woensdag 24 december 2008

Tradities/kerken kunnen van elkaar leren

Patrick Nullens vertelt in ‘Voorganger, durf in de spiegel te kijken’ over leiderschap in de kerk. In dat artikel zegt hij, dat de drie westerse christelijke tradities de nadruk eenzijdig leggen op één van de drie ambten (priester, profeet en koning). Met de drie westerse christelijke tradities bedoelt hij de reformatorische, rooms-katholieke en de evangelische traditie. “Ze hebben alle drie een belangrijk waarheidsmoment (..), maar die drie ambten horen bij elkaar.”

Het artikel ‘Meer aandacht voor het leven hier en nu’ maakt melding van de promotie van Hans Burger over het ‘in Christus zijn’. Daarin staat o.a. het volgende: “Burger signaleert in zijn uitwerking (AG: uitwerking van het thema ‘in Christus zijn’) dat verschillende christelijke tradities verschillende accenten leggen als het gaat om leven in gemeenschap met Christus. De reformatorische traditie benadrukt het werk van God, de rooms-katholieke de activiteit van de kerk, de evangelische de keuze van de mens, de charismatische het werk van de Geest.” En dan zegt Burger vervolgens: “Iedere traditie heeft zich gespecialiseerd, met de suggestie dat andere tradities fout zijn. Maar heel vaak vult het ene het andere aan. (…) Verschillende accenten sluiten elkaar niet uit.”

Daarmee zeggen Nullens en Burger beide hetzelfde namelijk dat iedere traditie zo z’n eigen accenten legt. Die accenten zijn op zich juist, maar wel een deel van de hele waarheid. Die verschillende accenten vullen elkaar aan en maken het ‘plaatje’ compleet. Bij allerlei onderwerpen is het daarom niet wenselijk dat de ene traditie de andere als ‘foutief’ bestempelt. Soms is er de neiging om de verschillen te zoeken en als kerk/traditie je daar tegen af te zetten. Ik stel voor, dat wij de verschillen zoeken om vervolgens te kijken of dit geen andere accenten zijn. Andere accenten die met ‘onze’ accenten het ‘plaatje’ compleet maken. Voorwaarde hiervoor is wel de aanwezigheid van het besef, dat een traditie/kerk accenten legt en dus geen bezitter is van het totaalplaatje. Laten we goed naar elkaar luisteren, met elkaar in gesprek gaan en de verschillende tradities zich spiegelen aan elkaar. Zo kan er een verrijkend groeiproces ontstaan.

Dit is mijn laatste bijdrage van het jaar A.D. 2008.
Vanaf D.V. 5 januari 2009 hoop ik de ‘pen’ weer op te pakken.
Gezegende kerstdagen toegewenst en een goede jaarwisseling.

maandag 22 december 2008

Een kerk die prikkelt en ‘in Christus zijn’

Ik noemde het al eerder: maandag 15 december is de predikant Hans Burger gepromoveerd aan de Theologische Universiteit in Kampen op een proefschrift met de titel: Being in Christ, ‘in Christus zijn’. In de al eerder genoemde artikelen in het RD en ND doet Burger ook uitspraken die richting geven aan evangelisatie.

In het RD zegt Burger: “In Christus zijn is absoluut noodzakelijk, is ook een ervaringswerkelijkheid. To be or not te be, in Christ, that’s the question. Wat heb je anders nog te vertellen, ook aan mensen buiten de kerk? Juist hierin kunnen ook mensen in onze postmoderne cultuur een échte identiteit vinden.”

En in het artikel in het ND ‘Delen in lijden en overwinning van Christus’ zegt hij: “Wil de kerk in een postmoderne samenleving prikkelend zijn, en Christus in mensen gestalte krijgen, dan moet je meer willen doen dan bewijzen dat ‘christenen ook leuke en normale mensen zijn’. Het gaat om meer dan het gewone: dat je niet alleen je vrienden groet, maar ook je vijanden.”

Beide uitspraken doen mij sterk denken aan het boekje van Graham Tomlin – Een kerk die prikkelt. Daarin zegt Tomlin dat evangelisatie aan dovemansoren gericht zal zijn, “tenzij er iets intrigerends, prikkelends of verleidelijks is aan de kerk, de christenen of aan het christelijk geloof. Als kerken geen gevoel van ‘werkelijkheid’ kunnen overbrengen, zal onze ‘waarheid’ niet meetellen.”

Als vervolgens Burger zegt: “De betekenis van het evangelie voor het heden krijgt niet voldoende aandacht in de vrijgemaakte traditie”, dan zegt hij daarmee toch dat de kerken onvoldoende gevoel van ‘werkelijkheid’ kunnen overbrengen? Als het geen “ervarings-werkelijkheid” is, hoe zouden wij postmoderne mensen buiten de kerk kunnen bereiken? Is daarmee niet een verklaringen gevonden voor ons weinig missionair-zijn?

vrijdag 19 december 2008

Verbondenheid met Christus is bepalend

Ik noemde het al eerder: maandag is de predikant Hans Burger gepromoveerd aan de Theologische Universiteit in Kampen op een proefschrift met de titel: Being in Christ, ‘in Christus zijn’. Ook het ND doet daarvan verslag in het artikel ‘Meer aandacht voor het leven hier en nu’.

Op de vraag wat de studie Hans Burger persoonlijk gebracht heeft antwoord hij zo: “De verbondenheid met Christus is zo'n centrale notie. Het bepaalt je identiteit, geeft richting aan prediking en pastoraat. (…) Het licht is aangegaan.” Anders gezegd: spiritualiteit bepaalt je identiteit, geeft richting aan je leven, je gedrag en overtuiging, etc.

Verbondenheid met Christus is dus echt van fundamenteel belang. Al het andere komt daaruit voort. Laat dan ook de concentratie daarop gericht zijn: verbondenheid met Christus, christelijke spiritualiteit. Dan gaat het licht aan, en word je een lichtend licht.

donderdag 18 december 2008

Wie is Jezus voor jou?

Op mijn weblog van dinsdag noem ik het al: maandag is de predikant Hans Burger gepromoveerd aan de Theologische Universiteit in Kampen op een proefschrift met de titel: Being in Christ, ‘in Christus zijn’. In het artikel in het Reformatorisch dagblad ‘Om het hart van de christelijke identiteit’ zegt Burger het volgende: “Voor veel mensen is Jezus Iemand uit het verleden geworden – Die voor onze zonden is gestorven, maar verder?”


Dat is een element dat ook Jos Douma noemt op zijn blog van dinsdag 18 november 2008 (Zijn in Christus). Ik citeer: “Tegen die achtergrond is het ook geschreven: de zorg om een geloofsbeleving waarin de persoon van Christus naar de marge is gedrongen. Dat herkent Hans Burger in de praktijk van het gemeentewerk en ook ik merk nog heel vaak hoezeer de geloofsbeleving van christenen als het gaat om het kennen van en leven met Christus is versmald tot alleen maar de vergeving van zonden: Jezus is een figuur uit het verleden die voor mijn zonden aan het kruis is gestorven. Deze eenzijdige, versmalde kennis en beleving van Christus leidt maar al te gemakkelijk tot een weinig vitaal geloofsleven omdat de kracht van het kennen van Christus in zijn volheid niet gekend en beleefd wordt.”

Dat is ook precies mijn moeite met het jaarthema in onze gemeente: ‘Wonderen van vroeger’. Als het zo is, dat wij een eenzijdige, versmalde kennis hebben over Christus, dan zou m.i. de vraag ‘Wie is Jezus Christus voor mij?’ heel expliciet aan de orde moeten komen. Voor de behandeling van zo’n fundamentele vraag moet toch alles wijken? Wat heeft het voor zin om stil te staan bij ‘wonderen van vroeger’, terwijl je nauwelijks een antwoord kan geven op de vraag: ‘Wie is Jezus voor jou?’

dinsdag 16 december 2008

‘zijn in Christus’


Gisteren is de predikant Hans Burger gepromoveerd aan de Theologische Universiteit in Kampen op een proefschrift met de titel: Being in Christ, ‘in Christus zijn’. Via de webblog van Jos Douma (18 november), die van ‘volgeling’ en een artikel in het Reformatorisch dagblad ‘Om het hart van de christelijke identiteit’ werden we daar al eerder over geïnformeerd.

Bij één element wil ik nu stilstaan: “De notie van het zijn in Christus, het hebben van een levende relatie met Hem, leefde onder ons eigenlijk niet, kwam in preken te weinig aan de orde”, zegt Burger in het RD. Hoe komt dat? Burger zegt daarover: “In de vrijgemaakte kerken is er vanouds de angst voor subjectivisme.”

Het staat er zo ‘nuchter’: “… het hebben van een levende relatie met Hem, leefde onder ons eigenlijk niet, kwam in preken te weinig aan de orde.” Ik moet eerlijk bekennen, ik zelf kan er moeilijk ‘nuchter’ onder blijven: het hart van het evangelie, dat wat geloof écht geloof maakt, leefde onder ons eigenlijk niet en kwam in de prediking te weinig aan bod. En dat vanwege ANGST. Waarom laten wij ons in de kerk zo vaak leiden door angst?

Ik zelf ben ook iemand die ‘geleden heeft’ onder de gevolgen van de angst voor subjectivisme. In mijn veertigste levensjaar heb ik pas ontdekt dat geloven bovenal een levende relatie is met God. Met dank aan de Heilige Geest en Philip Troost. Dat de promotie van Hans Burger een middel mag zijn tot dat inzicht, voor iedereen die nog niet begrijpt, dat het in het geloof vooral daarom gaat: God wil met ons omgaan, wij mogen een levende relatie hebben met Hem.

zaterdag 13 december 2008

Koerswijziging van Ton de Ruiter (2)

Ton de Ruiter is, op eigen verzoek, geen predikant meer, omdat hij het niet eens is met de gereformeerde rechtvaardigingsleer. Maar waar gaan de wegen nu uit elkaar? Waar gaat deze ‘kwestie’ over? Hier het vervolg op mijn weblog van gisteren.

Eenzijdige kijk op Jezus aan het kruis
De predikant Jaap Oosterhuis probeert vervolgens in zijn ND-artikel
Eenzijdige kijk op Jezus aan het kruis’ iets te corrigeren in het denken van De Ruiter. “Het is duidelijk dat er meer van het kruis te zeggen valt dan dat Jezus plaatsvervangend stierf voor onze zonde. Overwinning van de kwade machten, zoals de Ruiter het noemt, is een belangrijk aspect dat misschien wel wat ondergesneeuwd is in de gereformeerde traditie.” Oosterhuis geeft vervolgens een Bijbelse onderbouwing van de betalingsleer, leer van de plaatsvervanging (rechtvaardigingsleer). Hij besluit het artikel met: “Ik hoop dat hij (AG: De Ruiter) terugkomt op zijn eenzijdige visie op het kruis. Wellicht is er dan ook meer ruimte voor hem om ons te onderwijzen over het verbreken van de macht van de zonde en de kracht van ‘Jezus in ons’. Want dat hij ons op die punten iets te vertellen heeft, ook dáár twijfel ik niet aan.”

Aanleiding voor koersverandering De Ruiter
Wat is nu de aanleiding voor de koersverandering bij De Ruiter? In de tweedeling rechtvaardiging en heiliging legde De Ruiter eerst het accent op de heiliging. Vervolgens zet hij nu een streep door de rechtvaardigingsleer. Aanleiding daarvoor is geestelijke lauwheid onder gereformeerden. De Ruiter noemt hiervoor als reden: de nadruk op de leer van de rechtvaardiging. Deze leer maakt christenen ‘gearriveerd’ ”Velen geloven, en dat is het. Maar waar blijft de verandering, waar is de kracht van de wedergeboorte, waar blijft de radicaliteit die Jezus van zijn volgelingen vraagt? De worsteling met deze vragen zette hem op het spoor van zijn ‘verzoening door wedergeboorte-theologie’.”

Mijns inziens
Wat is nu mijn indruk van dit alles? Ik denk dat rechtvaardiging en heiliging alles met elkaar te maken hebben en dus onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een eenzijdig benadrukken of het leggen van een accent op rechtvaardiging (of heiliging) leidt tot ‘problemen’ en doet geen recht aan de hele Bijbel. Ik denk dat in de GKv er inderdaad sprake is van een accent op de rechtvaardiging en daarmee (impliciet) tot het secundair maken van de heiliging. Niet zozeer in de leer, maar wel in de prediking. Teveel mensen in de kerk zien Jezus vooral als gestorven voor hun zonden, terwijl Hij nog zo ontzettend veel meer is.

Ik citeer Jos Douma (weblog d.d. 19 november 2008): “In het begin van mijn predikantschap, tien jaar geleden in deze classis, is het met name Ton de Ruiter geweest die mij er de ogen voor geopend heeft hoezeer een eenzijdige nadruk in de prediking en de geloofsbeleving op het zondaar zijn van Gods kinderen en de vergeving van de zonden door het bloed van Christus een verlammende werking kan hebben op een enthousiast geloof, een geloof dat veel tot stand brengt.” Daarmee heeft Ton de Ruiter m.i. een terecht punt. Maar een eenzijdige nadruk in prediking en geloofsbeleving betekent op zichzelf genomen nog niet dat de rechtvaardigingsleer over boord moet.

Maar hoe nu verder? Gaan we gewoon verder met de waan van de dag? Nee, de koersverandering van Ton de Ruiter moet wat mij betreft leiden tot zelfreflectie en verootmoediging. Dat spoor kiest Jos Douma ook: “Er is reden om ons als kerken en als ambtdragers in die kerken te verootmoedigen over zoveel klein geloof, zoveel geloof dat niet tot bloei komt, geloof dat misschien zelfs klein wordt gehouden, in de kiem wordt gesmoord door een eenzijdig accent op zonde en vergeving.” Zelfreflectie: de koersverandering van De Ruiter moet ons de ogen openen voor de gevaren van een eenzijdige nadruk op rechtvaardiging. Verootmoediging: wij doen God en mensen te kort door het leggen van een accent op rechtvaardiging (of heiliging). Heer, vergeef ons onze zonden en schenk ons uw Geest opdat wij in uw koninkrijk tot grootste dingen in staat zijn.

vrijdag 12 december 2008

Koerswijziging van Ton de Ruiter (1)

Ton de Ruiter is, op eigen verzoek, geen predikant meer, omdat hij het niet eens is met de gereformeerde rechtvaardigingsleer. Maar waar gaan de wegen nu uit elkaar? Waar gaat deze ‘kwestie’ over?

Predikant uit ambt na moeite met leer
In het ND-artikel ‘Predikant uit ambt na moeite met leer’ staat het volgende: “Hij (AG: De Ruiter) zegt al jaren geboeid te zijn door de tweedeling rechtvaardiging en heiliging, waarin de gereformeerde traditie volgens hem een accent op het eerste legt en hij zelf al lange tijd een accent op het tweede. Het gaat God om heiliging. De rechtvaardiging beschouwde ik als de opstap. Maar na recent studieverlof zegt hij ontdekt te hebben dat de rechtvaardigingsleer niet Bijbels is.” Wat houdt die rechtvaardigingsleer dan in? “De gereformeerde leer van de rechtvaardiging stelt dat Jezus stierf voor de zonden van de mensen en dat zijn lijden en sterven een betaling van schuld en straf is aan God.”

Mijn ‘ja’ zonder Gods ‘ja’ is luchtfietserij
Wat is dan het bezwaar van De Ruiter? In het ND-artikel ‘Mijn ‘ja’ zonder Gods ‘ja’ is luchtfietserij’ is dat zo samengevat: “Volgens hem (AG: De Ruiter) is het on-Bijbels dat mensen door het plaatsvervangend lijden van Jezus worden gered. God kan toch ‘om niet’ vergeven? Op Golgotha betaalde Jezus Christus volgens De Ruiter niet de schuld van mensen, maar overwon hij definitief de satan, de zonde en de dood. De Heilige Geest wil deze overwinning planten in harten van mensen die dat aanvaarden (“Jezus in ons”).” Het artikel sluit af met te zeggen, dat juist de gereformeerde rechtvaardigingsleer (‘God staat voor ons in’) een uiterst breed en stevig fundament is voor de heiliging. “De heiliging – mijn ‘ja’ tegen God - is zonder het fundament van Gods ‘ja’ tegen mij luchtfietserij, idealisme dat iedere grond mist en straks wel een illusie moet blijken. Het ‘Jezus in ons’ dat De Ruiter ontdekte, wordt helemaal niets zonder het ‘Jezus voor ons’.”

Grote Ruil is krachtbron voor levensheiliging
Aad Kamsteeg vat het in zijn artikel ‘Grote Ruil is krachtbron voor levensheiliging’ als volgt samen: “Hij (AG: De Ruiter) blijkt niet langer te geloven in de Plaatsvervanging: Christus werd in mijn plaats door God verlaten, in de Grote Ruil: de Here Jezus kreeg wat ik verdiende en ik krijg wat Hij door zijn volmaakte leven verdiende.” Kamsteeg is het niet eens met De Ruiter. Kamsteeg schrijft, dat hij geestelijk niet kan groeien (heiliging) zonder aan de vraag what would Jesus do? het plaatsvervangende what has Jesus done (rechtvaardiging) te laten voorafgaan. “Ik zou niet weten wat ik moet beginnen zonder de Grote Ruil.” Daarmee zegt Kamsteeg m.i. dat voor hem rechtvaardiging en heiliging onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Verzoening vraagt geen betaling
Ton de Ruiter reageert op de artikelen in het ND: ‘Verzoening vraagt geen betaling’. Zijn reactie is helaas beperkt en hij gaat daarmee voorbij aan veel zaken die in de voorafgaande artikelen zijn genoemd. Hij zegt o.a. dat de zekerheid van Gods vergeving rust op Gods belofte en niet op betaling. “Steunen op de ‘Grote Ruil’ leidt af van waar het om gaat. Alleen door Geestelijke verandering kom je in het koninkrijk.” “… schuldbetaling is geen kracht waarmee je je (ego)verslaving overwint. Krachtbron is ‘Jezus in ons’. Zo kun je alleen echt radicaal voor God leven. Dat is mijns inziens veel Bijbelser dan de gangbare rechtvaardigingsleer waarbij heiliging secundair wordt.” Het sluit het artikel af met te zeggen, dat dit alles zijn overtuiging is, maar dat hij open staat voor correctie.

Morgen het vervolg (deel 2) van deze blog.

woensdag 10 december 2008

Patrick Nullens over geestelijk leiderschap


In de zaterdagkrant van het ND kwam ik Patrick Nullens tegen in verband met een studiedag aan het ETF over leiderschap in de kerk. In het artikel ‘Voorganger, durf in de spiegel te kijken’ lezen we hoe Patrick tegen leiderschap in de kerk aankijkt.

Nullens geeft aan, dat kerken van het bedrijfsleven mogen leren door kritisch na te denken over leidinggeven en over jezelf (als leidinggevende). “Voorgangers moeten in de spiegel durven kijken.” Hij legt het leiderschap van de kerk naast het drievoudig ambt van Christus: priester, profeet en koning. Nullens vraagt zich steeds meer af of die drie ambten in één persoon te verenigen zijn. Hij denkt van niet. Jos Douma geeft op zijn weblog hem daarin gelijk. Ik denk ook dat het nauwelijks te doen is voor een ambtsdrager/voorganger om als geestelijk leider priester én profeet én koning te zijn. Dat is niet erg, als in een leiderschapsteam de combinatie van de drie aandachtsgebieden maar voldoende aanwezig zijn. Probleem daarbij is wel, dat er in de kerk niet of nauwelijks naar de teamsamenstelling gekeken wordt. Evenwichtig geestelijk leiderschap is belangrijk juist in deze tijd van veranderingen en onzekerheid.

Wat is een geestelijk leider? Wat ik hiervoor schreef, geeft feitelijk al het antwoord. Een geestelijk leider is een leider die steeds meer gaat lijken op Jezus. Ds. Gert Hutten zegt in het blad leadership daarover het volgende: “Hoe meer wij op Jezus gaan lijken, hoe meer gezag wij zullen hebben, hoe krachtiger wij worden en hoe inspirerende wij zijn. Laten wij ons leiderschap spiegelen aan de woorden van en over Jezus.” Geestelijk leiders, kijken jullie in deze spiegel?

maandag 8 december 2008

Hoofddoel van de mens

In de eerste preek uit de serie van drie over 2 Korintiërs 3 : 18 geeft Jos Douma een antwoord op de vraag: Wat is het hoofddoel van de mens?

Het antwoord is: “God verheerlijken en je voor eeuwig in Hem verheugen. (…) En Jezus zelf heeft er over gezegd: Ik wil, dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt (Johannes 17 : 24). Dit is het ultieme verlangen van Jezus Christus. Dat wij bij Hem zijn. En dat wij zijn luister aanschouwen. En in de hemel mogen we dat in volmaaktheid doen. Maar ook hier op aarde mogen we ons daar volkomen op richten. Want, dit, lieve mensen, dit is onze bestemming.”

Ik moet bekennen, dat ik pas sinds een (beperkt) aantal jaren door heb, dat dit ook voor mij het hoofddoel is in mijn leven. Het is best wat laat te noemen als je pas na je veertigste het hoofddoel van je leven ontdekt. Heb ik dat gemist in mijn “jeugd” of is, wordt onvoldoende verteld, dat verzoening, vergeving, rechtvaardiging, vrede, heiliging, etc., eenvoudigweg middelen zijn tot een groter iets: de heerlijkheid van Christus?!

vrijdag 5 december 2008

De kerk en de spirituele zoeker

Ook een ander artikel in het ND van afgelopen zaterdag gaat over spiritualiteit: ‘Laat kerk aansluiten bij spirituele zoeker’. In dit artikel gaat het o.a. over de waarde van spiritualiteit die samen beleefd wordt en dus niet alleen als individu. “Deze saamhorigheid kon de kerk in het verleden nog bieden. Die kerk, die eeuwenlang dé plek was om naar toe te gaan voor religieuze en spirituele Europeanen, kan blijkbaar in haar huidige vorm de hedendaagse spirituele omnivoren die meer en meer zoeken naar saamhorigheid, niet boeien of bereiken.”

Dat is raar! Er wordt massaal gezocht naar spiritualiteit en de kerk als meest voor de hand liggende vindplaats van spiritualiteit is daarbij geen “marktpartij”. Hoe komt dit? Graham Tomlin noemt in zijn boek ‘De kerk die prikkelt’ twee reden van deze mismatch. De eerste is dat grote delen van de christelijke theologie in strijd zijn met het postmodernisme. Als tweede en belangrijkste reden noemt hij: “het probleem dat de kerken moeten onderkennen is niet zozeer dat mensen niet in God geloven, maar dat ze de kerk ongeloofwaardig vinden. (…) Er is niet zozeer gebrek aan waarheid (…) maar er mist een link tussen de woorden die geuit worden en de levensstijl die daaruit voortkomt: er is gebrek aan authenticiteit, aan diepgang, aan verbinding tussen woord, beeld en werkelijkheid.”

Een van de belangrijkste thema’s in het boek van Tomlin is dan ook, dat “evangelisatie aan dovemansoren gericht zal zijn, tenzij er iets intrigerends, prikkelends of verleidelijks is aan de kerk, de christenen of aan het christelijk geloof.” Tomlin geeft aan, dat bij het nadenken over evangelisatie er drie cruciale zaken centraal moeten staan: het koninkrijk van God, het ontwikkelen van een levensstijl die dat koninkrijk reflecteert, en het belang van plaatselijke kerkgemeenschappen in deze zaak.

woensdag 3 december 2008

Spiritualiteit: luxe of noodzaak?

In het ND van afgelopen zaterdag zijn meerdere artikelen opgenomen die gaan over ‘spiritualiteit’ Eén van die artikelen kreeg het opschrift ‘Spiritualiteit geeft smaak aan leven’ mee. Dit artikel is een verslag van een toespraak van hoogleraar theologie Frans Maas die als thema meekreeg: ‘Spiritualiteit: luxe of noodzaak?’.

Maas gaf in zijn toespraak aan, dat het geloof op drie manieren, op drie niveaus vorm en inhoud gegeven kan worden.

1.Op dit niveau draait het om kennis, om feiten, om de verhalen uit de Bijbel (leer).
2.Hier gaat het om hoe je leeft, om je doen en laten dus (regels).
3.Op dit niveau gaat het om het verlangen, de laag van je emoties, van je hart. “Het is op dit derde niveau dat spiritualiteit zich afspeelt.”

Als je een van deze drie manier van geloven verabsoluteert, ontstaat er volgens Maas een tekort. Iemand die alleen maar is gericht op de leer wordt een betweter. Iemand die alleen maar gericht is op de regels wordt een moralist. En iemand die alleen maar gericht is op emoties wordt zweverig. M.i. geldt ook, dat al deze drie manieren van geloven belangrijk zijn in het leven van een christen. Zowel kennis, als regels als het hart zijn onmisbare onderdelen in het geloof.

In principe voegt spiritualiteit niets toe aan wat we al weten, vervolgt Maas. “Spiritualiteit geeft geen nieuwe informatie. Eigenlijk is alles al gezegd in de leer en de ethiek. Maar zonder het hart, zonder de betrokkenheid, wordt het geloof dor en droog. Het gebed zorgt ervoor dat je niet onverschillig wordt, het geeft smaak aan je leven. Het zorgt ervoor dat je geloof niet bloedeloos wordt.”

maandag 1 december 2008

Aansluiting zoeken bij hoorders


Aad Kamsteeg schreef vorige week in het ND o.a. over contextualisatie: 'Met Gods ogen door je eigen wijk'. In onze kerkelijke gemeente bracht Kees Haak (universitair docent Missiologie aan de TU te Kampen) in zijn toespraak over ‘de Derde Kerk’ het belang van contextualisatie al eerder onder de aandacht.

Kamsteeg geeft een omschrijving van het begrip contextualisatie: “Als kerk houd je rekening met de eigen aard van de cultuur waarin je woont en werkt. Je weet wat er bij je buren, collega’s en sportvrienden leeft. Je doet je best de Bijbelse boodschap te laten landen in de vragen en zekerheden, teleurstellingen en ambities, twijfels en overtuigingen van de mensen binnen en buiten je kerk.”

In het artikel staat ook een heel duidelijk voorbeeld van contextualisatie. Kamsteeg vergelijkt de Redeemer Presbyterian Church (kerk waar Tim Keller voorganger is) in Manhattan met de Infinity Church in South Bronx. Twee kerkelijke gemeentes in New York, die tot hetzelfde kerkverband behoren. Bij de ene is er sprake van een klassieke kerkdienst met een “haast traditionele liturgie” terwijl bij de andere een rapper op het podium over zijn geloof zingt. Bij de één stromen er “zo’n duizend maatschappelijk veelbelovende yuppies naar binnen, vooral blanken en Aziaten”, terwijl er bij de andere sprake is van een “paar honderd Afro-Amerikaanse en Latinojongeren” met financieel gezien nauwelijks toekomst.

Zoeken wij aansluiting bij onze (potentiële) hoorders? Hoorders binnen en buiten de kerk? Ik denk dat wij nog wel een weg te gaan hebben voor het zover is. Zelfs voor hoorders binnen de kerk zijn er nauwelijks of geen ‘feedbackmechanismen’ om vast te stellen of de prediking aansluit bij de hoorders. De prediking is geen gemeentebreed gespreksonderwerp, maar slechts een agendaonderwerp binnen de kerkenraad. Een gemiste kans! Zal de (potentiële) hoorder van binnen én buiten de kerk wel bereikt worden?

vrijdag 28 november 2008

Regels en ontmaskering van het zelfdoen

De recente aandacht voor regels in de kerk deed mij teruggrijpen naar een artikel uit het ND van Peter Bergwerff: 'De ontmaskering van het zelf doen'. In dat artikel bespreekt Peter twee boeken uit de bestsellerlijst van de New York Times: In alle redelijkheid (vertaling van The Reason for God) – Tim Keller en De uitnodiging (vertaling van The Shack) – William P. Young.

Aan het eind van het artikel schrijft Peter: “Door beide boeken, hoe ongelijksoortig ook, loopt eenzelfde rode lijn, (…). Die lijn is: zonde is ten diepste je hoop vestigen op jezelf en je eigen morele prestaties. Ook christenen kunnen daar wat van: je Verlosser voorbijlopen door je krampachtig aan alle Bijbelse regels houden. (…) Maar het evangelie wil het tegendeel zijn van religie. Het is een relatie. Een relatie van liefde tussen God en mensen, waarin deze zijn onafhankelijkheid opgeeft en voor de Ander gaat leven (AG: spiritualiteit). En waarin hij zo als het ware deel krijgt aan de wederzijdse ‘interne’ liefdesrelatie die de drie-enige God al van eeuwigheid kent (AG: verbondenheid).”

Het krampachtig vastklemmen aan regels is iets van alle tijden en zit diepgeworteld in onze genen. Gelukkig dat er ook “klokkenluiders” in de kerk zijn, zoals Wubbo Scholte. Klokkenluiders lopen buiten de kerk snel het risico “vermalen” te worden door allerlei machten en krachten. Laten we in de kerk zuinig zijn op klokkenluiders. Ook daarom is het artikel van Wubbo (‘Kerkelijke regelzucht nekt het geloof’) mij uit het hart gegrepen en bevat het m.i. geen onnodige waarschuwingen en oproepen.

donderdag 27 november 2008

Reactie Kamsteeg op vertrek De Ruiter

In het ND van gisteren reageert Aad Kamsteeg op het vertrek van Ton de Ruiter als predikant: ‘Grote Ruil is krachtbron voor levensheiliging’. Dat is interessant, omdat Aad en Ton in de jaren negentig samen het land doortrokken, spreekbeurten hielden en congressen organiseerden over genade, missionair gemeente-zijn, heiliging e.d. Kamsteeg is het niet eens met De Ruiter: voor Kamsteeg is de Grote Ruil (= de Here Jezus kreeg wat ik verdiende en ik krijg wat Hij door zijn volmaakte leven verdiende) de krachtbron voor levensheiliging.

Boeiend vind ik het te lezen welke elementen er uitsprongen bij hun (geestelijke) ontdekkingstocht. Kamsteeg spreekt in dit verband bij voorkeur niet over een heiligingsbeweging, maar over een genadebeweging (Grace Invest).
• Kennis over God is nog geen kennis van God.
• In Christus ontstaat vrijheid en verdwijnt activisme.
• Geloof werkt: de Heilige Geest is zo sterk dat een door Hem opnieuw geboren mens God als zijn hoogste geluk en vreugde kan leren kennen.
• Echte levensverandering komt van binnenuit.
• Waar het hart vol van is, loopt de mond van over.

Eén van de redenen van hun tocht door het land was, dat “onderwijs over persoonlijke levensheiliging in de vrijgemaakt-gereformeerde kerken onder het stof was geraakt.” Heiliging is volgens Kamsteeg: “liefde om het offer van Christus als bron van ons verlangen om in denken en doen meer op Hem te lijken.”

Zaken die speelden in de jaren negentig. Is er sinds die tijd veel veranderd? In sommige opzichten wel: de beweging van toen, is volgens Jos Douma doorgegaan en heeft er volgens hem toe geleid, dat het thema ‘Christus centraal’ meer ingang heeft gevonden in de kerken. Anderszins is er m.i. niet zoveel veranderd: de genoemde elementen en aanleiding voor deze beweging zijn nog steeds van toepassing.

woensdag 26 november 2008

Verleidingen: richt je op God

Bij mijn blog van afgelopen maandag vraag ik graag aandacht voor een verhaal, een verhaal ter illustratie. Een verhaal zoals ik dat ooit las in het ND op een paginagroot artikel ‘Tegengehouden in de Marnixstraat’ (d.d. 4 september 2004). Een verhaal dat ik zo bijzonder vond, dat ik het artikel toen uitknipte en heb bewaard.

Het artikel gaat over het homoseksuele verleden van Richard Oostrum. Richard vertelt in dit artikel, dat toen hij tot bekering kwam, hij een nieuwe identiteit kreeg in Jezus Christus. Ook vertelt hij, dat hij nu nog niet helemaal vrij is van homoseksuele gevoelens. Hij geeft aan, hoe hij met deze gevoelens, met deze verleidingen nu omgaat. Het artikel zegt het volgende: “Hij heeft een soort stelregel ontwikkeld voor de omgang met verleidingen. Het domste wat je kunt doen is verkeerde gevoelens koesteren. En gevaarlijke situaties moet je vermijden. Dringt de verzoeking toch je leven binnen, ga dan niet tegen je gevoelens vechten, maar zoek God op dat moment. ‘Het levert vaak kostbare momenten met Hem op.’ (…) Hij (AG: Richard) haalt het beeld van een weegschaal erbij, met aan de ene kant het wandelen met God en aan de andere kant het kruisdragen. ‘Hoe meer je je focust op je homoseksualiteit, hoe zwaarder dat gewicht wordt. Dan gaat het je leven bepalen. Maar naarmate je je meer op God richt, zul je merken dat je de problemen waarmee je worstelt in je leven kunt hanteren.’”

Kruisdragen is niet alleen van toepassing op homoseksualiteit. Iedereen is kruisdrager (m/v) en in die zin is de inhoud van het artikel voor iedereen relevant! Richard’s omgang met verleidingen is voor iedereen leerzaam. Het verhaal vind ik een mooie illustratie bij mijn vorige weblog, bij de preek van afgelopen zondag over Zondag 21. Vecht niet zozeer tegen je verleidingen, maar zoek God. Focus je niet op je verleidingen, maar richt je op God.

maandag 24 november 2008

Stop met vechten tegen de zonden!

Afgelopen zondag 23 november (dienst van 11.00 uur) hoorde ik een preek naar aanleiding van Zondag 21 van de Heidelbergse catechismus (vraag en antwoord 56). De preek handelde over ‘vergeving van zonden’. Uitgangspunt bij deze preek was Romeinen 3 : 25 – 26. De predikant, ds. Heij, gaf er een bijzondere invulling aan: “Strijden tegen de zonde is vooral strijden voor het vervuld worden met Christus.” Daarmee werd niet gezegd, dat je drang tot zondigen niet moet weerstaan, maar wel dat je je vooral moet richten op vervulling met Christus.

Ik denk dat dit een heel belangrijke boodschap is! Hoeveel mensen proberen niet uit alle macht zonden te overwinnen? Een onbegonnen en niet te winnen strijd. De strijd, de focus moet gericht zijn op het vervuld worden met Christus (2 Korintiërs 3 : 18)! In dit verband noemde Heij ook Lucas 11 : 24 - 26. Dit inzicht gaf Larry Crabb mij al eerder via het artikel ‘Als de leider in de weg staat’ in Leadership. In dit artikel schetst hij het beeld van een ‘onderkamer’ (wat de Bijbel ‘het vlees’ noemt) en een ‘bovenkamer’ (‘de geest’). Hij zegt verder, dat wat er ten diepste fout is in ons, niet kan worden opgeknapt of verbeterd, maar alleen kan worden vervangen. “Het gevallen menselijke hart valt niet te managen. Het kan alleen worden vervangen. Je kunt iemand die aan porno verslaafd is niet helpen door zijn verlangen naar porno te verzachten, maar door sterkere verlangens in hem los te laten. Verlangens die de Geest van God in hem heeft geplaatst. (…) De onderkamer kan niet worden opgeknapt. Maar God heeft een nieuwe kamer in ons geplaatst. (…) Laten we onszelf – en daardoor anderen – niet langer in de weg staan en leven uit de bovenkamer.” Laten we ons concentreren en focussen op Christus en laat het ons grootste verlangen zijn om vervuld te worden met Hem.

vrijdag 21 november 2008

Spiritualiteit als bron voor verbondenheid

Afgelopen zondag ging de preek over ‘de gemeenschap der heiligen’. Dit naar aanleiding van Zondag 21 van de Heidelbergse catechismus. ‘Gemeenschap der heiligen’ noemen we tegenwoordig ook wel ‘verbondenheid’. Verbondenheid gaat in Zondag 21 zowel over verticale verbondenheid tussen God en mensen als over horizontale verbondenheid tussen mensen onderling. Verticale verbondenheid is m.i. ook weer te geven met het woord ‘spiritualiteit’. Horizontale verbondenheid komt voort uit spiritualiteit. Terecht zei de predikant, dat tekortschieten in (horizontale) verbondenheid de vraag oproept naar de mate en diepgang van spiritualiteit. Spiritualiteit is een voorwaarde, is de bron voor (horizontale) verbondenheid. Het valt mij elke keer weer op, hoe belangrijk spiritualiteit feitelijk is. Daar begint alles, dat is de drijfveer voor je handel en wandel. Je gedrag, je overtuiging hebben alles te maken met spiritualiteit.

Een aantal andere schrijvers zeggen hier het volgende over. Luiten zegt het in de in mijn vorige blog genoemde artikelen over (geestelijk) leidinggeven zo: “Voor iedere christen gaat in feite alles terug op zijn of haar relatie met de Heer. Vooral wat betreft de motivatie.” Ad de Bruijne zei het zo: “Geloof is de liefdesrelatie tot de levende persoon van Christus hier en nu.” En Henri Nouwen schrijft in het boekje Alles nieuw: Een spiritueel leven betekent dat we het leven van de Geest in onszelf en tussen ons mensen tot het centrum maken van alles wat we denken, zeggen en doen. Het gaat om een hart dat gericht is op het koninkrijk van de Vader. Het gaat hier om Jezus’ dringende oproep om het leven van Gods Geest voorrang te geven. Op zijn weblog van vrijdag 14 november schrijft Jos Douma: “In de tweede plaats wordt me steeds helderder waar ik me nu in mijn bediening op focus: spirituele gemeenteopbouw. Vandaag wordt er vooral veel aandacht besteed aan missionaire gemeenteopbouw (…). Nu wil ik geen tegenstelling creëren tussen missionaire en spirituele gemeenteopbouw, maar wel beweren dat op de langere termijn spirituele gemeenteopbouw van wezenlijker belang is, alleen al omdat het de bron zal blijken te zijn van missionaire gemeenteopbouw.”

woensdag 19 november 2008

De GKv moet verder met één predikant minder

In het ND van 19 november (‘Predikant uit ambt na moeite met leer’) las ik, dat Ton de Ruiter op eigen verzoek is ontheven uit zijn ambt van predikant. Eigenlijk las ik eerst de weblog van Jos Douma. Jos maakt op zijn blog melding van het genoemde artikel uit het ND.

Het gaat mij hier om de weblog van woensdag 19 november van Jos. Op de blog schrijft hij in verband met het ontheffingsverzoek m.i. belangrijke zaken. Ik stel voor: lees de blog van Jos eens door.

Om hier al iets van de blog van Jos te noemen: Jos memoreert de volhardende aandacht die Ton de Ruiter vestigde op de lauwheid in de kerken, de geesteloosheid die vaak heerst, de geest van gearriveerdheid die rondwaart, de gebrekkige uitstraling van plaatselijke kerken van Jezus. “En daarin hoor ik een profetisch geluid waar wij niet aan voorbij mogen gaan. Hoe zit het met onze gehoorzaamheid aan het gebod van Christus dat ons door Paulus wordt aangereikt in Romeinen 12 vers 11?”. Mooi, dat Jos zo de avond begonnen is: met mooie woorden te zeggen over Ton de Ruiter, hoezeer hij het ook oneens was met de opvatting van De Ruiter. Uit zijn blog spreekt (geestelijke) liefde en waardering. Patrick Nullens wees ons tijdens de mannendagen in Leuven er al op: liefde in combinatie met (het zoeken naar) de waarheid is een goede (schriftuurlijke) combinatie (1 Korintiërs 13). Goed is het, dat het oneens zijn met opvattingen gecombineerd wordt met zelfreflectie en het (opnieuw) teruggaan naar de bijbel.

"Er is reden om ons als kerken en als ambtdragers in die kerken te verootmoedigen over zoveel klein geloof, zoveel geloof dat niet tot bloei komt, geloof dat misschien zelfs klein wordt gehouden, in de kiem wordt gesmoord door een eenzijdig accent op zonde en vergeving.” Zet deze oproep van Jos ons aan tot verootmoediging of halen we hier onze schouders over op en gaan verder met de waan van de dag?

dinsdag 18 november 2008

Geestelijk leidinggeven en angst

Ds. Bas Luiten schreef twee artikelen in de Reformatie over (geestelijk) leidinggeven. Daarvoor las hij het boekje Bezielend leiding geven van Anselm Grün. Wat mij opvalt, is dat Luiten o.a. schrijft over ‘angst’. Een thema dat ook door Wubbo Scholte (ND 1 november, ‘Kerkelijke regelzucht nekt het geloof’) genoemd werd. Luiten haalt met instemming Grün aan.

“Anselm Grün spreekt over perfectionisme als vorm van angst. Hij schrijft: ‘Er zijn mensen die maar geen beslissing kunnen nemen omdat ze perfectionistisch zijn. Ze zijn bang om fouten te maken. (…) Omdat mensen nooit een fout durven maken, durven ze geen beslissing te nemen. Ze wachten tot anderen de knoop doorhakken. Maar juist door een beslissing steeds maar uit te stellen om vooral geen fouten te maken, gaat alles mis. (…) In de angst om beslissingen te nemen draait alles alleen maar om jezelf en je eigen onfeilbaarheid. (…) Besluiteloosheid is de grootste blokkade voor goed leiderschap.’”

Volgens Luiten (en hij volgt Grün daarin) is de meest belangrijke eigenschap voor (geestelijk) leidinggeven creativiteit. “Nodig is vooral opnieuw bezield te worden, te gaan voor Gods zaak in deze wereld. Dan word je vanzelf creatief, ondernemend, als mens en als gemeente. Dan zie je het doel en mag het wat kosten. Dan mag er ook wel eens wat fout gaan, dat risico nemen we dan. (…) Niets doen is de enige manier om fouten te voorkomen, maar dan maken we samen een nog veel grotere fout.”

“Wie geen risico lopen wil, kan zijn talent begraven, om het bij de komst van zijn Heer weer op te diepen en terug te geven. Er is dan geen enkele fout mee gemaakt. Nee, maar dan blijkt de grootste vergissing van het leven: de Heer had zijn dienaar zo graag aan de slag gezien! De knecht handelde uit angst, zijn Heer verwijt hem lafheid (Mat. 25 : 25, 26).”

zaterdag 15 november 2008

Kerkverlating en regelzucht

In mijn vorige blog noemde ik al, dat Dr. J. Douma met zijn column in het ND (8 november, ‘Afspraak is afspraak’) reageerde op het artikel van Wubbo Scholte (ND 1 november, ‘Kerkelijke regelzucht nekt het geloof’). Deze week reageerde twee andere predikanten in het ND op beide schrijvers: Johan Plug met een artikel ‘Laat de kerk een wijze moeder zijn’ en Sieds de Jong via ‘Kerkelijk leven is meer dan kerkorde’. Ook de predikant Jan Oldenhuis besteedt in de Reformatie van deze week aandacht aan deze kwestie (‘De begrafenis van de GKv?’). Zij hebben het artikel van Scholte met andere ogen gelezen dan Douma. Terwijl Douma’s reactie nogal massief is, lees ik bij de andere over: herkenning, bewogenheid, verdriet, zelfreflectie (“Was ik dan toch ook een beetje farizeïstisch?”).

Plug en De Jong reageren ook op de stelling van Douma: “Dat velen zich laten overdopen … komt niet voort uit reactie tegen verstikkende regels, maar uit verzet tegen de kinderdoop en andere gereformeerde overtuigingen.” Plug en De Jong nuanceren en corrigeren dit beeld van Douma.

Plug: “Wat ik zie is dat het meestal andersom gaat.” Dus, verzet tegen de kinderdoop is niet zozeer een oorzaak, maar een gevolg van iets anders. Een gevolg van “verkramptheid” en “struikelblokken waarop mensen stuklopen”. De Jong schrijft dat hij mensen kent die de kerkverlaten om de leer rond doop en verbond, maar dat hij ook mensen kent “die weggaan om de strakheid, het gemis aan spontaniteit, de formulierendwang.” Hij schrijft: “Ik herinner me nog een gesprek met ds. Orlando Bottenbley waarin ik tegen hem zei: ‘de reden dat jullie zoveel mensen van ons over krijgen heeft volgens mij vooral met de sfeer te maken. Mensen missen bij ons iets wat ze bij jullie wel vinden. De volwassendoop nemen ze op de koop toe’. Waarop hij antwoordde: ‘ik denk dat je daarin gelijk hebt’.”

In een ander document van De Jong zegt hij het zo: “Men heeft niet zozeer bezwaar tegen de leer van de kinderdoop (al zijn die er ook), maar het is voorál de sfeer in de gevestigde kerken die – júist in vergelijking met baptisten en evangelischen – opvalt door lauwheid, vastzitten aan gewoonten en vaste vormen en gebrek aan missionaire uitstraling waardoor’s mans of vrouws geloofsleven niet meer groeit of zelfs schade ondervindt. Dús stapt men over naar een gemeente waar het geloof meer leeft en waar meer van uitgaat. Dat men nogmaals gedoopt moet worden neemt men op de koop toe.” Het gesprek over kerkverlating zal dus over meer moeten gaan, dan over “verzet tegen de kinderdoop en andere gereformeerde overtuigingen.”

vrijdag 14 november 2008

Kerkelijke regelzucht en Dr. J. Douma

In het Nederlands Dagblad van 8 november reageert Dr. J. Douma (emeritus hoogleraar ethiek – TU Kampen) met een column ‘Afspraak is afspraak’ op het artikel ‘Kerkelijke regelzucht nekt het geloof’ van Wubbo Scholte. Douma reageert vooral op één punt: waarom mensen de GKV verlaten. Hij zegt daarover: “Dat komt niet voort uit reactie tegen verstikkende regels, maar uit verzet tegen de kinderdoop en andere gereformeerde overtuigingen.”

Ik vind het jammer dat Douma zo reageert. Door zo te reageren versterkt hij het beeld dat broers en zussen de GKV vooral verlaten uit verzet tegen kinderdoop en andere gereformeerde overtuigingen. Ook doet hij Scholte m.i. tekort: kerkverlating zou volgens Scholte een reactie zijn tegen verstikkende regels. Waarom gaat Douma niet het gesprek aan van hart tot hart met Scholte? Probeert hij zich werkelijk te verplaatsen in Scholte? Scholte schreef niet zijn ergernis (voor zover daar sprake van is) van zich af, maar is geraakt door het vertrek van vrienden en kennis uit de vrijgemaakt-gereformeerde kerken. Heeft Douma dat “verdriet” wel voldoende gepeild? Er klinkt zo weinig bewogenheid door in zijn artikel.

Scholte vraagt aandacht voor dieper liggende oorzaken: onderliggende angst en wantrouwen. Hij stelt de vraag: “Welke geestelijke gesteldheid gaat er schuil achter deze regelcultuur?” Doordat “onderliggende angst en wantrouwen de sfeer in de kerken bepalen” vertrekken mensen uit de GKV. Het gaat Scholte m.i. vooral om de sfeer en het klimaat in de kerk. Sfeer en klimaat is meer, gaat verder dan regelzucht. Is de sfeer en het klimaat vooral geestelijk te noemen of spreekt er geestelijke armoede uit? Dat is toch een zeer valide vraag? Ik zei al eerder op deze blog, dat diezelfde vraag ook door Ad de Bruijne wordt gesteld in een artikel over kerkelijke eenheid. Het gevaar ligt altijd op de loer, dat regels, besluitvorming, gedrag in de kerk niet uit liefde (uit de Geest) voortkomt, maar een doel in zichzelf is geworden of (onbewust) gevoed worden door angst en wantrouwen. Maar, angst en wantrouwen zijn toch geen vruchten van de Geest?!

donderdag 13 november 2008

De luister van de Heer

Door de eerste preek van Jos Douma over 2 Korintiërs 3 : 18 kreeg ik aandacht voor de ‘luister van de Heer’. De eer, glorie, majesteit, aanwezigheid, grootheid van de Heer. Zijn heerlijkheid. Ik heb mij dat nooit zo gerealiseerd, maar het is blijkbaar heel belangrijk: het zien van de luister van de Heer.

Als ik nu over de verschillende genezingen lees in Matteüs 9, dan zijn dat niet langer meer dan bekende verhalen, maar dan zie ik daar nu vooral de luister van de Heer. Je gaat met andere ogen naar bekende geschiedenissen uit de bijbel kijken.

Waarom zie ik dat nu pas? Ik had het al eerder kunnen weten. Als in Johannes 2 de bruiloft in Kana wordt beschreven, dan staat er aan het eind van die geschiedenis: “Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken: hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.”

Blijkbaar moet je aandacht door iets of iemand gevestigd worden op zoiets als ‘de luister van de Heer’. Maar dit inzicht is allereerst het werk van de Geest en de Geest maakt soms gebruik van mensen. De Geest doet mij met de ogen van 2 Korintiërs 3 : 18 kijken naar het optreden van Jezus o.a. in de evangeliën.

maandag 10 november 2008

Bijzondere mannendagen in Leuven


Afgelopen vrijdagavond en zaterdag was ik samen met 21 andere mannen uit Zeewolde in Leuven voor twee 'mannendagen'. Deze mannendagen waren voor de vijfde keer georganiseerd door mannen uit Amersfoort-Nieuwland en met elkaar was de groep ruim 100 man groot.

Het was een bijzonder samenzijn! Breng dat maar eens onder woorden. Iemand zei: woorden, beelden zeggen veel, maar wat in mijn hart en ziel zit, is niet te vangen. Ja, zo ervaar ik dat ook. Het was een bijzonder samenzijn! Ik probeer er toch wat woorden aan te geven.

Na een gezamenlijke maaltijd vertrokken we uit Leuven naar het klooster La Foresta. Het avondprogramma start met het samen zingen in de kapel van het klooster. 100 mannenstemmen in een kapel met een mooie akoestiek onder begeleiding van een “simpele” gitaar: fantastisch vond ik dat. Aanbidding van onze God! Daarna kwam Patrick Nullens aan het woord met het eerste deel van zijn referaat over ‘de liefde’ naar aanleiding van 1 Korintiërs 13.

Zaterdagmorgen reden we weer terug richting Leuven om te gast te zijn bij de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) om daar o.a. opnieuw te zingen en het tweede deel van het referaat van Patrick aan te horen. Patrick Nullens is rector van en doceert aan de ETF. Het was een bijzonder referaat. Ik heb geprobeerd er een verslag van te maken. Van een toespraak die zo’n 2 – 3 uur duurde. Bij zo’n spreker en zo’n onderwerp speelt tijd geen enkele rol meer.

Daarna gingen we in groepjes uit elkaar en spraken daar met elkaar door over het onderwerp. Dit samenzijn was in mijn groepje echt heel bijzonder. Mensen stelde zich kwetsbaar op, er werd van hart tot hart gecommuniceerd, we baden met en voor elkaar. Heel emotioneel.

De mannendag was een unieke ervaring voor mij en voor veel andere mannen uit Zeewolde. Het heeft ons een beter zicht op God gegeven, de God die Liefde is. Het heeft nieuwe verbondenheid gebracht of nieuwe dimensies toegevoegd aan bestaande verbondenheid tussen broers van hetzelfde huis.

donderdag 6 november 2008

Echt geloof - vurige christenen en vitale kerken

Wat is (echt) geloof? Geloven is meer dan de Bijbel beamen, meer dan geloven dat er een God is die je wil redden, meer dan ja zeggen tegen al Gods beloften, meer dan Gods geboden proberen te doen, meer dan naar de kerk gaan, meer dan jezelf te matigen en om de ‘armen’ te denken, meer dan kerkelijke bijdrages te betalen, meer dan ...........

"Typerend voor echt geloof is de omhelzing van Christus. Geloof is de liefdesrelatie tot de levende persoon van Christus hier en nu. Je ‘ziet’ Christus (Hebr. 2:9), weet je door de Geest één met Hem en vindt letterlijk alles in Hem.”

Jos Douma zegt aan het begin van zijn eerste preek over 2 Korintiërs 3 :18 het volgende: “Hoe veranderen lauwe christenen in vurige christenen? Hoe veranderen onaantrekkelijke kerken in vitale kerken?” En dan noemt hij als antwoord op deze vragen: “Ik geloof dat 2 Korintiërs 3 : 18 ons de sleutel aanreikt, de Bijbelse sleutel voor echte geestelijke verandering.”

Waarom zijn er lauwe christenen en onaantrekkelijke kerken? Wat is daarvan de oorzaak? Heeft het niet (o.a.) hier mee te maken: er zijn wellicht broers en zussen in de kerk die de bijbel beamen, die geloven dat God ze wil redden, die ja zeggen tegen al Gods beloften en proberen te leven naar Gods geboden, die zichzelf matigen en denken om de ‘armen’, die trouw hun kerkelijke bijdrages betalen, ………, maar die niet of onvoldoende door hebben dat het geloof vooral, bovenal, ten diepste dit is: een liefdesrelatie tussen Christus en mij/jou!

Is dat onvoorstelbaar? Philip Troost zegt in zijn boek ‘Spiritualiteit van ontvankelijkheid’ het zo: “Je kunt je hele leven de Schrift onderzoeken en tot God bidden en zelfs in Christus’ naam optreden, en toch niet tot een persoonlijke relatie met Jezus komen.”

dinsdag 4 november 2008

Spiritualiteit

Philip Troost omschrijft spiritualiteit in zijn boek ‘Spiritualiteit van ontvankelijkheid’ als: “De wederzijdse betrekking tussen God en ons, waarbinnen we door de heilige Geest gaandeweg steeds meer worden omgevormd tot mensen die het beeld van Christus vertonen, zodat onze verbondenheid met God ook aan de buitenkant zichtbaar wordt in de praktijk van ons leven.”

Daarom vind ik spiritualiteit zo’n boeiend onderwerp, omdat het gaat over de relatie tussen God en mensen. En weet je wat ik nu zo mooi vind? De tekst 2 Korintiërs 3 : 18 kan als het ware over de definitie van Troost heen gelegd worden. Anders gezegd: in 2 Korintiërs 3 : 18 gaat het (ook) over spiritualiteit. Over de relatie tussen God en ons. Over de Heilige Geest die daar een belangrijke rol in speelt. En dat je gaat veranderen vanuit die relatie, vanuit die verbondenheid met God.

maandag 3 november 2008

Geestelijk niveau in de kerk

Zaterdag schreef ik over een artikel van Wubbo Scholte in het ND waarin hij sprak van angst, wantrouwen en een regelcultuur in de kerk. In de Reformatie van dit weekend schreef Ad de Bruijne een artikel met als kop ‘Kan wat moet? Bidden en werken rond kerkelijke eenheid’. In dit artikel noemt hij eerst (!) de goede dingen rond kerkelijke eenheid en daarna schrijft hij over angst, wantrouwen en over ‘maakbaarheid’ van samensprekingen met CGK en NGK. Ook hij bespeurt dus angst en wantrouwen in de kerk: in dit geval in de besluitvorming rond kerkelijke eenheid op de synode van Zwolle-Zuid. Ik stel voor: lees het artikel eens door! Het is echt het lezen waard.

Het gaat mij hier om de vraag van Ad de Bruijne: Werkt het geestelijke niveau wel voldoende door in onze omgang met samenspreken? Is kerkelijke eenheid ‘maakbaar’? Het moet, dus het kan! “Wat moet van God, is mogelijk bij God! Maar wat God geeft, hebben wij niet automatisch. Het moet toegeëigend worden. En zelfs dan wordt het niet vanzelfsprekend omgezet in ervaarbare werkelijkheid. Wij kunnen de vrucht van Gods gaven niet afdwingen en organiseren op onze tijd en op onze manier. Zelfs als wij ons Gods belofte in geloof eigen maken, blijft de Here vrij in de manier en het moment waarop Hij deze vervult.”

“Tussen moeten en kunnen zit het mensenhart waarin de Geest in de diepte zijn werk moet doen. Het is niet ineens klaar: het gaat via groei en stilstand, met vallen en opstaan, schoksgewijs en geleidelijk. Tussen moeten en kunnen zit ook de ‘geest’ die een gemeente of kerkengroep als geheel beheerst. Alleen doordat de demonen bij ons uitgeworpen worden en Gods Geest ruimte vindt, wordt moeten kunnen. Op heel het terrein van het christelijke leven en handelen is aandacht voor deze geestelijke werkelijkheid wenselijk.”

Hier dus dezelfde vraag als bij Wubbo Scholte: Welk geestelijk niveau gaat er schuil achter een regelcultuur in de kerk of kerkelijke samensprekingen? Ad de Bruijne besluit zijn artikel zo: “Wil er echte eenheid groeien, ook in de diepte van wat ons hart beweegt en van de ‘geest’ die een kerkengroep bezielt, dan zul je in je onderlinge contacten veel ruimte moeten geven aan Christus en zijn Geest.” Ik stel voor, dat wij allemaal deze oproep ter harte nemen.

zaterdag 1 november 2008

Een vernieuwende beweging in de GKV


In het ND van vandaag staat een artikel van Wubbo Scholte (psycholoog, psychotherapeut) met als titel 'Kerkelijke regelzucht nekt het geloof'. Hij schrijft over het vertrek van vrienden en kennissen uit de vrijgemaakt-gereformeerde kerken. En dat zij vaak als diepste reden het benauwende en verstikkende klimaat noemen. Hij zegt dat naar zijn idee onderliggende angst en wantrouwen de sfeer in de kerken bepalen. Hij noemt de regelcultuur in de kerk en stelt zichzelf en ons de vraag: “Welke geestelijke gesteldheid gaat er schuil achter deze regelcultuur?”

Hij spreekt ook een verlangen uit. Een verlang dat ook mijn verlangen is. “Ik zie uit naar een vernieuwende beweging in de vrijgemaakte kerken, die meer en meer open wil staan voor de totale grootheid van onze drieënige God, die bereid is in het eigen (regel)vlees te snijden en daarmee ruimte wil maken voor liefde voor allen om ons heen. Een beweging die echt leert waarderen wat de Heilige Geest in christenen en gemeenten doet, die stopt met oordelen over anderen en bewogen is met een wereld waar velen in duisternis leven, omdat ze Jezus niet als hun Heer kennen. Een beweging die de kerken kan helpen los te komen van haar angsten (1 Johannes 4 : 18) en leert luisteren naar de stem van haar Heer.”

Wie zou zo’n vernieuwende beweging niet willen?

vrijdag 31 oktober 2008

Choose Right: één gebed


Tijdens de laatste uitvoering van het gospelkoor Choose Right werd ook het lied ‘Eén gebed’ gezongen. Het koor zong het lied al eerder en dus was en is het voor mij een bekend lied. Nu viel mij plotseling op, dat het lied sterk doet denken aan 2 Korintiërs 3 : 18. Een paar coupletten heb ik hieronder overgenomen.

Eén gebed

Heer mijn verlangen is
dat elke gebeurtenis
in mijn leven zal getuigen
van een God zo oneindig groot
en van Uw overwinning op de dood
en dat mijn hart voor U zal juichen!

Heer U bent alles waard
want zelf bleef U niets bespaard
toen U stierf Heer voor mijn zonden
En daar leven we nu strijd
en heeft U voor mij de weg bereidt
tot genezing door Uw wonden.

En U bent het waard
om net als U te willen zijn
Heer hoor mijn gebed
stort Uw geest van liefde uit op mij.

Refrein:
Heer ik heb maar één gebed
ik heb maar één gebed
dat ik meer en meer op U ga lijken
Heer ik heb maar één gebed
ik heb maar één gebed
dat er steeds meer van Uw liefde mag gaan schijnen
door mij.

Getuigen van een God zo oneindig groot: kijken naar en reageren op de luister van de Heer. Meer op U ga lijken: naar de luister van dat beeld worden veranderd. Stort Uw geest van liefde uit op mij: meer en meer door de Geest van de Heer worden veranderd. Een mooi lied dat gaat over een mooie tekst uit de bijbel.

donderdag 30 oktober 2008

Ontmoeting van vijf mannen

Deze week had ik op een avond een ontmoeting met vier mannen uit onze gemeente. Om met elkaar door te praten over het geloof, onze ervaringen met elkaar te delen over zaken in de kerk. Om elkaar te stimuleren en te motiveren. Om onze geloofsverlangens aan elkaar te vertellen. Om naar elkaar te luisteren en met elkaar en voor elkaar te bidden.

Best wel bijzonder! Een jaar geleden hadden wij met z’n vijven niet kunnen bevroeden, dat dit soort ontmoetingen zouden gaan plaatsvinden. Bijzonder zo’n ontmoeting, omdat een ieder op een andere “plaats” is in zijn ontdekkingstocht van het geloof. Zo helpen wij elkaar, door te vertellen over “locaties” waar de één ooit was en de andere onderweg naar toe is.

Zo’n ontmoeting doet mij denken aan het woord ‘verbondenheid’. Zowel Larry Crabb als Jos Douma hebben er een boek over geschreven. Verbondenheid is een belangrijk onderwerp. Immers, als wij veranderen naar de luister van de Heer ( 2 Korintiërs 3 : 18), dan betekent dat ook dat ‘verbondenheid’ een steeds belangrijker rol gaat spelen in ons leven. Want de God van de bijbel is de God van verbondenheid. Gaan lijken op die God brengt verbondenheid in ons leven.

Voor geloof en groei in het geloof zijn onderlinge relaties (verbondenheid) m.i. heel belangrijk. Wij zijn denk ik te veel een kerk waarbij het accent vooral op de zondag (kerkdiensten) ligt. Verbondenheid is noodzakelijk om elkaar op een interactieve manier op te scherpen, de spiegel voor te houden en elkaar te laten delen in onze geloofskennis en –ervaring. Dit soort verbondenheid zal toch vooral buiten de zondagse eredienst handen en voeten moeten krijgen. Wij hebben elkaar zo nodig, juist in een tijd waar onverbondenheid hoogtij lijkt te vieren.

maandag 27 oktober 2008

Ethiek én spiritualiteit

Spiritualiteit heeft mijn bijzondere belangstelling. Daarom viel het mij ook op, dat bij het bericht in het Nederlands Dagblad over de benoeming van Ad de Bruijne tot hoogleraar vermeld stond, dat hij naast ethiek óók spiritualiteit gaat doceren. Ethiek én spiritualiteit, een interessante combinatie?

Uit de toespraak van Ad de Bruijne gericht aan de synodeleden blijkt waarom hij graag ethiek wil combineren met spiritualiteit. Spiritualiteit duidt hij aan met woorden als: de beoefening van de omgang met God of de beoefening van de (innerlijke) vroomheid. Deze beoefening heeft als doel: mijn herschepping naar het beeld van Christus. Bij ethiek gaat het om een christelijke levensstijl, om bijbelse gedragregels.

Spiritualiteit vormt volgens De Bruijne één van de drie speerpunten die hij hanteert bij de invulling van zijn vakken. Maar waarom? Omdat, volgens De Bruijne, je levensgeschiedenis, je opvoeding, de gemeenschap waarin je gevormd wordt, tradities en vooral de gesteldheid van je hart je levensstijl (ethiek) sturen. “Een christelijke levensstijl lukt in een niet meer christelijke omgeving alleen als we in de kerk een herkenbare samenleving vormen waarin je elkaar meeneemt op de weg achter de Here Jezus aan. Alleen als God dat hart verovert en Jezus er woont en de Geest daar diepe invloeden uitoefent, ontstaat er een christelijke levensstijl. Alleen in de bedding van een geestelijke vernieuwing in de hele kerk zal het mogelijk zijn rond zulke thema’s (AG: eerder noemt De Bruijne thema’s als echtscheiding, samenwonen en homoseksualiteit) weer overtuiging en toewijdingen te hervinden en boven moralistische controledwang (AG: het ene uiterste) en gemakzuchtige vrijblijvendheid (AG: het andere uiterste) uit te komen.”

Als ik dit lees, denk ik: spiritualiteit en ethiek hebben blijkbaar ook alles te maken met 2 Korintiërs 3 : 18. Alleen door een gerichtheid, een focus op Christus wordt door de kracht van de Geest je verandert (herschepping, geestelijke vernieuwing) naar het beeld van Christus (bedoeling van spiritualiteit). Ontstaat er een christelijke levensstijl (ethiek).

vrijdag 24 oktober 2008

Marcion en Montanus


Woensdagavond was er een thema-avond in de kerk. Dit seizoen is in onze gemeente als thema gekozen voor ‘Wonderen van vroeger’. In dat kader werden Marcion en Montanus behandeld: twee dwaalleraars uit de tweede eeuw na Christus.

Ik en ook anderen in de gemeente hebben zo onze twijfels bij de keuze voor dit thema. Er zijn toch wel relevantere en actuelere thema’s te bedenken dan de ‘Wonderen van vroeger’? Daarbij realiseer ik mij, dat als je de (kerk)geschiedenis niet kent, je het risico loopt die geschiedenis opnieuw te doen, te herhalen. Toch denk ik, dat je met de vragen en antwoorden van toen niet de complete antwoorden hebt op de vragen van nu. Moeten we niet terug naar de fundamentele vragen zoals ‘Wie is Christus voor mij, voor jou voor ons? Wat betekent het om kerk te zijn in Zeewolde in 2008? Welke boodschap hebben wij voor en dragen wij (al dan niet) uit naar de wereld om ons heen? Zouden we onszelf als gemeente niet moeten onderzoek hoe wij er voor staan? Om vast te stellen waarin we tekortschieten, waarin we eenzijdig zijn geweest, om ons vervolgens te verootmoedigen voor God?

Hoe het ook is, het was een mooie avond. Daar hebben de sprekers (Pier Poortinga en Arjen Modderman, schrijvers van het boek ‘Antwoord uit het verleden’) zeker aan bijgedragen. Ik vond het opvallend, dat Pier zei, dat je wel een beoordeling en uitspraken kan doen over feiten uit de kerkgeschiedenis, maar dat je daarmee moet oppassen bij het beoordelen van huidige situaties in kerkelijk Nederland. Over de taxatie van de kerkgeschiedenis zijn we het vaak wel eens, maar de meningen lopen (min of meer) sterk uiteen bij taxaties van de huidige situatie. Trek niet te gemakkelijk lijnen door vanuit de kerkgeschiedenis naar de tijd van vandaag. Verwijt anderen niet te snel en gemakkelijk dat zij een andere God dienen dan wij. Misschien is er sprake van een beperkt of eenzijdig Godsbeeld, maar dat kan zich net zo goed voordoen bij iemand in onze gemeente. Ik denk, dat het beoordelen van anderen in kerkelijk Nederland altijd gecombineerd zal moeten worden met zelfonderzoek, zelfreflectie.

woensdag 22 oktober 2008

Interview met Anselm Grün


In de EO Visie van deze week (18 t/m 24 oktober) is een interview opgenomen met Anselm Grün.

Voor degene die hem niet kennen: Anselm Grün is doctor in de theologie en benedictijner monnik. Ook is hij de economisch directeur (kellenaar) van de benedictijner abdij van Münsterschwarzach in Duitseland. Een mooi interview met een bijzonder mens.

Hij zegt in dit interview behartigenswaardige zaken. Een paar zinnen neem ik hieronder over uit het interview. “De rust kun je niet vasthouden, alleen ervaren. Zorg dat je heilige tijd met God hebt, al is het maar vijf minuten per dag, en maak dat tot een ritueel. Het is een tijd waarin de wereld geen vat op je heeft en je werkelijk God kunt zoeken. En ga met je innerlijke beeld aan de slag. Laat je vullen met de Heilige Geest in plaats van met een oordeel over jezelf. Veel mensen ervaren God niet omdat ze zichzelf niet onderzoeken. Je mag voor Hem zijn wie je bent en je hoeft je niet anders voor te doen. Dat geeft mij vrijheid. Deze vrijheid is voor velen een onvrijheid. Ze zijn bang voor wat anderen van hen vinden. Maar dát noem ik onvrijheid!”

Het gaat hier over innerlijke rust en over wie we mogen zijn voor God (identiteit). Beide thema’s, innerlijke rust en identiteit, zijn m.i. heel actueel. Er is veel onrust en nogal wat mensen hebben een pijnlijk zelfbeeld of zijn wanhopig opzoek naar hun (christelijke) identiteit. Anselm Grün wijst ons een weg: de weg naar God en zijn Geest, maar ook die van zelfonderzoek.

dinsdag 21 oktober 2008

Aanbidding en verandering

Ik las een (bewerkte) preek van Tim Keller over Psalm 95 (www.cvkoers.nl – archief – Tim Keller – 2008-06) met de titel ‘Echte aanbidding verandert je’. Die titel begreep ik toen niet zo goed, ondanks de inhoud van de preek.

De preek gaat dus over aanbidding. Keller definieert aanbidding als volgt: “Aanbidding is het toedichten van ultieme waarde aan iets of iemand.” Ook zegt hij, dat aanbidding het benoemen is van de ultieme grootheid van God.

De eerste preek van ds. Jos Douma laat mij vervolgens de titel ‘Echte aanbidding verandert je’ beter begrijpen. De preek van Jos gaat over de luister (majesteit, aanwezigheid, grootheid) van de Heer. Dus over het zinnetje ‘de luister van de Heer aanschouwen’ uit 2 Korintiërs 3 : 18. Aanbidding gaat over het onder woorden brengen, het onder de indruk raken van de grootheid van de Heer. En dat is ook precies wat in 2 Korintiërs 3 : 18 staat. En wat zegt 2 Korintiërs 3 : 18 dan? Dat je door het kijken naar de grootheid van de Heer, zult veranderen (naar de luister van dat beeld).

Aanbidding en geestelijk veranderen hebben dus alles met elkaar te maken.

maandag 20 oktober 2008

Verlangen naar verandering!?


Afgelopen zomer zijn er bij ons in de kerk (GKV - Zeewolde) drie preken van ds. Jos Douma gelezen over de tekst 2 Korintiërs 3 : 18 (www.josdouma.nl/3vers18/). Ook bespreken wij als wijkkring de preken.

Wij allen die met onbedekt gezicht
de luister van de Heer aanschouwen,
zullen meer en meer door de Geest van de Heer
naar de luister van dat beeld worden veranderd.


Onder de titel 'Verlangen naar verandering!?' schrijft Jos daar het volgende over: "Veel christenen en veel kerken verlangen naar verandering: een herboren leven waarin Jezus straalt. Maar hoe ziet zo'n veranderingsproces eruit en hoe komt het tot stand? Ik geloof dat het Bijbelse antwoord op deze vragen is te vinden in 2 Korintiërs 3 vers 18. Dat is een veelbelovend Bijbelwoord voor wie verlangen naar geestelijke verandering. Vandaag de dag worden veranderingen vaak gezocht in uiterlijke vormen of er worden stappenplannen aangeboden die succes beloven. De belofte van 2 Korinteërs 3 vers 18 wijst een andere weg: de weg van de Geest, de weg van de schoonheid van Jezus, de weg van het lang en liefdevol kijken, de weg van de metamorfose van binnenuit."

Ik vind 2 Korintiërs 3 : 18 een heel bijzondere tekst, omdat het zo’n tekst is die je een kerntekst uit de bijbel kan noemen. Een tekst met daarin één of meerdere fundamentele zaken van het geloof. Ook de preken vind ik zeer leerzaam en spreken mij aan. Ik ben het afgelopen jaar veel met het onderwerp 'verandering in de kerk' bezig geweest. Ik herken mij in de woorden van Jos: ook bij mij is er een verlangen naar verandering. Naar een geestelijk veranderingsproces in de kerk.

Arjan Gelderblom © 2008 Template by Dicas Blogger.

TOPO