Orde en geloof
Ik schreef twee blogs over het woord ‘orde’. Over de werkelijkheid waar die orde is ingebakken. Die orde is immanent (een wezenlijk onderdeel van) of intrinsiek aanwezig in de realiteit van ons bestaan. Maar hoe verhoudt die zich nu tot God, tot geloof?
Ik geloof dat God de bedenker en schepper is van ‘orde’. Onze werkelijkheid vindt haar oorsprong en houvast in God. Hij is de bron waaruit onze realiteit voortkomt. Als schepper van ‘orde’ heeft hij die impliciet aanwezige orde expliciet verwoord in de Tien Geboden. De dragende relationele orde van de werkelijkheid werd zo ‘vertaald’ naar een waarneembare orde. De Tien Geboden zijn niet de orde zelf, maar een verwoording van de relationele orde. Die orde zelf is dieper, breder. Denk daarbij aan de Bergrede of de relationele ethiek van Nagy; twee voorbeelden van een verdieping/verbreding.
Zonde is daarmee veel meer dan alleen het overtreden van een regel: het is een ingaan tegen de (relationele) orde van de werkelijkheid. Zonde is handelen dat afwijkt van de orde. Is een ontregeling van de dragende orde. En ‘ethiek’ is niet alleen het geheel van morele principes, waarden en gedragsregels gebaseerd op Gods woord, maar ook een afstemming, een meebewegen met de orde van het menselijk bestaan. Zonde kan je in dit verband ook ‘misafstemming’ noemen, zoals een niet geslaagde ontmoeting een mismoeting (Buber) genoemd wordt.
Het immanente (orde) en transcendente (God) zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toch is het wel belangrijk om ze te onderscheiden om zo (niveau)verwarring te voorkomen. Dit onderscheid maak ik niet om te scheiden, maar juist om goed te kunnen verbinden.
Ik geef een voorbeeld: Mensen die God vaarwel zeiden in hun leven kunnen geneigd zijn om te denken: God is er voor mij niet meer of hij bestaat voor mij niet (meer) en dus zijn ook zijn regels en geboden niet meer relevant voor mij. Immers, geen God betekent ook geen regels van God. Maar, daarmee verwart zo iemand het transcendente en immanente aspect en het waarneembare en dragende aspect van orde. Hij kan de waarneembare orde (goddelijke regels – transcendente aspect)) wel overboord zetten, maar daarmee is er nog steeds wel een dragende orde (immanente aspect). De orde van het menselijk bestaan blijft bindend en geldend ook na het vaarwel zeggen van God.
Geen mens, christen of niet-christen, kan zich onttrekken aan de orde van de (relationele) werkelijkheid. Zoals ook niemand zich kan onttrekken aan de zwaartekracht. Verwoording van die orde in de vorm van de Tien Geboden zijn daarmee universeel, voor iedereen van belang. Het kan daarbij inzichtgevend zijn om achter die verwoording te kijken naar de (dragende) ‘orde’. Naar het verhaal achter de Tien Geboden.
Reacties
Een reactie posten