zaterdag 19 december 2009

Onze liefdestrouw en die van Christus

Onze liefdestrouw in het huwelijk wordt in de Bijbel vergeleken, gelijkgesteld, gespiegeld aan de liefdestrouw van Christus. Is onze liefdestrouw zoals de trouw van Christus? Een trouw tot in de dood? Trouw beloof je aan God en zo aan elkaar. Ware trouw is niet afhankelijk van het humeur, de zwakheden of zelfs de zonden van de ander. Zijn wij als Jezus naar elkaar toe? Verstaan wij de diepte, hoogte en breedte van de redding van Christus voor ons? Ons gedrag laten wij wel vaak afhangen van het gedrag van anderen. Dat past echter niet bij een zijn als Jezus.

“’Hoofd’ en ‘hulp’ dragen beiden het beeld van God. Hoofd ben je niet voor jezelf, hulp ook niet. Maar je geeft je leven voor het welzijn en het behoud van de ander. Dat beloof je aan God en zo aan elkaar. Die belofte duurt je leven lang. Een echtscheiding, hoe ingrijpend ook, doet haar niet verdwijnen. Weet aan Wie je hebt beloofd! Zelfs in geval van overspel, hoe ontluisterend ook, zul je toch vooral denken aan het behoud van de ander. Hoe kun je dat? Door te knielen bij het kruis, bij Hem die zich overgaf voor plegers van overspel, voor dieven, voor leugenaars en dat soort mensen.” Bij Christus begint jouw trouw. “In zijn vernedering leer jij dienen. In zijn overgave leer jij er altijd te zijn voor je man, je vrouw.” Als je werkelijk de trouwe liefde van Christus kent en begrijpt, zul je door de kracht van de Geest er echt kunnen zijn voor je man of vrouw.

De Reformatie, jg 85 – nr 5 – 31 oktober 2009: Trouw ben je niet zomaar.

woensdag 16 december 2009

Heroriëntatie op liefdestrouw van Christus

Het gaat dus volgens Keller om een heroriëntatie op de radicale liefdestrouw van Christus. Maar, wat houdt die liefdestrouw van Christus nu in? Waar gaat het dan om?

Jezus Christus werd zeer onrechtvaardig behandeld. “Voortdurend werden zijn woorden verdraaid. Mensen wilden niet luisteren, ze wilde niet door Hem worden verlost. Ze daagden hem voortdurend uit. Hij werd geslagen, terwijl Hij geen kwaad had gedaan. Hij werd op gruwelijke wijze vermoord, terwijl Hij zich over velen had ontfermd.”

“Intussen had Hij de macht om op ieder moment legioenen engelen te ontbieden. Hij had zichzelf kunnen bevrijden en al zijn vijanden ter plekke kunnen verteren.”[1] Christus had veel redenen om af te haken en tegen zijn Vader te zeggen: Vader, de mensen zoeken het maar uit. Ze willen mij niet. Ze verdienen het niet. Ik stop ermee! Maar Hij ging toch door tot de dood aan het kruis. Hij was trouw aan God en aan mensen. “Onze Heiland was daarin niet afhankelijk van hoe mensen zich gedroegen.” Een zin om te herhalen en te overdenken: Jezus’ trouw was niet afhankelijk van het gedrag van mensen! Als dat wel zo was geweest, dan had hij het bijltje er vast heel snel bij neergegooid. Jezus’ trouw leidde uiteindelijk tot zijn afschuwelijke dood. Als dat geen radicale liefdestrouw is, wat dan wel?

[1] De Reformatie, jg 85 – nr 5 – 31 oktober 2009: Trouw ben je niet zomaar.

maandag 14 december 2009

Huwelijksmoeiten en Christus

Wat doe je als er bij mensen sprake is van huwelijksproblemen? Moet je ze het zevende gebod voorhouden? Bij het lezen van ‘De vrijgevige God’ van Keller viel mij op, dat hij een andere insteek kiest. Hij schrijft o.a. dit: “De oplossing voor een slecht huwelijk is heroriëntatie op de radicale liefdestrouw van Christus in het evangelie. ‘Gij zult niet echtbreken’ krijgt betekenis in de context van deze liefde van Christus, vooral aan het kruis, waar hij u volledige trouw bewees. Alleen wanneer je de trouwe liefde van Christus kent, zul je werkelijk stand houden tegen wellust. Zijn liefde geeft vervulling – hetgeen voorkomt dat u van seksualiteit dingen verwacht die alleen Jezus kan geven.”[1]

Hij gaat dan zo verder: “Waar gaat het dus om? Een trouw (…) mens word je niet van een verdubbelde inspanning om morele regels te volgen. Alle verandering komt veeleer door een dieper verstaan van de redding door Christus, en door een leven vanuit de veranderingen die dit verstaan in uw hart bewerkt.”

Keller noemt in dit verband Efeziërs 5. “In Efeziërs 5 spreekt Paulus de gehuwden toe, maar speciaal de mannen. Veel van zijn brieflezers hadden vanuit hun heidense achtergrond nog een kwalijke kijk op het huwelijk.” Het is geen dreigen of puur vermanen wat Paulus doet in Efeziërs 5. Nee, hij houdt de brieflezers de redding door Jezus voor. Jezus aanvaardde de verantwoordelijkheid voor zijn bruid (AG: de kerk). Hij gaf zich over om haar te beschermen. Hij gaf zijn leven prijs om haar te behouden. Die redding verbindt Paulus met de liefde van een man voor zijn vrouw. De liefdestrouw in een huwelijk dient een afspiegeling te zijn van de redding door, de liefdestrouw van Jezus.

[1] De vrijgevige God – Tim Keller, pagina 94.

donderdag 10 december 2009

Onze hardleersheid en halsstarrigheid

Afgelopen tijd las ik het evangelie volgens Marcus door. Wat mij o.a. opviel is hoe moeizaam Jezus zijn boodschap over de bühne kon krijgen bij zijn discipelen.

Jezus verwijt de discipelen regelmatig hardleersheid en halsstarrigheid. Regelmatig lees je vragen van Jezus aan zijn discipelen zoals: Jullie hebben oren, maar horen niet? Jullie hebben ogen, maar zien niet? Geloven jullie nog steeds niet? Begrijpen jullie het dan nog niet? Ontbreekt het jullie aan inzicht? Het teken van de vermenigvuldiging van de broden en de vissen vindt zelfs twee keer plaats en toch begrepen de discipelen toen nog niet dat Jezus tot alles in staat was.

Moet je voorstellen, de discipelen volgden Jezus dag en nacht en zagen de meest bijzondere wonderen en tekenen. De discipelen hoorden de meest goede, aansprekende, bijbelgetrouwe preken die ze zich maar wensen konden. De ‘predikant’ was de meest volmaakte die er op aarde heeft rondgelopen. Een meer authentieke prediker is er voor en na Jezus niet meer geweest. En toch die verwijten van Jezus aan de discipelen tot in het laatste hoofdstuk van Marcus aan toe. En toch die hardleersheid en halsstarrigheid.

Hoe kijkt Jezus naar de huidige discipelen, de navolgers van Christus van nu? Doen wij het veel beter dan de discipelen van toen of zou Jezus ons ook regelmatig hardleersheid en halsstarrigheid verwijten? Ik zou niet weten waarom wij nu anders handelen dan de discipelen van toen. Ook mij en ons valt regelmatig hardleersheid en halsstarrigheid te verwijten. Als ik hierover nadenk, dan maakt dat mij bescheiden. Dan wil ik niet te snel ‘grote woorden’ spreken. Dan wil ik begrip opbrengen voor andere broers en zussen die ook last hebben van hardleersheid en halsstarrigheid, omdat ik geen haar beter of anders ben dan zij.

Moeten we daarom de problemen in de kerk en in ons leven maar bagatelliseren? Dat zou wel een begrijpelijke reactie zijn: het is altijd al zo geweest, dus laten we er ons maar bij neerleggen, het is niet anders. De volmaaktheid zullen we hier nooit bereiken. Dat zal een ‘realist’ ons voorhouden. Nee, ik denk dat dat te gemakkelijk is. Jezus maakt toch niet voor niets de discipelen (en ons) verwijten? Ik zie maar één oplossing voor mijzelf en anderen: we moeten ons tot in het diepst van onze ziel laten aanraken door de Geest van Jezus. De Geest die ons doet focussen en fixeren op Jezus! Alleen zo worden wij vernieuwd, veranderd, kunnen wij stap voor stap over onze hardleersheid heen groeien. Dat is toch geen idealisme? Denk niet te klein over het werk van de Geest!

zaterdag 5 december 2009

Vernieuwing van identiteit: als Jezus zijn

Bas Luiten schrijft in de Reformatie van 14 november 2009 over het ‘Met Christus omkleed’ zijn. Dit naar aanleiding van Galaten 3 : 27. “U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed.

Luiten zegt daar o.a. het volgende over. ‘Wie je bent, blijft bestaan, en toch komt er iemand over je die meer is dan jij. Er ontstaat een gezamenlijk bestaan, een twee-eenheid, tussen Christus en ieder die in Hem wordt ondergedompeld in de doop. Je doet dus nooit meer iets alleen. En andersom, Jezus doet het samen met jou. (…) Het is de bedoeling als mensen naar mij kijken dat ze meer van Hem zien en minder van mij.’

Luiten wijst op de actieve vorm waarin deze tekst is geformuleerd; ik heb mij met Christus omkleed. Maar doe ik dit zelf? Kan ik mezelf met Christus omkleden? ‘God is in de doop de handelende persoon. Hij is de enige die een mens in Christus kan begraven en vervolgens kan laten opstaan (Rom. 6). (…). Maar gelovig daarvoor kiezen doe je wel zelf. (Let wel: niet uit jezelf, maar wel zelf). Het kleed impliceert de eigen verantwoordelijkheid die we houden. Onze identiteit wordt nieuw, we worden er niet van beroofd. Het is een complete wedergeboorte.’

Vervolgens is het ook de kunst om voortaan elkaar zo te zien. ‘(…) eerst Christus zien, en pas dan en zo die ander.’ In Christus verdwijnen de verschillen (Jood of Griek, slaaf of vrije, man of vrouw: Galaten 3 : 28). “(…) het is nog steeds een kwestie van op de juiste wijze kijken naar elkaar, eerst Christus ontdekken in elkaar.’

vrijdag 27 november 2009

Een gesprek van hart tot hart

Op de weblog ‘Wij kiezen voor vriendschap’ van Jos Douma las ik hoe hij in het kader van Wij kiezen voor eenheid deel nam aan een retraite. Op de blog schrijft Jos: “Voor mijzelf was vooral een nieuw moment de ontdekking hoe wezenlijk vriendschap is voor processen waarin kerken en kerkmensen elkaar zoeken. (…) Deze retraite was eigenlijk een lang biddend gesprek van hart tot hart, waarin we elkaar op een dieper, spiritueel niveau leerden kennen. (…) Wel hebben we gezegd en ook geproefd hoe belangrijk onderlinge vriendschap is, een spirituele vriendschap die een afspiegeling is van de liefdevolle vriendschap in de drie-enige God.

Een gesprek van hart tot hart. Wat is dat mooi als je een gesprek hebt van hart tot hart. Toen ik dit las, vroeg ik mij af: Waarom lukt een gesprek van hart tot hart met de ene geestelijke broer wel en met de ander niet? Nu laat die vraag zich in het korte bestek van een blog niet uitputtend beantwoorden. Er zijn boeken over volgeschreven.[1] Ik denk wel dat Jos in zijn blog ingrediënten van het antwoord geeft. Een retraite [2] kan een randvoorwaarde zijn voor een gesprek van hart tot hart. Jos noemt vriendschap als een belangrijk ingrediënt. Ja, vriendschap en echte verbondenheid is wezenlijk. Een gesprek van hart tot hart kan niet in de vorm van een soort ‘loopgravenoorlog’ gevoerd worden. Echte vriendschap en verbondenheid betekent dat je je kwetsbaar opstelt, dat liefde en ontvankelijkheid het gesprek bepalen. Een vriendschap die een afspiegeling is van de vriendschap die er is tussen de Personen van de drie-enige God. Een ander ingrediënt dat Jos noemt is het elkaar leren kennen op een dieper, geestelijk niveau. Elkaar leren kennen, echt geïnteresseerd zijn in de ander en in de (geestelijke) drijfveren en motieven van die ander. Samen leden van hetzelfde (geestelijke) huisgezin met dezelfde Vader. Een geestelijk gesprek waarin de Geest domineert en dus volop vruchten van de Geest zichtbaar zijn. Wie zou niet verlangen naar zulke gesprekken?

[1] Een voorbeeld van zo'n boek is: Recht uit je ziel – communicatie zoals God het bedoeld heeft, Larry Crabb
[2] De ontmoeting – 12 uren met Jezus, retraiteboek van Jos Douma
Jos geeft in dit boek aan het woord ‘retraite’ de betekenis van “dat je gedurende kortere of langere tijd met alle dagelijks dingen stopt om je te bezinnen op wat echt belangrijk is in je leven (…)”. Retraite heeft met rust en stilte te maken.

maandag 23 november 2009

De ene ‘overdoper’ is de andere niet (2)

Ik wil graag nog wat verder doordenken en schrijven over wat ik genoemd heb ‘de ene overdoper is de andere niet’. Misschien sprak ik in m’n eerste blog over dit onderwerp ook wel te veel in raadselen. Met de titel heb ik geprobeerd aan te geven, dat de ene overdoper niet gelijk behoeft te zijn aan de andere. Laten we eerst eens wat verschillende dopen op een rijtje zetten:
1. kinderdoop;
2. geloofsdoop (in plaats van kinderdoop);
3. eerst kinderdoop + later geloofsdoop (met diskwalificatie van kinderdoop);
4. eerst kinderdoop + later doop (waarde kinderdoop niet ter discussie).

De situatie bij 3 is een andere dan bij 4. Bij situatie 3 zet iemand een streep door z’n kinderdoop en wil de betrokkene deze via een geloofsdoop als het ware overdoen. Bij situatie 4 blijft de betrokkene staan achter de kinderdoop en wil met de tweede doop een (hernieuwde) keuze maken voor de Heer. Ondanks dat beide situaties m.i. heel verschillend zijn worden deze broers en zussen veelal op één hoop geveegd en allemaal ‘overdopers’ genoemd. Bij situatie 3 zal het gesprek uitkomen op de verschillen tussen kinderdoop en geloofsdoop. Bij situatie 4 staat de kinderdoop niet ter discussie en is dus ook geen onderwerp van gesprek. Daar kan het gesprek alleen gaan over de tweede doop.

Situatie 4 is de context van hoofdstuk 21 uit het boekje van Adrian Verbree ‘Over dopen’. Verbree schets een fictief verhaal waarin sprake is van zo’n tweede doop. Hij schrijft: “Maar … nu het kiezen voor Christus zo nadrukkelijk hun leven is gaan bepalen, willen ze die keus ook graag zelf onderstrepen door nogmaals de doop te ontvangen.” Verbree zegt daarvan: “Het is iets fijns wanneer mensen, wanneer dan ook in hun leven, (weer) een bewuste keuze voor Christus willen maken.” Dus met het motief van de tweede doop kan Verbree instemmen. Ook geeft de uitwerking in hoofdstuk 21 aan, dat Verbree anders met situatie 3 omgaat dan met situatie 4. Hij maakt nadrukkelijk een onderscheid tussen 3 en 4 en veegt dus niet heel deze groep bij elkaar en plak daar het etiket 'overdoper' op.

Er blijven m.i. dan nog twee zaken over waar over doorgesproken moet worden: de vorm van deze tweede doop en de locatie (eigen gemeente of niet). Wat de vorm betreft geeft Verbree (en anderen) aan geen voorstander te zijn van het toepassen van hetzelfde teken als bij de kinderdoop. Daar heeft hij m.i. goede argumenten voor. Het noemt de mogelijkheid een alternatief symbool te ontwikkelen. Een betekenis van de kinderdoop is, dat je opgenomen bent als (geadopteerd) kind in Gods huisgezin. Dat huisgezin kent gezinsleden van over de hele wereld en vanuit allerlei kerken, maar wordt vooral geconcretiseerd, werkelijkheid in je eigen gemeente. Het ligt dan ook zeker voor de hand om je bewuste keuze voor Christus, de bevestiging van je plaats in Gods huisgezin tot uitdrukking te brengen in je eigen gemeente (locatie). Dat betekent wel, dat die eigen gemeente zo’n ritueel, zo’n tweede doop (zonder de vorm van de doop) moet willen toestaan.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO