Het vijfde gebod en Nagy
Ik schreef al eerder over het vijfde gebod en Nagy. Het vijfde gebod zoals je dat o.a. kunt lezen in Exodus 20 : 12: “Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan zult u lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.”. Een gebod of leefregel die Hij gaf om mensen in de vrijheid te stellen. Een regel die een liefdevol en gelukkig leven beoogd.
Nagy (1920) observeerde mensen in zijn Praktijk/Kliniek en zag een dynamiek waar hij woorden aangaf en die bij ons bekend is geworden als het contextuele gedachtegoed (de relationele ethiek). Menselijke relaties hebben een eigen relationele orde die universeel is, ethische is en ontologisch gefundeerd.
De relationele context van mensen kent een ontische dimensie, die de fundamentele, existentiële onderlinge afhankelijkheid van mensen belicht. “Een mens kan alleen leven en zich ontwikkelen in relatie tot de andere mens en er is altijd sprake van geven en ontvangen tussen twee mensen.” “Mensen kunnen niet anders dan bestaan in relatie met anderen.” Relationele ethiek is gebaseerd op de structuur (orde) van het bestaan zelf.
Twee perspectieven op de relationele werkelijkheid. Goddelijke woorden (“Toen sprak God deze woorden: (…).”) die Nagy voor mij menselijk inkleurt. Het gebod komt niet alleen van buitenaf als opdracht. Het resoneert ook met een orde die ik in het leven zelf herken. Het gebod sluit aan bij een dieper patroon van het menselijk bestaan. Nagy laat zien waarom dit Bijbelse gebod menselijk gezien betekenisvol is.
Bij Exodus hoor je de religieuze formulering van die orde. Bij Nagy zie je hoe die orde in menselijke relaties werkt. Deze twee perspectieven spreken niet dezelfde taal, maar ze raken wel aan dezelfde diepe werkelijkheid. Vele eeuwen na het ontstaan van de Tien Geboden vond Nagy woorden, ontwikkelde hij taal zodat wij het vijfde gebod vanuit menselijk perspectief (duidelijker, dieper) kunnen ‘lezen’ en begrijpen. Niet via een theologisch maar door een contextuele duiding van die betekenis. Nagy helpt ons verstaan welke menselijke en intergenerationele werkelijkheid door het Bijbelse gebod wordt aangesproken, zonder daarmee de theologische betekenis of oorsprong van het gebod uitputtend te verklaren.
Zo komen Goddelijke woorden binnen in mijn menselijke werkelijkheid en krijgen ze een diepe betekenis. Maar ook: de orde of structuur in die menselijke werkelijkheid heeft God, toen er nog geen contextueel gedachtegoed (Nagy) was, al kort en bondig onder woorden gebracht (vijfde gebod): “Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan zult u lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.” Het leven volgens die orde, volgens die leefregel brengt vrijheid met zich mee. Geestelijke (spirituele) vrijheid en relationele vrijheid.
Reacties
Een reactie posten