Help: welke therapie moet je kiezen?
Je hebt besloten om in therapie te gaan maar weet niet zo goed welke therapeut of therapie je moet kiezen. Wat dan, of maakt het niet zoveel uit welke therapie je kiest? Voor het beantwoorden van deze vragen gebruik ik twee therapieën als ‘model’, namelijk IFS (=Internal Family System – Richard C. Schwartz) en CT (=Contextuele therapie - Ivan Boszormenyi-Nagy afgekort: Nagy).
Een
eenvoudige zoektocht?
Een
voorbeeld van zo’n zoektocht vinden we terug in het boek Het wordt nooit
beter van Griet op de Beeck. Ik heb daar twee blogs over geschreven. Zij
had de moed al opgegeven. Vind maar eens de ‘juiste’ therapie én ook nog de
‘juiste’ therapeut. Op de Beeck laat zien dat deze zoektocht een verre van eenvoudige
zoektocht is.
Het
maakt niet uit
De
vijf dimensies van Nagy maken direct duidelijk dat de variant ‘het-maakt-niet-zoveel-uit-welke
therapievorm-ik-kies’ niet bestaat. IFS is een aanpak die vooral
intrapsychisch (de binnenwereld van een individu) gepositioneerd moet worden en
daarmee hoort deze thuis in de 2e dimensie. CT richt zich vooral op de
mens in relaties (en generaties) en werkt daarmee vooral vanuit de 4e
dimensie. De tweede dimensie is niet gelijk aan de vierde dimensie en daarmee
is IFS niet gelijk aan CT. Beide hebben een ander vertrekpunt en positionering.
Concurrenten
Verschillende
therapieën kunnen ook zomaar als concurrerend ten opzichte van elkaar worden gezien. Je kiest óf voor IFS óf je kiest voor CT. Ook deze variant past niet in
de vijf dimensies van de (relationele) werkelijkheid. Die werkelijkheid bestaat
uit vijf dimensies waarin elke dimensie z’n eigen positie heeft en niet
concurrerend is ten opzicht van elkaar. In die werkelijkheid onderscheiden
we vijf dimensies, maar die zijn niet te scheiden van elkaar. Als
je kiest voor de ‘óf-óf’-variant ontstaat er ‘niveauverwarring’: één therapie
of aanpak wordt tot enige verklaringsniveau of ordening verheven.
Verbonden
De
vijf dimensies zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze beïnvloeden
elkaar, maar ze vallen niet samen en zijn niet tot elkaar te reduceren. Zo beïnvloedt
je binnenwereld je relaties en kan een uitgebalanceerde relationele ethiek
leiden tot verbetering van de binnenwereld van een individu. De binnen (2e
dimensie)- en buitenwereld (4e dimensie) beïnvloeden elkaar
wederzijds.
Maar als ze elkaar beïnvloeden, kom je dan via een therapie uit de 2e dimensie vanzelf uit bij de 4e dimensie (of andersom)? Als dat zo is, maakt het niet uit welke keuze je maakt. Als je kiest voor IFS dan komt het met je buitenwereld wel voor elkaar en is CT overbodig geworden. Of je kiest voor CT en daarmee komt het met je binnenwereld vanzelf ook goed en kan je IFS overslaan.
Geen
spiegelbeeld
Helaas,
dat is niet het geval. Intrapsychische groei en relationele groei zijn geen
spiegelbeeld van elkaar en zijn niet symmetrisch ten opzicht van elkaar. IFS
kan intrapsychisch tot grote helderheid en compassie leiden, zonder dat
relationeel onrecht of asymmetrie noodzakelijkerwijs wordt gecorrigeerd. Dat is
ook precies de reden dat Nagy de (4e) dimensie van de relationele
ethiek heeft ontwikkeld. Iemand kan door IFS een stadium van innerlijke
harmonie hebben bereikt, terwijl hij (nog steeds) structureel te veel geeft of
neemt in zijn relaties.
Andersom kan ook: iemand kan toegroeien naar relationele correctheid of recht doen aan loyaliteit zonder dat hij dit innerlijk verwerkt en doorleefd. CT kan leiden tot ander gedrag, andere keuzes en andere relationele posities, zonder dat er groei of een verandering is bij de innerlijke schema’s, hechtingspatronen e.d.
Integratieve
aanpak
De
meest vruchtbare aanpak is die waarin beide niveaus worden erkent. Je kan
zeggen dat je bij beide kunt beginnen. Bij IFS of CT. Maar je kunt niet bij
één eindigen. De volgorde mag verschillen, maar de bestemming niet. Intrapsychische
en relationele groei zijn geen varianten van hetzelfde, maar verschillende
niveaus van ordening die elkaar nodig hebben om menselijk leven draaglijk en
rechtvaardig te maken. Het gaat dus om de combinatie van IFS én CT.
Volgorde
Ik
schreef dat de volgorde mag verschillen en dat je bij beide kunt beginnen.
Maakt het dan niet uit waar je begint? Toch wel, er kan een ‘logisch’ beginpunt
zijn. Maar niet omdat de ene therapie beter is dan de ander. Het beginpunt
wordt zichtbaar als antwoord op innerlijke vragen.
Een vraag als: moet eerst mijn regulatie aan de binnenkant of innerlijke draagkracht versterkt worden? Die vraag kan leiden tot een keuze voor IFS als beginpunt, als voorbereiding. Niet omdat IFS “veiliger” is, maar omdat ethiek (i.c. CT) pas echt vrucht draagt als ze gedragen kan worden. Of een vraag als: waar sta ik – en klopt dat nog? Dan gaat het om positionering, relationele verantwoordelijkheid en het expliciet maken van loyaliteiten. Je kiest dan voor CT.
Je
kan het zo samenvatten: IFS helpt je steviger staan in jezelf; contextuele
therapie helpt je eerlijker te staan in relatie. IFS geneest de innerlijke
familie. Contextuele therapie herstelt de menselijke familie. De vraag is niet
wat je vermijdt, maar waar je nu aan toe bent.
Reacties
Een reactie posten