Posts

Morele discussies? Wedergeboorte!

Afbeelding
In het ND van 25 juli is een artikel van Arie de Rover geplaatst met als titel: Morele discussies? Wedergeboorte! De Rover merkt daarin op hoe zinloos en verdrietig de meeste morele discussies zijn. Waarom? Er wordt volgens De Rover gesproken en gediscussieerd vanuit een onjuist paradigma. [1] Met een onjuist paradigma bedoelt De Rover het praten en discussiëren vanuit een gemis aan de doorleving van genade. Zo iemand is dan niet diep geraakt door de genade (“goedkope genade”). De genade heeft niet zijn hart geraakt. Op die manier wordt een morele discussie vooral een theoretische discussie. Hij verduidelijkt dit met het voorbeeld van een ongeboren tweeling. Deze twee ongeboren kinderen discussiëren in de baarmoeder over de vraag hoe je moet ademhalen. Een discussie die voor hen volstrekt theoretisch is vanwege hun positie, hun ongeboren staat. Ze weten eigenlijk niet waar ze het over hebben. Ze kunnen nog niet eens ademhalen. Na hun geboorte is dat anders. Dan hebben ze doorleefd wat...

Dialoog met andersdenkenden

Ik wil graag wat citeren van Anselm Grün uit zijn boek Paulus – Ervaring als kern van het christelijk geloof. Hij schrijft daarin het volgende: “Van Paulus zouden we kunnen leren om met eerbied de mensen van andere religies tegemoet te treden en moeite te doen om hen in hun geloof en hun doen en laten werkelijk te begrijpen en hun ervaringen, die zij op hun spirituele weg opdoen, serieus te nemen.” “Pas dan kunnen we spreken over ons eigen geloof. Dan zullen we er niet als vanzelfsprekend van uitgaan dat alleen wij gelijk hebben. We moeten juist eerder, met Paulus, kritisch blijven letten op onze eigen weg. Zo heeft Paulus immers zijn eigen weg als farizeeër, die hij aanvankelijk met het grootste enthousiasme was ingeslagen, steeds kritischer bekeken en ingezien hoeveel projectie van menselijke behoeften wel in die weg staken.” “De dialoog met andere religies dwingt ons om het eigen geloof te louteren en het wezen van ons geloof te ontdekken. We zullen ons geloof dan niet betweterig ve...

Onderlinge omgang

Bas Luiten schrijft over gemeenschap in de zin van verbondenheid. [1] Verbondenheid met mensen is lastiger dan met God. “Want God is goed, maar mensen kunnen zo beperkt zijn en zich vreemd gedragen. Soms hebben ze ook bizarre standpunten. Dan krijg je als vanzelf de neiging, je ‘ik’ terug te trekken uit ‘wij’.” Is dat herkenbaar? Ik vind van wel, allereerst bij mijzelf. “Soms heb ik het idee dat hier iets helemaal door elkaar loopt. Mensen die eerbiedig met God omgaan (…) kunnen naar medegelovigen precies het omgekeerde doen. Zij bekijken en beoordelen hen vanuit zichzelf en vanuit hun eigen gevoel voor stijl, muziek, traditie, enz., en weten dan al gauw respectloze dingen over hen te zeggen.” “Zo werkt het dus niet. Binnen het grote ‘wij’ behoudt ieder zijn eigen ‘ik’, van God ontvangen. Het is niet de bedoeling dat dat vervaagt, juist niet. Dus kun je zelf nooit de maatstaf voor een ander zijn. Hoe dan wel?” “ Leer elkaar kennen in de Heer ! Onze gemeenschap met elkaar is in Hem en...

Drie wegen: hart - genade

Klapwijk pleit voor een driewegen model . Daarbij heeft hij zich laten inspireren door een preek van Tim Keller over de gelijkenis van de verloren zoon. Die preek heeft Keller verder uitgewerkt in zijn boek ‘ De Vrijgevige God ’. Keller benadrukt daarin sterk, dat er geen twee maar drie wegen onderscheiden moeten worden. Er zijn drie mogelijkheden: a.) je bent een zondaar ver van huis (jongste zoon na vertrek uit ouderlijk huis); b.) je bent tot inkeer gekomen en hebt de genade leren kennen (jongste zoon na thuiskomst); c.) je bent een meelevend kerklid maar niet echt geraakt door de genade (oudste zoon). Waarom pleit Klapwijk in navolging op Keller voor het driewegen model? “Allereerst is het niet genoeg om alleen naar het gedrag te kijken (…).” Het gaat vooral en allereerst om de vraag hoe het met je ziel, je hart, je innerlijk is gesteld. “De kern is: heeft de genade je hart geraakt of niet? In de praktijk betekent dat dat je het eerst maar niet moet hebben over het afwijkende gedra...

Drie wegen: buitenkant - afwijkend gedrag

De laatste tijd constateerde ik bij herhaling, dat christenen op basis van de buitenkant of afwijkend gedrag hun oordeel over andere christenen vormen en tot de conclusie komen: je bent een probleemgeval, je bent een grens gepasseerd. Jasper Klapwijk schrijft over dit onderwerp in het blad Dienst [1] : Drie wegen in plaats van twee. Klapwijk begint zijn artikel met te zeggen dat hij vermoedt, dat het denken in twee wegen veel kwaad heeft gedaan en nog steeds doet. Het twee wegen model is gebaseerd op het bekende verhaal uit de Bijbel over de brede en de smalle weg. De brede weg staat voor allerlei werelds vermaak en langs de smalle weg vinden we de kerkgebouwen. Iedereen wordt ingedeeld in de categorieën ‘brede weg’ of ‘smalle weg’. Hoe weet je nu of iemand tot de brede of smalle weg behoort? Die zie je aan iemands gedrag. Het probleem van dit model is, dat je te makkelijk een tweedeling creëert: zij met wie het (uiterlijk) wel goed lijkt te zitten en de probleemgevallen. Vervolgens ...

Uittocht uit kerkelijke gemeente

De laatste jaren hebben veel broers en zussen onze gemeente ingewisseld voor een andere gemeente (inmiddels zijn zo’n 120 – 130 mensen vertrokken). Ook nu weer staat er een uittocht van gemeenteleden voor de deur. Hoe komt dit toch? Wat kunnen wij als gemeente daaraan doen? Grün geeft op deze vragen een antwoord. Hij schrijft in 'Spiritualiteit van beneden' dat daar waar er iets wringt, waar broers en zussen ontevreden zijn, waar zij mopperen, daar kunnen wij ontdekken welke blokkaden er zijn in de gemeenschap, maar ook welke krachten er werken. De mopperaars en ontevreden broers en zussen houden de gemeenschap steeds een spiegel voor. In een organisme wordt altijd het meest zwakke lidmaat ziek. Maar die ziekte zegt iets over het hele organisme. Zo is het ook in een gemeenschap. Daarom is het juist belangrijk om in de kerk je bezig te houden met de ontevredenen en de mopperaars en het gesprek met hen aan te gaan. Om zo te reflecteren op jezelf als gemeenteschap. Tot nu toe lijk...

Geestelijk leiderschap

Afbeelding
Jan-Willem Grievink schrijft in Leadership over geestelijk leiderschap. [1] Hij betoogt dat bij geestelijke leiders er veelal gekeken wordt naar (natuurlijke) vaardigheden en talenten. Dat is ook goed volgens Grievink, “maar pas ná de veel en veel belangrijker geestelijke kenmerken!” Christenen kunnen leiding geven in een kerk, maar daarbij alleen maar gebruik maken van hun natuurlijke talenten. Gevolg: “Het verstaan van Gods stem is een kwestie van het hoofd (beredeneren) en niet van de geest. Gods Geest krijgt in feite geen ruimte in hun hart.” Grievink spreekt uit eigen ervaring: “Ik zeg dit omdat ik ook in mijn eigen leven heb ervaren hoe gemakkelijk je als christen met je natuurlijke talenten aan het werk gaat. En hoe moeilijk het is om je te onderwerpen aan de leiding van de Heilige Geest, om in de leerschool van God te gaan staan.” Of iemand zich onderworpen heeft aan de leiding van de Geest is door anderen moeilijk te beoordelen. De mens ziet vaak wat voor ogen is, terwijl de ...