gabor Maté schrijft daarover in zijn laatste hoofdstuk (p. 289 ev.) van zijn boek Wanneer je lichaam nee zegt . Hij noemt zeven elementen van genezing die je helpen bij het ontwikkelen van je emotionele competentie. “Emotionele competentie is het vermogen om op een verantwoorde manier in verhouding tot onze omgeving te staan, zonder een slachtofferrol aan te nemen en zonder onszelf te schaden. Dat is het noodzakelijke innerlijke fundament voor het kunnen omgaan met de onvermijdelijke spanningen in het leven” (p.294). Dit zijn de zeven elementen: Acceptatie : de bereidheid om te erkennen en te accepteren hoe de dingen zijn. Bewustzijn : “het oppikken van authentieke emotionele signalen’; het onder ogen zien van de emotionele waarheid over ons leven; de tekenen van stress in ons lichaam herkennen. Boosheid : het gaat hier over de onderdrukking van boosheid. Dat betekent niet dat we moeten kiezen voor een

Wanneer je lichaam nee zegt

Afbeelding
Iemand bracht mij de film The Wisdom of Trauma onder de aandacht. Een bijzondere film waarin een inspirerende man (Gabor Maté) zijn visie ontvouwt en demonstreert in allerlei indrukwekkende en ontroerende casussen over wat trauma’s doen bij mensen en hoe ze er mee om zouden kunnen gaan. Ik besloot om vervolgens zijn boek Wanneer je lichaam nee zegt  te lezen. Dit leerde ik van het boek. Helemaal aan begin van het boek maakt Maté al duidelijk dat in het moderne leven lichaam en geest gescheiden worden (p.9). “Maar in het leven bestaat deze scheiding niet. Er is geen lichaam dat niet geest is, geen geest die niet het lichaam is” (p.20). Maté schrijft dat door “vorige generaties van artsen en wetenschappers” het verband tussen lichaam en geest werd aangetoond, maar dit verband is (in onze moderne tijd) spoorloos verdwenen “in een soort medische Bermudadriehoek” (p.16-17). “Al onze overtuigingen over gezondheid en ziekte worden beïnvloed door dualistisch denken, het splijten van iets wa

Zelfdifferentiatie bij Friedman

In het boek van Edwin H. Friedman – Van geslacht op geslacht krijgen de begrippen zelfdefinitie en zelfdifferentiatie veel waarde mee. Maar, wat is nu (zelf)differentiatie en zelfdefinitie precies? Eerst wat citaten. Citaten “Met differentiatie bedoelen we het vermogen van een gezinslid om zijn of haar eigen levensdoelen en waarden te bepalen, los van de druk van de omgevingsfactoren. ‘Ik’ te kunnen zeggen, wanneer anderen ‘jullie’ en ‘wij’ van je vragen” (p.34). “Het omvat ook het vermogen tot een (relatief) niet-angstig-bezorgde presentie te midden van bezorgde systemen en om maximale verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen bestemming en het eigen emotionele bestaan” (p.34). “Dit concept moet echter niet verward worden met autonomie of narcisme. Differentiatie betekent een ‘ik’ te kunnen zijn, terwijl men met anderen verbonden blijft” (p.34). En als Friedman schrijft over de differentiatieschaal van Bowen, dan zegt hij daar o.a. dit: “Wanneer ze (AG: ‘hun kinderen’) ui