Relationele ethiek: absolute orde, levende werkelijkheid

 Ik las in De onverbrekelijke band van Annelies Onderwaater ‘nog enkele opmerkingen over het absolute karakter van de dimensie van de relationele ethiek’ (p.76). Ze schrijft het volgende: 

“Ethisch betekent bij Nagy niet normerend, iets wat iemand behoort te doen of te laten. De dimensie van de relationele ethiek heeft haar wortels niet in de cultuur of in de moraal. Voor Nagy is het een universeel menselijk gegeven dat gebaseerd is op een eerlijke verdeling van rechten en verplichtingen. In elke relatie is er een dimensie van geven en nemen.” 

“Nagy ging ervan uit dat de dimensie van de relationele ethiek, zoals hij die beschreven heeft, bestaat. Deze ligt verankerd in de realiteit. In die zin kan zijn relationele ethiek een absolute ethiek worden genoemd: dit is zijn werkelijkheid. Voor degene die zijn werkelijkheid niet (volledig) deelt, zal bijvoorbeeld de uitspraak dat het bestaan van loyaliteit een verplichting inhoudt (…) wel een normatieve uitspraak zijn. Hij zal deze verplichting, die voor Nagy een feitelijk gegeven is, baseren op normen in de maatschappij of in de godsdienst.” 

Als Onderwaater schrijft dat Nagy de relationele ethiek ziet als een universeel menselijk gegeven en als verankerd in de realiteit, dan suggereert dat dat relationele ethiek méér is dan een morele norm of culturele afspraak. Zij heeft dan een werkelijkheidsstatus. In die zin mag je zeggen dat Nagy’s relationele ethiek niet alleen existentieel, maar ook ontologisch geladen is. 

Existentieel betekent dan: relaties zijn van doorslaggevend belang voor het menselijk leven. Ontologisch gaat een stap dieper: menselijke persoonswording en zelfbestaan zijn wezenlijk relationeel gegrond. Het Zelf is geen geïsoleerd gegeven, maar ontstaat, draagt zich en blijft samenhangend in verbondenheid. 

Relationele ethiek is dan niet alleen moraal, maar ook realiteitszin. Relationele rechtvaardigheid behoort niet slechts tot wat wenselijk is, maar tot wat structureel nodig is voor menselijke samenhang en wording. Ontologie is hier dus geen toevoeging aan Nagy van buitenaf, maar de verdieping van wat in zijn denken al besloten ligt. De relationele ethiek rust in een werkelijkheid die voorafgaat aan onze meningen over haar. Juist daarom kan zij door Nagy als feitelijk gegeven worden opgevat: niet omdat zij morele dwang oplegt, maar omdat zij wortelt in de menselijke orde zelf. 

Relationele ethiek komt dan voort uit de orde van het menselijk bestaan zelf: niet als een mechanische natuurwet, maar als een levende, moreel geladen ordening die zichtbaar wordt in processen van afstemming, wederkerigheid, trouw, verantwoordelijkheid en herstel van balans. Waar die orde wordt geëerbiedigd, ontstaat meer samenhang, betrouwbaarheid en innerlijke bevestiging. Waar zij wordt geschonden, ontstaan breuk, onrecht, destructief recht en vervreemding. 

In die zin is relationele ethiek bij Nagy geen opgelegde norm, maar een gehoor geven aan de waarheid van de relationele werkelijkheid.

Reacties

Veel gelezen berichten

Vergeving is goed, maar verzoening is beter

Bevrijd van jezelf

De GKv moet verder met één predikant minder