Nagy’s vergeten dimensie
Ivan Boszormenyi-Nagy (=Nagy) onderscheidt in zijn contextuele gedachtegoed ‘vier dimensies’ die met elkaar de relationele werkelijkheid vormen. In boeken die gaan over dit gedachtegoed worden deze vier dimensies beschreven, maar er zijn ook schrijvers die een vijfde dimensie ten tonele voeren. De dimensie van de ontologie. Ontwikkelde Nagy nu vier of vijf dimensies? En wat betekent die vijfde dimensie?
Ontologie
Voordat
ik die vragen ga beantwoorden sta ik eerst even stil bij het woord ‘ontologie’.
Dit woord is op te delen in: ontos en logos. Ontos: dat
wat is / zijnde. Logos: leer/denken/ordening. Ontologie betekent dus: de
leer van wat werkelijk is. Of: nadenken over de aard van de werkelijkheid zelf.
Het gaat hier dus niet over hoe we moeten handelen (dat is ethiek), maar over
wat er fundamenteel bestaat en hoe dat gestructureerd is. Bestaat de
werkelijkheid uit materie? Of uit relaties? Dat zijn ontologische vragen. Ontologie
vraagt: wat is werkelijk fundamenteel?
Niet
existentieel maar ontologisch
Nagy
benadrukt dat ‘ontisch’ niet verward mag worden met het begrip ‘existentieel’. Existentieel
gaat over het concrete bestaan van de mens. Over alles wat het menselijk leven
raakt. Het is dus een breed begrip. Nagy verwijst met het begrip ontisch
naar een fundamentele structuur van het menselijk zijn, namelijk het Zelf kan
alleen bestaan in relatie. Het Zelf ontstaat uit relaties, in relaties en door
relaties. Niet alles van ons bestaan is relationeel, maar ons mens-zijn zelf is
relationeel gefundeerd. Anders gezegd: door het woord ontisch te
gebruiken zegt Nagy: relaties zijn noodzakelijk voor het zijn zelf. Zonder
relationele verbondenheid kan het Zelf niet werkelijk bestaan. Bij relationele
ethiek (vierde dimensie) is niet alleen sprake van een morele orde, maar deze komt
voort uit de structuur van het menselijk zijn (vijfde dimensie).
Verband
vierde en vijfde dimensie
Er
lijkt bij Nagy dus een verband te bestaan tussen de vierde en vijfde dimensie.
De vierde dimensie impliceert dat er een relationele rechtvaardigheid bestaat,
dat loyaliteit geen construct (theoretisch begrip of idee) maar een gegeven is en
dat geven en ontvangen een morele orde vormen. Dat is een ontologisch claim en
deze claim heeft Nagy expliciet gemaakt in de vijfde dimensie. Het nadenken
over de vierde dimensie (relationele ethiek) roept de vraag op: waar is die
relationele ethiek op gebaseerd? Die is niet gebaseerd op iets normerends,
niet geworteld in cultuur of moraal. De relationele ethiek is geworteld in de
aard van de werkelijkheid (dimensie van de ontologie). Als je diep genoeg kijkt
naar relationele rechtvaardigheid (vierde dimensie), dan kom je vanzelf uit bij
de ontologische (vijfde) dimensie.
Vijfde
dimensie
Nagy
onderscheidde dus (in zijn latere werk) een vijfde dimensie. Deze vijfde
dimensie was niet zozeer een uitbreiding, maar ‘een verplaatsing van een
element uit de vierde dimensie naar een nieuwe vijfde dimensie’. De vijfde
dimensie functioneert anders dan de eerste vier. Met de vijfde dimensie maakt
hij het ontologisch fundament van relationele ethiek expliciet. Dat fundament
zat al impliciet in de vierde dimensie. Je kan dus zeggen, dat de vijfde
dimensie geen nieuwe laag is naast de vierde, maar het fundament onder de
vierde. Het is geen uitbreiding van het theoretische en therapeutische model
van Nagy, maar een explicitering van het fundament.
Reacties
Een reactie posten