woensdag 24 december 2008

Tradities/kerken kunnen van elkaar leren

Patrick Nullens vertelt in ‘Voorganger, durf in de spiegel te kijken’ over leiderschap in de kerk. In dat artikel zegt hij, dat de drie westerse christelijke tradities de nadruk eenzijdig leggen op één van de drie ambten (priester, profeet en koning). Met de drie westerse christelijke tradities bedoelt hij de reformatorische, rooms-katholieke en de evangelische traditie. “Ze hebben alle drie een belangrijk waarheidsmoment (..), maar die drie ambten horen bij elkaar.”

Het artikel ‘Meer aandacht voor het leven hier en nu’ maakt melding van de promotie van Hans Burger over het ‘in Christus zijn’. Daarin staat o.a. het volgende: “Burger signaleert in zijn uitwerking (AG: uitwerking van het thema ‘in Christus zijn’) dat verschillende christelijke tradities verschillende accenten leggen als het gaat om leven in gemeenschap met Christus. De reformatorische traditie benadrukt het werk van God, de rooms-katholieke de activiteit van de kerk, de evangelische de keuze van de mens, de charismatische het werk van de Geest.” En dan zegt Burger vervolgens: “Iedere traditie heeft zich gespecialiseerd, met de suggestie dat andere tradities fout zijn. Maar heel vaak vult het ene het andere aan. (…) Verschillende accenten sluiten elkaar niet uit.”

Daarmee zeggen Nullens en Burger beide hetzelfde namelijk dat iedere traditie zo z’n eigen accenten legt. Die accenten zijn op zich juist, maar wel een deel van de hele waarheid. Die verschillende accenten vullen elkaar aan en maken het ‘plaatje’ compleet. Bij allerlei onderwerpen is het daarom niet wenselijk dat de ene traditie de andere als ‘foutief’ bestempelt. Soms is er de neiging om de verschillen te zoeken en als kerk/traditie je daar tegen af te zetten. Ik stel voor, dat wij de verschillen zoeken om vervolgens te kijken of dit geen andere accenten zijn. Andere accenten die met ‘onze’ accenten het ‘plaatje’ compleet maken. Voorwaarde hiervoor is wel de aanwezigheid van het besef, dat een traditie/kerk accenten legt en dus geen bezitter is van het totaalplaatje. Laten we goed naar elkaar luisteren, met elkaar in gesprek gaan en de verschillende tradities zich spiegelen aan elkaar. Zo kan er een verrijkend groeiproces ontstaan.

Dit is mijn laatste bijdrage van het jaar A.D. 2008.
Vanaf D.V. 5 januari 2009 hoop ik de ‘pen’ weer op te pakken.
Gezegende kerstdagen toegewenst en een goede jaarwisseling.

maandag 22 december 2008

Een kerk die prikkelt en ‘in Christus zijn’

Ik noemde het al eerder: maandag 15 december is de predikant Hans Burger gepromoveerd aan de Theologische Universiteit in Kampen op een proefschrift met de titel: Being in Christ, ‘in Christus zijn’. In de al eerder genoemde artikelen in het RD en ND doet Burger ook uitspraken die richting geven aan evangelisatie.

In het RD zegt Burger: “In Christus zijn is absoluut noodzakelijk, is ook een ervaringswerkelijkheid. To be or not te be, in Christ, that’s the question. Wat heb je anders nog te vertellen, ook aan mensen buiten de kerk? Juist hierin kunnen ook mensen in onze postmoderne cultuur een échte identiteit vinden.”

En in het artikel in het ND ‘Delen in lijden en overwinning van Christus’ zegt hij: “Wil de kerk in een postmoderne samenleving prikkelend zijn, en Christus in mensen gestalte krijgen, dan moet je meer willen doen dan bewijzen dat ‘christenen ook leuke en normale mensen zijn’. Het gaat om meer dan het gewone: dat je niet alleen je vrienden groet, maar ook je vijanden.”

Beide uitspraken doen mij sterk denken aan het boekje van Graham Tomlin – Een kerk die prikkelt. Daarin zegt Tomlin dat evangelisatie aan dovemansoren gericht zal zijn, “tenzij er iets intrigerends, prikkelends of verleidelijks is aan de kerk, de christenen of aan het christelijk geloof. Als kerken geen gevoel van ‘werkelijkheid’ kunnen overbrengen, zal onze ‘waarheid’ niet meetellen.”

Als vervolgens Burger zegt: “De betekenis van het evangelie voor het heden krijgt niet voldoende aandacht in de vrijgemaakte traditie”, dan zegt hij daarmee toch dat de kerken onvoldoende gevoel van ‘werkelijkheid’ kunnen overbrengen? Als het geen “ervarings-werkelijkheid” is, hoe zouden wij postmoderne mensen buiten de kerk kunnen bereiken? Is daarmee niet een verklaringen gevonden voor ons weinig missionair-zijn?

vrijdag 19 december 2008

Verbondenheid met Christus is bepalend

Ik noemde het al eerder: maandag is de predikant Hans Burger gepromoveerd aan de Theologische Universiteit in Kampen op een proefschrift met de titel: Being in Christ, ‘in Christus zijn’. Ook het ND doet daarvan verslag in het artikel ‘Meer aandacht voor het leven hier en nu’.

Op de vraag wat de studie Hans Burger persoonlijk gebracht heeft antwoord hij zo: “De verbondenheid met Christus is zo'n centrale notie. Het bepaalt je identiteit, geeft richting aan prediking en pastoraat. (…) Het licht is aangegaan.” Anders gezegd: spiritualiteit bepaalt je identiteit, geeft richting aan je leven, je gedrag en overtuiging, etc.

Verbondenheid met Christus is dus echt van fundamenteel belang. Al het andere komt daaruit voort. Laat dan ook de concentratie daarop gericht zijn: verbondenheid met Christus, christelijke spiritualiteit. Dan gaat het licht aan, en word je een lichtend licht.

donderdag 18 december 2008

Wie is Jezus voor jou?

Op mijn weblog van dinsdag noem ik het al: maandag is de predikant Hans Burger gepromoveerd aan de Theologische Universiteit in Kampen op een proefschrift met de titel: Being in Christ, ‘in Christus zijn’. In het artikel in het Reformatorisch dagblad ‘Om het hart van de christelijke identiteit’ zegt Burger het volgende: “Voor veel mensen is Jezus Iemand uit het verleden geworden – Die voor onze zonden is gestorven, maar verder?”


Dat is een element dat ook Jos Douma noemt op zijn blog van dinsdag 18 november 2008 (Zijn in Christus). Ik citeer: “Tegen die achtergrond is het ook geschreven: de zorg om een geloofsbeleving waarin de persoon van Christus naar de marge is gedrongen. Dat herkent Hans Burger in de praktijk van het gemeentewerk en ook ik merk nog heel vaak hoezeer de geloofsbeleving van christenen als het gaat om het kennen van en leven met Christus is versmald tot alleen maar de vergeving van zonden: Jezus is een figuur uit het verleden die voor mijn zonden aan het kruis is gestorven. Deze eenzijdige, versmalde kennis en beleving van Christus leidt maar al te gemakkelijk tot een weinig vitaal geloofsleven omdat de kracht van het kennen van Christus in zijn volheid niet gekend en beleefd wordt.”

Dat is ook precies mijn moeite met het jaarthema in onze gemeente: ‘Wonderen van vroeger’. Als het zo is, dat wij een eenzijdige, versmalde kennis hebben over Christus, dan zou m.i. de vraag ‘Wie is Jezus Christus voor mij?’ heel expliciet aan de orde moeten komen. Voor de behandeling van zo’n fundamentele vraag moet toch alles wijken? Wat heeft het voor zin om stil te staan bij ‘wonderen van vroeger’, terwijl je nauwelijks een antwoord kan geven op de vraag: ‘Wie is Jezus voor jou?’

dinsdag 16 december 2008

‘zijn in Christus’


Gisteren is de predikant Hans Burger gepromoveerd aan de Theologische Universiteit in Kampen op een proefschrift met de titel: Being in Christ, ‘in Christus zijn’. Via de webblog van Jos Douma (18 november), die van ‘volgeling’ en een artikel in het Reformatorisch dagblad ‘Om het hart van de christelijke identiteit’ werden we daar al eerder over geïnformeerd.

Bij één element wil ik nu stilstaan: “De notie van het zijn in Christus, het hebben van een levende relatie met Hem, leefde onder ons eigenlijk niet, kwam in preken te weinig aan de orde”, zegt Burger in het RD. Hoe komt dat? Burger zegt daarover: “In de vrijgemaakte kerken is er vanouds de angst voor subjectivisme.”

Het staat er zo ‘nuchter’: “… het hebben van een levende relatie met Hem, leefde onder ons eigenlijk niet, kwam in preken te weinig aan de orde.” Ik moet eerlijk bekennen, ik zelf kan er moeilijk ‘nuchter’ onder blijven: het hart van het evangelie, dat wat geloof écht geloof maakt, leefde onder ons eigenlijk niet en kwam in de prediking te weinig aan bod. En dat vanwege ANGST. Waarom laten wij ons in de kerk zo vaak leiden door angst?

Ik zelf ben ook iemand die ‘geleden heeft’ onder de gevolgen van de angst voor subjectivisme. In mijn veertigste levensjaar heb ik pas ontdekt dat geloven bovenal een levende relatie is met God. Met dank aan de Heilige Geest en Philip Troost. Dat de promotie van Hans Burger een middel mag zijn tot dat inzicht, voor iedereen die nog niet begrijpt, dat het in het geloof vooral daarom gaat: God wil met ons omgaan, wij mogen een levende relatie hebben met Hem.

zaterdag 13 december 2008

Koerswijziging van Ton de Ruiter (2)

Ton de Ruiter is, op eigen verzoek, geen predikant meer, omdat hij het niet eens is met de gereformeerde rechtvaardigingsleer. Maar waar gaan de wegen nu uit elkaar? Waar gaat deze ‘kwestie’ over? Hier het vervolg op mijn weblog van gisteren.

Eenzijdige kijk op Jezus aan het kruis
De predikant Jaap Oosterhuis probeert vervolgens in zijn ND-artikel
Eenzijdige kijk op Jezus aan het kruis’ iets te corrigeren in het denken van De Ruiter. “Het is duidelijk dat er meer van het kruis te zeggen valt dan dat Jezus plaatsvervangend stierf voor onze zonde. Overwinning van de kwade machten, zoals de Ruiter het noemt, is een belangrijk aspect dat misschien wel wat ondergesneeuwd is in de gereformeerde traditie.” Oosterhuis geeft vervolgens een Bijbelse onderbouwing van de betalingsleer, leer van de plaatsvervanging (rechtvaardigingsleer). Hij besluit het artikel met: “Ik hoop dat hij (AG: De Ruiter) terugkomt op zijn eenzijdige visie op het kruis. Wellicht is er dan ook meer ruimte voor hem om ons te onderwijzen over het verbreken van de macht van de zonde en de kracht van ‘Jezus in ons’. Want dat hij ons op die punten iets te vertellen heeft, ook dáár twijfel ik niet aan.”

Aanleiding voor koersverandering De Ruiter
Wat is nu de aanleiding voor de koersverandering bij De Ruiter? In de tweedeling rechtvaardiging en heiliging legde De Ruiter eerst het accent op de heiliging. Vervolgens zet hij nu een streep door de rechtvaardigingsleer. Aanleiding daarvoor is geestelijke lauwheid onder gereformeerden. De Ruiter noemt hiervoor als reden: de nadruk op de leer van de rechtvaardiging. Deze leer maakt christenen ‘gearriveerd’ ”Velen geloven, en dat is het. Maar waar blijft de verandering, waar is de kracht van de wedergeboorte, waar blijft de radicaliteit die Jezus van zijn volgelingen vraagt? De worsteling met deze vragen zette hem op het spoor van zijn ‘verzoening door wedergeboorte-theologie’.”

Mijns inziens
Wat is nu mijn indruk van dit alles? Ik denk dat rechtvaardiging en heiliging alles met elkaar te maken hebben en dus onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een eenzijdig benadrukken of het leggen van een accent op rechtvaardiging (of heiliging) leidt tot ‘problemen’ en doet geen recht aan de hele Bijbel. Ik denk dat in de GKv er inderdaad sprake is van een accent op de rechtvaardiging en daarmee (impliciet) tot het secundair maken van de heiliging. Niet zozeer in de leer, maar wel in de prediking. Teveel mensen in de kerk zien Jezus vooral als gestorven voor hun zonden, terwijl Hij nog zo ontzettend veel meer is.

Ik citeer Jos Douma (weblog d.d. 19 november 2008): “In het begin van mijn predikantschap, tien jaar geleden in deze classis, is het met name Ton de Ruiter geweest die mij er de ogen voor geopend heeft hoezeer een eenzijdige nadruk in de prediking en de geloofsbeleving op het zondaar zijn van Gods kinderen en de vergeving van de zonden door het bloed van Christus een verlammende werking kan hebben op een enthousiast geloof, een geloof dat veel tot stand brengt.” Daarmee heeft Ton de Ruiter m.i. een terecht punt. Maar een eenzijdige nadruk in prediking en geloofsbeleving betekent op zichzelf genomen nog niet dat de rechtvaardigingsleer over boord moet.

Maar hoe nu verder? Gaan we gewoon verder met de waan van de dag? Nee, de koersverandering van Ton de Ruiter moet wat mij betreft leiden tot zelfreflectie en verootmoediging. Dat spoor kiest Jos Douma ook: “Er is reden om ons als kerken en als ambtdragers in die kerken te verootmoedigen over zoveel klein geloof, zoveel geloof dat niet tot bloei komt, geloof dat misschien zelfs klein wordt gehouden, in de kiem wordt gesmoord door een eenzijdig accent op zonde en vergeving.” Zelfreflectie: de koersverandering van De Ruiter moet ons de ogen openen voor de gevaren van een eenzijdige nadruk op rechtvaardiging. Verootmoediging: wij doen God en mensen te kort door het leggen van een accent op rechtvaardiging (of heiliging). Heer, vergeef ons onze zonden en schenk ons uw Geest opdat wij in uw koninkrijk tot grootste dingen in staat zijn.

vrijdag 12 december 2008

Koerswijziging van Ton de Ruiter (1)

Ton de Ruiter is, op eigen verzoek, geen predikant meer, omdat hij het niet eens is met de gereformeerde rechtvaardigingsleer. Maar waar gaan de wegen nu uit elkaar? Waar gaat deze ‘kwestie’ over?

Predikant uit ambt na moeite met leer
In het ND-artikel ‘Predikant uit ambt na moeite met leer’ staat het volgende: “Hij (AG: De Ruiter) zegt al jaren geboeid te zijn door de tweedeling rechtvaardiging en heiliging, waarin de gereformeerde traditie volgens hem een accent op het eerste legt en hij zelf al lange tijd een accent op het tweede. Het gaat God om heiliging. De rechtvaardiging beschouwde ik als de opstap. Maar na recent studieverlof zegt hij ontdekt te hebben dat de rechtvaardigingsleer niet Bijbels is.” Wat houdt die rechtvaardigingsleer dan in? “De gereformeerde leer van de rechtvaardiging stelt dat Jezus stierf voor de zonden van de mensen en dat zijn lijden en sterven een betaling van schuld en straf is aan God.”

Mijn ‘ja’ zonder Gods ‘ja’ is luchtfietserij
Wat is dan het bezwaar van De Ruiter? In het ND-artikel ‘Mijn ‘ja’ zonder Gods ‘ja’ is luchtfietserij’ is dat zo samengevat: “Volgens hem (AG: De Ruiter) is het on-Bijbels dat mensen door het plaatsvervangend lijden van Jezus worden gered. God kan toch ‘om niet’ vergeven? Op Golgotha betaalde Jezus Christus volgens De Ruiter niet de schuld van mensen, maar overwon hij definitief de satan, de zonde en de dood. De Heilige Geest wil deze overwinning planten in harten van mensen die dat aanvaarden (“Jezus in ons”).” Het artikel sluit af met te zeggen, dat juist de gereformeerde rechtvaardigingsleer (‘God staat voor ons in’) een uiterst breed en stevig fundament is voor de heiliging. “De heiliging – mijn ‘ja’ tegen God - is zonder het fundament van Gods ‘ja’ tegen mij luchtfietserij, idealisme dat iedere grond mist en straks wel een illusie moet blijken. Het ‘Jezus in ons’ dat De Ruiter ontdekte, wordt helemaal niets zonder het ‘Jezus voor ons’.”

Grote Ruil is krachtbron voor levensheiliging
Aad Kamsteeg vat het in zijn artikel ‘Grote Ruil is krachtbron voor levensheiliging’ als volgt samen: “Hij (AG: De Ruiter) blijkt niet langer te geloven in de Plaatsvervanging: Christus werd in mijn plaats door God verlaten, in de Grote Ruil: de Here Jezus kreeg wat ik verdiende en ik krijg wat Hij door zijn volmaakte leven verdiende.” Kamsteeg is het niet eens met De Ruiter. Kamsteeg schrijft, dat hij geestelijk niet kan groeien (heiliging) zonder aan de vraag what would Jesus do? het plaatsvervangende what has Jesus done (rechtvaardiging) te laten voorafgaan. “Ik zou niet weten wat ik moet beginnen zonder de Grote Ruil.” Daarmee zegt Kamsteeg m.i. dat voor hem rechtvaardiging en heiliging onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Verzoening vraagt geen betaling
Ton de Ruiter reageert op de artikelen in het ND: ‘Verzoening vraagt geen betaling’. Zijn reactie is helaas beperkt en hij gaat daarmee voorbij aan veel zaken die in de voorafgaande artikelen zijn genoemd. Hij zegt o.a. dat de zekerheid van Gods vergeving rust op Gods belofte en niet op betaling. “Steunen op de ‘Grote Ruil’ leidt af van waar het om gaat. Alleen door Geestelijke verandering kom je in het koninkrijk.” “… schuldbetaling is geen kracht waarmee je je (ego)verslaving overwint. Krachtbron is ‘Jezus in ons’. Zo kun je alleen echt radicaal voor God leven. Dat is mijns inziens veel Bijbelser dan de gangbare rechtvaardigingsleer waarbij heiliging secundair wordt.” Het sluit het artikel af met te zeggen, dat dit alles zijn overtuiging is, maar dat hij open staat voor correctie.

Morgen het vervolg (deel 2) van deze blog.

woensdag 10 december 2008

Patrick Nullens over geestelijk leiderschap


In de zaterdagkrant van het ND kwam ik Patrick Nullens tegen in verband met een studiedag aan het ETF over leiderschap in de kerk. In het artikel ‘Voorganger, durf in de spiegel te kijken’ lezen we hoe Patrick tegen leiderschap in de kerk aankijkt.

Nullens geeft aan, dat kerken van het bedrijfsleven mogen leren door kritisch na te denken over leidinggeven en over jezelf (als leidinggevende). “Voorgangers moeten in de spiegel durven kijken.” Hij legt het leiderschap van de kerk naast het drievoudig ambt van Christus: priester, profeet en koning. Nullens vraagt zich steeds meer af of die drie ambten in één persoon te verenigen zijn. Hij denkt van niet. Jos Douma geeft op zijn weblog hem daarin gelijk. Ik denk ook dat het nauwelijks te doen is voor een ambtsdrager/voorganger om als geestelijk leider priester én profeet én koning te zijn. Dat is niet erg, als in een leiderschapsteam de combinatie van de drie aandachtsgebieden maar voldoende aanwezig zijn. Probleem daarbij is wel, dat er in de kerk niet of nauwelijks naar de teamsamenstelling gekeken wordt. Evenwichtig geestelijk leiderschap is belangrijk juist in deze tijd van veranderingen en onzekerheid.

Wat is een geestelijk leider? Wat ik hiervoor schreef, geeft feitelijk al het antwoord. Een geestelijk leider is een leider die steeds meer gaat lijken op Jezus. Ds. Gert Hutten zegt in het blad leadership daarover het volgende: “Hoe meer wij op Jezus gaan lijken, hoe meer gezag wij zullen hebben, hoe krachtiger wij worden en hoe inspirerende wij zijn. Laten wij ons leiderschap spiegelen aan de woorden van en over Jezus.” Geestelijk leiders, kijken jullie in deze spiegel?

maandag 8 december 2008

Hoofddoel van de mens

In de eerste preek uit de serie van drie over 2 Korintiërs 3 : 18 geeft Jos Douma een antwoord op de vraag: Wat is het hoofddoel van de mens?

Het antwoord is: “God verheerlijken en je voor eeuwig in Hem verheugen. (…) En Jezus zelf heeft er over gezegd: Ik wil, dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt (Johannes 17 : 24). Dit is het ultieme verlangen van Jezus Christus. Dat wij bij Hem zijn. En dat wij zijn luister aanschouwen. En in de hemel mogen we dat in volmaaktheid doen. Maar ook hier op aarde mogen we ons daar volkomen op richten. Want, dit, lieve mensen, dit is onze bestemming.”

Ik moet bekennen, dat ik pas sinds een (beperkt) aantal jaren door heb, dat dit ook voor mij het hoofddoel is in mijn leven. Het is best wat laat te noemen als je pas na je veertigste het hoofddoel van je leven ontdekt. Heb ik dat gemist in mijn “jeugd” of is, wordt onvoldoende verteld, dat verzoening, vergeving, rechtvaardiging, vrede, heiliging, etc., eenvoudigweg middelen zijn tot een groter iets: de heerlijkheid van Christus?!

vrijdag 5 december 2008

De kerk en de spirituele zoeker

Ook een ander artikel in het ND van afgelopen zaterdag gaat over spiritualiteit: ‘Laat kerk aansluiten bij spirituele zoeker’. In dit artikel gaat het o.a. over de waarde van spiritualiteit die samen beleefd wordt en dus niet alleen als individu. “Deze saamhorigheid kon de kerk in het verleden nog bieden. Die kerk, die eeuwenlang dé plek was om naar toe te gaan voor religieuze en spirituele Europeanen, kan blijkbaar in haar huidige vorm de hedendaagse spirituele omnivoren die meer en meer zoeken naar saamhorigheid, niet boeien of bereiken.”

Dat is raar! Er wordt massaal gezocht naar spiritualiteit en de kerk als meest voor de hand liggende vindplaats van spiritualiteit is daarbij geen “marktpartij”. Hoe komt dit? Graham Tomlin noemt in zijn boek ‘De kerk die prikkelt’ twee reden van deze mismatch. De eerste is dat grote delen van de christelijke theologie in strijd zijn met het postmodernisme. Als tweede en belangrijkste reden noemt hij: “het probleem dat de kerken moeten onderkennen is niet zozeer dat mensen niet in God geloven, maar dat ze de kerk ongeloofwaardig vinden. (…) Er is niet zozeer gebrek aan waarheid (…) maar er mist een link tussen de woorden die geuit worden en de levensstijl die daaruit voortkomt: er is gebrek aan authenticiteit, aan diepgang, aan verbinding tussen woord, beeld en werkelijkheid.”

Een van de belangrijkste thema’s in het boek van Tomlin is dan ook, dat “evangelisatie aan dovemansoren gericht zal zijn, tenzij er iets intrigerends, prikkelends of verleidelijks is aan de kerk, de christenen of aan het christelijk geloof.” Tomlin geeft aan, dat bij het nadenken over evangelisatie er drie cruciale zaken centraal moeten staan: het koninkrijk van God, het ontwikkelen van een levensstijl die dat koninkrijk reflecteert, en het belang van plaatselijke kerkgemeenschappen in deze zaak.

woensdag 3 december 2008

Spiritualiteit: luxe of noodzaak?

In het ND van afgelopen zaterdag zijn meerdere artikelen opgenomen die gaan over ‘spiritualiteit’ Eén van die artikelen kreeg het opschrift ‘Spiritualiteit geeft smaak aan leven’ mee. Dit artikel is een verslag van een toespraak van hoogleraar theologie Frans Maas die als thema meekreeg: ‘Spiritualiteit: luxe of noodzaak?’.

Maas gaf in zijn toespraak aan, dat het geloof op drie manieren, op drie niveaus vorm en inhoud gegeven kan worden.

1.Op dit niveau draait het om kennis, om feiten, om de verhalen uit de Bijbel (leer).
2.Hier gaat het om hoe je leeft, om je doen en laten dus (regels).
3.Op dit niveau gaat het om het verlangen, de laag van je emoties, van je hart. “Het is op dit derde niveau dat spiritualiteit zich afspeelt.”

Als je een van deze drie manier van geloven verabsoluteert, ontstaat er volgens Maas een tekort. Iemand die alleen maar is gericht op de leer wordt een betweter. Iemand die alleen maar gericht is op de regels wordt een moralist. En iemand die alleen maar gericht is op emoties wordt zweverig. M.i. geldt ook, dat al deze drie manieren van geloven belangrijk zijn in het leven van een christen. Zowel kennis, als regels als het hart zijn onmisbare onderdelen in het geloof.

In principe voegt spiritualiteit niets toe aan wat we al weten, vervolgt Maas. “Spiritualiteit geeft geen nieuwe informatie. Eigenlijk is alles al gezegd in de leer en de ethiek. Maar zonder het hart, zonder de betrokkenheid, wordt het geloof dor en droog. Het gebed zorgt ervoor dat je niet onverschillig wordt, het geeft smaak aan je leven. Het zorgt ervoor dat je geloof niet bloedeloos wordt.”

maandag 1 december 2008

Aansluiting zoeken bij hoorders


Aad Kamsteeg schreef vorige week in het ND o.a. over contextualisatie: 'Met Gods ogen door je eigen wijk'. In onze kerkelijke gemeente bracht Kees Haak (universitair docent Missiologie aan de TU te Kampen) in zijn toespraak over ‘de Derde Kerk’ het belang van contextualisatie al eerder onder de aandacht.

Kamsteeg geeft een omschrijving van het begrip contextualisatie: “Als kerk houd je rekening met de eigen aard van de cultuur waarin je woont en werkt. Je weet wat er bij je buren, collega’s en sportvrienden leeft. Je doet je best de Bijbelse boodschap te laten landen in de vragen en zekerheden, teleurstellingen en ambities, twijfels en overtuigingen van de mensen binnen en buiten je kerk.”

In het artikel staat ook een heel duidelijk voorbeeld van contextualisatie. Kamsteeg vergelijkt de Redeemer Presbyterian Church (kerk waar Tim Keller voorganger is) in Manhattan met de Infinity Church in South Bronx. Twee kerkelijke gemeentes in New York, die tot hetzelfde kerkverband behoren. Bij de ene is er sprake van een klassieke kerkdienst met een “haast traditionele liturgie” terwijl bij de andere een rapper op het podium over zijn geloof zingt. Bij de één stromen er “zo’n duizend maatschappelijk veelbelovende yuppies naar binnen, vooral blanken en Aziaten”, terwijl er bij de andere sprake is van een “paar honderd Afro-Amerikaanse en Latinojongeren” met financieel gezien nauwelijks toekomst.

Zoeken wij aansluiting bij onze (potentiële) hoorders? Hoorders binnen en buiten de kerk? Ik denk dat wij nog wel een weg te gaan hebben voor het zover is. Zelfs voor hoorders binnen de kerk zijn er nauwelijks of geen ‘feedbackmechanismen’ om vast te stellen of de prediking aansluit bij de hoorders. De prediking is geen gemeentebreed gespreksonderwerp, maar slechts een agendaonderwerp binnen de kerkenraad. Een gemiste kans! Zal de (potentiële) hoorder van binnen én buiten de kerk wel bereikt worden?

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO